Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Wie B zegt moet eerst A zeggen

Bedrijfsarts-adviseur Hans Dam schrijft een analyse van een tuchtzaak. Hoe kunnen we voorkomen dat bedrijfsartsen een waarschuwing of berisping krijgen omdat ze bij een conflict in de werksituatie in de fout gaan? Deze keer: over de sociaal-medische begeleidingsreflex.

Wat een hork, was de eerste gedachte die bij me opkwam toen ik las dat een bedrijfsarts een maatregel door het Centraal Tuchtcollege kreeg opgelegd vanwege abject handelen tijdens een consult.1 Heimelijk maakte hij van het consult geluidsopnamen. Van ieder consult! Laat duidelijk zijn, het deugt niet.

Maar er speelt nog iets. Ik signaleer een reflex om het eerste consult te laten volgen door sociaal-medische begeleiding (SMB). Menige probleemanalyse, liefst gelardeerd met veel BAR-jargon, is de slappe opmaat voor een vervolgconsult. SMB lijkt daarmee eerder gedreven door financiële dan door sociaal-medische argumenten.

Een stukje geschiedenis

Als beginnend bedrijfsarts zag ik verzuimers op z’n vroegst na zes weken om hen desgevraagd te re-integreren. Verzuim werd gelegitimeerd door de verzekeringsarts van de bedrijfsvereniging, de voorloper van het UWV. Een uitzondering bestond erin dat sommige bedrijven ‘eigen-risicodrager’ waren, waardoor de beoordelingstaak vanaf dag één bij de bedrijfsarts lag. Voor het overige was er een duidelijke taakverdeling tussen de bedrijfs- en de verzekeringsarts. Het was de tijd waarin ‘werkzaamheden van in hoofdzaak medische en sociaal-medische aard, welke achtereenvolgens betrekking (kunnen) hebben op signalering, preventie, controle, interventie, revalidatie alsmede reintegratie’ tot het domein van de bedrijfsarts behoorden.2

Verdiscontering van werkloosheid bij arbeidsongeschiktheid gooide roet in het eten. Menig bedrijfsarts hielp bedrijven te krimpen door arbeidsongeschiktheid te aggraveren. Werkgevers blij, werknemers ook, want die kregen een hogere (arbeidsongeschiktheids)uitkering. Tot eind jaren tachtig het kabinet Lubbers constateerde dat een op de zes werkenden ‘ziek’ was. De bedrijfsarts als ziekmaker van Nederland. Het succes van de ‘eigen-risicodragers’ in de beheersing van verzuim verlaagde de drempel voor privatisering. Het in een hand leggen van beoordelen en begeleiden kregen we er gratis bij.

Sociaal-medische begeleiding

Terug naar de tuchtzaak. Natuurlijk is het not done om consulten ‘op sluwe wijze’ heimelijk op te nemen. Het tuchtcollege wilde weten waarom de bedrijfsarts dit deed. Eerdere klachten door de klager hebben hem ertoe ‘genoodzaakt’, aldus verdedigde hij zich. In de reflectie op deze zaak ontspint zich een discussie over het wel of niet maken van opnames. Het wekt bevreemding op dat de vraag die eraan voorafgaat niet wordt gesteld. Waarom raakt een bedrijfsarts verstrikt in de sociaal-medische begeleiding?

Lang dacht ik dat SMB bij ziekteverzuim ons privilege en ons doel was. Na aanmelding van een verzuimer start als vanzelf het begeleidingsproces en dit houdt pas op als een verzuimer volledig is hervat. Daarmee is SMB gereduceerd tot individuele verzuimbegeleiding: de teller raakt bekend, over de noemer geen woord.

Verdienmodel

Deze werkwijze blijkt een prima verdienmodel te zijn. Kennis over het werk en de context van de werkende is niet nodig. Je stelt al dan niet vanuit de ziekte de beperkingen vast. Dit gebeurt het liefst door goedkopere arbeidskrachten: arboarts, arboverpleegkundige, praktijkondersteuner bedrijfsarts (POB’er). Met de Regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar in de hand kun je beargumenteren dat de verzuimer periodiek beoordeeld moet worden op zijn herstel- en re-integratieactiviteiten.3 Begeleiding als missie van de arbodienst. Het ontzorgmodel wint het om financiële redenen van het eigen regiemodel.

