Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Rapporteren kun je leren

Bas Sorgdrager
Wie de feiten van deze zaak beschouwt kan niet anders dan concluderen dat betreffende bedrijfsarts niet heeft gehandeld zoals van een bedrijfsarts mag worden verwacht. Druk zetten om de cliënt zich te laten opereren bijvoorbeeld. En ook de wijze van rapporteren is bijzonder. Het regionaal tuchtcollege had aanvankelijk de maatregel van een tijdelijke schorsing opgelegd. In beroep bij het centraal tuchtcollege is die teruggebracht naar een berisping.
De feiten samengevat
Een bedrijfsarts (beklaagde) wordt betrokken bij de begeleiding van een machinevoerder bij een betonfabriek (klager). Klager is al geruime tijd bekend met rugklachten. Hij is een aantal jaren geleden in verband met die klachten bij de neurochirurg geweest. Die besloot toen niet te opereren. Wel kreeg klager pijnbestrijding. Later in dat jaar is hij het eigen werk volledig gaan hervatten. Een aantal maanden later heeft klager zich ziekgemeld omdat hij tijdens de werkzaamheden door zijn rug was gegaan. De bedrijfsarts noteerde in het kader van de verzuimbegeleiding dat ‘het klager in de rug was geschoten en dat hij volledig onbelastbaar was voor eigen werk’. Klager deed wel aangepast werk.
De bedrijfsarts had begrepen na ziekenhuisbezoek dat er geen hernia was. Weer een aantal maanden later heeft beklaagde genoteerd ‘dat klager een verkeersongeval had gehad, waarbij een oude rugkwetsuur van klager een klap had opgelopen’.
Na drie weken volledig thuis te zijn geweest is klager vervolgens begonnen met re-integratie in het werk. De werkgever van klager had inmiddels de aanpassingen van de werkplek van klager vanwege eerdere rugklachten verwijderd.

Rond het eerste ziektejaar noteerde beklaagde dat klager zeer beperkt belastbaar was en als advies noteerde hij: ‘Bedrijfsarts kiest voor onder druk zetten van deze re-integratie en vraagt derhalve op maandag, woensdag en vrijdag 2 uur per dag aanwezigheid op het werk.’ Als prognose noteerde beklaagde: ‘De ervaring leert, maar ook het verstand eist nu, dat de heer moet werken aan een duurzame oplossing van zijn medische probleem. Uit angst laat de heer zich niet opereren om op een duurzame wijze tot een oplossing te komen. Dit bereikt nu de grens van de redelijkheid. Het is verstandig dat de heer nu in gesprek gaat met zijn behandelaar om tot een duurzame oplossing te komen.’ Verder noteerde beklaagde: ‘Mocht blijken dat de werkgever onzorgvuldig is geweest en de werkplek op basis van een ander belang heeft opgeruimd dan is dat een kwalijke zaak. De nieuwe arbeidsomstandighedenwetgeving eist een herbezinning van de werkgever ten aanzien van deze actie. Het is plausibel dat de werkgever een gelijkheid eist van alle werknemers om niet te zitten tijdens het werk, echter dan had de weging door de werkgever moeten zijn dat de werknemer mocht staan op het plateau die de trillingen opvangt en daarmee de belastbaarheid van de rug.’Beklaagde heeft tegen klager gezegd dat de werkgever de kosten voor de operatie wilde betalen. Ook noteerde beklaagde dat klager ‘benutbaar is voor het eigen werk als meewerkend machinevoerder, met beperkingen vanwege zijn rug en dat het van belang was dat de ergonomie op de werkplekken behouden wordt in verband met preventie’.

Klager heeft gedurende een week op een vervangende werkplek gewerkt. Hierna is hij weer volledig ziekgemeld. Beklaagde noteert dat ‘klager nog steeds volledig arbeidsonbelastbaar was en dat de behandelaar niet bijdraagt aan een duurzame oplossing waardoor de kans op terugval op ieder andere werkplek groot is’.
Beklaagde adviseerde om de datum van de eerste ziektedag te herzien, namelijk een jaar eerder. Hij voegde daaraan toe dat dat betekent dat klager een einde wachttijd tegemoet gaat. Vervolgens heeft beklaagde klager weer gesproken en noteerde hij dat klager volledig arbeidsonbelastbaar was. Als advies noteerde hij dat ‘er sterke aanwijzingen waren dat bij het aanhouden van de huidige toename van de belastbaarheid, klager binnen twee weken vanaf heden een aanvang kon maken met re-integratie in aangepast werk’.
Klager heeft een deskundigenoordeel aangevraagd met als uitkomst arbeidsgeschikt voor het eigen werk als machinevoerder. Ondertussen heeft beklaagde klager een brief gestuurd met als bijlage een verklaring waarin beklaagde vragen van de werkgever beantwoordt en een ongevraagd advies op persoonlijke titel formuleert.

