Home 'Je gaat het pas zien als je het doorhebt'

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’

Met ruim een jaar vertraging kon prof. dr. Evelien Brouwers 28 mei eindelijk haar inaugurele rede 'Psychische gezondheid en duurzame inzetbaarheid in arbeid: je gaat het pas zien als je het doorhebt' uitspreken.
Ze deed dat in haar nieuwe rol als bijzonder hoogleraar aan Tilburg University. Een verslag van haar oratie, die werd uitgesteld vanwege de corona- pandemie. Aansluitend een interview in het kader van haar aanvaarding van het hoogleraarschap. Brouwers volgde 1 oktober 2019 hoogleraar Jac van der Klink op. Haar leerstoel is verbonden aan de Academische Werkplaats Arbeid en Gezondheid van Tranzo binnen Tilburg University en wordt mede mogelijk gemaakt door een samenwerkingsverband tussen Transvorm, Ascender, de NSPOH en HumanTotalCare.

Impact psychische aandoeningen

In haar rede legde Brouwers allereerst de nadruk op de impact van psychische aandoeningen in relatie tot arbeid en duurzame inzetbaarheid. Mensen met psychische gezondheidsklachten zijn namelijk vaker arbeidsongeschikt of werkloos en hebben vaker een uitkering. Ook is er regelmatig sprake van langdurig arbeidsverzuim. Wanneer men volgens Brouwers de denkwijze vanuit het biomedische model volgt, is het logisch dat zorgprofessionals ervanuit gaan dat arbeidsverzuim veroorzaakt wordt door ziekte. In de afgelopen jaren is er echter steeds meer bewijs gekomen dat duurzame inzetbaarheid niet alleen primair afhankelijk is van ziekte of gebrek, maar dat juist andere factoren hier een belangrijke rol in spelen. Het ‘zwart-witdenken’ volgens het biomedische model lijkt volgens Brouwers eerder te leiden tot stigmatisering en uitsluiting in arbeidsparticipatie (‘te ziek om te werken’).

Nieuwe denkrichting

Daarom pleit Brouwers in haar rede voor het aangaan van een nieuwe denkrichting waarbij het welzijn van de werknemer centraal staat, namelijk de ‘capability-benadering’. De kern van deze aanpak draait om: (1) het welzijn van de werknemer, waarbij het belangrijk is om in vrijheid autonome keuzes te kunnen maken; (2) de werknemer moet zichzelf kunnen zijn om het werk goed te kunnen doen; en (3) de werknemer moet het idee hebben om waardevol te kunnen zijn in het werk. Deze benadering vormt een praktische tool om de individuele werknemer een spiegel voor te kunnen houden en zo bij te dragen aan duurzame inzetbaarheid.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-021-1410-6/MediaObjects/12498_2021_1410_Fig1_HTML.jpg
Evelien Brouwers sprak eind mei haar inaugurele rede uit.

Zwart-witdenken en stigmatisering verkleinen kansen op arbeidsmarkt

Brouwers benadrukt dat de attitude van re-integratiebegeleiders, behandelaren, maar ook van dierbaren/vrienden bepalend is voor arbeidsparticipatie en dat die niet enkel voortkomt uit herstel van ziekte. Het eerder genoemde zwart-witdenken en de stigmatisering verkleinen namelijk de kansen op de arbeidsmarkt voor personen met psychische gezondheidsklachten. Sollicitanten met psychische problemen worden immers niet snel aangenomen, ook al zijn zij langere tijd hersteld.
Bij mensen met psychische klachten bestaat vaak de angst om het stempel ‘zwak’ te krijgen. Dit kan weer resulteren in toename van gezondheidsproblemen, het ontstaan van zelfstigma en een laag zelfbeeld waardoor men uitvalt in werk, niet solliciteert en uiteindelijk werkloos wordt. Volgens Brouwers wordt dit verklaard door het ‘why-try-effect’: men verwacht toch geen eerlijke kans te hebben op het vinden van werk.

