Home De communicatie tussen huisartsen en verzekeringsartsen

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De communicatie tussen huisartsen en verzekeringsartsen

Avatar
Ivonne Helmeyer
Tijdens mijn werk als arts in opleiding tot verzekeringsarts binnen het UWV ontmoet ik cliënten met diverse en vaak complexe medische problematiek. Het komt weleens voor dat ik medische informatie aan de huisarts vraag in het kader van mijn beoordeling binnen de ziektewet.
© Alexkich / Stock.adobe.com
Negen van de tien keer vraag ik schriftelijk medische informatie op, nadat ik de klant heb gevraagd toestemming te geven om deze medische informatie aan de huisarts te kunnen vragen. Één op de tien keer bel ik de huisarts (met de machtiging van de cliënt). Tijdens mijn reflectie over de communicatie tussen verzekeringsartsen en huisartsen, vroeg ik me een aantal zaken af:
  • Hoe loopt de communicatie tussen verzekeringsartsen en huisartsen?
  • Waarom neemt de huisarts gemiddeld 2 à 3 weken de tijd om mijn brief te beantwoorden?
  • Zou het niet beter zijn om een elektronisch zorgportaal te maken om brieven veilig en direct te kunnen sturen en een snel antwoord te kunnen krijgen?
  • Hoe pakken de huisartsen slecht herstelgedrag op van hun patiënten en een inadequate behandeling en/of compliance?
  • Hoe ziet de huisarts de rol van de verzekeringsarts in het herstelproces van zijn patiënten?
  • Hoe kunnen de huisartsen samen met de verzekeringsarts werken om het herstel en re-integratie in arbeid van cliënten te bevorderen?
Om deze vragen te beantwoorden ben ik twee dagen naar een huisartsenpraktijk geweest voor een korte stage.

Bevindingen van de stage

  • De huisarts had een grote diversiteit aan casuïstiek en patiënten qua pathologie: bijna alle patiënten waren volwassenen en het grootste deel van de patiënten was onder de 65 jaar.
  • Praktijkomgang was 2400 patiënten.
  • De huisarts had minimaal 10 minuten tot 20 minuten (patiënten met dubbele afspraak) ter beschikking.

Samenvatting van drie interessante casussen die de huisarts heeft gezien:

Casus 1

Een van de patiënten wilde eerst een specifieke behandeling volgen in verband met haar beperkingen op het gebied van het persoonlijk en sociaal functioneren en vervolgens wilde deze patiënte een opleiding volgen tot chauffeur. Zij wil in de toekomst graag werken als buschauffeur voor kinderen met een handicap.
In deze casus, en ook in andere, vroeg de huisarts over haar klachten en over hoe ging het met haar werk. Het doel van deze vraag was een goed beeld en inzicht te krijgen over haar belemmeringen en beperkingen (in het verrichten van haar arbeid), maar ook of de klachten een relatie hadden met de werkzaamheden en/of de werkomstandigheden.

Casus 2

In een andere casus had een patiënt een hoge bloeddruk. Verder had hij veel last van stress en stemmingsverandering bij alcoholmisbruik. De huisarts heeft gevraagd of zij iets voor de klant kon doen. Maar de klant wilde geen nieuwe medicatie en geen andere vorm van behandeling. De huisarts heeft dat gerespecteerd maar wel gezegd dat dat gevolgen voor zijn gezondheid kan hebben. Cliënt wil namelijk diverse rechtszaken voeren om iets ‘goeds’ voor de maatschappij te bereiken. Patiënt wilde gewoon verder gaan met zijn rechtszaken ook al zouden die ten koste gaan van zijn gezondheid en relatie.
In deze casus heb ik gezien hoe de huisarts de wens van de patiënt heeft gerespecteerd, maar de huisarts heeft deze patiënt ook uitgelegd wat de mogelijke negatieve consequenties van zijn gedrag wat betreft zijn gezondheid. In deze casus had de huisarts een adviserende rol.

