Home Ervaringen van psychiaters bij het verrichten van expertises

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Ervaringen van psychiaters bij het verrichten van expertises

Avatar
Lisette de Veld
Avatar
Roel Bekkering
Er worden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) regelmatig psychiatrische expertises aangevraagd door verzekeringsartsen bij arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen in het kader van de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en de Ziektewet.
Meestal wordt een expertise aangevraagd als er onduidelijkheid is over de aard en ernst van de medische problematiek of de beperkingen in arbeid als gevolg van de medische problematiek of voor behandeladvies.
Een psychiatrische expertise wordt meestal per brief aangevraagd. In deze brief staat een samenvatting van de medische problematiek, de reden van de expertise-aanvraag, relevante informatie van de behandelaar en meerdere concrete vragen aan de expert. Er vindt tot nu toe weinig tot geen enkele feedback plaats van de expert/psychiater naar de aanvragend verzekeringsarts van UWV over de procedure en de aangeleverde informatie in de aanvraagbrief. Hierdoor is onbekend hoe de experts de wijze van aanvragen en de logistiek van de expertise ervaren. Ook is nu niet duidelijk welke informatie de expert nodig heeft van de aanvrager voor zijn onderzoek en welke informatie de expert eventueel als onnodig of storend ervaart.
In een online zoekopdracht in het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde en het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde konden geen eerdere artikelen worden gevonden over dit onderwerp. Er zijn binnen het UWV geen concrete richtlijnen voor het aanvragen van een psychiatrische expertise. In het rapportagesysteem Medirap is wel een brievensjabloon opgenomen, maar deze geeft geen handvatten over de medische informatie die in de brief opgenomen moet worden.
In de richtlijn Beheer gegevens vallend onder het medisch beroepsgeheim van de verzekeringsarts uit 20101 staat dat de verzekeringsarts zijn vraagstelling aan de ingeschakelde deskundige mag documenteren met de noodzakelijke gegevens ten behoeve van een goed begrip van de vraagstelling en de kwaliteit van het uit te brengen advies. De verzekeringsarts zal kort zijn bevindingen schetsen en kan daartoe ook zijn medische onderzoeksverslag of delen daarvan overleggen.
Verder is er een achtergronddocument beschikbaar2, hierin staat beschreven dat de vraagstelling aan de expert zo gericht mogelijk moet zijn. De verzekeringsarts licht de context van zijn vraagstelling toe en vermeldt relevante eigen onderzoeksbevindingen. De verzekeringsarts bespreekt met de cliënt de indicatie voor dit onderzoek, de resultaten daarvan en de betekenis voor de beoordeling van het functioneren met de cliënt.
Voor de psychiaters die expertises verrichten is er een richtlijn beschikbaar van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage.3 Deze beschrijft alleen voorschriften voor het verrichten van een expertiseonderzoek. Er worden nadrukkelijk geen grenzen gesteld aan de vraagstellingen door aanvragers in deze richtlijn.

Methoden:

Design: Het betreft een kwalitatief onderzoek waarbij gebruikt werd gemaakt van semigestructureerde interviews met behulp van een topiclijst (zie tabel 1).

Tabel 1 Topiclijst die gebruikt werd als leidraad voor de semigestructureerde interviews.
Algemene vragen:
– Hoe lang bent u geregistreerd als psychiater?
– Hoe lang doet u al expertises voor UWV?
– Hoe vaak doet u de laatste tijd expertises voor UWV?
– Zijn de expertises veranderd in loop van uw carrière?
Inhoudelijke beginvraag:
– Kunt u me iets vertellen over uw ervaringen met het verrichten van psychiatrische expertises voor het UWV?
Topics om over door te vragen:
– aanvraag
– logistiek
– aanvraagbrief, inhoud (welke informatie is nodig, welke is storend)
– overige opmerkingen
– zijn er verbeterpunten
– opslag van medische gegevens van de cliënten

Participanten: Middels een gerichte steekproef werd contact opgenomen met 6 psychiaters waarvan bekend is dat zij zeer veel ervaring hebben met het verrichten van expertises. 4 van hen waren bereid om mee te werken. Het bleek lastig om andere deelnemers te vinden, waardoor later een psychiater van het ministerie van Defensie werd gevraagd om deel te nemen. Het was uiteindelijk een convenience sample. Voor kenmerken van de deelnemers zie tabel 2.

