Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Nieuwe handreiking voor taakdelegatie biedt verzekeringsarts concrete handvatten

Wim Otto
Floris Dogterom
Onlangs presenteerde de commissie Taakdelegatie van de NVVG de Handreiking Taakdelegatie voor de Verzekeringsarts. TBV sprak met commissievoorzitter Nico Croon over het nut en de noodzaak van de handreiking. ‘De verzekeringsarts moet zelf een professionele afweging maken of hij of zij met taakdelegatie wil en kan werken.’
*** © NicoElNino / stock.adobe.com

Er is de laatste jaren al heel wat gepubliceerd over taakdelegatie, onder meer in TBV. En UWV bracht vorig jaar nog een handreiking uit. Waarom vond de NVVG het nodig om ook een handreiking op te stellen?
Croon: ‘Uit de brief van de minister blijkt dat hij verwacht dat de NVVG het voortouw neemt in de ontwikkeling van een handreiking. Er was alleen een globaal standpunt van de NVVG van vier jaar geleden en sindsdien is er wel het een en ander gebeurd op het gebied van regelgeving en jurisprudentie. De handreiking van UWV is vanuit de werkgever tot stand gekomen en heeft vooral een juridische insteek. Ze bevatte wel aanwijzingen voor de aanpak van taakdelegatie, maar voor de individuele verzekeringsarts bleef het toch erg onduidelijk hoe de beroepsgroep de professionele standaard ziet. Onze handreiking bevat concrete handvatten voor de praktische uitwerking van taakdelegatie en vergroot het besef dat de individuele verzekeringsarts (eind)verantwoordelijk is voor de vormgeving, de kwaliteit en de verbetering van zijn of haar professionele werkveld. Daar komt bij dat de tuchtrechter dankzij dit document nu eindelijk weet wat op dit punt de standaard van beroepsuitoefening is.’

De verzekeringsarts heeft een regierol als het gaat om sociaalmedisch beoordelen. In die rol kan hij of zij ondersteund worden, waar mogelijk ook door middel van taakdelegatie. Gelet op het capaciteitstekort en de daarmee gepaard gaande stijgende werkdruk, lijkt taakdelegatie een niet meer weg te denken onderdeel van het vak van verzekeringsarts te zullen zijn. Ook de politiek is hiervan doordrongen, zoals onder meer blijkt uit de brief over de toekomst van sociaalmedisch beoordelen, die minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in april 2021 naar de Tweede Kamer stuurde. Mede naar aanleiding van die brief riep de NVVG de commissie Taakdelegatie in het leven. Tijdens de NVVG-ledenvergadering in april 2022 presenteerde de commissie de Handreiking Taakdelegatie voor de Verzekeringsarts. Dit document, zo schrijft de commissie in de handreiking, ‘biedt de verzekeringsarts handvatten bij het vaststellen van de toegevoegde waarde van het werken met taakdelegatie en de vormgeving, uitvoering en monitoring daarvan.’

Er is de laatste jaren al heel wat gepubliceerd over taakdelegatie, onder meer in TBV. En UWV bracht vorig jaar nog een handreiking uit. Waarom vond de NVVG het nodig om ook een handreiking op te stellen?
Croon: ‘Uit de brief van de minister blijkt dat hij verwacht dat de NVVG het voortouw neemt in de ontwikkeling van een handreiking. Er was alleen een globaal standpunt van de NVVG van vier jaar geleden en sindsdien is er wel het een en ander gebeurd op het gebied van regelgeving en jurisprudentie. De handreiking van UWV is vanuit de werkgever tot stand gekomen en heeft vooral een juridische insteek. Ze bevatte wel aanwijzingen voor de aanpak van taakdelegatie, maar voor de individuele verzekeringsarts bleef het toch erg onduidelijk hoe de beroepsgroep de professionele standaard ziet. Onze handreiking bevat concrete handvatten voor de praktische uitwerking van taakdelegatie en vergroot het besef dat de individuele verzekeringsarts (eind)verantwoordelijk is voor de vormgeving, de kwaliteit en de verbetering van zijn of haar professionele werkveld. Daar komt bij dat de tuchtrechter dankzij dit document nu eindelijk weet wat op dit punt de standaard van beroepsuitoefening is.’

