Home Frequent verzuim, pak het aan!

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Frequent verzuim, pak het aan!

Avatar
André Weel
Annette Notenbomer, bedrijfsarts en sinds 2017 werkzaam bij de Inspectie SZW, is in 2011 vanuit ArboNed gestart met haar promotieonderzoek.
Annette Notenbomer, bedrijfsarts en sinds 2017 werkzaam bij de Inspectie SZW, is in 2011 vanuit ArboNed gestart met haar promotieonderzoek.

Het onderwerp frequent verzuim boeit haar zowel vanuit professioneel als organisatorisch oogpunt. Het is van meet af aan haar streven dat haar onderzoeksresultaten een steun zijn voor praktiserende bedrijfsartsen. Een e-health-interventie die frequent verzuim bij werknemers moet verminderen, staat dan ook centraal in haar proefschrift. Verder gaat zij na welke factoren bij frequent verzuimers lang verzuim voorspellen.

Hoofdstuk 1 geeft een definitie van frequent verzuim: ‘3 of meer verzuimperiodes in een jaar’. Die ondergrens is aan de lage kant. Volgens deze definitie verzuimt ongeveer 6% van de werknemers frequent, blijkt uit de cijfers van ArboNed. Notenbomer introduceert het Job Demands-Resources (JD-R)-model als theoretisch kader. Hoe is de balans tussen de eisen die het werk aan iemand stelt en de energie die dat werk hem oplevert?
Hoofdstuk 2 beschrijft een kwalitatief onderzoek bij drie focusgroepen van werknemers met eerder frequent verzuim. Veel werknemers blijken zich amper bewust van hun frequent verzuim. Zij kunnen zich niet voorstellen dat ze in de toekomst lang gaan verzuimen. Dat pleit dus sterk tegen de slogan ‘verzuim is een keuze’, die Notenbomer in stelling 7 terecht als een te simplistische voorstelling van zaken karakteriseert. De focusgroepen melden vooral werkgerelateerde factoren, zoals hoge werkeisen, weinig energiebronnen en geringe steun van leidinggevenden.
Hoofdstuk 3 legt een verband tussen verzuim en het werkvermogen, gemeten met de workability index (WAI). Frequent verzuim hangt samen met de WAI-dimensies ‘werkeisen’ en ‘hinder door ziekte’.
Hoofdstuk 4 bevat het literatuuronderzoek. Onderzoek naar frequent verzuim als voorspeller van lang verzuim blijkt schaars. Slechts vier artikelen worden in het literatuuronderzoek betrokken. Bij frequent verzuimers zijn hogere leeftijd en vrouwelijk geslacht gerelateerd met toekomstig lang verzuim.
In hoofdstuk 5 worden vragenlijstgegevens van frequent verzuimers gekoppeld met verzuimgegevens in het daaropvolgende jaar, met als doel een model te ontwikkelen om lang verzuim te voorspellen. Er zijn twee modellen ontwikkeld: één met het JD-R-model en één met burn-out en bevlogenheid. In beide modellen zijn oudere leeftijd, vrouwelijk geslacht en een lage opleidingsstatus sterke voorspellers van lang verzuim. Maar het onderscheid tussen frequent verzuimers met en zonder toekomstig verzuim blijkt, hoewel significant, onvoldoende groot voor praktische toepassing.
In hoofdstuk 6 wordt de e-health-interventie getest. Die bestaat uit online feedback aan werknemers nadat zij een vragenlijst hebben ingevuld. Er is geen significant verschil in de uitkomsten tussen de interventie- en de controlegroep. Mogelijk hebben werknemers de interventie weinig gebruikt. Er zijn maar weinig deelnemers naar het spreekuur van de bedrijfsarts gegaan, dus over de gecombineerde aanpak valt ook niets te zeggen.
Al met al blijven de resultaten achter bij de verwachtingen. Toch doet de auteur in het slothoofdstuk een aantal aanbevelingen die vermeldenswaard zijn. Frequent verzuim is een signaal om in actie te komen, bij uitstek voor de werkgever. Notenbomer adviseert dat de werkgever alle frequent verzuimers met een laag opleidingsniveau en alle vrouwelijke frequent verzuimers jonger dan 45 jaar uitnodigt voor een gesprek. Waarom zou zij oudere werknemers buiten schot laten? Die vormen toch ook een risicogroep? Misschien omdat bij ouderen minder winst valt te behalen; bovendien is de oorzaak van het verzuim vaker medisch.
Mensen moeten zich allereerst bewust worden van hun frequent verzuim. Daarnaast kunnen in het gesprek werkgerelateerde factoren aan de orde komen. De bedrijfsarts heeft een rol als er sprake blijkt te zijn van chronische aandoeningen of een ongezonde leefstijl.
Frequent verzuim lijkt een uiting van onvoldoende regie om de uitdagingen in het leven aan te kunnen, lees ik in stelling 9. Een interessante hypothese die erom vraagt om getoetst te worden, deze interpretatie van Machteld Huber!
Notenbomer A. Frequent Sickness Absence: A signal to take action. Proefschrift Universiteit Groningen, 1 juli 2019. ISBN 9789403416236

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.