Home Doorwerken na je pensioen: wel of niet goed voor je gezondheid?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Doorwerken na je pensioen: wel of niet goed voor je gezondheid?

Avatar
Astrid de Wind
Avatar
Allard van der Beek
Avatar
Carel Hulshof
Avatar
Joost van der Gulden
Avatar
Cécile Boot
Wat adviseer je in zo'n geval als bedrijfsarts? In dit artikel beantwoorden we deze vraag vanuit een wetenschappelijk perspectief.
© Gina Sanders / Fotolia
Casus Simone
Simone is verpleegkundige in een academisch ziekenhuis. Ze is net 65 jaar geworden als ze op het spreekuur bij de bedrijfsarts komt. Haar AOW-leeftijd is 66 jaar plus 4 maanden, maar het liefst wil ze nog zo lang mogelijk blijven werken. Ze is nu aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Haar vraag aan de bedrijfsarts is of het voor haar gezondheid kwaad kan om na de AOW-leeftijd te blijven werken.

Meer pensioengerechtigden werken door

De vraag van Simone past in een context waarin oudere werknemers worden aangemoedigd om langer door te werken. En dat geldt zeker voor verpleegkundigen, waar een tekort aan is. De AOW-leeftijd neemt geleidelijk toe tot 67 jaar in 2024 en wordt vanaf dan gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting: 8 maanden langer werken voor elk extra levensjaar. Vroeger betekende het bereiken van de AOW-leeftijd in de meeste gevallen een definitief einde van de loopbaan. Het is echter steeds gebruikelijker om ook na de pensioengerechtigde leeftijd te participeren in betaald werk. In de periode van 2003 tot 2018 nam het aandeel van 65 tot 70 jarigen die actief waren in betaald werk toe van 7,3% tot 17%. Ook onder 70- tot 75-jarigen nam de arbeidsparticipatie toe, namelijk van 3,3% tot 7,3%.1 Kortom, steeds meer mensen werken door na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) pleitte recentelijk voor meer mogelijkheden om langer door te werken.2 Maar wat weten we eigenlijk over de gezondheidsconsequenties van doorwerken na het bereiken van de AOW-leeftijd?

Actuele inzichten

De Gezondheidsraad bracht in 2018 een advies uit aan het kabinet over een vraag die hier sterk mee samenhangt, namelijk wat vanuit gezondheidsperspectief nodig is om langer door te werken.3 In tegenstelling tot dit artikel richtte het advies zich op ‘werken in een betaalde baan na het 65e jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd’. Doorwerken na pensionering werd in het advies buiten beschouwing gelaten. Er werd aangenomen dat de relatief kleine groep die dit doet niet representatief is voor de grote groep werkenden die te maken krijgen met de gradueel oplopende AOW-leeftijd.
De AOW-leeftijd vormt om twee redenen een belangrijk kantelpunt in de relatie tussen arbeid en gezondheid. Allereerst is de financiële uitgangssituatie anders, omdat iemand vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd pensioen ontvangt. Ten tweede is werken tot de AOW-leeftijd steeds meer de norm, terwijl werken na het bereiken van de AOW-leeftijd dat niet is. Beide vormen van langer doorwerken hebben gemeen dat het relatief recente ontwikkelingen zijn. Pas in 2013 werd de AOW-leeftijd voor het eerst verhoogd.
Vanwege de korte follow-up en de tot op heden kleine, selecte groep kunnen we dus nog geen rechtstreeks antwoord geven op de vraag wat de eventuele gezondheidsconsequenties van langer doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd zijn. Daarom baseren wij ons op inzichten uit onderzoek naar de vraag welke mensen eigenlijk doorwerken na pensioen en waarom, en op onderzoek naar de invloed van de leeftijd bij pensioen op gezondheid en sterfte.