Casus 3

Bij een jongeman was sprake van duizeligheid, licht gevoel in het hoofd, verder was patiënt bekend met oorsuizen. Nu had de patiënt meer last van duizeligheid, een licht gevoel in zijn hoofd en minder kracht in het rechterbeen. Patiënt was naar de neuroloog verwezen, maar de afspraak met de neuroloog vond niet snel plaats in verband met lange wachtlijst. De patiënt vertelde toen dat hij niet optimaal kon werken met deze klachten en dat hij eerder naar de neuroloog wilde. Uit neurologisch onderzoek kwamen geen afwijkingen. Verder is mogelijk dat een grote psychische component aanwezig is.
In deze casus heb ik gezien dat de huisarts deze jongeman verwees naar de neuroloog die na onderzoek geen neurologisch oorzaak van de duizeligheid heeft gevonden. Verder heeft de huisarts gedacht aan een mogelijk psychische component en zij heeft aan de patiënt ook gevraagd hoe het met zijn werk ging. De huisarts wilde meer weten over zijn werkomstandigheden en hoe het met hem ging tijdens het verrichten van zijn werk.

Mijn bevindingen

Ik heb opgemerkt dat als de huisarts over werk met haar patiënten praat, het gaat om inzicht te krijgen in belemmeringen die de patiënt in het werken ervaart. De huisarts richt zich vooral op diagnose en behandeling en verdiept zich veel minder op de belastbaarheid of werkvermogen. De huisarts geeft advies met betrekking tot behandelingen en adviseert soms ook over revalidatietrajecten. Verder vertelde de huisarts dat zij geen actieve rol heeft in het re-integratietraject van haar patiënten.

De huisartsen van deze praktijk werken nu met een digitaal platform, ze werken met zorgdomein. Wat opviel was dat er geen bedrijfsartsen of verzekeringsartsen in het zorgdomein te vinden waren.

Ik heb een enquête (volgende pagina) gemaakt en aan de huisartsen voorgelegd. Bevindingen uit mijn enquête:

  • De huisartsen in deze huisartsenpraktijk krijgen niet vaak brieven van verzekeringsartsen (dat gebeurt met een frequentie van minder dan 1 brief per maand).
  • Als de huisarts een brief van de verzekeringsarts ontvangt, hebben huisartsen daar wisselende ervaringen mee. Volgens één huisarts was de brief te weinig feitelijk.
  • Verder hebben huisartsen bijna nooit een telefonisch gesprek met een verzekeringsarts. Een huisarts heeft wel een keer een telefonisch gesprek met een verzekeringsarts meegemaakt en deze huisarts vond het gesprek wel nuttig.
  • Een huisarts wil graag meer zicht krijgen op een patiënt die in een verzekeringstraject zit. Deze huisarts wil hier graag een kort bericht over krijgen.
  • Een huisarts vond het een goed idee om een zorgportaal of zorgdomein te maken om sneller te communiceren met de verzekeringsartsen (om beter bereikbaar te zijn).
  • Een huisarts heeft geschreven dat hij slecht herstelgedrag identificeert, daarna onderzoekt hij waarom. De huisarts bespreekt met de patiënt zijn bevindingen.
  • Een andere huisarts heeft geschreven dat hij ook onderzoekt waarom een patiënt een slechte behandelcompliance heeft? Dat doet de huisarts middels het doorvragen en uitvragen en vervolgens vraagt ook de huisarts wat iemand nodig heeft om het behandelingsadvies te volgen.
  • De huisartsen volgen niet altijd de re-integratie in arbeid van de patiënt omdat de patiënt niet naar het spreekuur komt en omdat de re-integratie in arbeid al door de arboarts of bedrijfsarts gevolgd wordt.
  • De huisartsen volgen in het algemeen geen re-integratie in arbeid van hun patiënten in samenwerking met de verzekerings- of bedrijfsarts.
  • Als de huisarts wel een re-integratietraject in arbeid van een patiënt volgt, doet de huisarts het volgende:
    1.

