Home Nieuws

Nieuws

Nieuwsgierigheid prikkelt tot leren

Dit is een blog van Joost van der Gulden, plaatsvervangend hoofdredacteur van TBV en opleidingsdirecteur Eerstelijnsvervolgopleidingen bij het Radboudumc, over hoe nieuwsgierigheid wordt geremd door bezorgdheid en gevoelens van onveiligheid. En over zijn schapen.
Covid-19

Hoge verzuimcijfers door corona: is het wat het lijkt te zijn?

Naar aanleiding van recente verzuimcijfers en de rol die corona daarin speelt, neemt verzekeringsarts Wim Otto stelling: Langdurig thuiswerken lijkt de drempel tot ziekmelden te verlagen.
Covid-19

Hoge verzuimcijfers door corona: is het wat het lijkt te zijn?

Naar aanleiding van recente verzuimcijfers en de rol die corona daarin speelt, neemt verzekeringsarts Wim Otto stelling. Langdurig thuiswerken lijkt de drempel tot ziekmelden te verlagen.

TSG – Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen – bestaat 100 jaar. Doe je mee aan de TSG Challenge?

TSG – Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen – bestaat 100 jaar. 100 jaar aandacht voor volksgezondheid in Nederland. Dat vieren we met een speciaal themanummer waarin we terugkijken en vooruitblikken. Doe je mee aan de TSG Challenge?

Blog: wennen aan het nieuwe (ab)normaal in 66 dagen

Het is nu jaar twee dat we allemaal in de modus van het “nieuw normaal” leven. Ik wil graag een korte terugblik delen. Toen deze pandemie begon, was het even zoeken naar balans. Dit is de grootste uitdaging van de lockdown. Voor mij was het chaos: twee kleine koters, WIA-spreekuren, systeemstoringen en 5 muren (inclusief plafond) die op je afkwamen. Wellicht iets dat duizend anderen ook herkennen? De ICT-storingen waren de momenten dat ik mijn mindfulnesstechnieken moest inzetten om de frustratie niet te veel te laten worden. [caption id="attachment_76810" align="alignright" width="225"] Priya Govindarajan[/caption] Daarnaast moest mijn kleuter ook zijn Squla (online kleuteropdrachten) online doen. Met elke muisklik was het: “mama”? Kortom 24 uur leek te weinig, wie heeft dit ooit zo bedacht? Mag het ook 28 uur zijn? Ik moest iets vinden wat mij zou helpen om het idee “24 uur in een dag is te weinig voor mij” te doorbreken. Tot mijn verbazing kwam mijn eenjarige dochter met een boek (ondergedompeld in Danoontje yoghurt), dat blijkbaar al tig jaar onder mijn bed lag. Het was The 5 AM club van Robin Sharma. Ik heb het boek even doorgespit en daarna geluisterd naar de audioversie via YouTube. Het idee is dat je als mens ongeveer 66 dagen nodig hebt om een gewoonte te veranderen of aan te leren. The 5 AM club is een levenswijze waarbij je elke dag om vijf uur ’s ochtends opstaat en daarbij de 20-20-20 methode toepast; twintig minuten intensief bewegen, twintig minuten reflectie en twintig minuten iets nieuws leren. Door dit te doen, zou je op de lange duur efficiënter worden en meer gedaan krijgen. Nadat ik de essentie had begrepen, dacht ik bij mezelf “Why not?”. Na vier dagen proberen wilde ik opgeven, het allermoeilijkst blijft natuurlijk dat abnormale alarm van 5 uur ‘s ochtends. Met name in de wintermaanden was dit killing, in Nederland is er al zo weinig zon. Echter, na twaalf dagen merkte ik langzamerhand wat verschil. Er is iets speciaals aan de vroege ochtenden. Het is stil, de wereld slaapt, mijn kinderen slapen (nog belangrijker) en ik heb tijd voor mijzelf. De rust die je dan hebt is bijzonder en de tijd lijkt nog langzaam te gaan ook. Ik kreeg ook meer gedaan op een dag, niet omdat ik vroeg wakker werd, maar omdat ik ruimte had voor mijzelf. Het feit dat 24 uur in een dag soms te weinig lijkt, is meestal omdat we nauwelijks tijd voor onszelf hebben. Het lukt ons vaak niet om de kleine dingen die toch belangrijk zijn gedaan te krijgen. Door ze te doen, voelt je dag ook meer voldaan. Na 50 dagen was dit al mijn nieuwe (ab)normaal. Natuurlijk zitten er dagen bij dat vijf uur toch een abnormale tijd lijkt om die deken van je af te schoppen. Als experiment zou ik het aanraden, met name in het nieuwe normaal van nu. Het is toch alles anders,. dus why not? Ik heb er in ieder geval zeker wat aan gehad.
Opleiding en registratie

Schieten we niet door in onze manier van toetsen?

