Home Alice Hamilton (1869-1970): pionier in preventie

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Alice Hamilton (1869-1970): pionier in preventie

Avatar
Dr André Weel
In dit tweede artikel bespreek ik enkele speciale industrieel-toxicologische projecten die Alice Hamilton heeft uitgevoerd, alsmede één niet-toxicologisch project. Zo leren we haar werkwijze meer van nabij kennen. In de beschreven projecten is zij steeds de pionier: de eerste die een bepaald samengaan van een industriële blootstelling en gesignaleerde gezondheidsproblemen nader onderzoekt.
Alice Hamilton als pas afgestudeerd arts in 1893

Loodwitproductie volgens het Old Dutch Process

Hoe Alice Hamilton betrokken raakte bij het Illinois Survey naar beroepsziekten heb ik in het eerste artikel in TBV8 vermeld. Hamilton neemt hier de loodintoxicatie voor haar rekening. Lood is historisch gezien het oudste industriële gif, al bekend in het oude Rome. Plinius de Oudere vermeldt loodvergiftiging als een van de ‘ziekten der slaven’.

Terwijl in 1910 de medici de loodbedrijven in de staat Illinois bezoeken, lezen de assistenten de medische dossiers in de ziekenhuizen en interviewen zij de ziekenhuisdokters. Hamilton bezoekt de loodbedrijven persoonlijk, vaak alleen, hetgeen nogal opzien baart. Zij treft veel sterk vervuilde werksituaties aan met een hoge blootstelling aan loodstof.3 Meestal werkt men daar volgens het Old Dutch Process of white-lead production. Dit recept stamt uit de Middeleeuwen. Franse wijnbouwers ontdekten toen dat als zij zure wijn in loden potten deden er een wit poeder werd gevormd waardoor de wijn vergiftigd raakte, maar dat het prima verf opleverde. Begin 20e eeuw is het procedé als volgt. Men doet loodvellen in een aardewerken pot, voegt wat azijnzuur toe, en begraaft de pot dan in gelooide boomschors (afval van de leerlooierijen). De schors vergist, produceert daarbij warmte en CO2, en na 100 dagen wordt de pot opgegraven, die dan boordevol zit met een wit poeder: loodcarbonaat. Bij het handmatig overscheppen van het poeder uit de pot ontstaat een zeer hoge respiratoire en dermale blootstelling aan loodstof.

Bij de afwezigheid van iedere vorm van afzuiging treft Hamilton schokkende situaties aan: buitenmuren met aangekoekt loodwit dat bij ‘gunstige’ windrichting naar binnen wordt geblazen; stoffige veeghopen lood op de vloer; mannen die op hun werkplek met loodstof besmeurde boterhammen zitten te eten. Dergelijke werksituaties vindt Hamilton niet alleen in Illinois, maar later ook in veel andere staten. Opvallend is dat niet alleen werkgevers, maar ook veel werknemers deze ernstig vervuilde werkplekken niet als problematisch ervaren. Het hoort er nu eenmaal bij. Het verband met ziekte wordt niet gelegd. In een van de onderzochte bedrijven, dat 85 man in dienst heeft, telt Hamilton in zes maanden tijd 35 gevallen van loodvergiftiging. Intussen heeft prof. Henderson haar gevraagd om ook loodverwerkende bedrijven in Engeland en op het Europese vasteland te bezoeken. In 1910 bezoekt Hamilton een Brits loodproducerend bedrijf dat in vijf jaar tijd geen enkel geval van loodvergiftiging heeft gehad. Daar heeft men de loodblootstelling under intelligent control, schrijft Hamilton. Zij publiceert hierover in 1912 in de Journal of the American Medical Association 6, maar ook in andere tijdschriften. Zij pleit voor de erkenning van loodvergiftiging als een reëel en ernstig medisch probleem. Ze voorziet haar publicaties van gedegen casusbeschrijvingen.
Op het International Congress on Occupational Accidents and Diseases te Brussel ontmoet Hamilton Charles O’Neill van het ministerie van Handel. De VS heeft rond 1910 nog geen ministerie van Arbeid! Na thuiskomst vraagt O’Neill of Hamilton voor de federale overheid een soortgelijk loodsurvey wil doen als in Illinois. Ze zal geen salaris voor dit werk ontvangen. Na afloop van het project zal het ministerie de hoogte van haar vergoeding vaststellen. Zij gaat akkoord.
Hamilton gaat nu in diverse staten de loodwit- en loodoxidebedrijven bezoeken. In de ziekenhuisdossiers treft zij meestal zeer ernstige vormen van loodvergiftiging aan. Het lukt haar meestal om de bedrijfseigenaren en bedrijfsleiders te overtuigen van de noodzaak om de situatie aan te pakken. Vanaf 1911 voert de loodsector een aantal preventieve maatregelen in, waaronder het bevochtigen van de stofhopen en een periodiek medisch onderzoek van alle loodwerkers, variërend van eens per week tot eens per drie maanden, afhankelijk van de blootstelling. Deze verbetering kunnen we toeschrijven aan een groeiend inzicht in de rol van de arbeidsomstandigheden, maar ook aan de verzekeraars die – sinds beroepsziekten na 1911 onder de compensatiewetgeving zijn gaan vallen – aandringen op preventieve maatregelen in de bedrijven die zij verzekeren.

