Home Taakdelegatie in het veranderende werklandschap van de bedrijfsarts

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Taakdelegatie in het veranderende werklandschap van de bedrijfsarts

Avatar
Boyd Thijssens
Taakdelegatie is een hot topic in arboland. Waar de afgelopen periode diverse instituten en verenigingen met wettelijke en praktische kaders richting hebben gegeven aan arbodiensten en professionals, zal het voor velen nog een worsteling zijn hoe de implementatie precies vorm te geven of reeds bestaande vastgeroeste werkwijzen aan te passen binnen deze kaders.

Inleiding

Vanuit een niet tè bemoeizuchtige, maar wel nieuwsgierige en consumerende rol als AIOS riep dit proces de afgelopen periode wel vragen bij mij op. Zo rijst de vraag of het stug doorvoeren van een werkwijze met taakdelegatie door arbodiensten niet botst met de autonomie van de bedrijfsarts. En de vraag of de benoemde voordelen van taakdelegatie niet een verbloeming vormen van een vooral economisch gedreven verandering. Een ander aspect dat ik wil aanstippen is waarom de wellicht logische weerstand van sommige collega’s mogelijk botst op moreel vlak met het arts-zijn in het licht van de CanMeds-competenties. Een terugkerend element blijft de frictie tussen het delegeren van taken en het behouden van verantwoordelijkheden. Waar die verantwoordelijkheden precies liggen voor de AIOS en hoe dat vastgelegd moet worden, is hierbij een extra uitdaging. Mogelijk is taakdelegatie dan ook een opmaat naar taakherschikking, waarbij naast de taken ook de verantwoordelijkheden doorgeschoven kunnen worden.

Autonomie van de bedrijfsarts

Veel managers en beleidsmakers, maar ook collega-bedrijfsartsen zijn inmiddels wel overtuigd van de noodzaak om bepaalde taken van de bedrijfsarts op de een of andere manier uit te besteden. Hiervoor wordt een argumentencocktail geserveerd met daarin als ingrediënten onder andere de krapte op de arbeidsmarkt, toename van chronisch zieken (en mensen die langer doorwerken) en de bedrijfsarts die dankzij de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet het in ieder geval op papier alleen maar drukker heeft gekregen. Daar is weinig tegenin te brengen, maar toch rijmt dat niet helemaal met het beginsel dat het aan de bedrijfsarts zelf te bepalen is óf hij taken wil delegeren, welke taken dat dan zijn en aan wie hij dat doet. Er zou dus ook vooral een persoonlijk motief moeten zijn. Er lijkt dan ook een hele groep collega’s te bestaan die moeite blijft houden met het delegeren van artsentaken aan niet-medisch geschoolde casemanagers, terwijl zij zelf de verantwoordelijkheid hierover houden. Dat zou dan hun goed recht moeten zijn, maar kan ook ingewikkeld worden als zij in loondienst werken. Er zou dan belangenverstrengeling op kunnen treden met hun werkgever (arbodienst), die door de vele openstaande vacatures juist taakdelegatie aan zou kunnen grijpen als (lucratieve) oplossing om haar klanten te kunnen blijven bedienen of meer klanten te werven en dus gebaat is bij bedrijfsartsen die hierin mee willen gaan. Dit brengt het risico met zich mee dat binnen deze arbodiensten een soort vaste werkwijze – gechargeerd: keurslijf – ontstaat waaraan de bedrijfsarts gevraagd wordt zich te conformeren. Dat is praktisch gezien natuurlijk een meer werkbare oplossing, maar wellicht niet geheel conform het eigenlijke gedachtengoed dat de autonome rol van de bedrijfsarts omvat.

Win-win voor eenieder of economisch gedreven?

Voor de groep twijfelende bedrijfsartsen treden er partijen op als marktkoopman om taakdelegatie te verkopen door vooral ook alle voordelen van taakdelegatie voor de bedrijfsarts te benoemen. Zo wordt in de door het ministerie van SZW uitgegeven Werkwijzer taakdelegatie aangedragen dat er kansen ontstaan voor meer tijd voor complexe problematiek (in tegenstelling tot meer routinematige problematiek) en meer tijd en aandacht voor preventieve taken.1 Toch lijken het bestaande capaciteitsprobleem en de daaraan gekoppelde economische uitdagingen de belangrijkste drijfveren voor de stroomversnelling waar het werklandschap zich nu in bevindt. De vraag rijst hoeveel er dan terecht gaat komen van die kansen vooraleer het capaciteitsprobleem opgelost is. Daarbij komt dat waar veel collega’s zich ongetwijfeld graag meer zouden willen bezighouden met preventieve taken, er ook collega’s zijn die juist niet een spreekuur wensen dat overvol is met enkel complexe problematiek.