Tabel 2 Kenmerken van de geïnterviewde psychiaters:
Psychiater
Werkzaam bij:
Aantal expertises
A
Defensie en behandelcentrum.
Circa 2 per week
B
Landelijk bureau voor onder andere psychiatrische expertises
Circa 3 per week (150/jaar)
C
Zelfstandig behandelcentrum voor ambulante psychiatrie
1 per 14 dagen voor UWV. Doet verder expertises voor particuliere verzekeraars
D
Gepensioneerd, voorheen psychiater in ziekenhuis
Maximaal 3 per week
E
Forensische psychiatrie en volwassenenpsychiatrie
70-80 per jaar

Procedure:

Datacollectie: Datacollectie vond plaats in de periode juni tot en met oktober 2017 middels eenmalige semigestructureerde face-to-face-interviews. Daarbij werd gebruik gemaakt van open vragen die zijn weergegeven in een topiclijst (zie tabel 1). De interviews werden verricht door de eerste auteur, destijds verzekeringsarts in opleiding, en op een digitale memorecorder opgenomen.
Data-analyse: Eerst werden de interviews woord voor woord uitgeschreven, met uitzondering van casuïstiek die soms ter illustratie werd besproken door de deelnemers. Deze transcripties werden ter goedkeuring en eventuele correctie voorgelegd aan de deelnemers. Enkele deelnemers stuurden correcties toe die met name taalkundig van aard waren.

Hierna werden door de eerste auteur relevante tekstfragmenten geselecteerd en in een Microsoft Excel 2010 datasheet gecodeerd op thema. De tekstfragmenten konden op één of meer thema’s gecodeerd worden, omdat de tekstfragmenten vaak van toepassing waren op meerdere thema’s. Voor een overzicht van de thema’s (zie tabel 3). Vervolgens werden de tekstfragmenten van de thema’s verder geanalyseerd via direct analyse of via subcodering.

Tabel 3 Thema’s waarop de passages gecodeerd zijn:
Thema 1
Algemene ervaring met samenwerking UWV
Thema 2
De vraagstelling
Thema 3
De logistiek bij de psychiater
Thema 4
Algemene ervaring aanvraagbrief
Thema 5
Noodzakelijke informatie in aanvraagbrief
Thema 6
Storende informatie in aanvraagbrief
Thema 7
Eventuele beïnvloeding expert door te veel informatie van aanvrager
Thema 8
Overige zaken die goed gaan
Thema 9
Overige zaken die verbeterd kunnen worden
Thema 10
Overige opmerkingen
De indeling in antwoordcategorieën is niet gecontroleerd door een tweede onderzoeker.
Bij de analyse bleek dat er bij thema 10 Overige opmerkingen geen nieuwe inzichten naar voren kwamen, daarom zal dit thema niet verder besproken worden in de resultaten.

Resultaten:

Thema 1: Algemene ervaring met samenwerking UWV

De deelnemers ervaren een goede samenwerking met de aanvragende UWV-kantoren. Overleg met de aanvragers wordt als zeer nuttig gezien. Zo wordt soms overlegd over het soort expertise dat aangevraagd moet worden, soms vraagt de verzekeringsarts verdere toelichting over bepaalde aspecten van de expertise.
De psychiaters ervaren weinig inzicht in de werkwijze van de verzekeringsarts, ze weten niet wanneer verzekeringsartsen besluiten een expertise te verrichten, ook weten de psychiaters niet of de verzekeringsarts tevreden is.
Een deel van de deelnemers heeft de indruk dat de expertises in de loop van de jaren niet veranderd zijn. Een deel heeft het idee dat de expertises steeds complexer worden, eenvoudige problematiek wordt weinig meer gezien en er is vaker sprake van een verschil van visie tussen de behandelaar en de verzekeringsarts.
Meerdere deelnemers ervaren dat ze steeds kritischer zijn geworden op de plausibiliteit van de door cliënt genoemde klachten in hun beoordeling in de loop van de jaren. De manier van kijken bij een expertise is anders dan vanuit een behandelperspectief. Verder zijn meerdere psychiaters voornemens om meer met symptoomvalidatie te gaan werken, andere deelnemers doen dit al.