Kun je voorbeelden geven van nieuwe inzichten in deze handreiking?
Croon: ‘De verzekeringsarts moet zelf een professionele afweging maken of hij of zij met taakdelegatie wil en kan werken. De organisatie voor wie hij of zij werkt moet daarbij zorgen voor de randvoorwaarden, zoals communicatie (naar de eigen medewerkers, cliënten, de ‘buitenwacht’) en het aantrekken van personeel. Op lokaal niveau of op het niveau van belangenverenigingen (bijvoorbeeld de NOVAG) zal verdere uitwerking van de handreiking moeten plaatsvinden, afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse. Die omstandigheden kunnen ook van invloed zijn op de aantallen taakgedelegeerden waarmee men wil werken. Nieuw is ook de wijze waarop de verzekeringsarts zich moet overtuigen van de bekwaamheid van de gedelegeerde en hoe hij of zij tussenkomst moet regelen en de kwaliteit moet monitoren. Dan is er ook het advies om van taakgedelegeerden uit een beroepsgroep met een BIG-registratie die registratie te blijven verlangen. Bij beroepsgroepen zonder BIG-registratie – denk bijvoorbeeld aan arbeidspsychologen – moet je kijken of er een gelijkwaardige kwaliteitsregistratie bestaat en of daar door de gedelegeerde aan voldaan wordt. Wat die BIG-registratie betreft zegt de commissie ook dat het belangrijk is om samen met de beroepsgroep te komen tot een opleidingspakket. Het zou goed zijn om verzekeringsverpleegkundigen te creëren met een eigen BIG-registratie.’

‘Taakherschikking leidt tot blote-voeten-dokters: je raakt het overzicht kwijt’

Nico Croon (69) is voorzitter van de commissie Taakdelegatie van de NVVG. Hij is 32 jaar werkzaam geweest in de sociale verzekering, onder meer als verzekeringsarts, bedrijfsarts en het grootste deel van de tijd medisch adviseur van GMD, GAK en UWV. Sinds 2012 werkt hij voor particuliere en zorgverzekeraars. Hij was 20 jaar hoofdredacteur van TBV. Momenteel is hij twee dagen per week medisch adviseur bij verzekeraar De Amersfoortse en werkt voor diverse arbeidsongeschiktheidsverzekeraars.

Het geven van een eindoordeel over de belastbaarheid wordt in de handreiking genoemd als niet-delegeerbare taak. Maar de onderbouwing van dat oordeel staat niet expliciet genoemd als niet-delegeerbare taak, terwijl het uitwerken van de rapportage wél als delegeerbare taak wordt genoemd. Kan de onderbouwing van het oordeel – zeg maar de beschouwing – gedeeltelijk of geheel worden gedelegeerd, bijvoorbeeld aan een medisch secretaresse?
Croon: ‘Dit gaat wel erg over details, vind ik. Het eindoordeel krijgt vorm in de beschouwing. Ik zou zeggen: ik zou het een vreemde, hybride manier van vormen van je eindoordeel vinden om gezamenlijk te gaan schrijven aan zo’n beschouwing. Het lijkt me ook niet zo efficiënt, want je gaat dus dubbel werk doen. Ik denk dat de tuchtrechter vooral kijkt of de beschouwing voldoende kwaliteit heeft. De wijze van totstandkoming zal hem of haar niet veel uitmaken, als de verzekeringsarts er maar naar gekeken heeft en de verantwoordelijkheid ervoor neemt.’


In de handreiking staat dat binnen de sociaalverzekeringsgeneeskundige beroepsbeoefening taakherschikking niet is toegestaan. Waaruit blijkt dat? En zou het niet juist comfortabel zijn voor de verzekeringsarts als hij of zij niet meer eindverantwoordelijk is voor de juistheid en kwaliteit van de informatie die door een sociaalmedisch verpleegkundige wordt aangeleverd?