Het emailleren van badkuipen

Dit zware, hete en gevaarlijke werk wordt in de eerste decennia van de 20e eeuw vaak gedaan door immigranten uit Oost-Europa. De bedrijven staan vooral in Pittsburg en omgeving. Hamilton beschrijft de werksituatie als volgt. Voor de grote oven staan de emailleerder en zijn helper. Aan een kabel hangt een roodgloeiende gietijzeren badkuip. De emailleerder strooit zo snel mogelijk met de hand het loodhoudende emailleerpoeder over het hete oppervlak, waar het smelt en een egale coating vormt. De helper draait de badkuip, die inmiddels op een draaibare steun staat, een slag zodat ook de andere kant bestrooid kan worden. De mannen staan in een stofwolk en ademen snel vanwege de fysieke inspanning en de extreme hitte. Hamilton kan niet dichterbij komen dan vier meter, maar de mannen staan er veel dichter bij. Ze beschermen hun gezicht en ogen met een primitief masker: ze houden een tinnen pan met kijkgaten voor hun gezicht, of ze gebruiken een plankje met kijkgaten en een dwars uitsteeksel dat ze tussen hun tanden klemmen. Na het aanbrengen van het emailpoeder gaat de badkuip terug de oven in en hebben de mannen een paar minuten rust. Ze gaan naar het raam voor wat frisse lucht, of nemen een hap van hun lunch. Er is geen pauze voorzien in hun acht- of zes-uursshift, dus ze hebben de keus tussen vasten of de lunch opeten met loodbedekte handen in een met lood beladen atmosfeer. Hamilton ziet volop sandwiches liggen op de vensterbanken.
Hier verzamelt Hamilton 186 gevallen van loodvergiftiging. 38 mannen hadden minder dan een jaar gewerkt, 137 minder dan 10 jaar. Van deze gevallen is een groot aantal als ernstig te beschouwen: mannen die vier, zes, zelfs acht loodkolieken hebben gehad. Hamilton krijgt uit de ziekenhuizen de details van 177 gevallen. Daarvan hebben 28 een verlamming, 8 de hersenvorm van plumbisme, en 7 zijn overleden.
Veel artsen (als er al een company doctor was) die Hamilton spreekt beschouwen loodvergiftiging als iets onbelangrijks. Ze doen er laatdunkend over. Het probleem wordt overschaduwd door de ernstige bedrijfsongevallen. Die komen vaak voor en eisen alle aandacht van de artsen op.

Productie van explosieven tijdens de Eerste Wereldoorlog

Na terugkeer uit Pittsburg stuurt de federale overheid Hamilton naar de explosievenindustrie. Die is sinds de oorlog is uitgebroken als een paddenstoel uit de grond geschoten. Vanuit Frankrijk, Engeland en Rusland is er een enorme vraag naar mijnen en granaten, en naar explosieve stoffen als picrinezuur, dinitrobenzeen, trinitrotolueen (TNT), schietkatoen en kwikfulminaat, ook wel knalkwik of slagkwik genoemd. Kwikfulminaat ofwel chemisch Hg(CNO)2 is een zeer instabiele, explosieve stof die gebruikt wordt als detonator in penvuurpatronen en randvuurpatronen om de hoofdlading te ontsteken. Het is een giftige stof die gemakkelijk bij mechanische en thermische belasting explodeert, zoals bij schokken, wrijven en verhitting. Voor de bereiding ervan is veel salpeterzuur nodig.

