Home Meer ambitie nodig voor de preventie van beroepsziekten

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Meer ambitie nodig voor de preventie van beroepsziekten

Avatar
Bas Sorgdrager
De Inspectie SZW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt zich zorgen over het gebrek aan aandacht voor de preventie van beroepsziekten in de bedrijven. In de uitgave Beroepsziekten in beeld schetst de Inspectie SZW de betekenis van het optreden van een beroepsziekte voor individu, werkgever en maatschappij en analyseert oorzaken voor het achterblijven van preventieve maatregelen.
De conclusie die uit het rapport kan worden getrokken is dat er weinig ambitie is bij zowel werkgever als bedrijfsarts om met preventie van beroepsziekten aan de gang te gaan. Toch zien bedrijfsartsen preventie van beroepsziekten als één van hun kerntaken (zie ). Beroepsziekten in beeld is voor de lezers van TBV samengevat en dient als stimulans voor bedrijfsartsen om deze kerntaak te organiseren bij hun klantorganisaties.

Maatschappelijk probleem

Volgens berekeningen van het RIVM zijn slechte arbeidsomstandigheden (4,6%) na roken (9,4%) en ongezonde voeding (8,1%) verantwoordelijk voor de grootste bijdrage aan de totale ziektelast in Nederland. De door het werk veroorzaakte kosten van verzuim, arbeidsongeschiktheid en zorg worden door TNO geschat op jaarlijks bijna 9 miljard euro. De maatschappelijke kosten zouden nog aanmerkelijk hoger uitkomen als ook de immateriële schade als gevolg van verloren levensjaren erin wordt meegenomen. Jaarlijks overlijden ruim 4000 (ex-)werknemers voortijdig als gevolg van onveilige en, vooral, ongezonde omstandigheden op hun werk. Slechts een fractie hiervan bestaat uit slachtoffers van een dodelijk arbeidsongeval. Veruit de meeste slachtoffers vallen door blootstelling aan kankerverwekkende en andere gevaarlijke stoffen. Naar hun eigen inschatting heeft één op de negen werknemers een beroepsziekte (prevalentie), terwijl jaarlijks 3,7% van de werknemers een (nieuwe) beroepsziekte oploopt (incidentie). Dat zijn ruim 250.000 werknemers met een beroepsziekte per jaar.
De werknemer heeft niet alleen de gezondheidsklachten als gevolg van zijn of haar beroepsziekte, maar het langdurige, vaak moeizame juridische traject wanneer schadeloosstelling wordt gevraagd is op zichzelf ook een zware beproeving. In onze buurlanden België en Duitsland bestaan duidelijke regelingen voor preventie en financiële compensatie. Een belangrijk verschil met Nederland is dat die landen een onderscheid maken tussen risque social en risque professionel. Als het publieke systeem de schade door beroepsziekte niet vergoedt kan de werknemer de werkgever aansprakelijk stellen. Het zijn lange en complexe procedures. Voor een aantal aandoeningen bestaat er wel een compensatieregeling, namelijk voor asbestziekten, gezondheidsschade door chroom-6 blootstelling en Chronische Toxische Encefalopathie. De Commissie Vergemakkelijking Schadeafhandeling Beroepsziekten (ook wel de Commissie Heerts genoemd) heeft adviezen geformuleerd als een eerste stap in de verbetering van de schadeloosstelling van slachtoffers. De commissie pleit voor het recht op een standaardvergoeding via een fonds vergelijkbaar met de hiervoor genoemde compensatieregelingen. Het voorstel heeft echter alleen betrekking op beroepsziekten als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De dubbele lijdensweg voor het slachtoffer wordt met de voorstellen slechts ten dele weggenomen.

Belemmeringen voor aanpak

De meeste bedrijven in Nederland hebben aandacht voor het voorkómen van arbeidsongevallen en acute situaties van onveiligheid. Preventie van beroepsziekten lijkt hierbij in de schaduw te staan. Dat heeft te maken met de minder directe zichtbaarheid van beroepsziekten en het ontbreken van voldoende bewustzijn, bij zowel werkgevers als werknemers, over risico’s in het werk die vaak pas op langere termijn gevolgen hebben. Bij die risico’s, in het bijzonder blootstelling aan gevaarlijke stoffen, lawaai, fysieke overbelasting of psychosociale arbeidsbelasting, is meestal sprake van een sluipend proces van het optreden van gezondheidsschade. Niet alleen de onzichtbaarheid van beroepsziekten, maar ook het ontbreken van een financiële prikkel zijn er debet aan dat er nog steeds een te beperkte invulling wordt gegeven aan de preventie van beroepsziekten. Zo komt de bedrijfsarts vaak niet toe aan zijn preventieve taken, omdat zijn tijd en aandacht volledig opgaat aan verzuimbegeleiding. Veel werkgevers ervaren regelgeving rondom preventieve maatregelen als ingewikkeld. Verzuimbegeleiding is gemakkelijk in een werkwijze te organiseren en vaak blijft het dan daarbij.

