Home De invloed van naasten op arbeidsparticipatie van werkenden met een...

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De invloed van naasten op arbeidsparticipatie van werkenden met een chronische aandoening

Avatar
Nicole Snippen
Avatar
Haitze de Vries
Avatar
Sylvia van der Burg-Vermeulen
Avatar
Mariët Hagedoorn
Avatar
Sandra Brouwer
Het wordt breed onderkend dat naasten, zoals een partner, familielid of vriend, invloed kunnen hebben op gezondheidsuitkomsten van mensen met een chronische aandoening. Binnen de curatieve en revalidatiezorg worden naasten daarom vaak actief betrokken bij de behandeling en begeleiding.
Hoewel er toenemend bewijs is dat naasten tevens een belangrijke invloed kunnen hebben op arbeidsuitkomsten, zoals werkhervatting en duur van verzuim, is niet bekend welke specifieke cognities en gedragingen van naasten een rol spelen bij arbeidsparticipatie.1
Om arbeidsparticipatie van werkenden met een chronische aandoening optimaal te kunnen bevorderen is het belangrijk meer inzicht te verkrijgen in relevante cognities en gedragingen van naasten zodat hier gericht op geïntervenieerd kan worden in arbeidsgerelateerde zorg.

Doel van het onderzoek

Het doel van dit systematische literatuuronderzoek was in kaart brengen welke cognities en gedragingen van naasten gerelateerd zijn aan arbeidsparticipatie van mensen met een chronische aandoening.

Methode

PubMed, Embase, PsycINFO, SocINDEX and Web of Science zijn doorzocht tot en met maart 2017. We includeerden alle studies die rapporteerden over cognities of gedragingen van naasten gerelateerd aan arbeidsparticipatie van mensen met uiteenlopende chronische aandoeningen. Twee onderzoekers hebben onafhankelijk van elkaar de relevante gegevens geïdentificeerd en een kwaliteitsbeoordeling van de gevonden studies uitgevoerd.

Resultaten

Van 5168 geïdentificeerde artikelen zijn 18 studies van matige tot hoge kwaliteit geïncludeerd (15 kwalitatief en 3 kwantitatief). Deze studies richtten zich op werkenden met kanker, chronische pijn, hersenletsel en psychische stoornissen. Na het gestructureerd samenvatten van de uitkomsten van de studies konden 27 factoren worden onderscheiden (tabel 1), waarvan zeven factoren in minimaal vier studies zijn gevonden (figuur 1). Er was consistent bewijs dat een positieve en aanmoedigende houding ten aanzien van arbeidsparticipatie en motiverend gedrag van naasten arbeidsparticipatie kunnen faciliteren. Ook het communiceren over de aandoening en terugkeer naar werk was consistent gerapporteerd als faciliterend voor positieve werkuitkomsten. Naasten kunnen arbeidsparticipatie belemmeren wanneer zij de werkende adviseren, aansporen of druk op de werkende uitoefenen om niet te werken. Ten slotte is er enig bewijs dat praktische hulp bij dagelijkse activiteiten en empathie en begrip van naasten arbeidsparticipatie kunnen faciliteren, maar ook kunnen belemmeren.