Croon: ‘Wij vonden als commissie dat het heel onnatuurlijk zou zijn om onderdelen van de vakuitoefening helemaal uit de beroepsuitoefening te halen. Dan creëer je een soort van ‘blotevoeten’-artsen zoals je die in China hebt. Dat zijn veredelde verpleegkundigen die in buitengebieden allerlei medische handelingen verrichten, zonder verdere ruggenspraak met artsen. Wij kunnen ons niet voorstellen hoe je dat in de verzekeringsgeneeskunde tot stand zou kunnen brengen. Bovendien bleek dat grote delen van de beroepsgroep dat ook niet zien zitten, omdat je het overzicht en de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit ermee in gevaar brengt. Daarnaast kun je taakherschikking ook niet ambiëren zonder specifiek opgeleide taakgedelegeerden. En dat stellen we nou juist voor: ga in overleg met de beroepsgroep van sociaalmedisch verpleegkundigen om een specifieke opleiding te creëren. Dat kost natuurlijk tijd, maar als je het doet is het doel dus niet het creëren van taakherschikking. Er is al heel veel mogelijk door middel van taakdelegatie. Waarom zou je taakherschikking dan eigenlijk nog nodig hebben? Het ministerie wil het wel heel graag en verwijst naar Verenso (Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde). Hun standpunt lijkt in zijn uitwerking als twee druppels water op taakdelegatie, maar ze noemen het taakherschikking.’

Een van de doelen van taakdelegatie is het beter benutten van de specifieke expertise van de verzekeringsarts. Daarmee kan de verzekeringsarts zich meer richten op de kerntaken waar deze voor is opgeleid. Hoe zie jij dat in de praktijk voor je?
Croon: ‘Het zal even duren voordat een goede samenwerking en afspraken met concrete gedelegeerden tot stand komen. De organisatie moet zich ook aanpassen en goede functionarissen aantrekken. Gedelegeerden zelf moeten vertrouwen krijgen in de verwachting dat het fijn en goed werk oplevert, waar zij zelf ook hun ei in kwijt kunnen. De functies moeten aantrekkelijk zijn.’

Wie is er verantwoordelijk voor het inwerken van de gedelegeerde? Moet de verzekeringsarts daar tijd in steken?
Croon: ‘Ja. Daarbij moet je beseffen dat het ten koste gaat van je productie op de korte termijn, maar dat het je op de lange termijn juist profijt gaat opleveren. De organisatie zal de verzekeringsarts die tijd moeten bieden. Dat is vooral in het belang van de cliënt, maar ook van de organisatie zelf.’

‘Er is al heel veel mogelijk door middel van taakdelegatie. Waarom zou je taakherschikking dan eigenlijk nog nodig hebben?’


Wat de productiviteit betreft zegt de handreiking dat het geen doel is om door middel van taakdelegatie een bijdrage te leveren aan het oplossen van het capaciteitstekort. Maar als je het puur bedrijfsmatig bekijkt is het toch ook weer niet zo gek dat bijvoorbeeld UWV verwacht dat het kwantitatief iets oplevert. Er wordt toch een investering gedaan.

Croon: ‘Daar hebben we als commissie geen standpunt over. Maar ik weet dat UWV het omgekeerd heeft aangevlogen. Ze hebben altijd tegen de verzekeringsartsen gezegd: als we met taakdelegatie gaan werken, moeten jullie zo- en zoveel productie meer doen en pas dan trekken we iemand aan. Ik denk dat als je werken met taakdelegatie wilt ontmoedigen, dan moet je het zo doen. Want het is nog maar heel erg de vraag óf het leidt tot productieverhoging. Dat ligt namelijk ook aan omstandigheden, de personen met wie je werkt.
Wat we wel gezien hebben is dat veel verzekeringsartsen erover klagen dat ze maar een deel van hun huidige taakstelling kunnen uitvoeren. Dat is natuurlijk slecht. Het zou best kunnen dat taakdelegatie helpt bij het begeleiden en monitoren van cliënten. Dan heb je het over kwaliteit, maar ook over kwantiteit. Daarnaast denk ik dat taakdelegatie leidt tot meer werkplezier bij verzekeringsartsen. Je kunt veel meer je ding doen en je kunt met z’n tweeën of drieën iets afstemmen over dezelfde cliënt. Het is fijn om feedback en ideeën van anderen te krijgen.’