    Zich actief informeren over re-integratie.
    2.

    Aanmoedigen de patiënten om zich actief op te gaan stellen in het herstelproces.
    3.

    Belangstelling in het re-integratietraject te tonen.
    4.

    Patiënten steunen en aan de patiënten structuur bieden.

Advies voor de toekomst:

De huisartsen zijn rechtstreeks en regelmatig in contact met patiënten die medische problemen hebben die te wijten zijn aan hun beroep. Er zijn ook patiënten die evident lijden onder een beroepsziekte. De samenwerking tussen de huisarts, de verzekeringsarts en de bedrijfsarts kan dus een belangrijk element zijn bij het voorkomen van beroepsrisico’s, maar ook voor het opnieuw aan het werk krijgen van langdurig zieken. Er is dus betere communicatie tussen huisartsen, verzekeringsartsen en bedrijfsartsen noodzakelijk.
De communicatie loopt nu met name via de normale post en schriftelijk (negen van de tien keer) en telefonisch (maar dat gebeurt veel minder vaak). Soms kost het 2 à 3 weken voordat verzekeringsartsen antwoord van de huisartsen krijgen. Een snelle communicatie tussen de verzekeringsartsen en de huisartsen kan zeer nuttig zijn. De huisartsen werken al met zorgdomein en elektronische dossiers en ik vraag me af: kunnen we in de toekomst geen veilig elektronisch systeem maken en deze gebruiken om snel en veilig met de huisarts en bedrijfsartsen te communiceren?.
De huisarts doet dat wel met andere medische specialisten, en ook fysiotherapeuten, apothekers, revalidatiecentra, de pijnpoli, enzovoorts.
Er zou een onderzoek of enquête in gang gezet kunnen worden over de communicatie tussen huisartsen en verzekeringsartsen in ander huisartsenpraktijken. (Zie voorbeeld).
Dit onderzoek was niet voor een onderzoeksartikel, maar geeft wel inzicht in het handelen van huisarts in relatie met werk en hoe de communicatie tussen huisartsen en de verzekeringsartsen in deze huisartsenpraktijk loopt.

Advies om betere medische brieven aan de huisartsen te sturen:

  • De vragende verzekeringsarts geeft de eigen bevindingen in de brief en geeft daarbij aan welke aanvullende informatie hij/zij van de verstrekkende huisarts wil vernemen.
  • De arts die informatie levert, geeft uitsluitend de gevraagde informatie en beperkt zich tot feitelijke gegevens en bevindingen over de gezondheid van de patiënt of werknemer (onthoudt zich van meningen, evaluaties, prognoses of verwachtingen).
  • Een mogelijk regionale of landelijk onderzoek bij alle huisartsenpraktijken van de regio en/of landelijk zou meer inzicht kunnen geven over hoe de samenwerking tussen huisartsen en verzekeringsartsen en bedrijfsartsen loopt en waar de knelpunten liggen.
  • De huisartsen willen ook op de hoogte gebracht worden van de argumenten van de verzekeringsartsen en de bedrijfsartsen ten aanzien van hun patiënten. Ze staan daarbij open voor wederzijds overleg.
  • Het zou wenselijk zijn om bij langdurige arbeidsongeschiktheid dat de drie medische disciplines die elk een belangrijk onderdeel van het dossier van een cliënt beheren met elkaar in contact kunnen treden en overleggen, met bijzondere aandacht voor de arbeidssituatie.

Bibliografie

1.

Mortelmans AK, Moens G, Donceel P, et al. TBV: tijdschrift voor Bedrijfsartsen en Verzekeringsartsen. 2002;12:380-383.
2.

Valk M, Bastiaanssen MHH, Verbeek JHAM, et al. Richtlijnen en Arbo-Curatieve Samenwerking. Evidence-based richtlijnontwikkeling. Pag. 363-373.
3.

