Home Doorwerken in coronatijd

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Doorwerken in coronatijd

Avatar
André Weel
Medio maart 2020 lijkt de wereld tot stilstand te komen. Draait zij in de eerste helft van maart nog gewoon door, de donkere coronawolken pakken zich samen en de berichten uit Italië worden steeds verontrustender. Op zondag 15 maart grijpt de overheid in met drastische maatregelen. Restaurants dicht. Scholen dicht. Iedereen die dat maar even kan moet thuis werken.
© Nuthawut Somsuk / Getty Images / iStock

Daar zit je dan. Hoe zal het verder gaan? Wat kun je thuis doen? Onzekerheid te over. Het gewone werk waar je als bedrijfs- of verzekeringsarts mee bezig bent lijkt een futiliteit in het licht van het snel oplopende aantal coronadoden. Elke dag rond 14:00 uur weer die pikzwarte cijfers van het RIVM. Onze beroepsgroepen beschermen zichzelf door consulten telefonisch af te doen. Maar kun je telefonisch wel een gedegen oordeel vellen over iemands arbeidsgeschiktheid? Die vraag blijft voorlopig onbeantwoord.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-020-0754-7/MediaObjects/12498_2020_754_Fig1_HTML.jpg
André Weel is bedrijfsarts en epidemioloog, werkzaam voor IKA Ned in Hilversum

Intussen gaat er ook een andere curve stijgen: die van het ziekteverzuim. ArboNed en HumanCapitalCare ontvangen in de week van 16 maart 80 procent meer verzuimmeldingen dan gewoonlijk. ‘Historisch hoog’, wordt er geroepen. Paniek bij het MKB. Gelukkig weten ArboNed en HCC van wanten. Zij wijzen werkgevers en werknemers op de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid van de overheid. En zie, er komt weer een piek, maar nu in het aantal herstelmeldingen, melden de arbodiensten op 6 april in een persbericht. Ze kloppen zich daarbij ferm op de borst, alsof ze de crisis hebben bezworen. Niets is minder waar. In de tweede helft van maart stijgen de aantallen coronagerelateerde ziekenhuisopnamen en sterfgevallen onophoudelijk verder. Daardoor worden de zorgen over beschikbare IC-bedden ineens heel dringend. Pas rond 10 april is er sprake van afvlakking van de curves voor sterfte en ziekenhuisopnamen. Tegelijk daalt in de eerste helft van april het dagelijkse aantal ziekmeldingen geleidelijk naar het normale niveau. Eén op de vijf ziekmeldingen zou nog wel ‘coronagerelateerd’ zijn. Hoe is dat allemaal met elkaar te rijmen? En dan, bij al deze tegenstrijdige data, de gewetensvraag: doet het werk van bedrijfs- en verzekeringsartsen er bij deze pandemie eigenlijk nog wel toe?

Bij uitblijven van exacte cijfers van de arbodiensten en UWV probeer ik een voorlopige analyse te maken. Ongetwijfeld zullen er na verloop van tijd wel wetenschappelijke artikelen met veel tabellen en grafieken in de vakliteratuur verschijnen waaruit blijkt hoezeer ik nu misschien de plank missla. Maar ik waag het er toch op.

De verzuimpiek in de week van 16 maart zie ik als een werknemersreflex. Een schrikreactie. Het is ineens menens. Angst voor je baan en angst om je gezondheid. Als je niet naar je werk kunt omdat je bedrijf stilvalt zie je al snel je loon opdrogen. Ziekmelding geeft in elk geval loondoorbetaling, daar heb je recht op. Dus dat doe je meteen, als in een reflex.

Tegelijk ben je bang dat je op je werk besmet raakt. Dat je door je werk ziek wordt. Zeker als je niet in de luxepositie zit dat je jouw werk thuis kan doen. Dan moet je wel van huis.

Contacten met collega’s, klanten of publiek zijn niet te vermijden. Niet op je werk. Maar ook niet op straat, in de trein of de bus. Dus meld je je ‘preventief’ ziek.

Na een paar dagen pas je je aan aan de nieuwe realiteit. De reflexfase is voorbij en de bezinning komt terug. De overheid tast diep in de beurs met noodmaatregelen die opvallend snel worden gerealiseerd. Je bedrijf is voorlopig gered. In de werksituatie worden maatregelen genomen om het besmettingsrisico te verkleinen. Afstand houden, handen wassen, werkplekken afschermen, zelfs mondmaskers dragen. Het lijkt verantwoord om weer aan de slag te gaan.

De golf van herstelmeldingen wordt evenwel aangeblazen door een nieuwe angst. Op lange termijn zullen veel bedrijven ondanks de steun toch in de problemen komen. Kijk, er gaan nu al bedrijven failliet. Stel dat jouw baas moet reorganiseren, dan wil jij niet de laan worden uitgestuurd. Door ‘gewoon’ door te werken vergroot je je kans op baanbehoud. Dat was vóór deze pandemie ook al zo. Ook toen zagen we al bij dreigende reorganisaties of economische recessies dat het ziekteverzuim afnam.

Dus dat die verzuimpiek maar van korte duur was valt goed te verklaren. Hebben coronamorbiditeit en -mortaliteit dan helemaal geen invloed meer op het ziekteverzuim? Ik denk dat die invloed niet zo groot is. De coronaziekenhuispopulatie bestaat voor een groot deel uit gepensioneerden. Dat is een andere populatie dan die van de werkenden.

Dat neemt niet weg dat ook veel mensen in de werkzame leeftijd indirect last hebben van de pandemie. Vanwege zorgen om zieke familieleden. Vanwege kinderen thuis en mantelzorg. Vanwege zorgen om de eigen gezondheid: zeker als je al een aandoening hebt. Wat is in jouw situatie nu verstandig, preventief thuisblijven of doorwerken? En als je doorwerkt, wat is dan de beste bescherming tegen besmetting? Als je in de zorg werkt komen daar nog prangende vragen bij. Hoe moet je daar omspringen met die soms lange werkdagen, en de aanhoudende zware fysieke en mentale belasting? Precies dáár ligt het pakkie-an van ons bedrijfsartsen. Werknemers in de zorg mogen van hun bedrijfsarts goede, aandachtige en deskundige ondersteuning verwachten. Een consequent testbeleid maakt daar deel van uit. Bedrijfsartsen en GGD’en leren nu hierin samen te werken. Daar hebben zorgmedewerkers meer aan dan aan al die goedbedoelde maar volstrekt vrijblijvende liefdesverklaringen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.