Thema 2: De vraagstelling

De psychiaters zien vaak standaard vraagstellingen. Meerdere deelnemers zouden graag het specifieke knelpunt, de echte reden van expertise ook duidelijk omschreven willen hebben.
Soms worden vragen gesteld die men in een expertise niet mag beantwoorden, die buiten hun deskundigheidsgebied ligt. “Standaardvragen mogen best, maar daarnaast wil ik weten: wat zit de aanvrager nou dwars? Een goede vraag vind ik: hoe denkt u over mijn idee dat… Die indrukken hoor ik graag, want jullie zien die mensen toch iets meer dan ik, zeker als zij al een uitkeringsgeschiedenis hebben.”
De aanvraagbrief heeft over het algemeen een keurige toonzetting. Soms worden er onderzoeken gevraagd waar men de faciliteiten niet voor heeft. Soms ontbreekt de vraagstelling, de expertise kan hierdoor niet plaatsvinden omdat de expert niet zelf vragen mag bedenken in zijn rapport. Er moet dan contact opgenomen worden met de aanvrager om de aanvraag compleet te maken. “Er zijn soms weleens vraagstellingen die ik niet kan onderzoeken. Bijvoorbeeld als er gevraagd wordt om intelligentieonderzoek of dementieonderzoek. Dat onderzoek hebben wij niet in huis. Dus dan adviseer ik om elders het onderzoek te laten verrichten. Dat komt nu bijna niet meer voor, in het verleden wel.”
“Wat een probleem is, is dat het tuchtrecht zegt dat wij binnen ons eigen terrein moeten blijven. En er zijn verzekeringsartsen die zeggen: vindt u dat cliënt in staat is om werkzaamheden te verrichten met weinig stress? Dat is lastig, want dan legt de verzekeringsarts eigenlijk het oordeel bij ons neer, terwijl ik daar tuchtrechtelijk helemaal geen uitspraak over mag doen. Want dat is nou jullie deskundigheid.”

Thema 3: De logistiek bij de expertise psychiater

De psychiaters die expertises verrichten voor UWV bekijken vaak de aanvraag voordat de cliënt opgeroepen wordt voor een spreekuur. Het gaat hierbij om de gegevens met betrekking tot de declaratie en de medische gegevens. Er wordt gekeken of de aanvraag volledig is, zo nodig wordt ontbrekende informatie opgevraagd, meestal door een secretaresse. Meestal kan men de cliënt goed bereiken om een afspraak te maken. Een van de deelnemers werkt ook met een beveiligd digitaal aanvraagformulier. De anderen werken met aanvragen via de post.
De expertisespreekuren vinden plaats in de spreekkamer die de psychiater ook gebruikt als behandelaar, sommige experts huren ruimtes in kantoorpanden zodat cliënt niet ver hoeft te reizen.
Sommige psychiaters sturen de cliënten voor het spreekuur informatie op over het expertiseonderzoek in algemene zin.
Sommige deelnemers bespreken de conclusie van de expertise met cliënt. Anderen sturen het rapport toe, waar cliënten dan nog op kunnen reageren (verschoningsrecht).
Meerdere psychiaters maken gebruik van malingeringtesten, een van de deelnemers is voornemens om hier ook mee te beginnen. Meerdere deelnemers werken samen met psychologen voor bijvoorbeeld onderzoek naar persoonlijkheidsproblematiek.
Sommigen maken gebruik van vragenlijsten die cliënten voor het spreekuur moeten invullen. Anderen nemen altijd een heteroanamnese af of doen huisbezoeken.

