Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Van sentimenten naar samenwerking

Wessel de With
Begin 2018 heb ik de overstap gemaakt vanuit het ziekenhuis naar de bedrijfsgeneeskunde. Ik wilde mijn focus verleggen van ziekte en gezondheid naar de consequenties hiervan. Niet alleen in de zin van klachten en beperkingen, maar ook voor de maatschappelijke positie en financiële slagkracht van een patiënt.
Dit maakt het vak voor mij elke dag weer interessant en uitdagend. Maar van duurzame samenwerking tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen om de patiënten verder te helpen, kan ik niet spreken. Daarom wil ik graag een voorstel doen om het samenspel tussen verzekerings- en bedrijfsartsen aan te wakkeren. Maak van de eerstejaarsevaluatie een schot in de roos.
Helaas heb ik tijdens mijn nog korte carrière binnen de bedrijfsgeneeskunde moeten concluderen dat sentimenten en enge verhalen het vak kunnen beheersen. Veel bedrijfsartsen schieten meteen in een kramp als het UWV wordt genoemd en de meest verschrikkelijke verhalen vliegen je om de oren. Sommige bedrijfsartsen lijken er bijna van overtuigd dat een verzekeringsarts vreugde schept in het feit dat er een slak is gevonden waar nog een beetje zout op kan. Hierdoor ontstaat de onwenselijke situatie dat bedrijfsartsen bovenal defensief worden in hun handelen en niet meer gemotiveerd buiten de lijntjes durven te kleuren uit angst voor een loonsanctie. Dit wordt nog eens extra gevoed door de arbodiensten en door verzekeraars met hun angst voor financiële aansprakelijkheid. Bedrijfsartsen zijn argwanend en onzeker geworden.

Weinig kritische houding

Aan de andere kant lijkt het soms wel alsof verzekeringsartsen de bedrijfsartsen zien als naïeve wezens, die keer op keer de Nederlandse verzorgingsstaat in gevaar brengen met hun weinig kritische houding. Het procesmatig denken is ook niet alleen bij de bedrijfsartsen doorgeschoten.
Verzekeringsartsen praten het liefst nooit met een bedrijfsarts. In het geval van een loonsanctie wordt schoorvoetend de telefoon opgepakt.
Feedback geven om bij een volgend dossier van een 6 een 8 te maken, heeft geen prioriteit binnen het politiek aangestuurde UWV. Het beheersen van wachtlijsten en de instroom in de WIA, zijn voor politici en media immers tastbaarder qua resultaat dan de zorg voor zieke werknemers verbeteren via persoonlijke inzet.

Onbekend maakt onbemind?

Het gezegde ‘onbekend maakt onbemind’ is zeker van toepassing op het contact tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen. Het grote manco van ons huidige systeem is dat er geen kruisbestuiving is tussen de verschillende beroepsgroepen. Overleg tijdens het traject van de Wet verbetering poortwachter (WVP) bestaat buiten het sterk geprotocolleerde deskundigenoordeel eigenlijk niet.
Jerry Spanjer en zijn collega’s hebben een mooie pilot gedaan om de waarde van meer contact tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen te onderzoeken, maar veranderingen in de bestaande werkwijze blijven uit.1
‘Bedrijfsartsen zijn argwanend en onzeker geworden
Verzekeringsartsen kijken pas achteraf naar de inspanningen van de bedrijfsarts, waardoor er geen effectieve feedback wordt gegeven op het moment dat de bedrijfsarts er nog iets mee kan. Daarnaast blijft de zieke werknemer lang in het ongewis over zijn of haar financiële toekomst. Veel mensen zien de onmogelijkheid om terug te keren in het eigen werk als garantie op een WIA-uitkering, terwijl dat in de praktijk niet zo is, zeker als het gaat om een volledige uitkering. Zieke werknemers worden hierdoor, ondanks algemene waarschuwingen van de bedrijfsarts, geconfronteerd met onwelkome verrassingen na twee jaar.

Radicaal ander systeem

Ik pleit daarom voor een radicale verandering van het huidige systeem. Bedrijfsartsen en verzekeringsartsen moeten meer kennis en informatie uitwisselen, feedback moet leiden tot betere keuzes en zieke werknemers moeten eerder in het proces weten wat de mogelijke consequenties zijn na twee jaar ziekte. De eerstejaarsevaluatie is het meest logische moment om te gebruiken voor deze doelen.
De bedrijfsarts stelt in het algemeen ten tijde van de eerstejaarsevaluatie een inzetbaarheidsprofiel op waarmee de arbeidsdeskundige aan de slag gaat. Een samenvatting van de medische situatie en interventies in combinatie met dit inzetbaarheidsprofiel moeten in de werkwijze die mij voor ogen staat ook gedeeld worden met de verzekeringsarts van het UWV.
De verzekeringsarts kan dan op basis van de aangeleverde stukken beoordelen of het medisch beeld en de gestelde beperkingen plausibel zijn en heeft dan ook ruimte om adviezen en feedback te geven aan de bedrijfsarts. Die heeft vervolgens nog een jaar de tijd om aan de slag te gaan met de opmerkingen van de verzekeringsarts.
Daarnaast kunnen een bedrijfsarts en verzekeringsarts ook sparren over het perspectief op een uitkering, zodat de werknemer weet wat de financiële consequenties kunnen zijn als er niets verandert. Voor bedrijfsartsen en zieke werknemers is het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem bij de WIA-beoordeling nu nog te vaak een ondoorgrondelijke tombola.
Dit inzicht kan ook als stimulans fungeren om de mouwen op te stropen voor het tweede ziektejaar. Een andere winst is dat de verzekeringsarts bij de WIA-beoordeling niet meer hoeft te reconstrueren hoe twee jaar begeleiding is gelopen. De focus zal dan meer liggen op de vraag of de adviezen zijn opgepakt en hoe de actuele belastbaarheid is.

Oplossingen

De nieuwe invulling van de eerstejaarsevaluatie biedt oplossingen voor de huidige knelpunten en helpt nieuwe collega’s om zich te richten op de mooie kanten van onze aangrenzende vakgebieden in plaats van het in stand houden van negatieve sentimenten.

Bron

1. Spanjer J, Abma F, Benus K. Onderzoeksopzet van de BAVA-pilot. TBV 2020; 1/2; 64-7.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.