Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties3

Stop de WIA-uitvoering!

Uit de nieuwste ramingen van het capaciteitsorgaan1 blijkt dat het tekort aan verzekeringsartsen een blijvertje is. Voor het eerst heeft nu ook een gezaghebbend instituut als De Rekenkamer geconcludeerd dat de WIA niet meer uitvoerbaar is.2 Tegelijkertijd beveelt zij de minister aan om de WIA uitvoerbaar te houden en spreekt zichzelf daarmee opmerkelijk genoeg tegen.  
© khosrork / stock.adobe.com

De harde realiteit van structureel te weinig verzekeringsartsen, gecombineerd met maatregelen van de minister waarvan op voorhand al vaststaat dat die onvoldoende effect zullen sorteren, leidt tot toenemende willekeur en ongelijke behandeling van burgers. Volledig stilleggen van de WIA-uitvoering is daarom de enige mogelijkheid om de transitie naar een nieuw sociaal zekerheidsstelsel rechtvaardig te laten verlopen.

Reflecteren op de claimbeoordeling

De bezwaarlijke aspecten van de WIA-beoordeling worden uitvergroot nu UWV structureel niet meer kan waarmaken dat iedere burger op dezelfde manier wordt blootgesteld aan dit complexe en horkerige vehikel. Zo is er de asociale kant van het loondervingsprincipe in de WIA dat steevast de best verdienenden bevoordeelt. En natuurlijk de grote interdoktervariatie, die als vast gegeven zelf nauwelijks varieert in de tijd. Bovendien stelt de International Labour Organisation al jaren dat de WIA-wetgeving niet voldoet aan de internationale afspraken over rechtvaardige sociale zekerheid.3 Het steeds verder vastlopen van de uitvoering stimuleert ons om stappen te zetten in de richting van een sociale zekerheid die niemand uitsluit, iederéén opvangt en vooruithelpt. Of het probleem van de burger nu medisch of sociaal van aard is: als er wordt aangebeld moet de deur altijd open gaan.4

Risico’s van de huidige aanpak

De uitvoeringscrisis heeft geleid tot nieuw UWV-beleid waarbij de regie bewust decentraal wordt belegd in Sociaal Medische Centra (SMC). Ieder kantoor, ieder team mag zelf bedenken wat de beste aanpak is. Daardoor wordt steeds minder inzichtelijk en voorspelbaar hoe UWV bepaalt wie wel en wie niet beoordeeld wordt en hoe dat gebeurt. Ongelijke behandeling en zelfs willekeur dreigen daardoor in toenemende mate de couleur locale van de uitvoering te worden, terwijl UWV het vooral heeft over de geneugten van werken in SMC’s en over de “klantreis”. Gezien de gebrekkige (volgens de Rekenkamer) sturingsinformatie door UWV moet worden gevreesd dat van deze ongewenste beleidsgevolgen reeds sprake is. Het is wachten op wanneer de eerste schrijnende verhalen naar buiten komen of wanneer de rechter UWV op de vingers tikt. Onuitvoerbaarheid dwingt tot stoppen als de risico’s van doorgaan te groot worden.

Radicaal ingrijpen is nodig

Alle 60+ers vanaf januari 2024 ineens wel weer gaan beoordelen is een onhaalbaar uitvoeringsperspectief, dus de verwachting is dat de demissionair minister of haar opvolger komend jaar eerst de 60+ maatregel7 gaat verlengen (zie kader). Echter, doormodderen met de genomen noodmaatregelen zal leiden tot toename van ongelijke, onrechtvaardige en onwettige behandeling van burgers. De tijd voor radicaal ingrijpen is daarom al gekomen. De harde en helaas juiste conclusie van de Rekenkamer dwingt de minister daartoe. Zij kan de 60+ maatregel beter uitbreiden naar ‘iedereen+’. Collega verzekeringsarts Jim Faas opperde6 als oplossing het oordeel van de bedrijfsarts leidend te maken bij de einde wachttijd WIA-beoordeling. Zieke werklozen krijgen in dat plan een klassieke WIA-beoordeling, zieke werknemers slechts een vertaalslag door de verzekeringsarts van gegevens van de bedrijfsarts over de belastbaarheid naar een FML. Aan dit plan kleven praktische en juridische/morele bezwaren zoals het risico op ongelijke behandeling van zieke werknemers en zieke werklozen.

