Home actueel Expertise van de bedrijfsarts; stof tot nadenken voor de longarts

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Expertise van de bedrijfsarts; stof tot nadenken voor de longarts

Avatar
Heleen den Besten
Tussen de één en vijf miljoen werknemers in Nederland lopen risico op blootstelling aan schadelijke stoffen op de werkvloer en de gezondheidsschade daarvan. Twee pilots tonen aan dat het belangrijk is om een mogelijke relatie tussen werk en longklachten uit te vragen en dat een goede samenwerking tussen specialisten en de bedrijfsarts grote toegevoegde waarde heeft.

De relatie tussen werk en longziekten wordt in veel gevallen niet of pas in een laat stadium gelegd. Ook patiënten staan lang niet altijd stil bij een mogelijke relatie tussen de longklachten en blootstelling aan stoffen op het werk. De Long Alliantie Nederland (LAN) ontwikkelde in de afgelopen jaren daarom de e-learning ‘signaleren beroepslongziekten’ en startte twee pilots waarin artsen en andere zorgverleners patiënten actief hebben uitgevraagd op werkgerelateerde longklachten. Daaruit blijkt dat samenwerking tussen longspecialisten, huisartsen, bedrijfsartsen en arbeidshygiënisten van grote toegevoegde waarde is voor een goede behandeling van longziekten. In een Multidisciplinair Team Overleg (MDO) werd werkgerelateerde casuïstiek besproken met inbreng van een bedrijfsarts en arbeidshygiënist.

Pilots signaleren beroepslongziekten
Om de zorg voor patiënten met een beroepslongziekte te verbeteren heeft de LAN met subsidie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2019 twee pilots ‘signaleren beroepslongziekten’ opgezet. In één pilot werkten acht huisartsenpraktijken mee van zorggroep Cohesie in Noord-Limburg (eerstelijns zorg). De tweede pilot vond plaats in het Franciscus Gasthuis & Vlietland in Rotterdam (tweedelijns zorg). Een half jaar lang zijn patiënten door longverpleegkundigen en praktijkondersteuners uitgevraagd op werkgerelateerde luchtwegklachten aan de hand van vier signaleringsvragen. Casussen waarbij een relatie met het werk werd vermoed, werden vervolgens besproken in een MDO.

Jaap Maas was als bedrijfsarts betrokken bij de pilot in het Franciscus Gasthuis & Vlietland in Rotterdam en is erg enthousiast over de samenwerking: “De pilot is al een tijd geleden gestopt, maar we gaan verder met deze aanpak, omdat het zo ontzettend goed werkt. Het is fantastisch om, samen met de arbeidshygiënist, te zien wat een enorme toegevoegde waarde we kunnen bieden met onze kennis over de situaties op werkplekken. Het zijn uitermate waardevolle overleggen.”

“De samenwerking met de arbeidshygiënist was uitermate nuttig, want die heeft veel kennis uit verschillende sectoren. Ik vulde dat aan met mijn medische kennis.”

Jaap Maas: “Wij kregen van de verpleegkundigen de benodigde informatie aangeleverd, zoals leeftijd, de plek waar iemand werkt, beschrijving van de klachten, medicatie, medische voorgeschiedenis en de werkomstandigheden. Om een voorbeeld te geven: we kregen de casus van een schoonmaakster in een kantooromgeving die veel met schoonmaakmiddelen werkte en bij het bereiden van bepaalde middelen een astma-aanval kreeg. De arbeidshygiënist kon vertellen om welk soort stoffen het dan vaak gaat, waardoor wij een beeld kunnen vormen van de situatie. Soms hadden we nog aanvullende vragen, bijvoorbeeld over de duur van de werkzaamheden, of over gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Op een zeker moment wisten de verpleegkundigen ook beter wat ze moesten vragen en werd het steeds meer gestandaardiseerd.”

