Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Onderzoek naar oorzaken werkstress bij 30-minners

Avatar
Diederik Wieman
Als het om mentale gezondheid gaat, gelden voor jongere werknemers andere stressoren dan voor oudere werknemers. Dat is althans de hypothese van Malte Steinhoff. Hij doet promotieonderzoek naar werkgerelateerde mentale gezondheidsproblemen bij 30-minners.  
Malte Steinhoff (foto: Femke van den Heuvel)

Steinhoff studeerde sociale- en organisatie psychologie in Leiden en werkt nu als onderzoeker arbeidsmarktvraagstukken bij TNO. Sinds maart vorig jaar doet hij daarnaast promotieonderzoek aan het Amsterdam Public Health Instituut APH van het Amsterdam UMC naar werkgerelateerde mentale gezondheidsproblemen. Een onderwerp waarnaar de afgelopen jaren enorm veel onderzoek is gedaan, maar waarbij – volgens Steinhoff – maar zelden onderscheid wordt gemaakt in leeftijd, terwijl dat in zijn optiek essentieel is. “Met name werknemers onder de 30 jaar verdienen speciale aandacht”, zo stelt hij. “Vergeleken met oudere werknemers hebben jonge mensen die met werken beginnen unieke behoeftes en kwetsbaarheden. Ze moeten nog een carrière pad kiezen, hebben vaak een dynamisch sociaal leven, nog geen stabiele relatie, kinderen, mantelzorgtaken of andere zaken waaraan ze hun identiteit kunnen ontlenen.”

Voorspelbaarheid

De aanname is dat voor jongeren andere sociale werkfactoren en stressoren van belang zijn voor een mentaal welzijn. Voorspelbaarheid is volgens Steinhoff een bepalende factor. “Als je net begint met werken heb je weinig ervaring en referentiekader over wat er allemaal kan gebeuren. Steun door collega’s en leidinggevenden zou daarom voor jongeren nog belangrijker kunnen zijn dan voor oudere werknemers.” Gebrek aan ervaring en referentiekader maakt het voor jongeren ook moeilijker om met onvoorspelbaarheid om te gaan, meent Steinhoff. De kans dat er onvoorspelbare dingen gebeuren is volgen hem groot, onder meer door de digitale communicatiemiddelen, sociale media en andere prikkels en interruptiemomenten. “Jongere werknemers moeten daardoor waarschijnlijk heel vaak dingen doen die ze niet hebben zien aankomen. Als er dan ineens iets onvoorspelbaars gebeurt kan dat een stressor zijn.” Sociale media versterken ook het fear of missing out (FOMO) gevoel. “Door social media als LinkedIn en Instagram kun je precies bijhouden wat je jaargenoten doen en hoe succesvol ze zijn. Dat kan ook leiden tot druk, te meer omdat jongeren nog zoeken naar hun rol in het leven.”

Preventie

Over het belang van het onderzoek zegt Steinhoff dat aandacht voor deze groep nodig is. “Mentale problemen ontstaan al vroeg in het leven, vroegtijdige interventie kan een escalerend traject voorkomen.” Bovendien – maar dat is niet de belangrijkste reden – lijkt het er op dat steeds meer jongeren mentale problemen hebben. “Die toename kan echter deels ook een gevolg zijn van het feit dat stress en burn-out minder een taboe zijn voor jongeren waardoor ze er makkelijker over praten.”

Kwalitatief onderzoek

Het eerste deel van zijn promotieonderzoek bestond uit een uitgebreide review van wetenschappelijke literatuur en onderzoeken. De conclusie: onderzoeken en interventies worden meestal op de hele werkende populatie toegepast. Er wordt nauwelijks gekeken naar jongeren. “Er is een enorme gap in de literatuur. En het is twijfelachtig of de kennis die er is, nog van toepassing is op de huidige situatie waarin we hybride werken en digitaal communiceren.” Steinhoff weet dus wat hem te doen staat. De komende jaren zullen voor hem voor een groot deel in het teken staan van kwantitatief en kwalitatief onderzoek waaruit moet blijken of zijn hypotheses kloppen. “Ik hoop een dagboekstudie te kunnen uitvoeren, dat werkt  beter dan vragenlijsten sturen gezien het huidige gebrek aan bewijs. Het gaat er om dat je luistert naar wat jongeren in hun eigen woorden zeggen. Dan komen misschien de eerder genoemde factoren aan bod, maar misschien komen er ook wel heel andere dingen naar boven. Ik vind het een interessant onderzoeksveld omdat het heel toegepast is. Als we na onderzoek goed doorhebben wat de factoren zijn en de interactie tussen de factoren, kunnen andere onderzoeker daar weer op voort borduren zodat we jongeren uiteindelijk de werkomgeving kunnen bieden waarin ze optimaal functioneren.”

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.