Maatregel minister

In 2022 besloot de minister tot een tijdelijke maatregel waarbij 60+ers die tussen 01-10-2022 en 01-01-2024 einde wachttijd WIA bereiken niet meer worden beoordeeld door een verzekeringsarts.5 Zij krijgen tot hun pensioendatum een WIA-uitkering als de re-integratie-inspanningen voldoende waren. Omdat de achterstanden niet zijn afgenomen wordt de buitenwettelijke maatregel nu waarschijnlijk verlengd, hoewel de minister aanvankelijk aangaf deze vanwege het buitenwettelijke karakter niet te mogen verlengen

 

Om twee redenen verwacht ik dat zieke werknemers die beoordeeld worden door de bedrijfsarts relatief vaker een WIA-uitkering toegekend krijgen dan zieke werklozen die beoordeeld worden door een verzekeringsarts. Ten eerste is mijn ervaring dat het daadwerkelijk behaalde re-integratieresultaat bij de bedrijfsarts zwaarder meeweegt in de oordeelsvorming over de arbeidsmogelijkheden dan bij een verzekeringsarts die enkel de belastbaarheid voor gangbare arbeid beoordeelt. Dat leidt in het eerste geval tot het aannemen van meer of zwaardere beperkingen, omdat het re-integratieresultaat bij de populatie die de WIA-poort bereikt vaak niet goed is.

Ten tweede zal de verzekeringsarts bij de vertaling van de door de bedrijfsarts verwoorde belastbaarheid een meer accepterende houding aannemen dan bij WIA-beoordelingen die hij of zij zelf verricht, zoals die bij zieke werklozen. Zonder eigen onderzoek is verwerpen van beperkingen immers onvoldoende te onderbouwen. Zieke werklozen gaan zo strenger beoordeeld worden dan zieke werknemers en hun wordt daardoor onevenredig vaker het recht op een WIA-uitkering ontzegd. Dergelijke ongelijke behandeling van groepen burgers in vergelijkbare situaties is een rechtsstaat onwaardig en zal bovendien een averechts effect hebben: een ongewenste toename van bezwaarintensiteit, terwijl het juist de bedoeling is om verzekeringsgeneeskundige capaciteit vrij te spelen.

Opschorten WIA-claimbeoordeling

De helft van de WIA’s wordt nu al uitbetaald zonder medische beoordeling, hetzij als voorschot, hetzij als gevolg van de 60+ maatregel.7 Om willekeur en onrechtvaardigheid in de uitvoering niet verder toe te laten nemen is het beter de andere helft na twee jaar wachttijd ook te gaan uitbetalen. Dan volgt automatisch voor iedereen die dan niet hersteld is of niet weer voldoende aan het werk is een WIA-toelage. Dat is geen WIA-uitkering en ook geen WIA-voorschot, want de WIA-beoordeling volgt niet meer. Direct gevolg is dat de betaalbaarheid van het stelsel onder druk komt te staan, want niemand wordt na twee jaar ziekte de WIA-toelage ontzegd en de fondsen betalen na zo’n beslissing ook voor alle werkgevers die eigenrisicodrager zijn. Premiedifferentiatie komt eveneens te vervallen, anders is het niet uit te leggen aan werkgevers. In feite wordt eigenrisicodragerschap in één klap afgeschaft.

Stoppen met de WIA-claimbeoordeling is kostbaar, maar geld is de beste prikkel om tot voortvarendheid in besluitvorming te komen in de Nederlandse politiek en polder. En snelheid is nodig, want het advies van de onafhankelijke commissie toekomst arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS)8 en onzekere uitkomsten van toekomstige kabinetsformaties zullen op zijn vroegst pas in 2030 tot een stelselhervorming leiden. Als door die financiële druk, sneller dan in het huidige tempo, een wel weer uitvoerbaar stelsel uit de grond is gestampt zal daarin voor de claimbeoordeling een minder centrale plek weggelegd zijn. Ook in de nabije toekomst is er immers te weinig beoordelingscapaciteit om die nog rechtvaardig uit te voeren. Dan hoeft ook geen groot onderscheid meer te bestaan tussen de beroepen bedrijfs- en verzekeringsarts en is één medisch specialist Arbeid en Gezondheid geen utopie meer.

