Home Werknemers met een WIA(-verleden) moeten de kans krijgen terug te keren op...

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Werknemers met een WIA(-verleden) moeten de kans krijgen terug te keren op de arbeidsmarkt

Avatar
Bohn Stafleu van Loghum
Reactie van Kathelijne Rammeloo, verzekeringsarts en docent CBBS, op het onderzoekartikel Wie stroomt er in de WIA en wie stroomt eruit? (TBV1, 2019, pp. 15-20) van Ilse Louwerse, Maaike Huysmans, Jolanda van Rijssen, Allard van der Beek en Han Anema.
Het is een belangrijk onderzoek naar de reden voor instroom in de WIA per leeftijdscohort en de duur van de WIA-uitkering. Met verontrustende uitkomsten: de WIA blijkt nog steeds een fuik, met voor veel mensen een geringe kans op uitstroom door terugkeer op de arbeidsmarkt. Vooral het aandeel van psychische klachten onder de jongere, (tot 45 jaar), hogeropgeleide vrouwelijke cliënten, en met name hun moeizame uitstroom uit de WIA, vind ik alarmerend. Ik wil daar graag op reageren vanuit mijn ervaring als verzekeringsarts.

Verzekeringsgeneeskundige beoordeling

Ten eerste de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Voor verzekeringsartsen zijn de uitkomsten van dit onderzoek een alarmsignaal om prudent te zijn met het aangeven van beperkingen. Volgens de CBBS-systematiek worden beperkingen gegeven als iemand door ziekte minder kan dan de ‘normaalwaarde’. In de praktijk is dit bij de hoger opgeleide cliënten lastig, omdat hun premorbide functioneren bovennormaal was en wij geneigd zijn dit verlies in functioneren te benoemen middels beperkingen. Dit is immers de referentie in het gesprek. Zo worden al snel ‘voorwaarden voor het functioneren in arbeid’ (punt I.9 en II.12 in de Functionele Mogelijkheden Lijst) gegeven die toch uitgaan van soortgelijk (denk)werk, in plaats van de vaak veel eenvoudiger functies die in het CBBS staan. Ook is het interessant om te onderzoeken hoe vaak er beperkingen in de duurbelastbaarheid worden toegekend om preventieve reden. Ook duurbeperkingen leiden snel tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage.

Arbeidsdeskundige functieduiding

Ten tweede de arbeidsdeskundige functieduiding in de CBBS-systematiek. Dat cliënten met stressgerelateerde psychische klachten (waarbij geen sprake is van ernstige, psychiatrische stoornissen) toch arbeidsongeschikt worden bevonden, kan mede worden verklaard vanuit de WIA-systematiek: niet de ernst van de klachten of beperkingen, maar het verlies aan verdienvermogen is bepalend voor WIA-intrede. Dit geeft een vertekend beeld: de cijfers suggereren arbeidsongeschiktheid (niet in staat zijn tot werken) door psychische klachten, terwijl het in wezen is: ten tijde van de WIA-beoordeling niet in staat zijn geweest tenminste 65% van het laatstverdiende salaris te verdienen, in geduide functies. Voor de groep hogeropgeleiden met een hoger verzekerd arbeidsloon is dit te verklaren uit de CBBS-systematiek, waarin functies met een lager (start)salaris oververtegenwoordigd zijn. Zelfs met een aantal lichtere beperkingen is de kans groot dat het verlies aan verdienvermogen boven de 35% uitkomt, gerelateerd aan het verzekerde inkomen.

Moeizame uitstroom

Ten derde de vraag: hoe wordt dan de moeizame uitstroom verklaard? Dat zou te maken kunnen hebben met de WIA-regelgeving. Als bij een herbeoordeling het arbeidsongeschiktheidspercentage daalt naar 35-80%, is er een overgangsperiode van 2 jaar voordat er eisen worden gesteld aan het gerealiseerde inkomen. Het zou interessant zijn om uit te zoeken hoe de beperkingen veranderen bij een herbeoordeling. De cijfers suggereren dat van een grote verbetering geen sprake is. Dit is weer een signaal voor het gebrekkige herstel van functioneren bij mensen met psychische klachten. Is er sprake van ernstige psychiatrische stoornissen, dan is dit te begrijpen, maar voor de minder ernstige psychische klachten die meestal grotendeels herstellen, spelen andere factoren mogelijk een rol. Een aantal wil ik hieronder belichten.