Thema 4: Algemene ervaringen met de aanvraagbrief

Een van de deelnemers werkt met een standaard vraagstelling en krijgt over het algemeen informatie over de voorgeschiedenis, informatie van de GGZ-behandelaars en het eerste verhaal dat cliënt verteld heeft bij de verzekeringsarts. Een andere deelnemer heeft de ervaring dat er steeds meer informatie wordt meegestuurd met de aanvraag. Soms wordt een zeer summiere omschrijving gegeven en daarna gelijk de vraagstelling.
Soms ontbreekt er een bijlage waar naar verwezen wordt in de aanvraagbrief en soms blijkt dat er informatie ontbreekt over de behandeling of het UWV heeft al informatie van een behandelaar en dit staat niet benoemd in de aanvraagbrief waardoor de psychiater het onnodig opnieuw opvraagt.
“Dat is wisselend. Laatst was er een aanvraag waarin werd verwezen naar een bijlage die ontbrak. Dat kan weleens voorkomen of dat er informatie onvolledig is, dat er meer móet zijn dan is aangegeven. Dat cliënten bijvoorbeeld zeggen: ‘ik loop al een jaar bij de GGZ’, en dat dat niet was vermeld in de aanvraagbrief.
Onprofessionele toonzettingen of opmerkingen worden zelden gezien. De aanvragers benoemen adequaat als er sprake is van een taalbarrière bij cliënt.

Thema 5: Noodzakelijke informatie in aanvraagbrief

De gegevens die noodzakelijk zijn voor de administratieve behandeling van de expertise wordt veel genoemd. Zoals contactgegevens van de aanvrager, contactgegevens van de cliënt en de kostenplaats.
“Nou als het gaat om het ontvangen van een aanvraag, dan begint het eigenlijk altijd met de controle of de gegevens van de aanvrager er goed op staan en de kostenplaats. Want die hebben wij nodig voor de declaratie. En natuurlijk de contactgegevens van de cliënt, wij krijgen niet zelden alleen maar een achternaam en geen gegevens van e-mail of telefoonnummer. Dan kunnen we de cliënt niet bereiken. Het is nog weleens zo dat we dan UWV weer moeten benaderen hierover. En daar zit dan zo maar weer een week vertraging in, omdat het dan een week duurt voordat de aanvullende informatie terug komt.
Het is voor de deelnemers vaak lastig om te omschrijven welke informatie zij willen hebben van de aanvragend verzekeringsarts, omdat zij niet goed weten welke informatie de aanvrager heeft. De meeste respondenten zeggen: hoe meer, hoe beter.
Verder wordt een duidelijke omschrijving van de reden van de expertise als zeer belangrijk geacht, het knelpunt. Ook of de expertise meer wordt verricht bij twijfel over de plausibiliteit, stagnatie in het herstel bij de eigen behandelaar of puur voor behandeladvies.
“Maar hoe meer informatie. Het gaat er vooral om dat je aangeeft wat je graag van ons wilt weten. Dat is belangrijk.” Informatie van de bedrijfsarts uit het re-integratieverslag zou soms zinvol kunnen zijn om te benoemen, maar dit hangt sterk af van de casus.
Als er al informatie bekend is over de levensloop, zoals immigratie en beloop van opleidingen, is dit volgens de deelnemers vaak nuttig om ook te benoemen. Verder is het van belang dat duidelijk is welke informatie van GGZ-behandelaars de aanvrager al heeft. Dat deze informatie meegestuurd wordt met de aanvraag, of duidelijk benoemd wordt van welke behandelaar er al informatie is.

Voor een overzicht zie tabel 4 en 5. Uit efficiëntieoverwegingen is gekozen om in tabel 4 alleen de items te noemen die 3 of meer deelnemers hebben genoemd.

Tabel 4 De door 3 of meer deelnemers genoemde noodzakelijke medische informatie in de aanvraagbrief.
Psychiaters
A
B
C
D
E
Psychiatrische voorgeschiedenis
X
X
X
X
X
Gehele somatische voorgeschiedenis
X
X
X
X
Visie en overwegingen verzekeringsarts / reden van twijfel
X
X
X
X
Recente informatie behandelaar GGZ
X
X
X
X
Alle aanwezige informatie GGZ behandelaars
X
X
X
“hoe meer hoe beter” (medische gegevens)
X
X
X
X
Behandelvoorgeschiedenis GGZ (psychiater of psycholoog) / huidige behandeling
X
X
X
X
Alle aanwezige informatie van behandelaars (somatisch/ psychiatrisch; ook van lang geleden) / eerdere expertiseverslagen
X
X
X
Achtergrondinformatie over cliënt die bij verzekeringsarts reeds bekend is (Biografische informatie / stressfactoren in de privésfeer / opleiding/ immigratie/ familieanamnese / context)
X
X
X
X
X
Tabel 5 De door de deelnemers genoemde noodzakelijke administratieve informatie in de aanvraagbrief.
Psychiaters
A
B
C
D
E
Gegevens aanvrager (naam, contactgegevens, telefoonnummer, emailadres VA)
X
X
X
Contactgegevens secretariaat betreffende UWV afdeling
X
Kostenplaatsnummer
X
X
Contactgegevens cliënt (naam, adres, emailadres, telefoonnummer)
X
X