Determinanten van en motieven voor langer doorwerken

Voor doorwerken na het bereiken van de AOW-leeftijd is het nodig dat mensen zich gezond (genoeg) voelen. Echter om goed te begrijpen wie er langer doorwerken is een breder perspectief noodzakelijk dan alleen een gezondheidsperspectief. Bij het nemen van een besluit om door te werken spelen meerdere factoren een rol, net als bij arbeidsparticipatie in het algemeen. Uit eerder onderzoek blijkt dat, naast gezondheid, factoren in het werkdomein, financiële factoren en sociale factoren een rol spelen bij langer doorwerken.4,5 Dat maakt de relatie tussen werk, pensioen en gezondheid complex.
In een kwalitatief onderzoek van Sewdas en collega’s6 werden 33 AOW-gerechtigde doorwerkers geïnterviewd over hun redenen om te blijven werken. De belangrijkste redenen die genoemd werden, waren het behoud van een dagelijkse structuur en het financiële voordeel.6 Gezondheid werd vaak genoemd als een voorwaarde om doorwerken mogelijk te maken. Tegelijkertijd werd doorwerken genoemd als strategie om fit en gezond te blijven. De notie dat doorwerken zou kunnen bijdragen aan een goede gezondheid, wordt ook onderstreept door onderzoek van Dingemans en Henkens.7 Zij lieten zien dat mensen die zouden willen blijven werken, maar geen passende baan kunnen vinden, minder tevreden zijn over hun leven dan gepensioneerden die dat niet willen. Deze studie liet echter ook zien dat de mensen die doorwerkten omdat ze het geld hard nodig hebben minder tevreden waren over hun leven dan mensen die doorwerkten omdat ze werken plezierig vinden. Kortom, doorwerken kan positief uitpakken wanneer het gewenst is en negatief wanneer het financieel ‘moet’. Tegelijkertijd kunnen mensen die wel willen, maar niet in staat gesteld worden om door te werken te maken krijgen met negatieve welzijnseffecten.

Een complexe relatie tussen werk, pensioen en gezondheid

Het eerder genoemde onderzoek van Dingemans en Henkens7 is een van de weinige onderzoeken naar de invloed van de wens om door te werken op iemands welzijn. Verder is weinig bekend over de gezondheidsconsequenties van langer doorwerken. Wel weten we dat zowel werken, als met pensioen gaan, goed is voor de gezondheid. Een systematische literatuurstudie van Van der Noordt en collega’s8 toonde aan dat werken samenhangt met een kleinere kans op een depressie en een grotere kans op een goede algemene mentale gezondheid. Voor andere gezondheidsuitkomsten (zoals algemene en fysieke gezondheid) werd onvoldoende bewijs gevonden, vanwege inconsistente bevindingen of een gebrek aan studies die deze vraag adresseerden. Hoewel werken samenhangt met een betere mentale gezondheid liet een andere systematische literatuurstudie van Van der Heide en collega’s9 zien dat ook met pensioen gaan gunstige effecten voor de mentale gezondheid met zich meebrengt. Tegelijkertijd vond deze studie tegenstrijdig bewijs voor de invloed van pensioen op de algemene en fysieke gezondheid, omdat sommige geïncludeerde studies een positief effect lieten zien en andere een negatief effect.
Kortom, gedurende het werkende leven ervaren mensen voornamelijk positieve gezondheidseffecten van werken, terwijl ze aan het einde van hun loopbaan juist baat kunnen hebben bij pensionering. Dit geldt met name voor de mentale gezondheid. Hiervoor zijn meerdere redenen aan te wijzen. Enerzijds wordt werken tot de AOW-leeftijd als normaal beschouwd, terwijl dat in mindere mate het geval is voor werken na de AOW-leeftijd. Als werken de norm is terwijl je zelf geen werk hebt, dan kan dat nadelige consequenties hebben voor je gezondheid. Anderzijds krijgen mensen naarmate ze de AOW-leeftijd naderen vaker te maken met gezondheidsproblemen die werken in de weg kunnen zitten. Stoppen met werken kan dan een uitkomst bieden. Dit wordt ondersteund door onderzoek onder werknemers van het Franse nationale gas- en elektriciteitsbedrijf dat liet zien dat pensionering werd gevolgd door een daling in mentale en fysieke vermoeidheid, depressieve symptomen en hoofdpijn.10,11 Dit was in het bijzonder het geval bij mensen met chronische ziektes en mensen die veel stress ervaarden voor hun pensionering.
Ook inzicht in langetermijnconsequenties van pensionering kunnen licht werpen op de zaak, met als ultieme gezondheidsuitkomst sterfte. Recentelijk voerden Sewdas en collega’s een systematische literatuurstudie uit naar de associatie tussen pensioen en sterfte.12 De studie liet zien dat mensen die doorwerken na hun pensioen minder risico hebben om eerder te overlijden dan mensen die stoppen met werken op hun pensioenleeftijd. Dit verschil kon echter worden verklaard door een verschil in gezondheid tussen de relatief gezondere groep die langer doorwerkte en de groep die stopte bij het bereiken van de AOW-leeftijd en ook minder gezond was. Er is hier dus duidelijk sprake van een healthy worker effect; dat wil zeggen dat de werkenden die doorwerken na hun pensioen een gezonde selectie vormen van de werkende populatie voor de pensioenleeftijd. Al met al lijkt er dus geen associatie te zijn tussen het moment van pensionering (voor of na het bereiken van de AOW-leeftijd) en de tijd tot overlijden. Hoewel mensen geen levensjaren winnen door langer door te werken, lijkt het ze dus ook geen levensjaren te kosten.