Werkgevers worden onvoldoende geconfronteerd met de kosten van beroepsziekten: veruit de meeste schade wordt gedragen door de werknemer (inkomensverlies) of de maatschappij (zorgkosten), en de kosten van ziekteverzuim zijn vaak verzekerd. Bovendien werken werknemers met een werkgerelateerde ziekte vaak nog ‘gewoon’ door, en is er in die gevallen geen verzuimschade. Het is daardoor voor werkgevers bedrijfseconomisch gezien veelal niet rationeel om te investeren in preventie. Re-integratie levert direct financieel voordeel op, preventie kost eerst geld en levert later pas geld op. ‘Arbozorg’ zou meer kunnen en moeten zijn dan louter ‘verzuimbegeleiding’. De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) als uitgangspunt voor preventief beleid ontbreekt nu in veel bedrijven, of wordt hooguit gezien als administratieve verplichting. De RI&E kan echter ook worden ingezet als instrument om arborisico’s te adresseren, om kwetsbaarheden in de bedrijfsvoering op te sporen en bedrijfsprocessen te optimaliseren – een gedachte die onder veiligheidskundigen als zeer vanzelfsprekend wordt gezien. De eigen verantwoordelijkheid wordt benadrukt, in dit geval zonder gewenst resultaat.
Hoewel de Arbowet de werkgever verplicht preventief beleid te voeren blijkt er in contracten met arbodiensten weinig ruimte voor werkelijk preventieve activiteiten, zoals toetsing van de RI&E en advisering ten aanzien van arbeidsrisico’s. En die preventiegerichte diensten en zorg worden ook maar heel zelden daadwerkelijk afgenomen. Daarnaast is er in hooguit één op de vijf contracten een plek ingeruimd voor de drie kerndeskundigheden. Dit zijn allemaal indicaties dat werkgevers weinig investeren in preventiegerichte arbodienstverlening. De Inspectie SZW heeft weliswaar beleid geformuleerd voor preventie van beroepsziekten, maar ziet dus ruimte voor verbetering in toezicht en handhaving.

Preventie loont

Preventie van beroepsziekten kan veel winst opleveren, zowel voor werknemers als voor de maatschappij. Dus vanuit dat perspectief ligt het voor de hand meer te investeren in preventie, in het bijzonder door werkgevers. Maar ook werkgevers zelf kunnen winst halen. Er zijn studies waaruit blijkt dat investeren in preventie loont – zowel op bedrijfsniveau als op branche-niveau. Een studie van de International Social Security Association (ISSA) schat zelfs dat elke euro die geïnvesteerd wordt in preventie ruim twee euro oplevert. Meer dan de helft van de werkgevers die betrokken waren bij het onderzoek verwachtte dat bij investeringen in veiligheid en gezondheid op lange termijn de bedrijfskosten zouden dalen.

Arbocontracten steun voor bedrijfsarts?

Arbocontracten vormen een goede basis voor preventieve maatregelen. In vrijwel alle contracten met arbodiensten en bedrijfsartsen zijn afspraken gemaakt over verzuimbegeleiding (gemiddeld zo’n 95%). Veel minder vaak staan preventiegerichte taken, zoals het arbospreekuur, Periodiek arbeidsgeneeskundig onderzoek/Preventief medisch onderzoek (PAGO/PMO) of advisering over arbeidsomstandigheden in contracten. Bovendien worden deze taken in de praktijk nóg minder daadwerkelijk ingezet. Het lijkt er op dat het accent bij verzuimbegeleiding sterk ligt op het teruggeleiden van de zieke werknemer naar diens werk of op het helpen opstellen van een net re-integratiedossier , en minder op een analyse van de achterliggende, mogelijk werkgerelateerde oorzaken van het verzuim.
Branche- en werkgeversorganisaties kunnen, net als toezicht en beleid, hier een stimulerende en faciliterende rol in spelen. Afgezien van enkele good practices zoals in de bouwnijverheid en in de agrarische sector gebeurt dit te weinig. Omdat branches specifieke kenmerken hebben en arborisico’s, zou preventie van beroepsziekten goed kunnen verlopen langs de lijnen van branchestructuren.

Kader. Problemen bij aanpak beroepsziekten

  • Onvoldoende bewustzijn
  • Moeilijk zichtbaar: sluipend proces met vooral langetermijngevolgen
  • Ontbreken van financiële prikkels
  • Onvoldoende diepgang RI&E
  • Onvoldoende interdisciplinaire samenwerking
  • Arbocontracten vooral gericht op verzuim
  • Onvoldoende toezicht

Boodschap aan bedrijfsartsen

  • Wijs werkgever en ondernemingsraad op verplichtingen Arbowet
  • Werk samen met preventiemedewerker en andere arbodeskundigen
  • Beschrijf de rol bij opstellen en/of toetsen van de RI&E
  • Zorg voor goede toegankelijkheid spreekuur
  • Maak afspraken over eventueel verdiepend onderzoek van gesignaleerde risico’s
  • Adviseer PAGO/PMO te organiseren
  • Afspraken maken over verdiepend onderzoek bij werkgerelateerde gezondheidsklachten en vermoede beroepsziekten
  • Afspraken maken over jaarrapportages

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.