Thema 6: Storende informatie in aanvraagbrief

De deelnemers noemen geen informatie die storend is. “Er schiet me zo niet iets te binnen waarvan ik zeg dat zou storend zijn. Ook al zou die storend zijn, dan kan dat toch belangrijke informatie zijn. Als er informatie mee komt waarvan je denkt wat moet ik daar nou mee?, dan is dat ook weer interessant. Waarom is die informatie dan meegestuurd?”

Thema 7: Eventuele beïnvloeding expert door te veel informatie van aanvrager

Alle psychiaters die expertises verrichten voor UWV (4 van de 5 geïnterviewden) geven aan dat er geen vrees hoeft te zijn voor beïnvloeding door het teveel opschrijven in de aanvraagbrief. “Nee, want ik ben eigenlijk redelijk selectief, want ik lees in dat opzicht eigenlijk jullie aangeleverde informatie niet echt.”
“Wij zijn gewoon onafhankelijk en objectief. Dus we nemen die informatie tot ons en dan gaan we het onderzoek in. En dat doen we dan helemaal onbevangen. Dus je vraagt alles uit en dan af en toe pak je wat dingetjes eruit, en vraag je: hoe zit het daarmee?”
“Kijk, als je expertises doet, vind ik dat je de competentie moet hebben om de informatie in te schatten. Dus je moet je bewust zijn dat de informatie die je krijgt behandelinformatie is. En als behandelaar ben je toch geneigd om een diagnose te stellen, die soms meer een waarschijnlijkheidsdiagnose is dan een harde diagnose. Dus je moet weten dat dat relatief is, je moet dat op waarde kunnen schatten. En je moet ook de indrukken van de verzekeringsarts of de collega psychiater op waarde kunnen schatten. Ik denk dat het schadelijker is om het niet ter kennis te nemen dan om dat wel te doen. Als je daardoor teveel beïnvloed wordt, dan ben je niet voldoende competent om expertises te doen.”

Thema 8: Overige zaken die goed gaan

Wat gewaardeerd wordt is als de aanvragend verzekeringsarts bereid is om te overleggen.
De samenwerking wordt als goed ervaren. “In mijn ervaring zijn de verzekeringsartsen altijd bereid om te overleggen. Ik vind dat een belangrijk punt om regelmatig even telefonisch te overleggen met de verwijzer. En vaak vinden ze dat leuk, omdat dat niet vaak gebeurt. Het is wel leuk om even te sparren over een onderzoek. En vaak overleggen ze ook om te vragen: is dit het type onderzoek dat ik moet aanvragen?”.”

Thema 9: Overige zaken die verbeterd kunnen worden

De deelnemers noemen zaken van administratieve aard, de medisch inhoudelijke compleetheid van de aanvraag, ontbrekende bijlages en twijfel aan de volledigheid en correctheid van de voorlichting van cliënten door de aanvragend verzekeringsarts.

Voor een overzicht zie tabel 6.

