Home Klager boos op bedrijfsarts: klacht ongegrond

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Klager boos op bedrijfsarts: klacht ongegrond

Avatar
Bas Sorgdrager
Hoewel een bedrijfsarts niet professioneel de medische informatie behorend bij de WIA-aanvraag heeft afgehandeld, is de klacht die de betreffende werknemer aan het regionaal tuchtcollege heeft geformuleerd ongegrond verklaard. Feiten, klacht en verweer en overwegingen van het regionaal tuchtcollege worden hieronder samengevat. Opvallend is de nauwe blik van het tuchtcollege op de geformuleerde klacht terwijl op meerdere punten de professionaliteit te wensen overlaat.
De feiten
Klager is een werknemer (chauffeur) bij wie de diagnose dysthymie en vermijdende persoonlijkheidsstoornis door behandelaar is vastgesteld. De re-integratiegesprekken ter voorbereiding op de WIA-aanvraag verlopen in een conflictueuze sfeer. De bedrijfsarts heeft de gesprekken op het bedrijf van klager georganiseerd en heeft steun van de leidinggevende gehad om dreigende conflictsituaties te de-escaleren. Het gedrag van klager, zoals het weigeren de hand te schudden, heeft de bedrijfsarts beschreven in de medische informatie behorend bij de WIA-aanvraag. Hij vermeldt daarbij: ‘de grondslag voor de boosheid is ondergetekende onduidelijk’. Deze inhoud heeft de bedrijfsarts niet met klager besproken. De medische informatie is in gesloten envelop overhandigd aan klager en werkgever.

De klacht

Bedrijfsarts heeft een grens overschreden door het gedrag van werknemer te vermelden in de medische informatie en hiermee de vertrouwensband te willen schaden. Ook verwijt klager de bedrijfsarts dat hij deze informatie niet vooraf heeft gedeeld. Pas in contact met het UWV heeft hij daarvan kennisgenomen. Klager stelt hierbij dat de bedrijfsarts dit gedaan enkel en alleen om onrust te zaaien ten behoeve van eigen belang en persoonlijke opvattingen.

Het verweer

De bedrijfsarts is verbaasd over de klacht dat hij de vertrouwensband zou willen schaden. Hij stelt bij de tweede klacht dat een bedrijfsarts verplicht is om aan het UWV ook zonder toestemming van de werknemer die gegevens en inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de taakuitoefening van de Wet SUWI. Het vermelden van het niet willen handen schudden was relevant gelet op de door klagers behandelaar gestelde diagnose dysthymie en vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Het betrof geen opvattingen of emotionele uitlatingen.

Overwegingen regionaal tuchtcollege

De klacht over het vermelden van een incident tijdens het spreekuur is ongegrond verklaard. Het is niet gebleken dat het benoemen van het voorbeeld is gedaan om de vertrouwensband moedwillig te schaden. Het college overweegt dat het beter was geweest als de bedrijfsarts in het formulier had vermeld dat het incident diezelfde dag nog uitgesproken is en ook dat het incident mogelijk in de context van de dysthymestoornis is te plaatsen.
Het college oordeelt bij de tweede klacht dat de bedrijfsarts de inhoud met klager had moeten delen alvorens het formulier in een envelop te laten uitreiken door de werkgever en hij had aan klager duidelijk moeten maken dat deze vanzelfsprekend recht had deze envelop te openen en van de inhoud kennis te nemen. Dit had een klacht kunnen voorkomen, zoals klager ter zitting heeft aangegeven. Toch heeft het college ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaard omdat niet gebleken is dat verweerder dit enkel zo deed om onrust te zaaien ten behoeve van eigen belang en persoonlijke opvattingen, zoals klager stelt.

Conclusie

Het tuchtcollege keurt de handelswijze van bedrijfsarts af. De inhoud van de medische informatie die bij de WIA-aanvraag wordt opgesteld, moet de bedrijfsarts delen met de betrokken werknemer. Het noemen van een voorbeeld in die informatie moet in de context van de diagnose worden geplaatst. Echter, het zou toch beter zijn geweest de beperking onder het sociaal functioneren te benoemen, namelijk moeite met samenwerken en conflicthantering. De klacht van de werknemer ging vooral over het schenden van vertrouwen en zaaien van onrust; daar waren volgens het college geen aanwijzingen voor. Hiermee is de klacht ongegrond verklaard.
Kijk voor de volledige tekst van deze uitspraak op ECLI:NL:TGZREIN:2020:71. Wilt u reageren? Stuur een e-mail naar TBVredactie@bsl.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.