Wapenen tegen stigmata

Met haar leerstoel beoogt Brouwers toekomstig onderzoek te richten op ontwikkeling van destigmatiserende interventies én interventies die mensen met psychische gezondheidsklachten wapenen tegen bestaande stigmata. Bewustwording van deze stigmata staat in toekomstig onderzoek van Brouwers centraal. Door meer bewustwording en het opzetten van interventies verwacht zij bij te kunnen dragen aan verbetering van de kwaliteit van leven bij werknemers met psychische gezondheidsklachten én daarmee het vergroten van duurzame inzetbaarheid.
Andere onderzoeksthema’s waar zij zich op gaat richten zijn duurzame inzetbaarheid bij hoogbegaafden, zorgmedewerkers, een keuzehulp voor militairen met psychische gezondheidsklachten, kosteneffectiviteit en analyseren van openheid over psychische problemen op de werkvloer. Als laatste is volgens Brouwers verdiepend onderzoek binnen de capabilitybenadering nodig evenals het ontwikkelen van communicatietools voor onder anderen bedrijfs- en verzekeringsartsen.

Omwenteling

Brouwers besluit haar rede door te benadrukken dat een omwenteling in het zwart-witdenken onderweg is. Bewustwording en destigmatisering zijn belangrijke stappen in dit proces, immers ‘je gaat het pas zien als je het doorhebt’. Aldus het citaat van Johan Cruijff.