Tabel 6 Genoemde verbeterpunten door de deelnemers.
Onvoldoende rekening gehouden met subspecialisatie van psychiater en de aanwezige faciliteiten
Informatie die UWV aan cliënten geeft
– Het wisselt sterk in hoeverre cliënten begrijpen wat ze bij de expertise psychiater komen doen. Een informatiefolder zou zinvol kunnen zijn in verschillende talen.
– Soms wordt gezegd dat de partner de hele tijd bij het gesprek mag zijn, volgens de richtlijn moet de beoordelaar cliënt alleen zien.
Contactgegevens cliënt
– Regelmatig krijgt de expert alleen een achternaam van een cliënt, geen contactgegevens. Men heeft behoefte aan adresgegevens, emailadres en telefoonnummer.
Ontbrekende contactgegevens van de aanvrager
– De deelnemers verzoeken om een direct telefoonnummer van de aanvrager of het secretariaat te noemen, of emailadres van aanvragend arts. Voor overleg en voor eventueel opvragen van ontbrekende stukken.
Vraagstelling
– Soms ontbreekt een vraagstelling. Juridisch gezien mag een expert niet zelf vragen bedenken.
– Te veel standaardvragen.
– Niet goed beschreven waar het probleem ligt in de vraagstelling.
– Vraagstelling die de expert niet mag beantwoorden, met name indien gevraagd wordt naar geschiktheid voor bepaald type werk.
Ontbrekende stukken
– De expert moet altijd kennis genomen hebben van informatie van de huidige behandelaar, het scheelt tijd als die informatie er al is of reeds is opgevraagd.
– Bijlagen waarnaar verwezen wordt in de aanvraagbrief ontbreekt soms.
– Onvoldoende duidelijk welke informatie reeds aanwezig is.
Feedback verzekeringsarts en expertise psychiater
– Men zou graag meer feedback willen hebben van de verzekeringsarts over de expertises, voor evaluatie (sterke punten en verbeterpunten). Per email of in persoonlijk contact.

Discussie

Belangrijkste resultaten: Het belangrijkste resultaat is dat de deelnemers tevreden zijn met de samenwerking, echter er is nog wel verbetering mogelijk.
Interpretatie van bevindingen: Er is verbetering mogelijk door betere afstemming en feedback. De aanvrager weet niet precies welke informatie de expert nodig heeft, waardoor noodzakelijke informatie soms niet aangeleverd wordt. De expert weet niet welke informatie de aanvrager reeds heeft, hoe het expertiserapport geïnterpreteerd wordt en of de aanvrager hierin nog verbeterpunten ziet. Verder blijkt dat cliënten regelmatig niet goed weten wat een psychiatrische expertise precies is en welk doel het heeft.
Sterke punten, beperkingen en aanbevelingen voor verder onderzoek: Een sterk punt van dit onderzoek is dat gesproken is met psychiaters die zeer ruime ervaring hebben in het verrichten van expertiseonderzoeken voor UWV en die deze ook verrichten voor meerdere kantoren, zodat zij ervaringen hebben met een groot aantal aanvragend verzekeringsartsen. Verder is een sterk punt dat de deelnemers verschillende subspecialisaties hebben, zoals algemene volwassenenpsychiatrie, forensische psychiatrie, verslavingszorg en militaire GGZ. Verder hebben de deelnemers de mogelijkheid gehad om de interviews na te lezen en zo nodig een en ander aan te vullen of te corrigeren.
Een zwak punt is het feit dat dit een kleine en specifieke steekproef betreft. Zo waren er alleen mannelijke en zeer ervaren expertise psychiaters geïnterviewd, mogelijk hadden minder ervaren psychiaters andere ervaringen ingebracht. Er leek wel sprake van een grote mate van dataverzadiging. Een ander zwak punt is dat de indeling van de interviewtranscripties in thema’s niet is gecontroleerd door een tweede onderzoeker.
Verder zijn de uitspraken van de psychiaters niet gewogen met de juridische context, het is mogelijk dat hun voorkeur voor veel informatie door juridische kaders niet mogelijk is. Wellicht moet de aanvragend verzekeringsarts hiervoor eerst toestemming vragen aan de cliënt.
Het zou goed zijn om in de toekomst een verdere inventarisatie te doen naar de informatie die aanwezig moet zijn in de aanvraagbrief bij een grotere groep psychiaters. Mogelijk zou dit uiteindelijk kunnen leiden tot een concrete handreiking voor de praktijk.
What are the experiences of psychiatrists who carry out legal expert analysis (expert opinions) for medical occupational disablity benefit procedures in The Netherlands?

