Home Lifting success of Trunk Exoskeletons

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Lifting success of Trunk Exoskeletons

Avatar
Paul Kuijer
Avatar
Daan Lust
Avatar
Lieke Stoop
Promoveren op het nut van een exoskelet voor patiënten met rugklachten klinkt als een zware taak, desalniettemin zette Saskia Baltrusch haar schouders eronder. Zij ging als promovenda bij revalidatiecentrum Heliomare aan de slag waar zij de potentiële effectiviteit van het gebruik van een exoskelet voor preventie van lage rugpijn, arbeidsre-integratie en revalidatie heeft bestudeerd.

Rond de 90% van alle patiënten met chronische lagerugpijn is slecht te behandelen, mede daarom is hier onderzoek voor nodig waarvan dit proefschrift een goed voorbeeld is.

Saskia Baltrusch. Promotoren: prof. dr. J.H. van Dieen, prof. dr. C.A.M. van Bennekom. Copromotor: dr. J.H.P. Houdijk. Vrije Universiteit, 25 september 2020.
Wat bekend is, is dat het uitvoeren van fysiek werk met veel romprotatie, tillen en dragen een risico is voor het ontwikkelen van lage rugpijn. Ongeveer 75% van alle werkenden in Nederland krijgt met lage rugklachten te maken, vaak resulterend in werkverzuim en medische zorg die de Nederlandse maatschappij jaarlijks ongeveer 3 miljard euro kosten. Steeds meer bedrijven richten zich op het voorkomen of verminderen van het risico op lage rugpijn, maar worden hierbij vaak belemmerd door kosten, tekort aan tijd en complexe implementatie van andere werkmethoden. Saskia Baltrusch heeft geprobeerd met haar onderzoek een uitkomst te bieden.
Het proefschrift van Saskia Baltrusch bestaat uit negen hoofdstukken over het effect en de gebruikerservaring van een bestaand exoskelet en een prototype exoskelet genaamd SPEXOR. De effectiviteit van deze exoskeletten werd bepaald door deelnemers oefeningen met en zonder exoskelet te laten uitvoeren. De functionele prestatie, metabole omzet en de bruikbaarheid werden daarbij gemeten. Tegelijkertijd is er ook gekeken naar tijd, comfort en ervaren moeilijkheid van de oefeningen.
Ondanks dat het bestaande exoskelet wel steun gaf, werd er vooral hinder ondervonden bij bewegingen waarbij er een grote range of motion (ROM) in de heup nodig was. Dit probleem is geprobeerd te ondervangen met de ontwikkeling van de SPEXOR waarbij de rug en de heup verbonden zijn door flexibele kabels en er tevens de mogelijkheid was voor de gebruiker om de ondersteuning aan of uit te zetten indien de ondersteuning als belemmerend werd ervaren. Bij dit exoskelet werd er wederom steun ervaren maar ook nam de ervaren hinder in de ROM van de heup sterk af. Ook bleek dat de metabole kosten sterk afnamen bij de SPEXOR waardoor het lichaam minder snel vermoeid raakte.
Implementatie van eerdere exoskeletten ter vermindering van lage rugklachten bleek lastig. Ondanks dat de belasting op het lichaam vermindert, resulteert het dragen van een exoskelet vaak in praktische onvoorziene belemmeringen. Bij de ontwikkeling van de SPEXOR is daarom door middel van focusgroepen aandacht besteed aan de gebruikers en hun mening. Hierdoor werden al gauw verbeterpunten gevonden, zoals beter comfort en aanpasbaarheid van het exoskelet. Ook kwam uit het onderzoek naar voren dat het exoskelet het vertrouwen in eigen fysieke vermogen verhoogde, en waarschijnlijk het grootste effect heeft in werkenden met weinig zelfvertrouwen, juist door chronische rugklachten. Desalniettemin blijken er alsnog praktische belemmeringen te zijn, zoals het niet kunnen dragen van het exoskelet in voertuigen. Hierdoor moest het te vaak aan en uit worden gedaan wat nog een verbeterpunt blijft.
Dit proefschrift heeft met zijn gebruikersgerichte benadering belangrijke stappen gezet in het verbeteren van het SPEXOR-exoskelet. Daardoor is deze veelbelovende oplossing voor werkenden met lage rugklachten hopelijk sneller beschikbaar en hun rugpijn sneller achter de rug!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.