In gesprek met hoogleraar Evelien Brouwers

Je sprak een mooie rede uit, waarin je ook met veel passie over je onderzoek vertelt. Wat passioneert jou zo in duurzame inzetbaarheid in relatie tot psychische problematiek?
‘Psychische problematiek kan overweldigend zijn omdat het leidt tot een gevoel van controleverlies. Uit onderzoek weten we dat werken goed is voor mensen, juist voor mensen met psychische problematiek. Dat juist deze mensen het vaak moeilijk wordt gemaakt om te werken, bijvoorbeeld door stigma of discriminatie, maakt dat ik daar iets aan wil doen. Oplossingen voor deze problemen zijn niet alleen goed voor die mensen, maar ook goed voor de maatschappij. Daar wil ik door middel van de wetenschap aan bijdragen. Dat is waardevol voor mij.’
Bedrijfs- en verzekeringsartsen betrekken bij hun begeleiding en beoordeling veelal ook persoonlijke en externe factoren. Toch is jouw stelling dat arbeidsongeschiktheid nogal eens wordt bepaald door professionals die volgens het biomedisch model werken. Hoe zit dat?
‘Verzuim en arbeidsongeschiktheid worden nogal eens toegeschreven aan psychische klachten, maar dat is lang niet altijd de hoofdoorzaak. We vroegen bijvoorbeeld in een groot kwalitatief onderzoek aan uitvallers met psychische klachten wat volgens henzelf de hoofdoorzaken waren. Zij zeiden vaak: werkdruk of een conflict op het werk, maar niet door de psychische klachten. Die zagen zij juist als gevolg. Daarom is de formulering dat uitval komt door psychische klachten een voorbeeld van ons biomedisch denken.
‘Psychische problematiek kan overweldigend zijn door het gevoel van controleverlies’
De oplossing is dan ook niet dat je de klachten behandelt, maar vooral de problemen die ten grondslag liggen aan de arbeidsuitval, en dat je die psychosociale factoren serieus neemt. Veel meer met de individuele werkende bespreken wat belastend is en vooral wat hij of zij belangrijk en waardevol vindt en nodig heeft om goed te functioneren. We leggen de verantwoordelijkheid nog te vaak bij de persoon en hebben te weinig oog voor wat we als werkomgeving of maatschappij kunnen doen. Communicatie speelt daarbij ook vaak een rol. We vonden bij een onderzoek onder leidinggevenden dat 40 procent niet wist hoe zij mensen met een psychische aandoening zouden kunnen helpen en 20 procent gaf zelfs aan niet te weten hoe met deze mensen om te gaan. Handelingsverlegenheid speelt dus een belangrijke rol onder leidinggevenden. Maar er moet ook aan de werknemerskant wat gebeuren. We moeten nagaan hoe we mensen kunnen versterken, zorgen dat ze zelfverzekerd blijven en zich wapenen tegen stigma.’
Centraal in je onderzoek staat de capability-benadering. Hoe sluit deze aan bij de dagelijkse praktijk van bedrijfs- en verzekeringsartsen?
‘De capability-vragenlijst maakt al deel uit van de richtlijn Psychische problemen van de NVAB1. We onderzoeken nog hoe je die in de praktijk het beste kunt gebruiken, maar de lijst is een goed praktisch hulpmiddel om het gesprek over waarden te voeren. Door het met mensen over die waarden te hebben voer je een andere discussie, buiten het biomedische model. Het gaat om drie eenvoudige vragen die je helpen om met iemand in gesprek te komen over wat echt belangrijk voor hem of haar is. Meer inzicht in wat de werkende waardevol vindt maakt dat je doelgerichter kunt handelen, waardoor de kans op arbeidsherstel toeneemt.’
‘Inzicht in wat de werkende waardevol vindt, vergroot de kans op arbeidsherstel’
Een thema waar je de laatste jaren veel aandacht aan hebt besteed is stigma en de daaruit voortvloeiende discriminatie. Hoe zou je destigmatiserende interventies vormgeven en kunnen implementeren in de bedrijfs- en verzekeringsgeneeskundige praktijk? Wat is daarvoor nodig?
‘We zijn de enige onderzoeksgroep op dit gebied, voor zover mij bekend. We staan nog aan het begin, terwijl het probleem zo groot is: driekwart van de mensen is open over zijn klachten, terwijl leidinggevenden hen daarom niet (terug) willen hebben. Mensen moeten dus goed nadenken over hun dilemma: aan wie vertel ik over mijn gezondheidsprobleem en op welk moment? Bedrijfs- en verzekeringsartsen kunnen helpen bij dit keuzeproces door hen te stimuleren goed na te denken wat zij willen hierin2. Dat is de ene kant. Aan de andere kant kunnen bedrijfsartsen de werkomgeving opzoeken en die helpen opvoeden – zij kunnen dus aan beide kanten invloed uitoefenen.’
Als je de capability-benadering als het ware ‘projecteert’ op wat er met mensen tijdens de coronacrisis is gebeurd, wat kun je daar dan over zeggen?
‘Corona heeft voor mensen verschillende betekenissen gehad. Voor sommigen heeft het ook voordeel gehad. Bedenk wat er voor jou fijn was aan het werken tijdens de crisis en hoe je dat kunt voortzetten; inzicht hierin is belangrijk voor welzijn en duurzame inzetbaarheid. Corona kan je bewuster hebben gemaakt van wat voor jou belangrijk is en wat voor jou goed voelt.’
Heb je nog praktische adviezen voor de bedrijfs- en verzekeringsartsen om bij te dragen aan duurzame inzetbaarheid van mensen met psychische gezondheidsklachten?
‘Kijk meer naar wat mensen belangrijk vinden in plaats van alleen naar ziekte. Naar wie ze willen zijn en wat ze willen doen. Laat mensen meedenken in wat er nodig is. En denk zelf mee over hun communicatie. Niet alleen bedrijfs- en verzekeringsartsen moeten zich hiervan bewust zijn, maar dit moet ook meer gaan leven onder behandelaars.’
Heb je nog een boodschap voor de lezers van
TBV?
‘Ik heb er goede hoop op en ook vertrouwen in dat bedrijfs- en verzekeringsartsen een belangrijke rol kunnen spelen in wat er op dit gebied moet gebeuren – nog meer dan wat zij nu al doen.’

Verwijzingen en bronnen

1.

Richtlijn Psychische problemen; NVAB 2019; hulpmiddel 3 blz. 41-45; nvab-online.nl/richtlijnen/richtlijnen NVAB/richtlijn-psychische-problemen

2.

De tool CORAL 2.0, doorontwikkeld door Tranzo, kan hierbij behulpzaam zijn: samensterkzonderstigma.nl/coral20/

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.