Minder oordelen, meer helpen

Na het besluit alle WIA-claimbeoordelingen op te schorten kan de verzekeringsarts massaal ingezet worden in de Ziektewet. Dan komt de arborol van UWV weer tot leven na jarenlang op sterven na dood te zijn geweest en kan volop worden ingezet op preventie, herstel, verzuimbegeleiding en re-integratie. Het na-twee-jaar-moment hoeft daarin geen onderbreking meer te vormen. Begeleiding kan ook daarna doorgaan, zoals nu deels bedoeld is met “monitoring medische 80-100%-dossiers”. De wettelijke eerstejaars ziektewetbeoordeling (EZWB) voor zieke werklozen moet bovendien gelijktijdig worden opgeschort. Alleen dan komt aan de al jaren bestaande ongelijke behandeling van burgers met en burgers zonder werkgever een einde.

Overgangsbeleid

Het advies aan de demissionair en volgende minister is om niet te wachten op het OCTAS-advies dat in 2024 wordt uitgebracht, want dat gaat over een veel te verre toekomst. Maak op korte termijn heldere beleidskeuzes over hoe de transitie, naar welk toekomstig stelsel dan ook, eruit gaat zien. Wees transparant over de prijs van behoud van rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid en accepteer de financiële en politieke consequenties. Die consequenties zullen overigens lichter zijn dan wanneer willekeur en ongelijke behandeling gestaag toenemen als gevolg van het aanhoudende tekort aan verzekeringsartsen, de nieuwe werkwijzen en de noodmaatregelen. Zo’n teloorgang van een stelsel dat ooit rechtvaardigheid ontleende aan de tijdige en rechtmatige uitvoering ervan is een onwenselijk perspectief voor burgers, ondraaglijk voor de uitvoerders en in politiek opzicht een tikkende tijdbom. Kortzichtigheid bij het hoogste bestuur is dus niet langer een optie! Het advies aan OCTAS is om een visie op een toekomstig stelsel gepaard te laten gaan met concrete aanbevelingen over de overgangsfase, dus om de minister niet in de kou te laten staan met betrekking tot de uitvoering van de arbeidsongeschiktheidsregelingen in de risicovolle nadagen (de komende 5 à 10 jaar) van ons huidige stelsel.

Auteur

Martijn Haentjens, arts voor Arbeid en Gezondheid (verzekeringsarts en arbo-arts)

cautecensere@gmail.com

Literatuur

  1. Capaciteitsplan 2024-2027, deelrapport 4. Utrecht; p.33.
  2. De Algemene Rekenkamer: resultaten verantwoordingsonderzoek 2022, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Den Haag; p.33.
  3. International Labour Organisation. Report of the Committee of Experts on the Application of Conventions and Recommendations. Geneva; p.916-919.
  4. Haentjens M. Het motto ‘werken is gezond’ loopt op zijn laatste benen. Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde 2021;29(8):18-22.
  5. Gennip van CEG, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Kamerbrief aanpak WIA-hardheden en mismatch sociaal-medisch beoordelen. 26 augustus 2022. Den Haag; p.11.
  6. Faas J. WIA niet meer uitvoerbaar. Medisch Contact 19 mei 2023. https://www.medischcontact.nl/opinie/blogs-columns/blog/wia-niet-meer-uitvoerbaar
  7. Hofstede S. Cijfers bij het nieuws: Keuringsachterstand UWV ruim tien keer groter dan vijf jaar terug (net als de dwangsommen). Volkskrant 20 april 2023.
  8. Gennip van CEC, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Benoemingsbesluit Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel. Den Haag. 25 november 2022. https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-sociale-zaken-en-werkgelegenheid/documenten/kamerstukken/2022/11/25/bijlage-1-benoemingsbesluit-commissie-toekomst-arbeidsongeschiktheidsstelsel

 

 

 

3 REACTIES

  1. Er ontbreekt nog een belangrijke pijler: betaalbaarheid.
    Mensen beoordelen op wat ze nog wel kunnen, is een belangrijk onderdeel daarvan.
    Goed geschoolde en gemotiveerde verzekeringsartsen doen dat werk met overtuiging en passie. En bij beoordelingen is in algemene zin altijd sprake van enige ruimte voor variatie. Maar om te spreken van een ‘horkerig systeem ‘is absurd en abject.