CanMeds-competenties als moreel gedachtegoed

Of zouden de twijfelende artsen juist nog eens bij zichzelf te rade moeten gaan wat maatschappijbreed de beste keuze is? Binnen de welbekende CanMeds-competenties valt ook het bevorderen van de gezondheid van de gemeenschap als geheel. In hoeverre dragen oplopende wachttijden voor een (eerste) consult met de bedrijfsarts daaraan bij? En in hoeverre zou de individuele bedrijfsarts zich hiervoor verantwoordelijk voelen en verantwoordelijk moeten voelen? Indien taakdelegatie als mogelijkheid geboden wordt binnen de eigen werkomgeving, is dat ondanks alle praktische en denkbare andere bezwaren wellicht dan toch moreel gezien de op dit moment best beschikbare optie om maatschappijbreed de meeste gezondheidswinst (en schadelastreductie) te behalen.

Taakdelegatie is niet nieuw, de heisa wel

Taakdelegatie komt niet bepaald uit de lucht vallen en er zijn genoeg collega’s die er al jaren naar alle tevredenheid mee werken. Waarom is dan juist nu de weerstand zo merkbaar? Mogelijk is een stukje van die weerstand te verklaren uit het feit dat in de afgelopen periode juist de risico’s zo sterk zijn benadrukt. Omdat de arbodiensten hun zaken op orde willen hebben, moeten er gevoelsmatig ‘ineens’ taakdelegatieovereenkomsten getekend worden (terwijl het voorheen zonder deze overeenkomsten vaak al prima werkbaar was) en bij de tuchtrechter kan de bedrijfsarts niet schuilen achter deze zelfde arbodienst. De schoen wringt dan daar waar het delegeren van taken en het behouden van de verantwoordelijkheid bijeen komen.

De opleider en de AIOS, verantwoordelijkheden vanuit praktisch en juridisch perspectief en de vastlegging hiervan

Diezelfde schoen kan nog een maatje kleiner uitvallen voor de AIOS en zijn praktijkopleider (bedrijfsarts). Hoewel bij een goede vertrouwensband tussen deze personen in de praktijk weinig problemen merkbaar zijn, is het ook hier voor de arbodiensten zoeken naar de juiste vastlegging en is het voor eenieder goed te weten wat de toewijzing van verantwoordelijkheden is. De NVAB maakt duidelijk onderscheid met taakdelegatie door de werkrelatie tussen AIOS en opleider als supervisie te bestempelen, echter Van den Nieuwenhof et al betogen in TBV32 van dit jaar dat vanuit een juridisch perspectief buiten de woordkeuze hierin weinig verschil aan te merken is. Immers, bepaalde taken zijn wettelijk enkel opgedragen aan de bedrijfsarts (met titel dus). De basisarts, al dan niet in opleiding, is daarmee in deze context net als een casemanager taakgedelegeerde van de bedrijfsarts. Hierbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat meer ruimte gelaten zou kunnen worden in de uitoefening van taken door rekening te houden met kennis, ervaring en opleidingsniveau. Daarnaast, in tegenstelling tot een leek (bijvoorbeeld casemanager), heeft de gedelegeerde arts wel verantwoordelijkheden op basis van het tuchtrecht. Er ligt dus enige speelruimte voor de basisarts of AIOS, maar waar de eindverantwoordelijkheid ligt voor de voorbehouden handelingen lijkt vrij stellig de bedrijfsarts te zijn.2 Of je het nu supervisie of taakdelegatie noemt, de basisarts en zeker de AIOS zal zich geleidelijk steeds meer taken van de bedrijfsarts eigen moeten (kunnen) maken. Gevoelsmatig kan het plaatsen van verantwoordelijkheden daarmee nog iets ingewikkelder worden. Als AIOS wil je je geleidelijk bekwamen in álle taken van de bedrijfsarts, zo ook het zelf superviseren of delegeren van taken. Stel dat de AIOS taken delegeert aan de casemanager. Dat zou vanuit het juridisch perspectief dan kunnen vallen binnen die extra ruimte die hij als AIOS op basis van zijn opleiding heeft, in de op zijn beurt gedelegeerde positie ten opzichte van de praktijkopleider of van de bedrijfsarts. Als dit taken zijn die wettelijk enkel aan een geregistreerd bedrijfsarts opgedragen zijn, zou de eindverantwoordelijkheid dus formeel nog steeds bij de praktijkopleider van de AIOS liggen. En dat terwijl nou net een kernvoorwaarde voor taakdelegatie is dat de bedrijfsarts moet voorzien in adequaat toezicht. Je zou kunnen beargumenteren dat dat gewaarborgd wordt door de AIOS, doch raakt de eindverantwoordelijke in deze wel erg ver buiten beeld. Daarom zou de meest duidelijke en ook meest logische route zijn als er een moment ontstaat waarop ook de verantwoordelijkheid doorschuift naar de AIOS en dit vastgelegd wordt.