Picrinezuur en TNT worden gemaakt door nitrering van benzeen en tolueen, bijproducten van de cokesovens. Op weg naar een bedrijf ontmoet Hamilton op een spoorwegstation twee geeloranje getinte mannen, naar hun zeggen op weg naar de Canary Islands, om picrinezuur te maken voor de Fransen. Ze hebben oranje nagels, oranje haar en wenkbrauwen, en hun handpalmen zijn intens geel van kleur. En het is gevaarlijk werk: mylady, in the night you start to choke up and by morning you are dead. De mannen doelen op het typische sluipende optreden van longoedeem, vaak ’s nachts in de slaap, uren na de blootstelling aan nitreuze dampen. Want als salpeterzuur met organisch materiaal in contact komt, zoals katoen, of houtvezel, of koolteer, of zelfs water, ontstaan grote hoeveelheden nitreuze dampen die genoeg druk geven om een machine uit elkaar te doen spatten. Dat gebeurt best vaak. Tijdens een bezoek van één dag aan een grote nitrocellulosefabriek ziet Hamilton maar liefst 8 van zulke explosieve incidenten: oranje dampen wolken uit alle deuren en ramen, en wegvluchtende arbeiders.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-020-1267-0/MediaObjects/12498_2020_1267_Fig2_HTML.jpg
De picrinezuurfabrieken zijn het ergst. Iedereen kan picrinezuur maken door carbolinezuur te mengen met salpeterzuur. Gaat daarbij iemand dood dan wijt men dat aan ‘natuurlijke oorzaken’.
Als gekend pacifiste bezoekt Hamilton munitieplaatsen. Dat leidt tot protesten van de militaire autoriteiten bij haar baas dr. Meeker, maar die neemt haar keer op keer in bescherming. Hamilton houdt zich in en doet haar werk. Zelf schrijft ze hierover: ‘Misschien had ik openlijk moeten protesteren (tegen de explosievenindustrie), maar ik wist dat ik niet invloedrijk genoeg was, terwijl mijn werk in de oorlogsindustrie er wel degelijk toe deed. Mijn anti-oorlogsgevoelens namen elke maand toe. Niet alleen doordat ik mensen ziek zag worden en sterven in hun pogingen om iets te produceren om andere mannen te verwonden of te doden, maar ook vanwege die vreemde groepsgeest van verrukking bij de oorlogsarbeiders. Er heerste een patriottische, anti-Duitse stemming.’
De tak van de explosievenindustrie die het meest zorgvuldig wordt bewaakt is de productie van het bovengenoemde kwikfulminaat. Dit is een extreem explosieve stof. Het bedrijf dat Hamilton bezoekt is gebouwd in kleine units, om de schade bij een explosie te beperken. De vloeren zijn bedekt met rubber. Een bezoeker moet overschoenen aantrekken want een uitstekende spijker in een schoenzool kan tegen metaal strijken en zo een vonk veroorzaken.
Hamilton betreedt een grote kamer waar het kwikfulminaat wordt gemaakt, door de werking van alcohol op kwiknitraat. Daarbij vormen zich kristallen binnen in grote glazen kolven. Een werker pakt zo’n kolf op en loopt ermee door de kamer. Hamilton is verstijfd van angst, want elk kristal in die kolf kan een explosie veroorzaken, en er zitten duizenden kristallen in. Maar de man struikelt niet.
In mei 1917 publiceert Hamilton een lijst van 2432 gevallen van beroepsvergifitiging in de oorlogsindustrie, waarvan 1389 door nitreuze dampen en 660 door TNT. Van de 53 gevallen met dodelijke afloop zijn er 28 te wijten aan nitreuze dampen, en 13 aan TNT. Preventie van vergiftiging door nitreuze dampen lukt steeds beter, maar TNT blijft een probleem. Geen Amerikaanse arts weet waarop hij moet letten. Gelukkig is er volop informatie uit Engeland. Huiderupties bij aan TNT blootgestelden zijn heel gewoon. Daarnaast ziet men leverschade en schade aan bloedvormende weefsels. Diagnoses die Hamilton vaak noteert zijn ‘toxische geelzucht’ en ‘aplastische anemie’.
De oorlog heeft in die zin een heilzaam effect op het nieuwe vakgebied ‘industrial medicine’ dat de interesse van de artsen wordt gewekt. Ook de attitude van de werkgevers verandert. Medische tijdschriften publiceren industrieel-toxicologische artikelen. Industrial medicine staat na de oorlog op de kaart! In de Tweede Wereldoorlog zijn er in de VS honderden dokters werkzaam voor de explosievenindustrie die van wanten weten. De Amerikaanse ingenieurs hebben geleerd hoe je giftige stoffen kunt produceren zonder de werkers bloot te stellen. Er zijn dan ook geen gebarsten buizen en onverwachte gaslekken meer.