Kwetsbare groepen en ondersteuning op maat

Hoewel we voor de algemene bevolking geen aanwijzingen hebben dat doorwerken slecht is voor de gezondheid, zijn er specifieke groepen voor wie werken na pensioen mogelijk wel nadelig kan uitpakken.

Bij werkenden met een chronische ziekte kan de belastbaarheid een belemmering vormen. In een eerder onderzoek lieten we zien dat de domeinen werk en gezondheid zowel bij chronisch zieken als bij werkenden zonder een chronische ziekte voorspellend zijn voor doorwerken na de AOW-leeftijd, terwijl het sociale domein alleen een rol speelde bij werkenden zonder een chronische ziekte.13
Tegelijkertijd bleek het moeilijker te zijn om doorwerken te voorspellen bij werkenden met een chronische ziekte. Een gezonde werkomgeving is van groot belang, zeker voor werkenden met een verminderde belastbaarheid vanwege gezondheidsproblemen. Vanwege gebrek aan onderzoek over doorwerken na pensioen baseren we ons op studies naar werken tot (vlak) voor de AOW-leeftijd. Zo lieten Boot en collega’s14 zien dat positieve werkkenmerken, zoals autonomie en sociale steun, kunnen bijdragen aan het verminderen van ziekteverzuim bij chronisch zieken die beperkingen op het werk ervaren. In een andere studie lieten Boot en collega’s zien dat chronisch zieke ouderen baat hebben bij psychosociale hulpbronnen op het werk, terwijl dat bij werkenden zonder een chronische ziekte niet samenhing met aan het werk blijven.15
Er kan ook sprake zijn van knelpunten op het gebied van de werkbelasting, zoals bij werkenden die fysiek zwaar werk verrichten. Deze werkenden hebben bovendien vaker een lage sociaaleconomische positie. Bij werkenden met een lage sociaaleconomische positie kan sprake zijn van gezondheidsproblemen, fysiek zwaar werk en weinig regelmogelijkheden, in combinatie met financiële en sociale problemen. Bovendien zijn ze doorgaans door een kortere opleidingsperiode op jongere leeftijd gestart met werken en hebben ze dus ook al een langer arbeidsleven. Ze vormen dan ook een kwetsbare groep als het aankomt op langer doorwerken en gezondheid. Schaap en collega’s onderzochten in een systematische literatuurstudie effecten van stoppen met werken op de gezondheid bij verschillende sociaaleconomische groepen.16 De conclusie van deze studie was dat pensionering voornamelijk positieve gezondheidseffecten had bij hogere sociaaleconomische groepen, terwijl pensionering vooral bij lagere sociaaleconomische groepen minder positief uitpakte voor de gezondheid of zelfs negatieve consequenties had. Dat wil niet zeggen dat doorwerken bij werkenden uit lagere sociaaleconomische groepen beter voor de gezondheid is dan stoppen met werken. De conclusie houdt in dat werkenden uit lagere sociaaleconomische groepen na hun pensioen vaker met ongezonde leefomstandigheden te maken hebben dan werkenden uit hogere sociaaleconomische groepen. Ook hebben ze vaker een slechte financiële situatie. Bovendien zien we bij werkenden met fysiek zwaar werk na pensionering minder vaak een verbetering van fysieke activiteit in de vrije tijd dan bij hogere sociaaleconomische groepen. Dit terwijl een belangrijke barrière om te sporten, namelijk tijdgebrek, bij iedereen wegvalt na pensionering.
Het is dus belangrijk om oog te hebben voor kwetsbare groepen, zoals werkenden met chronische ziektes en/of een lage sociaaleconomische positie. Door gezondheidsproblemen of ongezonde werkomstandigheden is het voor hen vaak al een hele opgave om door te blijven werken tot de AOW-leeftijd, laat staan om daarna nog door te gaan. Als er sprake is van een combinatie van risicofactoren op het gebied van belasting en belastbaarheid is extra voorzichtigheid geboden. Zeker de groep die na het pensioen doorwerkt vanwege een financieel motief, is kwetsbaar voor nadelige consequenties voor de gezondheid.