De klacht

De klacht samengevat houdt in dat de bedrijfsarts:

  • klager dwingt tot een operatie die niet nodig was en zonder enig overleg met de behandelende specialisten een verkeerde diagnose stelt;
  • nalatig is ten aanzien van de re-integratie van klager;
  • verward is en dat er aan zijn geestelijke gesteldheid getwijfeld kan worden, blijkend uit meerdere verstuurde berichten (e-mails en brieven).

Overwegingen tuchtcolleges

Over de dwang tot een (hernia)operatie terwijl daar geen noodzaak voor was heeft klager toegelicht dat de dwang er voor hem uit heeft bestaan dat beklaagde heeft gezegd dat het verstandig zou zijn om een andere specialist te
laten beoordelen of zich wel een operatie-indicatie voordoet, dat een operatie door de werkgever betaald zou worden en dat de behandelaar van klager niet in zijn belang handelde. Ten onrechte noteerde beklaagde in zijn dossier ook dat klager zich uit angst niet wilde laten opereren. Het centraal tuchtcollege heeft deze klachten in tegenstelling tot het regionaal tuchtcollege ongegrond verklaard, dit na nadere toelichting door beklaagde bedrijfsarts. Over de nalatigheid overweegt het college dat het niet in staat is duidelijkheid te krijgen over welk beleid beklaagde voor de re-integratie van klager heeft gevoerd en wat hij in dit verband precies met klager en diens werkgever heeft besproken. De lijst van consulten die beklaagde bij zijn verweerschrift heeft overgelegd is langer en strookt niet volledig met de in het dossier aanwezige terugkoppelingen die aan klager zijn verstuurd. Beklaagde beweert verder nog dat hij in het kader van de re-integratie een ‘dwangbevel’ aan de werkgever heeft gegeven, maar ook informatie hierover ontbreekt in het dossier. Bij deze stand van zaken heeft beklaagde niet aannemelijk kunnen maken dat hij zich voldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van klager. Beklaagde heeft evenmin een deugdelijke motivering gegeven voor zijn advies om de eerste ziektedag te herzien. Dit terwijl een dergelijke herziening inbreuk maakt op het wettelijk systeem met betrekking tot ziekte en re-integratie en gepaard kan gaan met enorme consequenties voor klager. De eerste ziektedag is immers relevant voor het vaststellen van de duur van de loonbetalingsverplichting en kan ook gevolgen hebben voor het recht op WIA- of ZW-uitkering. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat dit klachtonderdeel gegrond is.
Klager stelt tot slot dat sprake is van verwardheid bij beklaagde en dat er aan zijn geestelijke gezondheid moet worden getwijfeld. Hoewel het college vaststelt dat sprake is van een chaotische dossiervoering met tegenstrijdige en soms opmerkelijke uitlatingen, kan het college op basis daarvan en het verhandelde ter zitting niet vaststellen dat aan de geestelijke gezondheid van beklaagde moet worden getwijfeld. Daarbij moet worden opgemerkt dat de IGJ (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) als enige bevoegd is om bij een vermoeden van ongeschiktheid het tuchtcollege in te schakelen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Maatregel

In beroep oordeelt het centraal tuchtcollege dat alleen de klacht over de nalatigheid gegrond is. Dit leidt tot het opleggen van een lichtere maatregel dan het regionaal tuchtcollege heeft gedaan: ‘De wijze waarop de bedrijfsarts invulling heeft gegeven aan de zorg die hij in zijn functie van bedrijfsarts had behoren te betrachten rechtvaardigt, met name vanwege de gebrekkige communicatie en dossiervoering, naar het oordeel van het centraal tuchtcollege de maatregel van berisping’.
College stelt vast: sprake van chaotische dossiervoering

Commentaar

De notities die de bedrijfsarts heeft gemaakt in het dossier en in rapportages aan werkgever en werknemer zijn taalkundig en inhoudelijk beneden de maat. Ook zijn er discrepanties
met andere gegevens en wat met werknemer en werkgever lijkt te zijn gecommuniceerd. De kwaliteit van de bedrijfsgeneeskundige zorg heeft daar onder te lijden en is ook niet goed te beoordelen. Dat zal niet alleen voor deze kwestie gelden. Vreemd dat deze bedrijfsarts er nooit op aangesproken is. Of dat hij, als er opmerkingen over zijn gemaakt, hiermee niets heeft gedaan en ook zo heeft kunnen doorgaan. Rapporteren kun je leren; er zijn vast wel bijscholingen te volgen. Maar de vraag is natuurlijk ook of hier alleen sprake is van een ondermaatse rapportage.
Kijk voor de volledige tekst van deze uitspraak op tuchtrecht.overheid.nl en zoek met zaaknummer ECLI:NL:TGZCTG:2022:14.
Reageren? Stuur een e-mail naar tbvredactie@bsl.nl.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.