Home Focus op arbeidsrevalidatie

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Focus op arbeidsrevalidatie

Avatar
Rulanda van Kruysbergen
Het Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde besteedt een themanummer aan arbeidsparticipatie in de revalidatiegeneeskunde. Dit nummer bevat een aantal artikelen met steeds een deelaspect van de arbeidsrevalidatie.

Het eerste artikel besteedt aandacht aan de Arbeidsgerichte Medische Zorg (AGMZ) waarbij wordt aangegeven dat binnen de curatieve sectoren vooral revalidatiegeneeskunde aandacht heeft voor participatie. De KNMG heeft in 2017 in het visiedocument Zorg die werkt gesteld dat er meer aandacht voor arbeid nodig is in de huisartsgeneeskunde en de specialistische zorgverlening. In het artikel wordt ook uitgelegd hoe de Wet verbetering poortwachten werkt en wat de financiële en sociale gevolgen zijn van arbeidsongeschiktheid. Revalidatie-instellingen besteden niet allemaal structureel aandacht aan arbeidsparticipatie terwijl nut en noodzaak daarvan voor de hand liggen.

Andere artikelen besteden aandacht aan de rol van de jobcoach en de re-integratiecoördinator. In de casus van de jobcoach wordt de vinger op een zere plek gelegd: het advies van de behandelende sector is stoppen met werken. Dat is niet de wens van de medewerker en met hulp van de jobcoach wordt beter inzichtelijk wat de praktische belemmeringen zijn en mogelijke oplossingen op de werkplek. De re-integratiecoördinator heeft een belangrijke brugfunctie tussen behandelaar, werkgever en werknemer. Het fundamentele gebrek aan kennis bij de medische specialisten van de gevolgen die een willekeurig ziektebeeld op het dagelijks functioneren kunnen hebben is hierin erg duidelijk.
Een artikel beschrijft de bevindingen van een systematische review naar effectiviteit en kenmerken van interventies om de arbeidsparticipatie te verbeteren bij mensen met een chronische aandoening, waarbij rugklachten werden uitgesloten. De interventies waren zeer divers in aanbod van professionals, uitkomstmaten en duur. Het was niet mogelijk de effectiviteit van specifieke componenten te beoordelen. De belangrijkste conclusie lijkt te zijn dat gerichte aandacht voor arbeid bijdraagt aan een grotere arbeidsparticipatie, onafhankelijk van het ziektebeeld. Specifiek wordt nog ingezoomd op drie onderzoeken naar kortdurende interventies met positieve resultaten uit 2006, 2008 en 2013 om dit te ondersteunen.
Vervolgens wordt in een ander artikel uitgelegd hoe je arbeidsparticipatie in de revalidatie kunt meten. Het begrip arbeidsverzuim wordt uitgelegd en het onderscheid tussen absenteïsme en presentisme. De set vragen die hierover in dit artikel worden gesteld zijn zeker ook bruikbaar in de begeleiding en re-integratie van medewerkers als aanvulling op de WAS en WAI die meer bekend zijn. Omdat het een kleine set vragen is kunnen de gegevens snel worden verzameld en gebruikt worden om werkhervatting te volgen.
Het artikel van Frederieke Schaafsma is het meest belangwekkend omdat ze de verbinding legt tussen AGMZ en arbocuratieve samenwerking. De kloof tussen behandelaars en bedrijfs- en verzekeringsartsen is nog te groot. De communicatie verloopt te vaak via de werknemer. Zorgverleners nemen geen contact op met bedrijfsartsen omdat ze niet goed weten wat hun functie is en de angst bestaat dat deze niet onafhankelijk is. Bij behandelaars heeft de factor arbeid nog te weinig aandacht. Haar pleidooi voor laagdrempelig overleg zou iedere behandelaar moeten horen.
De overlap tussen arbeidsrevalidatie en bedrijfsgezondheidszorg is groot maar vanuit een ander perspectief: samenwerking lijkt voor de hand liggend, maar is nog niet vanzelfsprekend. Door gezamenlijk gebruik te gaan maken van het ICF-model zal dit makkelijker worden. Ze benoemt eveneens de rol van de klinisch arbeidsgeneeskundige die zowel hulpverleners als bedrijfsartsen kan adviseren.
Conclusie: het is mooi dat er aandacht wordt besteed aan het belang van arbeid in de revalidatie. Het is spijtig om vast te stellen dat het kennelijk nog niet een vanzelfsprekend is. Zelfs niet in de revalidatiegeneeskunde, die het dichtst tegen de arbeidsgezondheidszorg aanschuurt, laat staan bij andere specialismen. Om tot goede AGMZ te komen is nog veel werk te verzetten.
Een pdf van deze editie van het tijdschrift kan opgevraagd worden bij het VRA-bureau, e-mail NTR@revalidatiegeneeskunde.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.