Home Werkhervatting in België: effecten op gezondheid en welzijn

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Werkhervatting in België: effecten op gezondheid en welzijn

Avatar
Chantal Castelein
Het Belgisch Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV, best vergelijkbaar met UWV) telde 31 december 2017 404.657 personen langer dan één jaar arbeidsongeschikt. Dit is ruim 5% van de Belgische bevolking van 15 tot 64 jaar. De uitgaven bedroegen 8,2 miljard euro (tegenover 7,8 miljard euro voor werkloosheid). Om de druk van deze uitgaven op de sociale zekerheid te verminderen streven Belgische beleidsmakers ernaar arbeidsongeschikte personen zoveel als mogelijk te re-integreren op de arbeidsmarkt.
© Anyaberkut / Getty Images / iStock
Er is brede consensus dat zieken en mensen met een beperking, wanneer hun gezondheidstoestand het toelaat, moeten worden aangemoedigd en ondersteund om aan het werk te blijven of om het werk te hervatten. De consensus is voornamelijk gebaseerd op klinische ervaring en expertopinies.1 Er is slechts beperkte wetenschappelijke evidentie van hoge kwaliteit die antwoord geeft op de vraag: Is werk goed voor de gezondheid en het welzijn van voorheen arbeidsongeschikten?1 Wij onderzochten het (positieve of negatieve) effect van werkhervatting op zelf-gerapporteerde gezondheid en welzijn in België.
Het Belgisch Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV, best vergelijkbaar met UWV) telde 31 december 2017 404.657 personen langer dan één jaar arbeidsongeschikt. Dit is ruim 5% van de Belgische bevolking van 15 tot 64 jaar. De uitgaven bedroegen 8,2 miljard euro (tegenover 7,8 miljard euro voor werkloosheid). Om de druk van deze uitgaven op de sociale zekerheid te verminderen streven Belgische beleidsmakers ernaar arbeidsongeschikte personen zoveel als mogelijk te re-integreren op de arbeidsmarkt.
Er is brede consensus dat zieken en mensen met een beperking, wanneer hun gezondheidstoestand het toelaat, moeten worden aangemoedigd en ondersteund om aan het werk te blijven of om het werk te hervatten. De consensus is voornamelijk gebaseerd op klinische ervaring en expertopinies.1 Er is slechts beperkte wetenschappelijke evidentie van hoge kwaliteit die antwoord geeft op de vraag: is werk goed voor de gezondheid en het welzijn van voorheen arbeidsongeschikten?1
Wij onderzochten het (positieve of negatieve) effect van werkhervatting op zelf-gerapporteerde gezondheid en welzijn in België.

Methode

Een prospectief longitudinaal vragenlijstonderzoek werd uitgevoerd van 15 januari 2017 tot 30 mei 2018. Rekrutering gebeurde via huisartsen, reumatologen, een dienst cardiorevalidatie en fysische geneeskunde en de bedrijfsarts van de Nationale Bank van België. Gebruikte vragenlijsten zijn: de RAND-36 die de ervaren gezondheid meet (fysiek, mentaal, sociaal); de daaraan complementaire EQ-5D-5L die mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn-ongemak en angst-depressie beschrijft en een zelf-ontwikkelde niet-gevalideerde vragenlijst naar parameters zoals leeftijd, geslacht, statuut (werknemer of zelfstandige of ambtenaar). Vragenlijsten werden afgenomen wanneer de patiënt toestemde om aan het onderzoek deel te nemen en 3 maanden later.
De studiepopulatie bestond uit 56 patiënten die voldeden aan de inclusiecriteria: mannen en vrouwen in de beroeps-actieve leeftijd (18 tot 65 jaar), arbeidsongeschikt bij de eerste bevraging, die voordien een beroepsactiviteit uitoefenden (loontrekkende, zelfstandige of ambtenaar). 50 van de 56 patienten werden geïncludeerd vanuit een dienst cardiorevalidatie. De respons rate is niet gekend.
Doel: de 3-maanden evolutie in kaart brengen voor de groep ‘werkhervatters’ en de groep ‘niet-werkhervatters’, en het verschil in evolutie tussen beiden.

Resultaten

Eerste bevraging: voor de RAND-36 liggen alle schaalscores lager dan bij een gezonde Nederlandse referentiepopulatie. Op de EQ-5D-5L rapporteert 90.91% (n=50) geen significante functioneringsproblemen.
24 patiënten namen deel aan de tweede bevraging, waarvan 14 het werk hadden hervat.
Na 3 maanden: voor de groep ‘werkhervatters’ (n=14) evolueerden alle schalen van de RAND-36 positief. De evolutie is statistisch significant voor ‘sociaal functioneren’ (p<0.01) en voor ‘rolbeperkingen door emotionele problemen’ (p<0.05). De groep ‘niet-werkhervatters’ toonde geen statistisch significante veranderingen na 3 maanden.
Verschil in evolutie: er was enkel een statistisch significant verschil voor ‘sociaal functioneren’ (p<0.05) van de RAND-36 in het voordeel van de groep ‘werkhervatters’.

