Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Hoogbegaafdheid is geen stoornis, maar hebben van andere behoeftes’

Jozien Wijkhuijs
Er is te weinig wetenschappelijke aandacht voor hoogbegaafdheid, stellen niet-praktiserend bedrijfsarts Noks Nauta en loopbaancoach Frans Corten. Zij doen al 25 jaar zelf onderzoek naar het onderwerp en stuiten op veel misvattingen en onbegrip. ‘Vergelijk het met lange mensen, die hebben ook andere behoeftes dan korte mensen, zonder dat het een stoornis is.’
© Angelov / stock.adobe.com

Noks Nauta en Frans Corten ontmoetten elkaar 25 jaar geleden in een flat in Rijswijk, waar een bijeenkomst werd gehouden van een groepje leden van Mensa, een organisatie die zich inzet voor hoogbegaafden wereldwijd. Nauta is niet-praktiserend bedrijfsarts en A&O-psycholoog en specialiseert zich in hoogbegaafdheid. Corten startte zijn loopbaan als bioloog en groeide door binnen de tak Personeel en Organisatie (P&O). Uiteindelijk werd hij loopbaancoach ‘voor hoogbegaafden en andere vreemde vogels’. Beiden zijn actief bij het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV). Nauta schreef meerdere boeken over hoogbegaafde volwassenen en recent het boek Hoogbegaafden in Conflict, samen met arbeidsmediator Ido de Waal, en Corten het boek Uitzonderlijk talent, gids voor hoogbegaafden, uitvinders en andere vreemde vogels.

Nauta en Corten zijn namelijk beiden hoogbegaafd. Zij kwam daarachter op haar 52e. ‘Ik kreeg een arbeidsconflict en ik begreep niet waarom,’ vertelt ze. ‘Ik ben toen uitgevallen en heb een andere baan gezocht, waar ik bijna weer een conflict kreeg. Via een vriendin kwam ik in aanraking met Mensa en ik deed de test en werd lid. Bij de allereerste bijeenkomst kwam ik Frans tegen.’

Op dat moment werkte Corten bij een milieubureau. ‘Daar werkten heel veel hoogbegaafden en daar werd eigenlijk niet over gesproken. Ik ben het zelf ook, maar vind dat totaal geen verdienste. Wat je ermee doet is dat misschien, maar de hoogbegaafdheid zelf niet,’ zegt hij. ‘Ik ben toen P&O’er geworden en toen hoorde ik van collega’s dat ze er eigenlijk meer aan hadden om met mij te praten dan met menig gerenommeerde coach.’

Verwonderen en uitproberen

Beiden bemerkten dat voor hoogbegaafden gesprekken vaak niet goed verlopen, bijvoorbeeld bij de bedrijfsarts of de psycholoog. ‘Ik kijk daarnaar als bioloog, niet als psycholoog,’ zegt Corten. ‘Wij denken nooit in afwijking of ziekte, meer in verwondering en uitproberen. Als iets niet werkt, proberen we iets anders.’ Hij werd na zijn werk voor het milieubureau loopbaancoach en begon artikelen te publiceren over hoogbegaafdheid, ook op de website van de vereniging Mensa. ‘Dat vond ik enorm spannend, maar er werd goed op gereageerd.’

Noks Nauta, foto: Gijs de Kruijf

Toen kwam hij dus Nauta tegen. ‘Die zei: wat jij schrijft, moet wel worden onderbouwd.’ Nauta vult aan: ‘we hebben toen gezocht naar wetenschappelijk onderzoek, maar konden nauwelijks iets vinden.’ Uiteindelijk publiceerden ze uit eigen ervaring in 2002 een artikel in TBV, in de rubriek ‘praktijk’. ‘We konden schrijven over wat wij signaleerden en waar meer onderzoek nodig was,’ zegt ze. Corten bevestigt dit. ‘Nu is het redelijk hip, maar toen was dat beslist niet zo. Mensen vonden het vooral aanstellerij van mensen die met een gouden lepel geboren waren. Wij zagen vooral mensen die op allerlei manieren uitvielen en veel onbenut talent. Vanuit de doelgroep kregen we bijna 1000 positieve reacties op dit artikel, dat wijdverspreid is op internet.’

Een van de plekken waar ze veel mensen zagen die met hoogbegaafdheid worstelden, was bij Mensa. ‘Een deel van de mensen wordt daar lid om steun te zoeken,’ zegt Nauta. ‘We hebben daar ook aanwijzingen voor uit ledenonderzoek.’

Vijf zinnen

Als loopbaancoach begeleidt Corten nu hoogbegaafde mensen. ‘De meeste instrumenten werken niet bij deze groep, veel psychologische tests doorzien ze en ze voelen zich vaak niet gezien of gehoord.’ Hij geeft een voorbeeld. ‘Ik heb een klant die al drie keer ruzie heeft gehad met een loopbaanadviseur, toen kwam hij bij mij. Ik heb thuis twee pony’s, een daarvan heet Herman. Toen hij weer boos en moeilijk begon te doen, heb ik tegen hem gezegd: “als je je zo gedraagt, ben je net Herman. Dan ga ik je ook zo behandelen.’ Deze vorm van humor brak het gesprek open. ‘Hij moest lachen en voelde zich gezien. Ik zei niet dat hij moest veranderen, ik liet alleen zien wat voor effect zijn gedrag had.’