Een groep ervaren praktijkopleiders deelt hun zorgen over de opleiding tot bedrijfsarts en verzekeringsarts in een open brief op dit platform. Zij ervaren de eis om aios veelvuldig te beoordelen aan de hand van het toetsboek als een vorm van controle. Praktijkopleiders dreigen af te haken vanwege ‘alle gedoe’. In een reactie vanuit de NVAB wordt aangegeven dat de beoordelingsformulieren in het toetsboek niet als verplichte invuloefeningen moeten worden gezien, maar als hulpmiddel om de bekwaamheid van de aios te beoordelen. [caption id="attachment_77229" align="alignleft" width="225"] Joost van der Gulden[/caption] Programmatisch toetsen Toen ik mijn opleiding tot bedrijfsarts deed werd er nog nauwelijks getoetst of beoordeeld. Inmiddels gebeurt dat volop, zowel in cursorisch onderwijs bij de SGBO of NSPOH als in de praktijkscholing. De manier van werken is ontleend aan onderwijskundige inzichten over ‘programmatisch toetsen’. De idee hierbij is dat een afzonderlijke toets slechts een momentopname biedt. Geschikt om de lerende feedback te geven (formatief doel), maar niet om om zwaarwegende beslissingen te nemen (summatief doel). Ieder toetsmoment wordt gezien als ‘datapunt’. Gedurende de opleiding brengt een groeiend aantal datapunten, verzameld met toetsen van uiteenlopende vorm, de ontwikkeling van de lerende betrouwbaar in kaart. Voorwaarde is wel dat de bevindingen en feedback per datapunt worden vastgelegd in een portfolio. Op basis van dit portfolio kan dan worden vastgesteld of de lerende aan alle opleidingseisen voldoet. De ruime aandacht voor formatief toetsen vloeit voort uit het feit dat onderwijs niet meer is toegespitst op kennisoverdracht. Het accent ligt nu op complexe competenties (kritische beroepsvaardigheden) waarin je je geleidelijk bekwaamt, zoals ‘communicatie’, ‘professionaliteit’ en ‘leiderschap’. Daarom wordt bij programmatisch toetsen geregeld onderzocht of de lerende dit soort beroepsvaardigheden al voldoende beheerst. Via feedback kan zo nodig worden bijgestuurd. Voor zover ik weet is programmatisch toetsen ontwikkeld voor dagopleidingen in het hoger onderwijs. Het wordt nu, met de beste bedoelingen, ook toegepast in medische vervolgopleidingen. Probleem is dat zowel aios als opleiders hun handen vol hebben aan de dagelijkse praktijk. Ze hebben veel minder tijd dan studenten en hun docenten om een ruim aantal opdrachten te doen, werkstukken te maken en reflectieverslagen te schrijven, of daar zorgvuldig feedback op te geven. Bij dat laatste is ook sprake van onwennigheid, want een groot deel van de praktijkopleiders is niet met deze manier van toetsen vertrouwd geraakt tijdens hun eigen opleiding. Een bijzonder element in de vervolgopleiding is de een-op-een relatie tussen aios en praktijkopleider. Hun geregelde gesprekken lenen zich uitstekend voor mondelinge reflectie en feedback. Een goed gesprek telt echter pas mee als datapunt wanneer het wordt gedocumenteerd in het portfolio. Maar dat voelt dan als corvee, als gedoe. Mag het wat minder? Een en ander roept de vraag op of het gehanteerde toetsbeleid in de huidige vorm en omvang wel geschikt is voor een medische vervolgopleiding. Naar mijn idee zijn de uitgangspunten van programmatisch toetsen niet verkeerd, maar zijn we te ver doorgeschoten. Gun ervaren opleiders de ruimte om in overleg met de aios zelf te kiezen wat en wanneer er wordt getoetst. Vertrouw erop dat daarbij mondelinge feedback wordt gegeven, verwacht niet dat alles wordt gedocumenteerd! Joost van der Gulden is redacteur van TBV Contact: joost.vandergulden@radboudumc.nl
Opleiding en registratie