Dode vingers en stoflongen bij steenhouwers

Eind 1917 stuurt het ministerie van Arbeid Alice Hamilton naar Bedford, Indiana. De bedrijfstak van de kalksteenhouwers heeft zich tot de federale overheid gewend. Zij vraagt om een federaal onderzoek naar de letsels van de luchthamer. Dokters hadden de bedrijfstak gezegd dat het gebruik van luchthamers zou leiden tot tuberculose, verlammingen, neurasthenie, en ongezondheid in het algemeen. Eén stoornis werd speciaal vermeld door de bedrijfstak: dode vingers.
Hamilton gaat de situatie bekijken. De steenhouwer pakt de hakbeitel, die op de luchthamer past, in zijn linkerhand, en geeft met die hand sturing. In zijn rechterhand houdt hij de luchthamer vast. Deze geeft zo’n 3000 slagen per minuut af. Hamilton probeert het zelf uit. ‘De hakbeitel moet je met de linkerhand heel stevig vasthouden’, schrijft ze, ‘anders drijft de luchthamer hem weg. Daarom heeft de linkerhand het meest te lijden van de schokken.’
‘Dode vingers’, zoals de arbeiders het noemen, is in Hamiltons woorden, een ‘spastische anemie van sommige vingers, vooral die vingers die het meest verkrampt zijn rond het gereedschap.’ Het wordt veroorzaakt door drie factoren: (1) de verkrampte spieren die het bloed uit de vingers drijven, (2) de koude waardoor de bloedvaten samentrekken, en (3) de hoogfrequente trillingen die vasomotore stoornissen veroorzaken. ‘Dode vingers’ is een goede naam, want de vingers zien er uit als die van een lijk: geelgrijs tot wit verkleurd, en geslonken. Er is een scherpe demarcatielijn waarneembaar tussen het ‘dode’ en het normale deel van de vingers. Na krachtige massage en het slaan van de armen over de romp vult het bloed langzaam weer de vingers en krijgen die een vrij normale, misschien ietwat purperachtige kleur. Er is een scherpe pijn als het bloed terugvloeit in de vingers, maar dat duurt maar even. Er is ook sensibiliteitsverlies, dat langer kan duren. Kou kan een aanval van dode vingers provoceren, ook al is de persoon in kwestie allang gestopt met het hanteren van de luchthamer.
Na Bedford in Indiana bezoekt Hamilton Quincy in Massachusetts en Barre in Vermont om te kijken hoe het gesteld is met de graniethouwers. Hier worden vooral grafstenen gemaakt. Barre is een ‘broedplaats’ van tuberculose. Hamilton beschrijft ‘een molen vol mannen die zerken aan het bewerken zijn en in feite zo hun eigen graf graven!’ Granieten grafstenen hebben eigenlijk geen reden van bestaan, redeneert ze. Voor het gebruik van graniet is geen excuus te bedenken. Een grafsteen moet vergankelijk zijn en zachtjes vervallen in vergetelheid, zoals marmer dat doet. Maar er is niets dat graniet kan vernietigen of doen verweken. Hamilton is zo gegrepen door deze visie van ‘levens geofferd op het altaar van nutteloosheid en lelijkheid’ dat zij tijdens een lezing in Baltimore haar toehoorders vraagt om voor hun eigen geliefden af te zien van een granieten grafsteen. Dat haalt de krant. Maar het bezorgt haar ook een afwijzende reactie van de American Granite Association.
Een paar maanden later wordt Hamilton gevraagd om het probleem van de stoflongen in relatie tot tuberculose op te pakken. Zij wordt benoemd in een commissie voor het onderzoek naar de mortaliteit door tuberculose in stoffige beroepen, om te beginnen in de steenhouwersmolens in Barre. Daar blijkt dat de sterfte aan tuberculose sinds de invoering van de luchthamer 30 jaar daarvoor gestaag is toegenomen en nog steeds oploopt, terwijl die sterfte overal elders is gedaald. In Barre zijn er in een periode van drie jaar meer doden door tuberculose onder steenhouwers, dan door alle oorzaken tezamen onder de gehele mannelijke bevolking. Dit is natuurlijk een veel belangrijker effect van de luchthamer dan die dode vingers. Er komt een vervolgonderzoek. Dat legt de basis voor verregaande hervormingen in de steenhouwerssector, niet alleen in Barre.