  2. Lees alle reacties
  3. Helaas is het pleidooi van Haentjes onvolledig en misleidend.
    Allereerst hebben lage inkomens inderdaad minder kans om in de WIA te komen
    omdat het inkomen is verzekerd, niet de aandoening.
    Maar hogere inkomens zullen met een veel groter inkomensverlies te maken krijgen bij arbeidsongeschiktheid. Dat wordt er om duistere redenen nooit bijverteld. Zelfs niet door sommige verzekeringsartsen.
    Verder hebben de bedrijfsartsen in een recent zogeheten ‘position paper’ richting de commissie Octas aangegeven niet aan claimbeoordeling te willen doen.
    Dat lijkt een terechte opstelling, want in de Wet poortwachter worden nog steeds geregeld sancties opgelegd door UWV wegens het (ondermeer) onterecht stellen van ‘geen arbeidsmogelijkheden’ en het daardoor uitblijven van deugdelijke re-integratie inspanningen.
    Of de creatie van een onnavolgbaar inzetbaarheidsprofiel.
    Om nu al te roepen dat het systeem onhoudbaar is geworden is in het licht van de huidige ontwikkelingen prematuur.
    In plaats vanaf
    de zijlijn hel en verdoemenis te roepen, helpt het meer dat verzekeringsartsen constructief meedenken over hoe het huidige systeem verder kan worden geoptimaliseerd , door triage , taakdelegatie en andere slimme oplossingen.

    • Lees alle reacties
    • Hoe de WIA werkt is duidelijk en dat het een loondervingsuitkering is ook. In een toekomstig stelsel zal eerlijker gedeeld moeten worden en dat betekent onvermijdelijk meer nivellering. Hogere inkomensgroepen zullen niet langer publiekelijk een groot deel van het inkomen kunnen verzekeren, dat moet dan maar privaat er bovenop. In plaats daarvan moet er meer zekerheid komen voor lagere inkomens, die in de WIA zo vaak “naast de pot pissen”.
      En hoe je het ook wendt of keert, genoeg verzekeringsartsen zullen er nooit meer zijn en komen, dus de claimbeoordeling kan straks niet meer de spil zijn waar het hele stelsel om draait.
      Meer publieke zekerheid voor lagere inkomensgroepen = een veel socialer fundament voor een nieuw stelsel. Uitvoerbaarheid is de tweede pijler van dat nieuwe stelsel. Rechtvaardigheid de derde. In de nadagen van ons huidige stelsel gaat decentraliserend UWV-beleid aan die laatste stoelpoot steeds verder zagen met als gevolg verdere ondermijning. Dat is een serieus risico en een grote zorg. Dat er meer met taakdelegatie gewerkt kan en moet worden spreek ik niet tegen, dat moedig ik zelfs aan. Mijn pleidooi is er vooral op gericht om de onrealistische verwachtingen van “anders werken” te temperen en te waarschuwen voor risico’s die ontstaan als het bestuur feitelijk de handdoek in de ring gooit door de regie en de verantwoordelijkheid voor de groeiende onmacht in de dienstverlening van zich weg te schuiven naar de verzekeringsartsen onder het mom van meer regie voor de professionals. Met als risico dat UWV-teams/kantoren/regio’s, onder de druk van wisselende en soms gigantische achterstanden, sterk van elkaar verschillend beleid gaan voeren (dat is zelfs de bedoeling vanuit centraal!) waardoor burgers in toenemende mate worden blootgesteld aan willekeur en ongelijke behandeling. Dat is geen optimalisatie van een systeem, dat is afbraak. Tenslotte, het huidige stelsel zal grondig worden hervormd, van “optimalisatie van het huidige systeem” spreekt al bijna niemand meer, dat stadium zijn we al voorbij. Daar gaat OCTAS ook niet mee komen aanzetten.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.