Home Een verzekeringsarts gaat over de grens

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Een verzekeringsarts gaat over de grens

Avatar
Bas Sorgdrager
Een verzekeringsarts handelt in deze tuchtzaak als een bedrijfsarts, maar weet geen adequate bedrijfsgeneeskundige zorg te bieden. Hij adviseert over het nemen van ontslag; dat gaat te ver. Bovendien is het onduidelijk of hij zijn werk heeft gedaan onder supervisie. Hij krijgt een berisping.
De feiten
Verweerder in deze zaak is in het BIG-register opgenomen als verzekeringsarts. Hij werkt samen met een andere verzekeringsarts en een bedrijfsarts in een maatschap. Hij doet naast verzekeringsgeneeskundig werk ook bedrijfsgeneeskundige activiteiten.
In het kader van die laatste taak zag hij klager in verband met dreigend langdurig verzuim. Klager was ruim een maand arbeidsongeschikt gemeld vanwege een combinatie van fysieke klachten en spanningsklachten. Op dat moment was er ook sprake van pijnklachten aan de rechterenkel. Klager werd hiervoor behandeld. In eerste instantie verergerden de klachten maar op het moment van het spreekuur was er geen pijn. Er was een doorverwijzing naar de reumatoloog. Vanwege de toenemende spanningsklachten die in negatieve zin werden beïnvloed door de ziekte van klagers partner, vond er een verwijzing plaats naar een psycholoog. Verweerder concludeerde dat er geen re-integratiemogelijkheden waren en maakte een vervolgafspraak. Verweerder volgde klager tijdens diverse contacten waarbij er nog steeds sprake was van arbeidsongeschiktheid. Hij noteerde in zijn verslag onder meer: Tijdens de voorgaande spreekuurcontacten is gebleken dat de mogelijkheden in negatieve zin worden beïnvloed doordat tijdens de arbeidsongeschiktheidsperiode een conflictueuze situatie met de werkgever is ontstaan.
Verweerder was van oordeel dat er sprake was van verstoorde verhoudingen en beoordeelde de arbeidsongeschiktheid vanaf dat moment als volledig situatief. Verweerder adviseerde vanwege de negatieve invloed van het conflict op de ervaren klachten en beperkingen zowel werkgever als werknemer dringend om hierover in gesprek te gaan. Klager wilde graag bedenktijd alvorens dit gesprek aan te gaan.
Een maand later heeft bij verweerder thuis een gesprek tussen verweerder, de werkgever en klager plaatsgevonden, waarbij klager werd bijgestaan door zijn advocaat. Verweerder heeft aangedrongen op beëindiging van de arbeidsrelatie omdat het voortzetten ervan van negatieve invloed zou zijn op het welbevinden van klager en daarmee niet in zijn belang was. Verweerder heeft in een verslag zes weken later genoteerd dat de klachten en beperkingen op dat moment verder waren afgenomen en dat er gelet op de toenmalige onderzoeksbevindingen geen medische redenen waren om de arbeidsongeschiktheid te continueren. Hij sloot daarmee de bedrijfsgeneeskundige begeleiding af. Klager heeft zich vervolgens beter gemeld bij zijn werkgever en heeft een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsrelatie getekend.
Drie weken later meldde klager zich ziek vanwege acute hartklachten. Verweerder kwam weer in beeld en noteerde dat deze klachten anders waren dan de eerdere klachten en dat er op dat moment geen re-integratiemogelijkheden waren. Klager heeft (vergeefs) een procedure voor de kantonrechter gevoerd om de vaststellingsovereenkomst wegens dwaling te laten vernietigen.
Een aantal maanden later heeft een andere bedrijfsarts aan de raadsman van klager geschreven dat na de melding dat klager arbeidsgeschikt was, is gebleken dat klager ernstig ziek is. Deze bedrijfsarts stelt dat er onbedoeld een verkeerde diagnose is gesteld en dat klager al ver voor de hersteld datum ernstig ziek was en met de huidige kennis niet arbeidsgeschikt zou zijn gemeld. Verweerder heeft in reactie daarop kenbaar gemaakt dat hij het standpunt van zijn collega niet deelt.

De klacht

1.

Verweerder heeft zich ten onrechte uitgegeven als bedrijfsarts. Hij staat in het BIG-register ingeschreven als verzekeringsarts. De wet schrijft voor dat de begeleiding moet worden geboden door een geregistreerd bedrijfsarts.
2.