Arizona Copper

Begin 1919 gaat Hamilton naar de kopervelden van Arizona. De mijnwerkers aldaar hebben het overheidsbulletin over dode vingers bij steenhouwers gelezen, en willen nu een eigen onderzoek naar de luchtgedreven jackhammer: een soort drilboor die naar hun mening hun gezondheid verwoest.
De kopermijnen zijn in 1917 het toneel van hevige conflicten en stakingen geweest, juist als de vraag naar koper voor munitie heel hoog is. Er vindt een massadeportatie van 1186 stakende mijnwerkers plaats naar de woestijn. Daar worden ze twee dagen zonder eten of drinken achtergelaten. De betrokken werkgevers proberen deze represailles verborgen te houden, maar uiteindelijk wordt het algemeen bekend.
Hamilton komt aan in Ajo. De kopermijn aldaar ligt dicht bij de grens met Mexico. Zij bezoekt de loogafdeling. Eerst klimt ze tot de derde verdieping van de maalmolen, langs de buitenmuur, over een ladder met open treden en een hoge handleuning aan één kant. Ze ziet hoe het gemalen kopererts wordt geloogd met verdund zwavelzuur. Vervolgens wordt met elektrolyse in grote bassins het zuivere metaal verkregen. De afdaling is veel erger dan de beklimming. Het zuur zit in enorme tanks. Hamilton volgt een nauwe doorgang om de tanks en bassins heen. ‘Ook hier alleen een handleuning tussen mij en dat donkere, borrelende zuur.’
Maar ze heeft genoeg gezien om conclusies te trekken. Ze vermoedt dat er sprake is van dampen van arseenwaterstof, want bij de elektrolyse wordt waterstof gevormd dat makkelijk bindt met arseen, als dat in het erts zit. Praktisch alle kopererts bevat arseen.
De volgende dag bezoekt zij de open mijngangen. Zij inspecteert de werking van de jackhammer. De hakbeitel zit hier vast aan de hamer. De hamer kun je met twee handen vasthouden. De hakfrequentie is laag en je hebt veel minder kracht nodig dan bij de luchthamer in Bedford. Dode vingers zijn onbekend in Ajo.

Hierna reist Hamilton naar het mijndisctrict in de Globe-Miami-regio. Met een lift zonder wanden daalt ze af in een mijn tot een diepte van 700 meter. ‘Mijn gids verzekerde mij dat ik net zo goed was als een man, en dat ze erop vertrouwden dat ik voor mijzelf zorgde. Alleen in het oosten en het zuiden van de VS kom je de vermoeiende traditie tegen dat een vrouw wat anders is dan een man en dus ook anders behandeld moet worden’. Ze kan vrij praten met de mijnwerkers. Ze bewondert ze. Ze vindt mijnwerkers onafhankelijker, vindingrijker, ondernemender en moediger dan andere werkers. Dat past bij de aard van hun werk. Een mijnwerker moet zichzelf redden. Hij moet het zelf maar uitzoeken op zijn werkplek.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-020-1267-0/MediaObjects/12498_2020_1267_Fig3_HTML.jpg
Stofvorming is het grootste probleem van het werken met de jackhammer. De natte boor (voorzien van een bevochtiger) wordt lang niet altijd gebruikt. Er blijkt een conflict over de arbeidsvoorwaarden achter te zitten. Als de lonen worden aangepast om de extra tijd door het werken met de bevochtiger te dekken, dan zijn de mannen bereid om de bevochtiger standaard te gebruiken! En dat gebeurt uiteindelijk.
De fysieke klachten van de jackhammer schrijft Hamilton toe aan het krachtig tegen het lichaam houden van de jackhammer. Dat geeft een whole-body-vibration waar sommigen misselijk of duizelig van worden, anderen helemaal niet.