Zouden alle verzekeringsartsen met taakdelegatie moeten gaan werken?
Croon: ‘Vanuit optiek van cliënten en samenleving is het niet goed dat er wachtlijsten zijn. En het is ook niet goed voor het vak, want ik vind ook wel dat het een element van je professionele kwaliteit is dat je je product levert in de termijn die ervoor staat. Je kunt proberen met taakdelegatie productiedoelen te halen en ook nog kwaliteit te leveren. Maar vanuit de beroepsgroep wordt wel duidelijk gesteld dat het aan de individuele verzekeringsarts is om te beslissen of je ermee wilt werken. De commissie hoopt dat steeds meer verzekeringsartsen zullen merken dat het gewoon heel fijn is om met goede collegae samen te werken en kwaliteit te leveren. Dus we denken dat er van taakdelegatie wel een wervende werking zal uitgaan – mits het goed wordt opgepakt. Bij de ledenvergadering was er iemand die zei: als ik mijn rapportage laat uitwerken kost het me twee keer zoveel tijd. Daarop antwoordde ik: als het geen toegevoegde waarde heeft, moet je het niet doen.’

‘Taakdelegatie leidt tot meer werkplezier bij verzekeringsartsen.’

In het landelijk opleidingsplan (LOP) verzekeringsgeneeskunde wordt nog niet uitgewerkt hoe taakdelegatie binnen de opleiding aan de orde komt. De handreiking gaat hier ook niet diep op in. Bij UWV mogen AIOS in het laatste jaar van de opleiding wel werken met een sociaalmedisch verpleegkundige of medisch secretaresse. Hoe kijk jij aan tegen de rol van de AIOS als het gaat om taakdelegatie?
Croon: ‘Wij denken dat het op zich heel goed zou zijn om in het derde en vierde jaar van de opleiding ervaring met taakdelegatie op te doen. Maar als de opleider niet met taakdelegatie werkt wordt het wel lastig, want dan moet je dus een collega opleider bereid vinden die dat wel doet, om zo je AIOS gelegenheid te bieden om ervaring met taakdelegatie op te doen.’

Tot slot: heb je adviezen voor (aankomend) verzekeringsartsen die willen gaan werken met taakdelegatie?
Croon: ‘Het is echt heel waardevol om gezamenlijk te werken aan de kwaliteit van je adviezen en beoordelingen én aan meer re-integratie van cliënten. Dat is heel erg prettig en een verrijking van je beroep. Taakdelegatie voorziet in een behoefte en geeft onze cliënten veel meer van wat zij nodig hebben en van ons mogen verwachten. Ook voor UWV geldt: pak dit nu verder op en ga implementeren met de NVVG-handreiking als kader. Bepaal normen voor inzet, trek personeel aan en vraag je verzekeringsartsen hoe ze de kwaliteitsmonitoring willen doen en wat daarvoor nodig is. Er is nog veel werk aan de winkel! De verzekeringsarts is daarbij nu echt aan zet en moet het voortouw nemen om met taakdelegatie aan de slag te gaan en dit in de individuele praktijk te implementeren nu het zich aandient (en niet alles door UWV laten bepalen). Ook voor de andere organisaties in het publieke domein is er werk aan de winkel: denk aan de gemeentes en defensie!’

Floris Dogterom is freelance journalist.
Moniek van Zitteren is redacteur van TBV en aios verzekeringsgeneeskunde bij UWV, Eindhoven.
Wim Otto is redacteur van TBV en verzekeringsarts bij UWV, Amsterdam.
Contact: tbv.otto@gmail.com

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.