De cliënt en de WIA

Een belangrijke instandhoudende factor is vermoedelijk de uitkeringssituatie zelf en het niet meer aan het arbeidsproces deelnemen. Het is blijkbaar erg moeilijk om na een periode met psychische problematiek weer terug te keren op de arbeidsmarkt. Dit maakt een cliënt ook onzeker, is mijn ervaring in de spreekkamer. Er is de laatste jaren volop aandacht voor de kwetsbaarheid van jongere, hogeropgeleide werknemers voor uitval door overbelasting en burn-out. Bij deze groep is het van belang om verder te kijken dan ‘even op adem komen, zonder werkbelasting’; het blijkt immers moeilijk om vanuit de WIA weer terug te keren op de arbeidsmarkt en dan is de cliënt verder van huis! Aan het werk blijven met een ander takenpakket, een andere persoonlijke instelling, behoedt deze mensen hopelijk voor langere uitval.
In de re-integratiebegeleiding en psychotherapeutische behandeling is er wellicht nog meer aandacht nodig voor empowerment van deze groep: hoe vertel je op een positieve, constructieve manier aan een werkgever welke werkomstandigheden je helpen om je capaciteiten in te zetten?

De werkgever

Als er vertrouwen is bij een werkgever kan een cliënt de kans krijgen om weer te groeien in werk. Mogelijk dat stageplaatsen of uitleg aan potentiele werkgevers hier kunnen helpen. Ondanks maatregelen zoals de no-risk polis voor werkgevers, zijn deze in de praktijk huiverig voor het in dienst nemen van mensen met ‘een gat in het cv’, een WIA-verleden en zeker als het gaat om psychische klachten die toch als een smet worden gezien, terwijl mensen die een moeilijke periode hebben doorgemaakt, met therapie inzicht hebben opgedaan, wellicht heel gemotiveerd zijn en over de nodige zelfkennis beschikken om terugkeer in werk te laten slagen.

De sociale omgeving

Culturele aspecten spelen bij de moeizame terugkeer in arbeid mogelijk ook een rol. Veel van de hogeropgeleide vrouwelijke cliënten zijn geen kostwinners: een uitkering is net als inkomsten uit een deeltijdbaan misschien acceptabel. De bladen staan vol van succesverhalen van vrouwen die na een burn-out hebben ontdekt wat echt zin geeft aan het leven. Zij keren terug in hele andere sectoren die niet voldoende inkomsten genereren om uit de WIA te raken. Ook bij de beoordeling van de belastbaarheid zijn seksespecifieke verschillen niet ondenkbaar.

Het etiket

Om de vrees voor het in dienst nemen van mensen die een WIA hebben (gehad) wegens psychische klachten te doen afnemen, is het wellicht goed om de verwarrende term ‘arbeidsongeschikt’ door psychische klachten te nuanceren. ‘Tijdelijk verminderd belastbaar en daarom aangewezen op minder veeleisende werkzaamheden’, dekt de lading voor een groot deel van de groep waar het hierover gaat.

De beoordeling

Het vangnet van de WIA lijkt prettig, maar lijkt uiteindelijk niet gunstig voor het welzijn. Werk betekent naast economische zelfstandigheid ook maatschappelijke verbinding, zingeving, sociaal netwerk, structuur en voldoening. Deze aspecten moeten al bij een WIA-beoordeling aan bod komen.

Re-integratie

Zeker nu het economisch beter gaat in Nederland is er veel vraag naar werknemers met een opleiding. Werknemers met een WIA(-verleden) zouden daarom beslist de kans moeten krijgen om terug te keren op de arbeidsmarkt. Zij kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de economie en de maatschappij. Hiervan moeten niet alleen werkgevers, maar ook verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen, behandelaars en re-integratiebegeleiders doordrongen zijn.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.