Nauta noemt een ander voorbeeld. ‘Ik ken een hoogbegaafde die leidinggevende is en zegt: “iedereen loopt langzamer dan ik. Ik vind het heel moeilijk om mensen mee te krijgen”.’ Dit geldt lang niet voor iedereen, maar er zijn wel veelvoorkomende patronen te zien. ‘Zo kwam ik ooit Ido de Waal tegen, hij is arbeidsmediator, en die vroeg mij naar arbeidsconflicten bij hoogbegaafden. Ik heb toen een vragenlijst uitgezet en alle mensen die antwoordden dat ze twee of meer conflicten hadden gehad, hebben we geïnterviewd.’

Het patroon dat we zagen was dat mensen die hoogbegaafd zijn en in een arbeidsconflict belanden, altijd iets willen verbeteren binnen hun organisatie. ‘En dat lukt niet omdat ze niet snappen dat andere mensen niet zien wat er beter kan. Je kunt in vijf zinnen in conflict komen met elkaar. In workshops speel ik dit weleens na, samen met Ido,’ vertelt ze. ‘Het belangrijkste is dat hoogbegaafden vaak niet doorhebben dat er op hen wordt gereageerd vanuit emoties, want ze probeerden toch alleen maar de situatie te verbeteren?’

Geen stoornis

Frans Corten

Hoewel dit interview aansluit bij de TBV-special over neurodiversiteit, willen Nauta en Corten duidelijk maken dat zij hoogbegaafdheid daar niet onder scharen. ‘Wij schreven 25 jaar geleden al dat je dit onderwerp niet pathologisch moet benaderen, maar meer op het niveau van wat iemand nodig heeft en hoe diegene dat zelf gaat regelen,’ zegt Corten.

Nauta vindt de term ‘neurodivers’ ongrijpbaar, zegt ze. ‘Het is ooit bedacht door iemand met autisme, die vond dat er te veel stigma rustte op die term en die het liever in termen van ‘anders’ zette. Iemand heeft immers ook veel kwaliteiten. Dat is natuurlijk zo, maar als je gediagnosticeerd bent met autisme, dan heb je een stoornis. Dat zeg ik niet, dat zegt de DSM5,’ zegt ze. ‘Mijn hoofdboodschap is dat we de termen uit de DSM niet moeten gebruiken buiten de psychiatrie, want ze worden vaak verkeerd gebruikt. Maar, hoogbegaafdheid staat niet in de DSM, is geen stoornis, maar het is de beschrijving van kenmerken van mensen met een hoge intelligentie. Je valt zodanig buiten het gemiddelde dat je soms vastloopt, maar dat geldt zeker niet voor iedereen.’

De focus ligt bij beiden dan ook meer op hoe iemand ermee om kan gaan. ‘Ik vraag altijd aan cliënten hoe het vroeger op school ging, kreeg je toen al extra taakjes zoals de schooltelefoon beantwoorden, boodschappen overbrengen voor de juf of – dit heb ik ook wel eens gehoord – sigaretten kopen voor de leraar?,’ zegt Corten. Volgens hem kun je de vergelijking maken met erg lange mensen. ‘Die hebben ook andere behoeftes dan korte mensen, zonder dat het een stoornis is. Ze kunnen geen helikopterpiloot worden, niet in een normaal bed slapen, hebben vaak andere meubels en kleding nodig. Hoogbegaafdheid zie je niet aan iemands uiterlijk.’

Harmonie

Wat het nog onzichtbaarder maakt, is dat mensen vaak heel goed kunnen maskeren en het goed doen op een gebied waar eigenlijk hun talent en interesse niet ligt. Dan ligt een bore-out of burn-out op de loer. ‘Rond je 40e gaat dit je opbreken,’ zegt Corten. ‘Ik zoek met hen naar wat ze graag willen doen, het is een misvatting dat dat altijd iets moeilijks moet zijn. Een van mijn klanten wilde een camping beginnen, bijvoorbeeld, een ander werd banketbakker.’

De bedrijfs- en verzekeringsarts kunnen van het werk van Nauta en Corten leren over dit onderwerp. ‘We hebben een leaflet speciaal voor hen, over hoe kenmerken eruitzien als je in harmonie bent en wat er kan gebeuren als het misgaat. Gedreven, nieuwsgierige mensen kunnen doorschieten naar vervelend, druk gedrag of naar juist erg lusteloos en apathisch,’ zegt Nauta. ‘Het is goed om dat te herkennen.’ Ook moeten mensen zelf veel verantwoordelijkheid krijgen in het aanpakken ervan, stelt ze. ‘Juist deze groep moet zelf aan het werk. Lezen erover, kijk eens bij het IHBV. Daarna kun je bespreken wat iemand gevonden heeft.’

Maar, benadrukt ze, stuur iemand niet direct naar de GGZ. Corten vult aan: ‘natuurlijk wel in urgente noodsituaties, maar verder is het vaak niet nodig en werkt het averechts. Bekijk wat er mogelijk is, wat iemand nodig heeft, laat diegene veel zelf uitzoeken.’ Dit werkt dus preventief. ‘Als iemand doorgaat met iets dat eigenlijk niet past, valt zelfs de hoogbegaafde uiteindelijk uit.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.