Hoe zou het advies van de bedrijfsarts kunnen luiden?

In het algemeen is werken gezond en kan het geen kwaad om ook na de AOW-leeftijd te blijven werken. Het is dus niet nodig dat de bedrijfsarts doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd ontmoedigt bij werkenden die dat graag willen en kunnen. Belangrijke randvoorwaarden zijn daarbij wel dat iemand zich gezond voelt en dat de werkende beschikt over een gezonde en veilige werkomgeving, met voldoende regelmogelijkheden, zoals de mogelijkheid om parttime of vanuit huis te werken en het kunnen afstoten van bepaalde werkzaamheden of verantwoordelijkheden.
Kwetsbare groepen in dit kader zijn chronische zieken en werkenden met een lage sociaaleconomische positie. Omdat bij werkenden met een lage sociaaleconomische positie problemen op het gebied van werk, gezondheid, financiën en sociale omgeving relatief vaak tegelijkertijd voorkomen, is het bij deze groep zaak om te kijken waar aanpassingen in het werk mogelijk zijn om zo gezond doorwerken te realiseren. Omdat voor deze werkenden het halen van de AOW-leeftijd al een hele opgave is, is het extra belangrijk deze kwetsbare groepen daarbij goed te ondersteunen. Een vrij toegankelijk arbeidsgezondheidskundig spreekuur of het inzetten van preventief medisch onderzoek (PMO) zou daarbij een goede optie zijn. Doorwerken na het bereiken van de AOW-leeftijd kan voor hen mogelijk nadelig uitpakken voor de gezondheid en moet daarom niet worden aangemoedigd. Daar staat tegenover dat gezonde werkenden met gezond werk gerust kunnen doorwerken als ze dat graag willen. Het is in dat geval voor zowel de werkende zelf als de maatschappij een waardevolle manier om mee te doen in de samenleving. Dat laatste is ongetwijfeld het geval voor verpleegkundige Simone!