Verweerder is tekort geschoten in de begeleiding van klager. Hij heeft klager ondanks diens fysieke klachten nooit lichamelijk onderzocht en heeft evenmin medische gegevens van de behandelend sector opgevraagd. Hij is enkel op basis van gesprekken met klager tot een diagnose gekomen die niet juist bleek te zijn.
3.

Verweerder heeft erop aangedrongen om de arbeidsrelatie te beëindigen, hierin is hij onzorgvuldig geweest en te ver gegaan.
4.

Verweerder heeft in de civiele procedure die klager tegen zijn voormalig werkgever heeft gevoerd, geprobeerd zijn straatje schoon te vegen door een verklaring af te leggen tegenover de advocaat van de werkgever. Dit heeft ertoe geleid dat klager de procedure om de vaststellingsovereenkomst te vernietigen heeft verloren.
5.

Verweerder is onduidelijk geweest over zijn rol. Hij heeft zich niet alleen uitgegeven als bedrijfsarts maar is ook als mediator opgetreden. Hij heeft zich daarbij onvoldoende rekenschap gegeven van de kwetsbare situatie waarin klager zich bevond.

Het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege

Rolverwarring (klacht 1 en 5): Verweerder heeft bij zijn verrichtingen een grens overschreden door deze in volledige zelfstandigheid uit te voeren. Dat hij onder eindverantwoordelijkheid en supervisie van de in de maatschap aanwezige bedrijfsarts opereerde, is niet gebleken. Ter zitting heeft verweerder daarover desgevraagd verklaard dat er wel sprake was van enig collegiaal overleg, maar daadwerkelijk en inhoudelijk adequaat toezicht of een duidelijke taakverdeling was er kennelijk niet. Dit is niet alleen de verantwoordelijkheid van de organisatie, maar ook van verweerder zelf, nu hij immers in persoon gehouden is om ook in dit opzicht zijn professionele standaard te bewaken en te waarborgen. Daarmee is het eerste klachtonderdeel terecht opgeworpen.
Verweerder heeft de grenzen van zijn rol onvoldoende bewaakt. Zijn stelling dat hij slechts als gespreksleider is opgetreden, staat haaks op zijn erkenning dat hij op beëindiging van de arbeidsrelatie aandrong. Verweerders verklaring hiervoor (kort samengevat: met deze werkgever was niks te beginnen) neemt niet weg dat verweerder hier een positie koos waarin zijn hoedanigheid niet meer helder was. Aldus heeft verweerder de grenzen van zijn taak als (arbo)arts te zeer opgerekt. Ook het feit dat verweerder geen verslag van het gesprek opmaakte, terwijl het in het kader van klagers verzuimbegeleiding een belangrijke gebeurtenis was, draagt aan die rolverwarring bij.

Ten slotte maakt ook het feit dat het gesprek bij verweerder thuis plaatsvond dat zijn rol minder professioneel was dan in de gegeven omstandigheden – waar getuige de aanwezigheid van klagers advocaat onmiskenbaar de fase van juridisch onderhandelen was aangebroken – wenselijk was.

Klacht 2: Het verwijt dat verweerder op klagers later gebleken cardiale aandoening bedacht moest zijn en deze dus ten onrechte heeft gemist, slaagt niet. Ten aanzien van zijn psychische gesteldheid heeft klager echter een punt. Hoewel een (bedrijfs)arts in beginsel niet verplicht is om behandelaars te raadplegen kan dat onder omstandigheden anders zijn. Dat er in dit geval sprake was van een arbeidsconflict dat zijn weerslag op klagers gezondheid had, is evident. De conclusie dat klagers arbeidsongeschiktheid volledig situatief was, is echter zeer vergaand, hier had verweerder gelet op de gepresenteerde klachten en het feit dat klager onder behandeling was van een psycholoog niet zonder meer toe mogen concluderen. Het gegeven dat van klagers werkgever bekend was dat deze kwetsbare medewerkers op een conflictueuze manier tegemoet treedt, ontslaat verweerder niet van de verplichting om de individuele casus goed te onderzoeken. In dit geval had het opvragen van informatie bij klagers huisarts en zijn psycholoog in de rede gelegen.
Klacht 3: Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat er sprake was van een arbeidsconflict dat zijn weerslag had op klagers gezondheid. Tussen partijen staat bovendien niet ter discussie dat de werkgever geen enkele ruimte gaf voor herstel van de relatie. Onder die omstandigheden is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder de mogelijkheid van het beëindigen van die relatie uit medisch oogpunt bespreekbaar heeft gemaakt. In de klacht ligt besloten dat verweerder klager door die optie op te werpen in zijn rechten heeft beperkt doordat dit hem zijn baan heeft gekost. Het college zal klager daarin niet volgen. In de eerste plaats sloot de optie aan bij klagers bestaande eigen wens. Deze klacht slaagt dus niet bij het Regionaal Tuchtcollege. Klacht 4 slaagt evenmin.

