Angelique Reitsma en collegae deden onderzoek naar de actuele wetenschappelijke kennis en inzichten om gezondheidsuitkomsten van patiënten met whiplash associated disorder (WAD) te inventariseren.
Daarmee kwamen zij tot aanbevelingen voor een herstelgerichte aanpak van WAD-graad I-II (Quebec Task Force-indeling) letselschadezaken. Het onderzoek werd in 2023 gepubliceerd in het Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade1, maar is nog altijd actueel en ook relevant voor de bedrijfs- en verzekeringsarts om kennis van te nemen.
Aleksej / stock.adobe.com
Reitsma en collegae geven aan dat ruim een derde van alle letselschadezaken in Nederland zou gaan om WAD-casuïstiek met een geschatte schadelast van €400 miljoen per jaar. Het probleem bij WAD-graad I-II is het ontbreken van een objectiveerbaar schadesubstraat. Om aanspraak te kunnen doen op een schadevergoeding is juist de niet-objectiveerbaarheid het kernprobleem. Dit resulteert vaak in onenigheid tussen partijen, dat wil zeggen de aansprakelijke verzekeraar enerzijds en het slachtoffer, vaak bijgestaan door een belangenbehartiger, anderzijds; voor slachtoffers bevordert dit hun herstel niet.
Spoedige werkhervatting
Volgens vigerende richtlijnen wordt voor zowel de acute als chronische WAD-patiënten een actieve behandelstrategie aanbevolen, waarbij de ervaren klachten een spoedige werkhervatting niet in de weg hoeven te staan. Voor werkhervatting hoeft men niet helemaal klachtenvrij te zijn, maar kunnen er wel tijdelijk aanpassingen worden geadviseerd.
Reitsma en collegae voerden een systematic review uit naar de behandeling van WAD sinds het Coronel-rapport2 (2015). Dit leverde dertien bruikbare publicaties op. Daaruit werden nieuwe inzichten gedestilleerd als aanvulling op de aanbevolen behandeling bij WAD-graad I-II (voor een zeer beknopte samenvatting zie de Tabel), waarbij een actieve benadering voor behandeling in alle WAD-stadia geadviseerd wordt.
Tabel: effectieve behandelmethoden bij WAD-graad I-II.
Acute en subacute fase (tot 3 maanden)
Langdurige fase (> 3 maanden)
Effectief
• Voorlichting, uitleg, geruststelling
• ‘Act-as-usual’: beweging,
• Oefentherapie (bij fysiotherapeut)
• Pijnstillende medicatie (NSAIDs, PCM)
• Activerende begeleiding door huisarts, fysiotherapeut
• Normale activiteiten voortzetten / hervatten.
• Multidisciplinaire benadering: inzicht en omgaan met klachten, opbouw van belastbaarheid en re-integratie (binnen eerste jaar).
• Denk eventueel aan een expertise
Niet effectief
• Alleen uitleg
• Ontspannende massage, warmte
• Nekkraag
• Spierontspannende medicatie
• Behandeling alleen gericht op pijnreductie en functieverlies
• opioïden
In relatie tot werk
Aandacht voor:
• Tijdcontingente werkhervatting
• Onderliggende factoren
Nadrukkelijke rol voor werkhervatting via de bedrijfsarts of arbeidsdeskundige
Jammer genoeg werden er geen onderzoeken gevonden naar interventies die keken naar bevordering van werkhervatting of vermindering van ziekteverzuim. En er is volgens Reitsma en collegae nog weinig onderzoek gedaan naar de invloed van sociale en juridische factoren als het gaat om herstel bij WAD. Wel vond men aanwijzingen in de literatuur dat de aard van juridische compensatiesystemen direct effect kunnen hebben op herstel na WAD. Daarnaast halen de auteurs ook aan dat een juiste bejegening door de verzekeringsarts van groot belang is voor de sociaalgeneeskundige beoordeling. Ook wordt daarin een belangrijke rol voor de bedrijfsarts genoemd om te voorkomen dat patiënten met WAD uiteindelijk een beroep moeten doen op de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Omdat de bedrijfsarts de werknemer direct vanaf datum ziekmelding volgt kan deze hopelijk enige invloed hebben op het beloop van de arbeidsongeschiktheid. Ook door de NVAB (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde) wordt een stimulerende aanpak aanbevolen en om zo veel mogelijk actief te blijven.
Omdat de bedrijfsarts de werknemer vanaf datum ziekmelding volgt is er invloed op het beloop
Ervaren onrecht
Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk, halen Reitsma en collegae ook de term ‘perceived injustice’ aan, ofwel het ervaren onrecht door slachtoffers. Ervaren onrecht zou invloed hebben op bijvoorbeeld aanhoudende pijnklachten, maar ook op de ontwikkeling van bijvoorbeeld posttraumatische stressklachten. Vanuit juridisch oogpunt wordt ook nagedacht over hoe om te gaan met het ervaren onrecht vanuit slachtoffers en om de antitherapeutische effecten van compensatiesystemen te verminderen. Aanbevelingen op dat punt zijn als volgt: aanvaarden van verantwoordelijkheid en initiatief nemen door de aansprakelijke partij, herstelgerichte diensten aanbieden, persoonlijk contact tussen slachtoffer en veroorzaker aanmoedigen, betrekken van het slachtoffer in het oplossingsproces, uitvoeren van beoordelingen door onafhankelijke partijen, én bevorderen van ervaren procedurele rechtvaardigheid.
Concluderend stellen Reitsma en collegae dat de beste resultaten in WAD graad I-II-claims waarschijnlijk gezocht moeten worden in het combineren van effectieve medische behandelingen, de juridische aanpak én kennis van psychologische factoren die bij herstel na letselschade een rol kunnen spelen.
Het blijft een complexe interactie tussen herstelbevorderende en belemmerende factoren
Ook voor de bedrijfs- en verzekeringsarts is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de complexe interactie tussen deze herstelbevorderende en belemmerende factoren om een slachtoffer met WAD-graad I-II zo optimaal mogelijk te kunnen begeleiden en beoordelen. Een begeleidende activerende benadering heeft – ongeacht het WAD-stadium – altijd de voorkeur. Als laatste mag daar ook aan toegevoegd worden dat het belangrijk is dat het bij cliënten met moeilijk objectiveerbare aandoeningen vaak zo is dat de arts ‘er de vinger niet op kan leggen’ en dat men in het algemeen moeite ervaart bij het beoordelen of vaststellen van de oorzaak, ernst en echtheid van de klachten (TNO definitie 2006).3 Dat betekent niet dat de klachten er niet zijn. Juist ook dit aspect behoeft aandacht in de spreekkamer c.q. het medisch oordeel van de bedrijfs- en verzekeringsarts, zodat slachtoffers niet het gevoel krijgen dat zij zich niet serieus genomen voelen. Goede voorlichting, uitleg en het bespreekbaar maken zijn daarbij essentieel.
Referenties
1.Reitsma AM, Elbers N, Akkermans A, Brouwer S, 2023. Update over de behandeling van Whiplash Associated Disorder (WAD). Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, 2023(2), 56-69.
2.Van Son M et al., 2015. Update van de kennis over whiplash: diagnose, prognose, interventies en patiëntenperspectief, Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, AMC Universiteit van Amsterdam.
3.Brenninkmeijer V, Lagerveld S, Blonk R. TNO-rapport 2006. Moeilijk objectiveerbare gezondheidsklachten in relatie tot verzuimbegeleiding en de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
▶ Moniek van Zitteren, verzekeringsarts RGA/medisch adviseur bij a.s.r., Utrecht. Contact: tbv.vanzitteren@gmail.com