“De casus besprak ik met de arbeidshygiënist. Die samenwerking was uitermate nuttig, want een arbeidshygiënist heeft veel kennis uit verschillende sectoren, de werkomstandigheden en de stoffen waar men aan wordt blootgesteld, en ik vulde dat aan met mijn medische kennis. Op basis daarvan konden wij de werksituatie verder inkleuren en vaak ook aangeven waar de problematiek zat. Dit presenteerden we tijdens het MDO. Wij gaven meer beeld bij de arbeidsomstandigheden, de informatie over de stoffen en ook de mogelijke reacties op de longen. Daarmee konden de longartsen beter advies geven aan de patiënt, bijvoorbeeld om te kijken of klachten zouden afnemen als bepaalde werkzaamheden werden vermeden. De arbeidshygiënist en ik gaven ook concrete adviezen, bijvoorbeeld om een spirometer mee te geven om de blootstelling te meten op de werkplek, zodat de effecten konden worden aangetoond.”

Oorzaken beroepslongziekten
In 15% van de gevallen van COPD en astma en in een kwart van de longkankergevallen is er een relatie met blootstelling aan stoffen op het werk. Blootstelling aan bepaalde stoffen tijdens het werk kunnen bovendien ziektes veroorzaken zoals long(vlies)kanker, silicose en andere interstitiële longaandoeningen. Maar ook kunnen astma- en COPD-klachten door beroepsmatige blootstelling verergeren. Bij risicovolle stoffen denkt men vaak eerst aan giftige verfdampen en stoffen zoals asbest, lasrook en kwartsstof, maar ook allergenen zoals pollen, schimmels, meelstof en enzymen kunnen voor ernstige klachten zorgen. Soms kan de allergische reactie zo heftig zijn dat werken onmogelijk wordt. Daarnaast zijn er stoffen zoals endotoxinen en desinfectantia die de longen sterk kunnen irriteren.

Jaap Maas

Nut van het stellen van vragen
Werkgerelateerde klachten bleken meer voor te komen dan de betrokken artsen en verpleegkundigen aanvankelijk dachten. Bovendien bleken risicovolle blootstellingen ook voor te komen in beroepen waarvan men dacht dat het niet aan de orde was. Na afloop gaven de betrokken zorgverleners unaniem aan dat deze pilot tot het inzicht heeft geleid dat arbeid relevant is om uit te vragen bij patiënten en mee te nemen in de zorg. Ze gaven ook aan dat ze, ondanks dat de pilot was afgelopen, nog steeds hun patiënten op arbeid uit te vragen. Dit leidde ook tot andere adviezen. Door patiënten te informeren kunnen op het werk, bijvoorbeeld via de bedrijfsarts of werkgever, maatregelen worden genomen. Jaap Maas: “Wij gaan door met deze samenwerking, en er worden inmiddels op meer plekken in Nederland vergelijkbare initiatieven opgezet. Die samenwerking blijkt ontzettend nuttig.”

Advies en behandelplan verandert met inzicht
Dat de samenwerking tussen longarts, bedrijfsarts en arbeidshygiënist toegevoegde waarde heeft, blijkt uit het feit dat patiënten beter konden worden geadviseerd en er ook andere adviezen werden gegeven. Jaap Maas: “We hadden het verhaal van iemand die in een tuincentrum werkt. Uit de beschrijving van de werkzaamheden wist de arbeidshygiënist te herleiden dat er blootstelling was aan onder andere schimmels en endotoxinen, maar ook dat in dit soort werk veel naar binnen en naar buiten wordt gelopen. Ik kon daarbij uitleggen dat iemand met de beschreven medische voorgeschiedenis uitermate heftig reageert op de prikkels. Deze temperatuurswisselingsklachten konden vervolgens worden geobjectiveerd met de handspirometer. De longarts kon de patiënt vervolgens adviseren om hier aanpassingen op te doen en voor meer hulp contact op te nemen met de eigen bedrijfsarts. Daardoor kun je ook de-medicaliseren; instructies kunnen ook helpen.”

“Ik wil bedrijfsartsen oproepen om zich te laten zien.”

“We hebben ook twee voorbeelden gehad van jonge mensen die nog aan het begin van hun carrière stonden en waarmee de longarts het gesprek aanging over de beroepskeuze. Eén van hen, met een behoorlijke voorgeschiedenis van longproblemen, ging een beroepsopleiding volgen in een omgeving met veel lasdampen. Iemand die zo jong is, kan nog overwegen om iets anders te gaan doen. In dit geval is het de keuze tussen een leven lang veel medicatie of niet. Als longarts kun je iemand hiermee van waardevolle informatie voorzien.”