Viscose Rayon

In de vroege jaren 30 wordt Hamilton ongerust over een nieuwe industrie die een oud gif gebruikt. Zij heeft dat gif al in 1914 leren kennen bij de fabricage van rubberproducten. Het betreft zwavelkoolstof (CS2), een stof die giftig is voor het centraal zenuwstelsel; die geestesziekten, verlies van gezichtsvermogen, en soms ook verlammingen kan veroorzaken. Deze giftige stof keert nu terug in een nieuwe tak van nijverheid: de productie van kunstzijde, ofwel viscose rayon. Deze is vanuit Europa ingevoerd. Vooral na de Eerste Wereldoorlog heeft deze industrietak zich sterk uitgebreid in de VS.
Viscose rayon moet geproduceerd worden met behulp van CS2. Bij het productieproces kunnen dampen van zwavelwaterstof worden afgegeven. Viscose rayon is pure cellulose. De eerste twee intoxicaties die Hamilton ziet, maken diepe indruk op haar. Het gaat om een man met een langzaam progressieve paralyse van de benen, en iemand met een snel verlopende manisch-depressieve aandoening. Het blijkt lastig om toegang te krijgen tot de productiebedrijven. Hamiltons eigen ministerie van Arbeid gaat pas akkoord als de staat zelf ook akkoord is. Pas in 1937 (Hamilton is inmiddels 68 jaar oud) krijgt ze toestemming van de State Labor Commissioner van de staat Pennsylvania. De gesprekken met de werkers moeten in het geheim plaatsvinden omdat ze bang zijn voor ontslag. Hamilton praat met enkele mannen met de lichtere vorm van CS2-psychose. Het blijkt hun leven te vergallen, hun thuissituatie te ruïneren. Vriendschappen worden erdoor verbroken. Leidinggevenden en werkenden worden erdoor tegen elkaar opgezet. Men weet dat het door het werk komt, maar noch de dokters noch de werkgevers willen dat toegeven. De verbittering en boosheid over dit onrecht is groot bij de werkers.
De publicatie van Hamiltons medische bevindingen leidt, samen met het aannemen van een wet voor compensatie van beroepsziekten in Pennsylvania, tot een radicale hervorming in die staat. Die heeft op haar beurt veel invloed in andere staten. Voor het eerst wordt in de VS algemeen bekend dat de productie van viscose rayon een gevaarlijke activiteit is en dat CS2 een gif is.
Hamiltons onderzoek breidt zich uit naar nog negen andere staten met viscose-rayonfabrieken. De veranderingen komen sneller en zijn vollediger dan bij haar eerdere projecten. Er komen nieuwe methodes om het ontsnappen van zwaveldampen te voorkomen. Er vinden routinetests van de lucht op de werkplek plaats om te zien of de concentratie CS2 of H2S in de lucht het gevarenpunt nadert.
In alle grote fabrieken en in veel kleinere wordt er periodiek medisch onderzoek naar vroege verschijnselen van vergiftiging ingevoerd. Dat is het plaatje bij het viscose-rayonprobleem: het onderzoek komt uitermate langzaam op gang, maar des te sneller en des te vollediger is de aanpak: de invoering van preventieve maatregelen.

