Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Een proactief herstelprogramma vermindert somatische klachten bij beginnende verpleegkundigen

Jozien Wijkhuijs
Beginnende verpleegkundigen worden blootgesteld aan een hoge werkdruk en emotionele overbelasting. Daarnaast starten ze met werken in ploegendiensten wat leidt tot verstoorde slaap en inadequaat herstel. Deze verpleegkundigen hebben daarom een verhoogd risico op burn-out of het ontwikkelen van somatische klachten. Dahlgren en collega’s ontwikkelden een proactief herstelprogramma en onderzochten of dit programma slaapstoornissen, burn-out, vermoeidheid en somatische klachten kan voorkomen in een groep met beginnende verpleegkundigen.

Methoden en resultaten
Dahlgren en collega’s benaderden 461 beginnende verpleegkundigen voor een gerandomiseerde studie met controlegroep. De interventie bestond uit een proactief herstelprogramma met drie tweewekelijkse groepssessies gericht op (1) ontspanning; (2) het reguleren van homeostatische en circadiane processen die slaap bevorderen en (3) het verminderen van vermoeidheid door verbetering van herstelgedrag. Het effect van het proactief herstelprogramma op slaapstoornissen, burn-out, vermoeidheid of somatische symptomen werd gemeten door middel van vragenlijsten voor de interventie, kort na de interventie en na 6 maanden. Uiteindelijk besloten 207 verpleegkundigen deel te nemen, waarvan in 99 de interventiegroep en 107 in de controlegroep. Volledige follow-up was beschikbaar voor 55 deelnemers in de interventiegroep en 72 in de controlegroep. De interventie verminderde het aantal somatische klachten na 6 maanden follow-up. De interventiegroep vertoonde ook minder burn-out en vermoeidheidsymptomen bij de kort na de interventie. Dit effect was echter niet meer zichtbaar na 6 maanden follow-up.

Bespreking
Dahlgren en collega’s presenteren een studie van aanzienlijk wetenschappelijk niveau. De sterkte van de studie is dat de deelnemers door middel van random allocatie werden toegewezen aan de interventie- of controlegroep, waardoor prognostisch vergelijkbare groepen ontstaan. Vanwege de aard van de studie was het echter niet mogelijk de deelnemers en behandelaren te blinderen voor de behandeling. Daarnaast is het niet duidelijk of de onderzoekers die de analyse uitvoerden, wisten welke behandeling de deelnemers kregen. Als zij die informatie hadden kan dit de uitkomsten hebben beïnvloed. Een andere tekortkoming van de studie is het lage percentage deelnemers dat uiteindelijk besloot deel te nemen aan de studie (namelijk 45% van de benaderde verpleegkundigen). Hierdoor lijkt het waarschijnlijk dat de uitkomsten van de studie zijn gebaseerd op een selectie van beginnende verpleegkundigen die een speciale reden hadden om aan het onderzoek mee te doen. Dit betreft bijvoorbeeld verpleegkundigen met een verhoogd risico op somatische klachten en burn-out, of verpleegkundigen die reeds zijn uitgevallen met deze klachten en terugkeren in het werkproces. De uitkomsten zijn dan niet representatief voor de algehele populatie van beginnende verpleegkundigen. Daarnaast was er een forse loss-to-follow up voor beide groepen, vooral na 6 maanden. De reden hiervan wordt echter niet beschreven, waardoor het niet mogelijk is om selectie bias wegens loss-to-follow up uit te sluiten.

Betekenis voor de praktijk
Verpleegkundigen hebben een verhoogd risico voor somatische klachten en burn-out vroeg in hun carrière. De studie van Dahlgren en collega’s toont aan dat somatische klachten bij beginnende verpleegkundigen vermeden kunnen worden door ze te trainen door middel van een proactief herstelprogramma. Daarnaast toont de studie dat het programma een tijdelijk beschermend effect heeft voor burn-out en vermoeidheidssymptomen na de interventie. Interessant zou zijn om te onderzoeken of verlenging van het herstelprogramma tot een langdurigere bescherming tegen burn-out en vermoeidheidsverschijnselen leidt.
Het beschreven herstelprogramma is, gelet op de bevindingen in deze studie, een passende interventie voor verpleegkundigen (die gemotiveerd zijn hun gedrag te verbeteren). Het is interessant om te onderzoeken of de beschreven strategie ook toepasbaar is voor andere beroepsgroepen die werken in ploegendiensten.

Auteur
Gilbert Wijntjens is aios bedrijfsgeneeskunde en lid van de redactie van TBV.
Contact: gwmwijntjens@gmail.com

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.