Methode

Een prospectief longitudinaal vragenlijstonderzoek werd uitgevoerd van 15 januari 2017 tot 30 mei 2018. Rekrutering gebeurde via huisartsen, reumatologen, een dienst cardiorevalidatie en fysische geneeskunde en de bedrijfsarts van de Nationale Bank van België. Gebruikte vragenlijsten zijn: de RAND-36 die de ervaren gezondheid meet (fysiek, mentaal, sociaal); de daaraan complementaire EQ-5D-5L die mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn-ongemak en angst-depressie beschrijft en een zelfontwikkelde niet-gevalideerde vragenlijst naar parameters zoals leeftijd, geslacht, statuut (werknemer of zelfstandige of ambtenaar). Vragenlijsten werden afgenomen als de patiënt toestemde om aan het onderzoek deel te nemen en drie maanden later opnieuw.
De studiepopulatie bestond uit 56 patiënten die voldeden aan de inclusiecriteria: mannen en vrouwen in de beroepsactieve leeftijd (18 tot 65 jaar), arbeidsongeschikt bij de eerste bevraging, die voordien een beroepsactiviteit uitoefenden (loontrekkende, zelfstandige of ambtenaar). 50 van de 56 patienten werden geïncludeerd vanuit een dienst cardiorevalidatie. De respons rate is niet gekend.
Doel: de 3-maanden evolutie in kaart brengen voor de groep ‘werkhervatters’ en de groep ‘niet-werkhervatters’, en het verschil in evolutie tussen beiden.

Resultaten

Eerste bevraging: voor de RAND-36 liggen alle schaalscores lager dan bij een gezonde Nederlandse referentiepopulatie. Op de EQ-5D-5L rapporteert 90.91% (n=50) geen significante functioneringsproblemen.

24 patiënten namen deel aan de tweede bevraging, waarvan 14 het werk hadden hervat.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-019-0160-1/MediaObjects/12498_2019_160_Fig3_HTML.jpg

Na drie maanden: voor de groep ‘werkhervatters’ (n=14) evolueerden alle schalen van de RAND-36 positief. De evolutie is statistisch significant voor ‘sociaal functioneren’ (p<0.01) en voor ‘rolbeperkingen door emotionele problemen’ (p<0.05). De groep ‘niet-werkhervatters’ toonde geen statistisch significante veranderingen na drie maanden.

Tabel 1 Schaalscores voor RAND-36 (100 puntenschaal) bij eerste en tweede bevraging, bij groep ‘werkhervatters’ en ‘niet-werkhervatters’, de evolutie binnen elke groep met p– waarde en significantieniveau, en het verschil in evolutie tussen beide groepen met p-waarde en significantieniveau (*p<0.05; ** p<0.01)
‘Werkhervatters’ (n=14)
‘Niet-werkhervatters’ (n=10)
Eerste bevraging
Tweede bevraging
Evolutie (2-1)
Eerste bevraging
Tweede bevraging
Evolutie (5-4)
Verschil in evolutie (p-waarde) (3-6)
Fysiek functioneren
62.9
65.4
+ 2.6 (0.63)
51.5
57.0
+ 5.5 (0.35)
– 2.91 (0.71)
Sociaal functioneren
55.4
77.7
+ 22.3 (0.00**)
60.0
57.5
– 2.5 (0.73)
+ 24.82 (0.01*)
Rolbeperkingen fysiek probleem
35.7
58.9
+ 23.2 (0.05)
20.0
35.0
+ 15.0 (0.34)
+ 8.21 (0.66)
Rolbeperkingen emotioneel probleem
45.2
85.7
+ 40.5 (0.04*)
36.7
46.7
+ 10.0 (0.19)
+ 30.48 (0.14)
Mentale gezondheid
62.6
70.6
+ 8.0 (0.06)
60.0
62.0
+ 2.0 (0.69)
+ 6.00 (0.34)
Vitaliteit
51.8
63.2
+ 11.4 (0.07)
43.5
47.0
+ 3.5 (0.39)
+ 7.93 (0.27)
Pijn
59.6
71.4
+ 11.8 (0.11)
60.8
54.5
– 5.2 (0.43)
+ 17.02 (0.08)
Algemene gezondheidsbeleving
48.6
49.6
+ 1.0 (0.78)
44.5
39.0
– 5.5 (0.36)
+ 6.57 (0.35)
Gezondheidsverandering
42.9
58.9
+ 16.0 (0.11)
37.5
47.5
+ 10.0 (0.44)
+ 6.07 (0.70)
Verschil in evolutie: er was enkel een statistisch significant verschil voor ‘sociaal functioneren’ (p<0.05) van de RAND-36 in het voordeel van de groep ‘werkhervatters’.

Conclusies

Wij vonden een positief effect van werkhervatting, namelijk een verbetering van sociaal functioneren en een vermindering van rolbeperkingen door emotionele problemen. We vonden geen effect op de fysieke gezondheid. Bij niet-hervatten van het werk wordt geen effect vastgesteld. Het verschil in evolutie voor ‘sociaal functioneren’ is in het voordeel van de ‘werkhervatters’.
Deze resultaten zijn in overeenstemming met de literatuur.1
Studielimitaties: het betreft een kleine, niet representatieve convenience sample. Of het effect van werkhervatting het resultaat is van de werkhervatting (oorzaak-gevolgrelatie), en/of van de verbeterde gezondheid voor de werkhervatting (gezondheidsselectie-effect), is geen onderwerp van dit onderzoek.

Implicaties voor beleidsmakers

Op basis van onze onderzoeksresultaten adviseren we beleidsmakers om verder in te zetten op begeleiding en ondersteuning naar werkhervatting.

Referentie

1.

Waddell G, Burton AK. (2006). Is work good for your health and well-being? London: The Stationery Office.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.