Toetsboek is bedoeld als hulpmiddel voor opleiders en aios

De NVAB is blij met de feedback van een aantal ervaren en betrokken praktijkopleiders. Kern van hun betoog is dat het beoordelen van de AIOS meer procesmatig en minder gedetailleerd zou moeten. De formulieren daarvoor worden als ballast ervaren. De NAVB herkent de feedback, in de afgelopen jaren zijn soortgelijke geluiden eerder bij de NVAB binnengekomen. Ook op de invitational conference, die de NVAB op 4 februari 2020 heeft georganiseerd met als doel het landelijk opleidingsplan (LOP) en toetsboek tussentijds te evalueren, kwam dit signaal naar voren. We nemen het ook serieus; het afgelopen halfjaar is een werkgroep van praktijkopleiders en aios bezig geweest om het toetsboek, behorend bij het LOP, te herzien. Los van die herziening, waarover hieronder meer, is het ook belangrijk een misverstand uit de weg te ruimen. Een misverstand dat ook de briefschrijvers parten lijkt te spelen. De gedetailleerde beoordelingsformulieren zijn geen verplichte invuloefeningen! Voorop staat dat het toetsboek en de formulieren die daarin staan, bedoeld zijn als hulpmiddel voor zowel de praktijkopleider als de aios om de bekwaamheid van de aios op de twee kritische beroepsactiviteiten te beoordelen. De criteria die worden opgesomd bij iedere opdracht zijn een ondersteuning bij een (eenduidige) beoordeling, bedoeld om de praktijkopleider in staat te stellen de aios gestructureerd feedback te geven en eigen geschreven feedback toe te voegen. Het voordeel voor de aios van deze formulieren is dat die direct kan zien welk niveau er verwacht wordt in de opdracht. Daarnaast geldt dat de beoordelingscriteria vooral als checklist dienen. Dit betekent dat: - Niet alle criteria altijd allemaal relevant zijn (en dus ook niet allemaal hoeven te worden ‘gescoord’) - Welke criteria relevant zijn afhankelijk is van de focus van de opdracht en de leerbehoeften van de aios - Het vooral gaat om het geven van narratieve feedback Hiermee is het toetsboek juist niet gericht op een overdaad aan controle en bureaucratie, maar op een uniforme, op maat van de aios en de opdracht gesneden beoordeling door de praktijkopleider. De formulieren die in het toetsboek zijn opgenomen, worden nu qua lay-out aangepast, opdat ze beter ondersteunen bij het beoogde, bovenstaand beschreven, gebruik. Daarnaast zet de NVAB zich in om te zorgen dat zowel in de opleiding van aios, als in de scholing van praktijkopleiders het juiste gebruik van het toetsboek wordt uitgedragen. In 2022 zal het landelijk opleidingsplan voor de eerste keer worden geactualiseerd. Dan herijken we de kritische beroepsactiviteiten waarop een aios beoordeeld wordt. Niet alleen de manier waarop we activiteiten beoordelen, ook de activiteiten zelf houden we periodiek tegen het licht. De NVAB verwelkomt daarbij de verdere samenwerking met de praktijkopleiders die deze brief hebben opgesteld. Jacqueline Gerritsen, projectleider Visitatie en Opleiding & onderwijs Gijbert van Lomwel, directeur NVAB
Opleiding en registratie