Het oordeel van het Centraal Tuchtcollege

Het Centraal Tuchtcollege overweegt het verslag ten tijde van de hersteld melding van klager. Daarin staat: Cliënt is arbeidsongeschikt vanwege medische klachten waardoor hij beperkingen heeft in zijn functioneren. Bij het voorgaand spreekuurcontact bleek, dat de klachten en beperkingen geleidelijk verminderen. Uit het huidig spreekuurcontact blijkt dat de klachten en beperkingen verder zijn afgenomen. Gelet op de huidige onderzoeksbevindingen zijn er op dit moment geen medische redenen meer om de arbeidsongeschiktheidssituatie te continueren. Ter terechtzitting in beroep heeft de verzekeringsarts desgevraagd verklaard dat hij klager, anders dan uit het verslag Begeleiding ziekteverzuim lijkt te volgen, op (of kort voor) dat moment niet heeft gezien, laat staan onderzocht. De verzekeringsarts stelt dat zijn aanname dat de klachten en beperkingen toen verder waren afgenomen, gebaseerd was op het feit dat die klachten en beperkingen tijdens de voorgaande contacten steeds verder afnamen. Dit verklaart naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege onvoldoende hetgeen door de verzekeringsarts in het verslag begeleiding ziekteverzuim genoteerd is. In elk geval had de verzekeringsarts onderzoek moeten verrichten, alvorens te kunnen concluderen dat de klachten en beperkingen zodanig waren afgenomen, dat er geen medische redenen meer waren om de arbeidsongeschiktheidssituatie te continueren. Omdat lichamelijke klachten eerder mede aanleiding waren voor de arbeidsongeschiktheid, had daarbij ook nadrukkelijk aandacht aan die klachten geschonken moeten worden en was een lichamelijk onderzoek op zijn plaats geweest, mede omdat dit eerder tijdens de verzuimperiode nog niet was verricht. Het beroep van klager slaagt op dit punt. Het derde klachtonderdeel, waarmee klager de verzekeringsarts verwijt dat hij te ver is gegaan door klager te adviseren de arbeidsrelatie te beëindigen, heeft klager, terecht, aangevoerd dat zulks in strijd zou zijn met de STECR Werkwijzer arbeidsconflicten. Deze werkwijzer bepaalt, onder 3.2 De positie van de bedrijfsarts: Uit den boze zijn adviezen die gaan in de richting van een in de ogen van de bedrijfsarts wenselijk einde van de arbeidsovereenkomst. Partijen zijn echter verdeeld over het antwoord op de vraag in hoeverre de verzekeringsarts klager geadviseerd heeft zijn arbeidsrelatie te heroverwegen. Waar de verzekeringsarts ter terechtzitting in beroep heeft verklaard dat hij op dit punt een zekere terughoudendheid heeft betracht, wijzen de bevindingen bij het Regionaal Tuchtcollege echter op een steviger rol. Bij deze stand van zaken houdt het Centraal Tuchtcollege het ervoor dat de verzekeringsarts op z’n minst genomen in strijd met de hiervoor aangehaalde bepaling van de STECR-Werkwijzer een advies heeft gegeven dat in de richting ging van een in zijn ogen wenselijk einde van de arbeidsovereenkomst. In zoverre slaagt het beroep van klager.
Samengevat heeft verweerder onvoldoende duidelijk kunnen maken dat hij bedrijfsgeneeskundige taken verrichtte onder supervisie van een geregistreerd bedrijfsarts. Hij is onzorgvuldig geweest in het vaststellen van de belastbaarheid zonder deugdelijk onderzoek. Bovendien is verweerder als mediator opgetreden en daarmee zijn rol als arts in een conflictsituatie te ver opgerekt.
Zie voor het volledige verslag van deze zaak: ECLI:NL:TGZCTG:2020:91. Wilt u reageren? Stuur een e-mail naar TBVredactie@bsl.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.