Contact bedrijfsarts
Door in gesprek te gaan met de bedrijfsarts of de werkgever kunnen patiënten, soms zelfs al met eenvoudige maatregelen, enorm geholpen zijn. Toch kwam in deze pilots naar voren dat patiënten soms niet in gesprek durven te gaan met de werkgever, uit angst om hun baan te verliezen. Ook de bedrijfsarts durft men niet altijd in vertrouwen te nemen: men is bang dat informatie bij de werkgever belandt. “Je kunt er lang en breed over lullen, als je te lastig bent, dan lig je eruit”, zegt een patiënt nadat hem door de praktijkondersteuner is geadviseerd om contact op te nemen met de bedrijfsarts. Hij, en ook andere patiënten, laten bovendien weten weinig vertrouwen te hebben dat er iets verandert: “Mijn werkgever zou afzuiging moeten plaatsen, gaan ze nooit doen want is te duur.” Een vrouw geeft aan dat ze geen contact heeft gezocht met de bedrijfsarts en dat ze dit ook niet overwogen heeft, waarbij ze als reden aangeeft niet te verwachten dat maatregelen mogelijk zijn.

Jaap Maas: “Het is een lastig punt, maar wel een signaal waar we aandacht voor moeten hebben. Ik wil bedrijfsartsen oproepen om zich te laten zien. Ga eens op de werkplek kijken en maak jezelf zichtbaar. Ook de samenwerking met de arbeidshygiënist en andere disciplines kan uitermate waardevol zijn. Verdiep je in de RI&E, dan kom je vanzelf ook in contact met arbeidshygiënist. Samen kun je een goed beeld schetsen en goed adviseren.”

Ook voor zorgverleners in de curatieve zorg is zichtbaarheid van de bedrijfsarts relevant. Als zorgverleners weten wat een bedrijfsarts kan betekenen, kunnen ze patiënten stimuleren contact te zoeken met de bedrijfsarts.

Samenwerking bedrijfsarts en longarts
Als bedrijfsarts is het normaal om medische gegevens op te vragen bij de longarts, maar andersom kun je als bedrijfsarts ook veel waardevolle informatie delen. Maas zegt hierover: “Als bedrijfsarts heb je met je kennis over de specifieke werksituatie ook veel toegevoegde waarde voor de behandelend arts. Wij hoorden zo vaak ‘oh zit dat zo!’. Voor ons als bedrijfsarts zijn het open deuren, maar meer informatie over de werkplek en hoe zaken geregeld zijn in bedrijven kan heel nuttig zijn om goed advies te geven aan de patiënt. Indien nodig kan er een werkplekonderzoek worden uitgevoerd waarbij wordt gekeken naar blootstelling aan stoffen. Uiteindelijk verbetert dat het advies en het behandelplan voor de patiënt, en dat is uiteindelijk waar we het allemaal voor doen. Dus neem zeker ook contact op met de behandelend arts, niet alleen om medische informatie te ontvangen, maar ook om kennis te delen. Het is zo’n enorme verrijking: we voegen echt iets toe en dat geeft ontzettend veel energie!”

Auteurs: Heleen den Besten, senior projectleider Arbeid en Zorg, Long Alliantie Nederland en Eveline Janse, communicatieadviseur, Everlution
Contact: denbesten@longalliantie.nl

E-learning ‘Signaleren beroepslongziekten’
In de e-learning ‘Signaleren beroepslongziekten’ leren bedrijfs- en verzekeringsartsen, verpleegkundig specialisten en arboverpleegkundigen op welke wijze ze werkgerelateerde problematiek kunnen vaststellen, wat nodig is om patiënten hierbij op een goede manier te begeleiden en welke preventieve maatregelen op de werkplek kunnen worden ingezet. De e-learning is geaccrediteerd voor 2 punten voor bedrijfs- en verzekeringsartsen en gratis te verkrijgen via de webshop van Bohn Stafleu van Loghum (BSL): www.bsl.nl/beroepslongziekten.

Over de Long Alliantie Nederland (LAN)
Long Alliantie Nederland (LAN) is de federatieve vereniging op het gebied van preventie en zorg van chronische longaandoeningen. Binnen de LAN bundelen partijen uit het longenveld, zoals patiëntenverenigingen, beroepsverenigingen, zorgverzekeraars en bedrijven hun krachten.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.