KNMG-visiedocument Zorg die werkt. Naar een betere arbeidsgerichte medische zorg voor (potentieel) werkenden van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), vastgesteld door het Federatiebestuur op 30 maart 2017.
4.

Waddell G, Aylward M, Sawney P. Back pain, incapacity for work and social security benefits: an international literature review and analysis. London: Royal Society of Medicine Press Ltd., 2002.
5.

Markovitz JH, Matthews KA, Whooley M, Lewis CE, Greenlund KJ. Increases in job strain are associated with incident hypertension in the CARDIA Study. Ann Behav Med 2004;28 (1):1-3.
6.

Richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens. Utrecht: KNMG, 2003.
7.

Code samenwerking bij arbeidsverzuim. Utrecht: KNMG, 1998.

Bijlage: Enquête voor huisartsen

Het doel van deze vragenlijst is om een reëel beeld te krijgen over hoe het met de communicatie tussen huisartsen en verzekeringsartsen in jullie huisartsenpraktijk loopt. Daarnaast wil ik inventariseren welke ervaring u heeft met herstelgedrag, de compliance van de behandeling en de re-integratie in arbeid van uw patiënten. U hoeft geen naam te noemen.
1) Graag de volgende vragen beantwoorden over het onderwerp: de communicatie tussen huisartsen en verzekeringsartsen.

1.1) Hoe vaak krijgt u brieven van een verzekeringsarts om medische informatie op te vragen?

  • Een brief per maand.
  • Twee brieven per maand.
  • Drie brieven per maand.
  • Vier brieven per maand.
  • Meer dan vier brieven per maand.

1.2) Hoe ervaart u de vragen in de brief?

  • Er zijn te veel vragen
  • Er zijn te veel open vragen
  • Er zijn te veel specifieke/gesloten vragen
  • Iets anders, met name: _____________________________________________________________________________

1.3) Hoe vaak krijgt u telefonische gesprek met een verzekeringsarts over uw patiënten.

  • Een keer per dag
  • Een keer per week
  • Een keer per maand
  • Een keer in de half jaar
  • Een keer per jaar
  • Bijna nooit
  • Nooit gekregen
1.4) Hoe heeft u het telefonisch contact met een verzekeringsarts ervaren? (Deze vraag wordt alleen beantwoord als u minimaal één telefonisch contact met een verzekeringsarts heeft gehad)
2) Wat is uw advies om de communicatie tussen huisartsen en verzekeringsartsen te verbeteren?

3) Denkt u dat een zorgportaal tussen huisartsen en verzekeringsartsen een oplossing kan zijn voor een snelle schriftelijke communicatie (in plaats van brieven een elektronisch systeem dat veilig is te gebruiken). En graag: waarom denkt u dat?

  • Ja, omdat: ____________________________________________________________________________________
  • Nee, omdat: ____________________________________________________________________________________
4) Graag de volgende vragen beantwoorden over het onderwerp: herstelgedrag, compliance van de behandeling en re-integratie van de patiënten in de arbeid,
4.1)Hoe gaat u als huisarts om met slecht herstelgedrag van een patiënt?
_____________________________________________________________________________________________________
4.2)Hoe gaat u als huisarts om met het probleem van een slechte behandeling, compliance van een behandelingsadvies?
_____________________________________________________________________________________________________

5) Volgt u de re-integratie in arbeid van uw patiënten ?

  • Ja
  • Nee.
Omdat:____________________________________________________________________________________________________

6) Als u de re-integratie van uw patiënt in arbeid volgt, doet u dat samen met een verzekerings- of bedrijfsarts?

  • Ja
  • Nee,
Omdat:____________________________________________________________________________________________________
7) Welke factoren hebben invloed op de re-integratie in arbeid van uw patiënten na een periode van ziekte?
__________________________________________________________________________________________________________

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.