Summary:

Goal: To assess the experiences of psychiatrist who carry out expert opinions commissioned by social insurance physicans working for the Dutch Employee Insurance Agency (UWV) to provide their expert opinion on clients who apply for medical occupational disability benefits.
Methods: Qualitative research, using 5 semi-structured interviews.
Results: The participants generally find the cooperation with UWV insurance physicians good.
The applicant needs to be mindful of the subspecialism of the psychiatrist and the facilities that he/she has available in terms of security and additional psychological tests.
In the request letter most participants want broad information on the clients, the more, the better.
The requesting physician needn’t fear of influencing the expert by giving too much information.
There’s room for improvement in the administrative part and in the information that’s relayed to the client by the requesting doctor before the assessment takes place.
Furthermore the experts would be grateful to receive feedback from the doctor who requested them to do the expert opinion.
Conclusion: The participants find the cooperation with UWV insurance physicians good, there is however room for improvement.

Belangenconflict / financiële ondersteuning:

Er zijn geen belangenconflicten en er is geen sprake van financiële ondersteuning.

Conclusie:

De deelnemers ervaren over het algemeen een goede samenwerking.
Er worden meerdere verbeterpunten genoemd.

Aanbevelingen voor de praktijk van verzekeringsartsen

  • Inventariseer voor een expertise aangevraagd wordt welke problematiek de expert kan beoordelen en welke informatie hij noodzakelijk acht.
  • Zorg dat de contactgegevens van de cliënt en de aanvrager adequaat genoemd zijn in de aanvraagbrief.
  • Benoem duidelijk waar het knelpunt of dilemma ligt.
  • Geef adequate uitleg aan cliënt over de expertise en de rol van de expert. Een informatiefolder zou handig kunnen zijn.
  • Benoem in de aanvraagbrief in ieder geval welke informatie reeds aanwezig is van behandelaars.
  • Geef feedback aan de expert.

Referenties:

1.

Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Ingeschakelde deskundige (ten behoeve van expertise). In: Beheer gegevens vallend onder het medisch geroepsgeheim van de verzekeringsarts. Maart 2010. Hoofdstuk V, 17.1. Beschikbaar via: https://www.nvvg.nl/files/40/01_Richtlijn_Beheer_gegevens_vallend_onder_het_medisch_beroepsgeheim_van_de_verzekeringsarts_2010.pdf Geraadpleegd op 10-10-2016.

2.

Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV). Onderzoek door derden. In: Onderzoeksmethoden standaard. 2000. Hoofdstuk 3.2.5. Beschikbaar via: https://www.nvvg.nl/files/40/08_Onderzoeksmethoden_Lisv.pdf Geraadpleegd op 10-10-2016

3.

Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage (NVMSR). Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage in Bestuurs- en Civielrechtelijk Verband. April 2016. Beschikbaar via: https://www.nvmsr.nl/wp-content/uploads/2015/02/Richtlijn-NVMSR-april-2016-pdf.pdf Geraadpleegd op 10-10-2016

4.

Baarda B, Bakker E. Basisboek Kwalitatief Onderzoek. Derde druk. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers; 2013. p. 297.

Samenvatting:

Doel: Onderzoeken wat de ervaringen zijn van psychiaters die expertises verrichten voor UWV
Methoden: Kwalitatief onderzoek, middels 5 semigestructureerde interviews.
Resultaten:
  • De deelnemers ervaren over het algemeen een goede samenwerking.
  • De aanvragend verzekeringsarts moet alert zijn op het subspecialisme van de psychiater en de aanwezige faciliteiten qua beveiliging en aanvullende diagnostiek.
  • In de aanvraagbrief willen de meeste geïnterviewde psychiaters brede informatie over een cliënt: hoe meer, hoe beter.
  • De aanvrager hoeft niet te vrezen voor beïnvloeding van de expert door het geven van te veel informatie.
  • Er zijn verbeteringen mogelijk op administratief gebied en in de informatievoorziening aan de cliënt. Verder hebben de experts behoefte aan meer feedback van de aanvrager.
Conclusie: De deelnemers ervaren een goede samenwerking met verzekeringsartsen van het UWV, er is nog wel ruimte voor verbetering.
Keywords: UWV, expert opinion, psychiatric expert opinion, medical occupational disability benefits, workability

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.