Reken maar uit. Negen miljoen werkenden, trek daar een miljoen zelfstandigen van af en nog eens een half miljoen arbeidsmigranten zonder arbozorg, dan resteren er zevenenhalf miljoen werknemers ‘in zorg’. Op 1900 bedrijfsartsen betekent dat 4000 werkenden per bedrijfsarts. Een verzuimpercentage van zes procent levert al gauw 240 personen ‘in begeleiding’ op. Als je, zoals collega Swerts in een interview op TBV-online bepleit, ook nog de behandelend huisarts wil zijn van je werknemerspopulatie is het niet vreemd dat je verstrikt raakt.4

SMB is niet langer het privilege van de bedrijfsarts. De in 2018 gewijzigde Arbowet houdt kortweg in dat alle activiteiten, die ‘ondersteunend’ zijn voor werkgever en werknemer bij de terugkeer naar werk, veranderden in ‘adviserend’. Evenals de wijziging van de procesgang tijdens het eerste en tweede ziektejaar per 2025, die de periodieke evaluatie bij de re-integratie beperkt tot het plan van aanpak.3 Is dit voldoende doorgedrongen tot de praktijk?

Nog steeds echter gaat vrijwel iedere melding van een verzuimende werknemer over in een begeleidingstraject, vaak geprotocolleerd en waar mogelijk uitgevoerd door hulptroepen van de bedrijfsarts. Laaghangend fruit voor automatiseerders. De elementen van een probleemanalyse zijn gedefinieerd. Nu nog het consult omzetten in een ‘terugkoppeling’. Wat ik zie en hoor van werkgevers is pure armoede. Als dit het resultaat is van een analyse van de verzuimer en een advies over de inrichting van de verzuimbegeleiding moeten we terug naar de tekentafel.

Het gezegde ‘wie A zegt, moet ook B zeggen’ gaat niet op. De analyse moet uit meer bestaan dan een opsomming van de functie en de beperkingen in BAR-jargon.5 Wat moet een werkgever als in de probleemanalyse als kretologie is opgenomen: ‘toelichting deadlines en productiepieken, veelvuldige onderbrekingen en storingen’, zonder verdere toelichting. Maar wel een vervolgafspraak over ongeveer zes weken. Hoezo?

Hoe moet het wel?

De probleemanalyse behelst niet alleen de aanleiding tot het verzuim (de ‘ziekte’), maar ook de noodzaak tot verzuim (de omstandigheden), de mogelijkheden tot verzuim en re-integratie (het begeleidingsproces bij het klantbedrijf) en de verzekerde status van de cliënt. Het gaat dus om meer dan toepassing van het biopsychosociale model (op de persoon gericht) en ethische overwegingen. Ook de condities in het werk (op het systeem gericht) en de faciliteiten om de terugkeer naar werk te begeleiden maken deel uit van de analyse en het advies. Grondige kennis van het werk, de werkomstandigheden en de arbeidsrelaties zijn voorwaarde om tot een goed advies te komen. Dat vraagt om triage-skills die je van een bedrijfsarts mag verwachten. In die triage gaat het om het vaststellen van de werkgebondenheid van de gezondheidsklacht (kortweg de beroepsziekte), om het vaststellen van de juridische aspecten van de casus en van welke begeleidingsfaciliteiten, vanwege de geconstateerde mogelijkheden, beperkingen en voorwaarden voor arbeid, nodig zijn voor behoud van arbeidsparticipatie. Stel het advies zodanig op dat de ontvanger wordt meegenomen in de stappen van de analyse:

– met welke methode is de werkbelasting bepaald?
– hoe zijn de beperkingen beoordeeld?
– wat was de methode om discrepanties in belasting en belastbaarheid vast te stellen?
– welk referentiekader gebruikte je voor je advies (een richtlijn of iets dergelijks)?
– op basis waarvan bepaalde je de voorwaarden voor re-integratiebegeleiding door de werkgever?

Lees aan het einde van het consult je probleembeschrijving en advies hardop voor aan de werknemer. Hij of zij zal het advies immers moeten dragen in het klantbedrijf. En stel je open voor aanpassingen van je advies als het niet past in de mogelijkheden van je klantbedrijf. Wees duidelijk over je advies waarom en hoe jij degene bent die de verzuimer moet begeleiden bij zijn terugkeer. Analyse, advies en rapportage vragen dus om een ruime tijdsinvestering. In ieder geval meer dan de begeleiding daarna.

Met zo’n benadering voorkom je dat je consulten heimelijk moet opnemen uit angst dat je een klacht aan je broek krijgt. Ook als het steeds gewoner wordt om audio-opnamen van consulten te maken en te laten transcriberen door een AI-programma, schrijf jij het advies.

Hans Dam is bedrijfsarts niet praktiserend

Literatuur


1. Pauw S. Bedrijfsarts erkent tuchtcollege niet, maar krijgt toch een maatregel opgelegd. Medisch Contact. 12 maart 2026, 28-29.
2. Buijs PC. Sociaal-medische begeleiding: modegril of uitdaging. Tijdschrift voor Arbeidsomstandigheden. 1990;66(7/8): 539-544.
3. Overheid.nl. Regeling procesgang eerste en tweede jaar.
4. Wieman D. Koester (ook) de curatie. TBV-online 24 maart 2026.
5. BAR-instrument versie 3.0 beschrijving Arbeidsbelastbaarheid & re-integratiemogelijkheden

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.