Aandachtspunten:

  • Steeds meer mensen werken door na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
  • De centrale vraag is wat we eigenlijk weten over gezondheidsconsequenties van doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd.
  • In het algemeen is werken gezond en kan het geen kwaad om door te werken, maar dit geldt niet altijd en niet voor iedereen.
  • Doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd kan voor chronisch zieken en werkenden met een lagere sociaaleconomische positie nadelen hebben voor de gezondheid en moet daarom niet extra worden aangemoedigd.
  • Wanneer doorwerken bij kwetsbare groepen noodzakelijk is, moet worden gekeken waar aanpassingen in het werk mogelijk zijn om zo gezond doorwerken te realiseren.

Referenties

1.

CBS. Arbeidsdeelname; ouderen Den Haag; 2019. [Available from: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/ 82914NED/table?ts=1578646885295&fromstatweb=true.
2.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. De derde levensfase: het geschenk van de eeuw. Den Haag; 2020. Document nummer: 20-01.
3.

Gezondheidsraad. Gezondheid en langer doorwerken. Den Haag; 2018. Document nummer: 2018/14.
4.

de Wind A, van der Pas S, Blatter BM, van der Beek AJ. A life course perspective on working beyond retirement-results from a longitudinal study in the Netherlands. BMC Public Health. 2016;16:499.
5.

Scharn M, van der Beek AJ, Huisman M, de Wind A, Lindeboom M, Elbers CTM, et al. Predicting working beyond retirement in The Netherlands: an interdisciplinary approach involving occupational epidemiology and economics. Scand J Work Env Hea. 2017;43(4):326-36.
6.

Sewdas R, de Wind A, van der Zwaan LGL, van der Borg WE, Steenbeek R, van der Beek AJ, et al. Why older workers work beyond the retirement age: a qualitative study. BMC Public Health. 2017;17(1):672.
7.

Dingemans E, Henkens K. Involuntary retirement, bridge employment, and satisfaction with life: A longitudinal investigation. J Organ Behav. 2014;35(4):575-91.
8.

van der Noordt M, IJzelenberg W, Droomers M, Proper KI. Health effects of employment: a systematic review of prospective studies. Occup Environ Med. 2014;71(10):730-6.
9.

van der Heide I, van Rijn RM, Robroek SJ, Burdorf A, Proper KI. Is retirement good for your health? A systematic review of longitudinal studies. BMC Public Health. 2013;13:1180.
10.

Westerlund H, Vahtera J, Ferrie JE, Singh-Manoux A, Kivimaki M. Effects of Retirement on Major Chronic Conditions and Fatigue: The French Gazel Occupational Cohort Study. Int J Behav Med. 2010;17:99-100.
11.

Sjosten N, Nabi H, Westerlund H, Singh-Manoux A, Dartigues JF, Goldberg M, et al. Influence of retirement and work stress on headache prevalence: A longitudinal modelling study from the GAZEL Cohort Study. Cephalalgia. 2011;31(6):696-705.
12.

Sewdas R, de Wind A, Stenholm S, Coenen P, Louwerse I, Boot CRL, et al. The association between retirement and mortality: Working longer, living longer? – A systematic review and meta-analysis. J Epidemiol Community Health. Accepted for publication.
13.

de Wind A, Scharn M, Geuskens GA, van der Beek AJ, Boot CRL. Predictors of working beyond retirement in older workers with and without a chronic disease – results from data linkage of Dutch questionnaire and registry data. BMC Public Health. 2018;18(1):265.
14.

Boot CRL, Koppes LLJ, van den Bossche SNJ, Anema JR, van der Beek AJ. Relation Between Perceived Health and Sick Leave in Employees With a Chronic Illness. J Occup Rehabil. 2011;21(2):211-9.
15.

Boot CR, Deeg DJ, Abma T, Rijs KJ, van der Pas S, van Tilburg TG, et al. Predictors of having paid work in older workers with and without chronic disease: a 3-year prospective cohort study. J Occup Rehabil. 2014;24(3):563-72.
16.

Schaap R, de Wind A, Coenen P, Proper K, Boot C. The effects of exit from work on health across different socioeconomic groups: A systematic literature review. Soc Sci Med. 2018;198:36-45.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.