(Nog) niet bevoegd, maar wel bekwaam
Binnen het huidige opleidingscurriculum kunnen door het samenkomen van opdrachten en praktijkbeoordelingen deelcompetenties (zoals bijvoorbeeld verzuimbegeleiding) al tijdens de opleiding afgetekend worden als zijnde op of boven het verwachte niveau van een beginnend (geregistreerd) bedrijfsarts. Is, ondanks het ontbreken van de titel, dat dan het moment waarop de verantwoordelijkheid in het geheel bij de AIOS komt te liggen? Ondanks het ontbreken van de formele bevoegdheid is de bekwaamheid daarmee adequaat getoetst. In de praktijk worden op deze manier al tijdenlang, op goed vertrouwen van de opleiders, door AIOS voorbehouden handelingen verricht. Uiteraard is een onderdeel van deze bekwaamheid ook het inzicht in het niet-kunnen en hulp vragen waar nodig.

Taakdelegatie als opmaat naar taakherschikking

Binnen de bestaande kaders moet iedere professional en arbodienst enigszins zijn eigen weg kiezen en kan deze hierbij afkijken bij de steeds groter wordende groep collega’s die naar tevredenheid met taakdelegatie werkt. In ieder geval komt taakdelegatie wel met een uitgebreide handleiding aan voorwaarden. Naast een investering om zaken goed ingeregeld te krijgen zal er blijvend een tijdsinvestering in overlegmomenten en eventuele willekeurige (dossier)toetsingen moeten zijn. De vraag blijft dan hoeveel tijdswinst we daadwerkelijk weten te halen door middel van deze oplossing en in hoeverre dat het capaciteitsprobleem zal gaan verkleinen of tenietdoen, nog los van de vraag of het capaciteitsprobleem wel de primaire drijfveer voor dit proces zou moeten zijn. Wellicht fungeert deze stap enkel als een wat behapbaardere brok voor het werkveld en valt deze in het grotere geheel te zien als een geleidelijke opmaat voor de introductie van taakherschikking. Wie díe herschikte taken dan volledig uit zou voeren blijft nog even in het midden. Op dit moment zijn BIG-geregistreerde bedrijfsverpleegkundigen (wél medische achtergrond, in tegenstelling tot de gemiddelde casemanager) een nog zeldzamer goed dan bedrijfsartsen. Echter, het daadwerkelijk taken mogen overnemen van de bedrijfsarts zou dat vak allicht interessanter maken voor nieuwe aanwas. Enerzijds zou het mede door kunnen schuiven van de verantwoordelijkheden, naast de taken, voor sommige bedrijfsartsen een opluchting kunnen zijn en daarmee wellicht een draaglijker alternatief. Anderzijds zou taakherschikking opgevat kunnen worden als ondermijning van de positie van de bedrijfsarts en zal een dergelijke nog meer invasieve stap naar verwachting niet zonder slag of stoot gaan.

Slotbeschouwing

Taakherschikking zou meer duidelijkheid kunnen brengen in de worsteling van het delegeren van taken en behouden van verantwoordelijkheden die taakdelegatiemet zich meebrengt. Echter, voorlopig zullen we het nog even met taakdelegatie – hetzij als oplossing, hetzij als opmaat naar taakherschikking – moeten doen. Wellicht komt een groot deel van de frictie bij sommige professionals simpelweg uit het geduwd worden in een bepaalde richting of werkwijze, maar ik denk dat deze zelfde professionals juist zélf het initiatief moeten nemen om zaken goed geregeld te krijgen bij hun werkgever vanuit hun artsenrol in een moreel maatschappijbreed perspectief.

Referenties

1.

Werkwijzer Taakdelegatie. Stuurgroep (NVAB, ZFB, OVAL, KoM), ondersteund door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Februari 2019.
2.

F. van den Nieuwenhof, J. van der Baan, P. Willems. Taakdelegatie door de bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding en re-integratie (2). TBV jaargang 27, nr.3, maart 2019.

Onderwerpen die aan de orde komen:

  • Autonomie van de bedrijfsarts
  • Win-win voor eenieder of economisch gedreven?
  • CanMeds-competenties als moreel gedachtegoed.
  • Taakdelegatie is niet nieuw, de heisa eromheen wel.
  • De opleider en de AIOS, verantwoordelijkheden vanuit praktisch en juridisch perspectief en de vastlegging hiervan.
  • (Nog) niet bevoegd, maar wel bekwaam.
  • Taakdelegatie als opmaat naar taakherschikking.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.