Tabel 1 Overzicht van het bewijs gevonden voor cognities en gedragingen van naasten die gerelateerd zijn aan arbeidsparticipatie
a KS =Kwalitatieve studie CSS = Cross-sectionele studie PCS = Prospectieve cohortstudie RCS = Retrospectieve cohortstudie
b + = consistent gerapporteerd als zijnde belemmerend dan wel faciliterend voor arbeidsparticipatie in verschillende studies
– = niet consistent gerapporteerd als zijnde belemmerend dan wel faciliterend voor arbeidsparticipatie in verschillende studies
n.v.t. = niet van toepassing (in slechts één studie gerapporteerd)
Type factor
Onderzochte factoren
Aantal & type artikelena
Consistentieb
Cognities
Werk is de oorzaak van de aandoening
1 KS
n.v.t.
Werken is niet mogelijk door de aandoening (werkvermogen is afhankelijk van genezing)
1 PCS, 1 KS
+
Consequenties van de aandoening van de zieke werkende zijn permanent
2 KS
+
Terugkeer naar werk zal leiden tot een verslechtering van de toestand
1 PCS, 1 KS
+
Overtuiging dat de zieke werkende geen rechten heeft met betrekking tot werkomstandigheden
1 KS
n.v.t.
Lage ervaren controle over het werk
2 KS
+
Positieve en aanmoedigende attitudes in het algemeen en ten aanzien van terugkeer naar werk
1 RCS, 3 KS
+
Positieve attitude tegenover de zieke werkende en diens capaciteiten (de patiënt niet beschouwen als zijnde invalide of slachtoffer)
2 KS
+
Negatieve attitudes over de beschikbaarheid van passend werk
1 KS
n.v.t.
Wantrouwen naar de zieke werkende en de ernst van diens klachten en aandoening
1 KS
n.v.t.
Overdreven beschermende attitude
1 KS
n.v.t.
Positieve attitudes ten aanzien van ziekteverzuim
4 KS
+
Gedragingen
Creëren van gespreksmogelijkheden over terugkeer naar werk en een luisterend oor bieden voor de zieke werkende
4 KS
+
Delen van informatie
1 KS
n.v.t.
Patiënt voorzien van feedback, advies en begeleiding met betrekking tot toekomstplannen
2 KS
+
Tonen van begrip en empathie
4 KS
Benadrukken van wat de zieke werkende nog kan
1 KS
n.v.t.
Benadrukken van positieve gevolgen van werk
1 KS
n.v.t.
Bemoedigen en motiveren van de zieke werkende
7 KS
+
Benadrukken van de negatieve gevolgen van de ziekte
1 KS
n.v.t.
Wachten op genezing
1 KS
n.v.t.
Valideren van uitspraken over beperkingen en zelflimiterend gedrag
2 KS
+
Adviseren, aansporen of druk uitoefenen om niet te werken dan wel terug te keren naar werk
5 KS
+
Helpen bij dagelijkse activiteiten, huishoudtaken en vervoer
6 KS
Verkennen en aanspraak maken op beschikbare diensten en hulpmiddelen (zowel binnen als buiten werk)
2 KS
+
Actieve participatie in het leven van de zieke werkende, ondernemen van gezamenlijke activiteiten/activiteiten initiëren
1 CSS, 2 KS
+
Geven van dubieuze steun
1 CSS
n.v.t.
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-019-0083-x/MediaObjects/12498_2019_83_Fig1_HTML.jpg
Figuur 1. Overzicht van factoren gevonden in minimaal vier studies.

Conclusie

Onze bevindingen laten zien dat cognities en gedragingen van naasten arbeidsparticipatie kunnen faciliteren of belemmeren. Aangezien er steeds meer aanwijzingen zijn dat interventies in de eerstelijns- en tweedelijnszorg waarin naasten bij de behandeling zijn betrokken effectiever zijn dan de gebruikelijke zorg waarbij naasten niet bij de behandeling betrokken zijn, kan dit mogelijk ook van toegevoegde waarde zijn in de context van arbeidsgerelateerde zorg. Echter, meer longitudinaal onderzoek is nodig om te achterhalen welke cognities en gedragingen van naasten het sterkst gerelateerd zijn aan arbeidsparticipatie van mensen met een chronische aandoening, aangezien het huidige bewijs voornamelijk is gebaseerd op kwalitatieve studies.

Betekenis voor de praktijk

Door deze literatuurstudie worden professionals zich mogelijk meer bewust van de mogelijke invloed van naasten op arbeidsparticipatie. Binnen de arbeidsgerelateerde zorg kan het in kaart brengen van cognities en gedragingen van naasten door de bedrijfsarts of verzekeringsarts tijdens het spreekuur van toegevoegde waarde zijn. Het kan concrete handvatten bieden om belemmerende cognities en gedragingen van naasten bespreekbaar te maken, bij te sturen of te veranderen en daarmee werkbehoud of werkhervatting te bevorderen. Wanneer faciliterende cognities en gedragingen van naasten aanwezig zijn, kan het waardevol zijn naasten als hulpbron te betrekken bij arbeidsgerelateerde zorg. Op welke wijze dit vorm moet krijgen in de praktijk van de bedrijfsarts en verzekeringsarts wordt op dit moment verder uitgewerkt binnen het lopende promotieonderzoek. Het doel is het maken van een e-learningmodule en een gesprekstool voor bedrijfs- en verzekeringsartsen om het betrekken van naasten bij begeleiding en beoordeling bij werkenden met een chronische aandoening te bevorderen.
1.

Deze tekst is een Nederlandse samenvatting van het artikel Influence of significant others on work participation of individuals with chronic diseases: a systematic review, gepubliceerd in BMJ Open 2019;9:e021742, doi:10.1136/BMJOPEN-2018-021742.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.