Home Chronische pijn in het bewegingsapparaat

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Chronische pijn in het bewegingsapparaat

Avatar
Bas Sorgdrager
Eén op de vijf werknemers heeft chronische pijn aan het bewegingsapparaat. Dit gaat in veel gevallen gepaard met een verminderde arbeidsparticipatie. Een bewezen effectieve aanpak om arbeidsparticipatie voor deze groep mensen te verbeteren is revalidatie gericht op arbeid. Het proefschrift van Timo Beemster beoogt bij te dragen aan kwaliteitsverbetering van trajecten voor arbeidsrevalidatie.
Timo Beemster. Promotores: prof. dr. M.F. Reneman, prof. dr. M.H.W. Frings-Dresen en prof. dr. C. van Bennekom Rijks Universiteit Groningen, 28 augustus 2019
Timo Beemster, gezondheidswetenschapper en als oefentherapeut opgeleid, heeft voortgeborduurd op het onderzoek van Franka Waterschoot die in 2016 promoveerde op haar zoektocht naar een optimaal pijnrevalidatie programma.1 Beemster heeft zich vooral op het effect op arbeidsparticipatie gericht. Een deel van zijn onderzoek betrof de validering van een aantal instrumenten (vragenlijsten) en het andere deel had als doel meer grip te krijgen op de optimale duur en inhoud van een revalidatieprogramma gericht op behoud van of terugkeer in werk. Een resultaat is een set van diagnostische en evaluatieve vragenlijsten. De belangrijkste zijn de Productivity Cost Questionnaire en de Pain Disability Index. Deze meten ‘arbeidsparticipatie’, ‘beperkingen in dagelijks leven’ en ‘zorggebruik’. De vragenlijsten zijn geïmplementeerd bij zeven Nederlandse arbeidsrevalidatiecentra.

Het beoogde randomized controlled trial naar de optimale duur en inhoud van een revalidatieprogramma is er niet van gekomen wegens een niet toereikende onderzoekspopulatie. De bedoeling was een vergelijking te maken tussen een bestaand, gestandaardiseerd arbeidsrevalidatieprogramma van 100 behandeluren met een gepersonaliseerd programma dat uit 40 behandeluren bestond. Beemster heeft een kwalitatief onderzoek uitgevoerd, waarin hij de ervaringen heeft verzameld van patiënten, professionals en managers (werkgevers). De conclusie uit dit deelonderzoek is dat het niet nuttig is om één gestandaardiseerd arbeidsrevalidatieprogramma voor alle patiënten aan te bieden, maar programma’s op maat gemaakt. Dat heeft te maken met patiëntkarakteristieken en de probleemgebieden waarvoor een revalidatietraject was aangewezen. Bijvoorbeeld is het zinvol om per patiënt te bekijken of een werkmodule binnen de arbeidsrevalidatie wenselijk is, in plaats van dit standaard te doen. Interessant is de eerste stelling van Beemster: de dosering van Nederlandse arbeidsrevalidatieprogramma’s is voornamelijk gebaseerd op financiën en praktijkervaringen.

Wat leren we van dit proefschrift?

Met de ontwikkelde vragenlijsten is het goed mogelijk inzicht te krijgen in probleemgebieden van de patiënt en voor evaluatiedoeleinden.
De inhoud van een revalidatieprogramma gericht op een optimale arbeidsparticipatie moet geen standaard programma zijn. De probleemgebieden van de ingestroomde patiënten zijn dermate divers in aard en mate dat het lastig is om een wetenschappelijk verantwoord onderzoek uit te voeren dat effectiviteit van het behandeltraject meet.
Bij de patiënten die geïndiceerd zijn voor een traject arbeidsrevalidatie moeten op meerdere probleemgebieden belemmeringen voor arbeidsparticipatie zijn vastgesteld. Anders voldoet een eerstelijnsaanpak. Bij de meer complexe gevallen kunnen verschillende disciplines hun bijdrage leveren, maar niet elke discipline is bij elke patiënt van toegevoegde waarde.
Het is gebleken dat de financiering vraagtekens oproept. Het lijkt me logisch dat binnen de trajecten zorgdelen te onderscheiden zijn die gedekt worden door de basiszorgverzekering en een deel dat gericht is op terugkeer in werk, waarvoor een werkgever of arbeidsongeschiktheidsverzekeraar financieel dient bij te dragen. Voor de aanbieder van de trajecten arbeidsrevalidatie is het wellicht nog een puzzel om met het gegeven van maatwerk passende financieringen te organiseren.

Referentie

1.

Franka Waterschoot. Nice to have or need to have? Unraveling dosage of pain rehabilitation Promotores: prof. dr. M.F. Reneman, prof. dr. J.H.B. Geertzen, prof. dr. P.U. Dijkstra. Rijksuniversiteit Groningen, 15 februari 2016

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.