Opleidingseisen leiden tot te veel controle en bureaucratie

Via deze open brief spreken wij namens een groep praktijkopleiders onze zorg uit over het sterk controlerende en beheersende karakter van recente kwaliteitseisen in het landelijke opleidingsplan (LOP) en het kwaliteitssysteem KOERS. Wij begrijpen dat u hiermee de kwaliteit van de opleiding probeert te verbeteren. Wij ervaren echter dat in de praktijk het tegenovergestelde gebeurt. Wij adviseren u daarom om de manier waarop de kwaliteit gewaarborgd moet worden aan te passen. Een aantal van ons is graag bereid om hieraan mee te werken. Wat is de aanleiding? Tijdens een nascholing voor praktijkopleiders vanuit de SGBO over Psychologische veiligheid in organisaties op 20 mei jl. kwamen we met elkaar in gesprek. Psychologische veiligheid is een cultuur waarbij dialoog, openheid en vrijmoedigheid in de samenwerking wordt nagestreefd. Dit niet alleen ten bate van ‘sfeer en welzijn’ maar ook als voorwaarde voor doelmatigheid, kwaliteit en innovatie. Dit principe vindt u in veel literatuur over organiseren terug. Voorbeelden zijn: Amy Edmondson, De onbevreesde organisatie, uit 2019; Mathieu Weggeman, Leidinggeven aan professionals? niet doen!, uit 2007. Wat is ons signaal? Recent aangescherpte eisen vragen om steeds meer controle en beoordelen. Lees: bureaucratie. Het uitgangspunt van controle is in essentie wantrouwen. Het geloof is dat meer controle tot hogere kwaliteit leidt. Wij begrijpen dat, want het is niet iets dat alleen in onze opleiding speelt. Het speelt in de gehele medische opleiding, in de financiële en in de politieke wereld in Nederland en wellicht ook verder om ons heen. Dit is in onze ogen echter geen reden om het in de opleiding tot bedrijfs- of verzekeringsarts dan maar te accepteren. Het past namelijk niet bij de uitgangspunten van psychologische veiligheid. De opleiding voor zowel bedrijfsarts als verzekeringsarts bestaat voor een deel uit het vergaren van (actuele) kennis van wet- en regelgeving en richtlijnen. Een ander deel is het leren beoordelen, begeleiden en samenwerken: essentiële vaardigheden. Deze vaardigheid is sterk bepalend voor de kwaliteit van de dienstverlening de aios. Deze vaardigheid ontwikkelen ze onder leiding van een bevlogen (praktijk)opleider. Wij begeleiden onze aios graag. Daar hoort een beoordeling bij en dat doen wij ook. Dat kan echter beter. Meer procesmatig en minder gedetailleerd dan door het invullen van de formulieren die nu in omloop zijn. Een aantal praktijkopleiders overweegt om te stoppen vanwege al het gedoe. Dit is niet wenselijk, omdat de capaciteit van de opleiding al onder druk staat. Dit geldt zowel voor bedrijfs- als voor verzekeringsartsen. Dit kan onzes inziens niet de bedoeling zijn. Wat is ons doel? Wij willen zoveel mogelijk praktijkopleiders behouden en nieuwe collega’s enthousiasmeren om praktijkopleider te worden. Wij pleiten niet voor de opheffing van KOERS en het LOP. Wij pleiten wel voor het stroomlijnen en schrappen van ballast. Wij zien de positieve effecten van feedback, aandacht en structuur. Negatieve effecten van overregulatie willen wij vermijden. Wij helpen graag met het verbeteren van dit proces. Namens, Kees Geelen, Bedrijfsarts sinds 2000. Praktijkopleider sinds 2017 Roel Rutten, Bedrijfsarts sinds 2005. Praktijkopleider sinds 2012 Martha Veldkamp, Bedrijfsarts sinds 2000. Praktijkopleider sinds 2020 Monique Lammers, Bedrijfsarts sinds 2003. Praktijkopleider sinds 2021 Els Kooy, Bedrijfsarts sinds 1998. Praktijkopleider sinds 2019 Henk van Schie, Bedrijfsarts sinds 2016. Praktijkopleider sinds 2019 Peter Obels, Bedrijfsarts sinds 2005. Praktijkopleider sinds 2019 Shalomé Motshagen, Bedrijfsarts sinds 2008. Praktijkopleider sinds 2017 Ariane van Gelderen, Bedrijfsarts sinds 2004. Praktijkopleider sinds 2021 Lees hier de reacties van hoofd van de SGBO Joost van der Gulden en van de NVAB.

NVAB doet mee aan de campagne: ‘Samen Beslissen. Ook bij de bedrijfsarts!

Het heeft veel impact als je ziek bent en werken niet meer gaat. NVAB-voorzitter Gertjan Beens: “Juist tijdens een behandeling kan werk een positief effect hebben. Je kunt als bedrijfsarts de werkende bijvoorbeeld adviseren over de gevolgen van de behandeling voor het werk en welke vragen te stellen aan de behandelend specialist. Zo kunnen zorgverlener en zorggebruiker samen antwoord geven op wat wel kan en in overleg de inhoud en intensiteit van het werk bepalen. Dat is Samen Beslissen in de bedrijfsgeneeskundige praktijk.”

Handleiding visitatie van de NVAB is helemaal herzien en opnieuw gestructureerd

De handleiding visitatie van de NVAB is helemaal herzien en opnieuw gestructureerd. Daarmee is hij veel compacter en overzichtelijker geworden. Je vindt er een helder overzicht van de stappen van het visitatietraject en kunt snel doorklikken naar de informatie die voor jou belangrijk is.

Meest gelezen

(Rhapsody) Proefabonnement - Stap 2

Veelbesproken thema's