Terugblik

Hamilton bouwt op haar eigen waarnemingen. Voor elk rapport, elk onderzoek, gaat ze persoonlijk op ‘inspectie’ naar de plaats des onheils, waarbij ze met eigen zintuigen de situatie observeert. Ze gaat in gesprek met werkers en hun leidinggevenden over de werkomstandigheden. Ze pluist de medische dossiers na in de ziekenhuizen (dat laatste besteedt ze steeds vaker uit aan ‘hulptroepen’).
Hamilton gaat systematisch te werk. Zij schrijft op drie niveaus. Zij begint met het maken van notities op de werkplek. Pen en papier. Die notities vormen de basis voor de rapporten aan haar opdrachtgevers (meestal de federale overheid). Die rapporten in combinatie met de bestaande medische literatuur vormen weer de basis voor haar talrijke artikelen en handboeken. Zo bouwt zij een leven lang aan de body of knowledge van haar vakgebied.
Hamilton toont veel begrip voor werkgevers. De ongezonde werkomstandigheden die zij in veel bedrijven aantreft zijn vaak het gevolg van onkunde van de werkgever, stelt zij, soms ook van onverschilligheid, maar zelden is er in haar visie sprake van pure onwil om verbeteringen door te voeren. Als werkgevers écht onwillig zijn, schroomt zij niet om de ziekte- en sterfgevallen als gevolg van hardnekkige verwaarlozing te rapporteren en te publiceren, en om samen met het Department of Health regels en normen op te stellen voor bedrijven en bedrijfstakken die zelf niet tot regulering komen.7
Hamilton is onbaatzuchtig. Zij is wars van winstbejag. Zij gaat niet onderhandelen over honoraria en salarissen. Zij geeft niet om luxe. Het leven in Hull-House in Chicago heeft de hardheid van een klooster.
Hamilton is celibatair. Uit niets blijkt dat zij ooit een levenspartner heeft gehad, zelfs niet of ze die had willen hebben. Ze is vrouw, daar is ze trots op. Ze leert dat haar vrouw-zijn haar geen beperkingen oplegt, maar haar juist een voorsprong geeft. Ze bouwt een groot netwerk op, met veel collega’s, vriendinnen en vrienden. Haar oude dag brengt zij door in een eerbiedwaardig oud huis in het gehucht Hadlyme, niet ver van Baltimore. Daar woont ze samen met haar zusters. Ze zal ze allemaal overleven.

Besluit

Als op 20 juli 1969 de Amerikaan Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zet is het nog maar twee maanden tot Hamiltons honderdste verjaardag. Zij maakt de missie van de Apollo 11 nog bewust mee. En op haar eeuwfeest ontvangt zij vele felicitaties, ook van president Richard Nixon.
Wat zij helaas niet meer meemaakt is de ondertekening van de Occupational Safety and Health Act door diezelfde president Nixon in december 1970, drie maanden na haar overlijden. Deze federale wet stelt normen die moeten garanderen dat werknemers worden beschermd tegen gevaren die hun veiligheid en gezondheid bedreigen. Bij deze wet wordt ook de Occupational Safety and Health Administration (OSHA) ingesteld, enigszins vergelijkbaar met onze Arbeidsinspectie, en met de taak om bedrijfstakspecifieke normen op te stellen. En er komt een nationaal onderzoeksinstituut voor gezondheid en veiligheid op het werk: het National Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH). Met deze wet sluiten de Verenigde Staten hun lange pionierfase op het domein veilig en gezond werken af.
De federale wet van 1970 bevat ook een clausule met een ‘algemene verplichting’, die stelt dat een werkgever moet zorgen voor een werkomgeving die de veiligheid en het welzijn van de werknemer niet bedreigt. Dit beginsel heeft Alice Hamilton sedert 1910, het jaar dat zij haar intrede deed in ‘haar’ vakgebied industrial medicine, zonder onderbreking, zonder aarzeling en zonder enige terughoudendheid in ere gehouden.

Literatuur compleet (deel 1 en 2)

1.

Sicherman Barbara. Alice Hamilton, A Life in Letters. Urbana and Chicago, University of Illinois Press, 2003.

2.

Hamilton A. Exploring the dangerous trades. The autobiography of Alice Hamilton, M.D. Boston: Little, Brown and Company, 1943.

3.

Weel ANH. Brieven van Alice Hamilton (1). The Old Dutch Process. Tijdschr Bedrijfs Verzekeringsgeneeskd 2011; 19: 296-297.

4.

Weel ANH. Brieven van Alice Hamilton (2). Een dokter als inspecteur. Tijdschr Bedrijfs Verzekeringsgeneeskd 2011; 19: 341-342.

5.

Weel ANH. Brieven van Alice Hamilton (3). De ontkenning. Tijdschr Bedrijfs Verzekeringsgeneeskd 2011; 19: 390-391.

6.

Hamilton A. Industrial lead-poisoning in the light of recent studies. Journal of the American Medical Association 1912; LIX(10):777-782. doi:10.1001/jama.1912.04270090021007

7.

DeBakcsy D. Lead, TNT, and Rayon: Dr. Alice Hamilton’s Battle Against Industrial Poisons. WomenYSK, April 24, 2019. https://​womenyoushouldkn​ow.​net/​category/​trailblazers/​women-in-science/​

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.