Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Er valt veel te winnen bij mensen met agressieproblematiek’

Jozien Wijkhuijs
Agressie in de spreekkamer kent veel verschijningsvormen. Van non-verbaal, verbaal en fysiek tot het geven van ‘een ongemakkelijk gevoel’, waardoor je als professional misschien wel aan je eigen houding gaat twijfelen. Tijdens het TBV-congres spreekt klinisch psycholoog en bijzonder hoogleraar Arno van Dam over waarom mensen zich grensoverschrijdend, antisociaal of asociaal gedragen en hoe hiermee om te gaan.
© fpic / stock.adobe.com

Prof. dr. Arno van Dam is klinisch psycholoog en bijzonder hoogleraar ‘Antisociaal gedrag, Psychiatrie en Maatschappij’. Hij heeft jaren ervaring met het behandelen van mensen met agressieproblemen en antisociale persoonlijheidsproblematiek en geeft consultatie aan teams die vastlopen in de begeleiding van mensen met agressieproblemen. Zijn onderzoek richt zich op het verbeteren van diagnostiek en behandelmogelijkheden van mensen met antisociaal gedrag.

Hoe ben je in deze specialisatie terechtgekomen?

‘Naast mijn werk als hoogleraar ben ik ook nog altijd behandelaar in de GGZ. Wat mij daar opviel, is dat er goede hulp beschikbaar is voor mensen met bijvoorbeeld angstklachten of een depressie. Maar voor mannen met agressieproblemen deinzen hulpverleners een beetje terug. “Kunnen we die wel helpen, is de motivatie er wel?” En dat is een ontzettend gemiste kans, want hulp heeft hierbij een grote impact hebben op de maatschappij. Daarom ben ik me in deze problematiek gaan specialiseren. Ik vind het ook een plezierige doelgroep om mee te werken, het agressieprobleem is natuurlijk erg, maar het zijn vaak heel directe mensen, je weet gelijk waar je aan toe bent en als hulpverlener houden ze je op het puntje van je stoel.’

Hoe kan een hulpverlener omgaan met zo’n eventueel gebrek aan motivatie?

‘Die motivatie is vaak in eerste instantie extern. Er zijn collega’s die zeggen: “ze willen zelf niet veranderen”, maar ook al is dat zo, het is wel een reden om te starten. En wat ik merk – en dit blijkt ook uit ons onderzoek – is dat die motivatie in de loop der tijd van extern naar meer intern gaat. Mensen merken dat hun kwaliteit van leven verbetert als ze minder dwingend, dominant, of dreigend zijn. Er is veel te winnen als we ons niet zo snel laten afschrikken. Dan ontstaat niet alleen de mogelijkheid om de cliënt te helpen, maar ook de buurt, het gezin en de werkomgeving, bijvoorbeeld.’

Welke soorten agressie onderscheid je?

‘Dat is iets waar ik op het congres ook over ga vertellen, want het is belangrijk om te weten waar het agressieve of grensoverschrijdende gedrag vandaan komt. Als we kijken naar de verschillende dynamieken, zien we één groep waarbij dit gedrag heel erg te maken heeft met een gebrek aan vertrouwen. Ze hebben dingen meegemaakt waardoor ze zich onveilig voelen en geleerd dat ze niet op anderen kunnen bouwen. We doen een onderzoek waarbij mensen plaatjes krijgen van een serie neutrale gezichten en één die een klein beetje boos kijkt, die halen ze er gelijk uit. Ze hebben een hyperfocus op mogelijke dreiging en krijgen al snel het idee dat mensen hen kleineren. Dan reageren ze niet door te vluchten, maar door te vechten. Dat is natuurlijk iets dat op het werk een probleem kan zijn en ook in de spreekkamer.

prof. dr. Arno van Dam
prof. dr. Arno van Dam

‘Een tweede dynamiek treedt op bij mensen die heel impulsief zijn en eigenlijk niet echt letten op hun omgeving. We doen onderzoek door middel van virtual reality en wat we zien is dat deze mensen eigenlijk helemaal niet goed kijken naar andermans gezicht, niet goed opletten of mensen verdrietig of angstig worden. Soms worden ze dan een olifant in een porseleinkast, ze stappen dan onbedoeld over grenzen heen omdat ze geen rekening houden met iemand. Zeker als er boosheid bij komt.

‘Wat ook voorkomt, maar veel minder, is verschijnselen van psychopathie: heel snel verveeld, hoge prikkelbehoefte, niet goed mee kunnen voelen, weinig empathie. Elke vorm hiervan heeft ook iets positiefs, dat vind ik belangrijk om te benadrukken. In spannende werksituaties, bijvoorbeeld in het leger, kunnen mensen uit de derde categorie zich bijvoorbeeld rustig houden, omdat ze er gewoon minder bij voelen.’

Hoe is dit bij specifieke agressie tegenover hulpverleners?

‘Er bestaat bij deze groep vaak heel veel wantrouwen tegenover mensen, instituties, instellingen, en de overheid. Dat betekent vaak dat deze mensen hun hulpverleners, ook de bedrijfs- en verzekeringsarts, meteen in het vijandbeeld plaatsen. “Deze mensen zijn erop uit om mij een loer te draaien”. Er hoeft dan maar weinig te gebeuren om dat te laten ontploffen.’

Hoe kun je daar als arts mee omgaan?

‘De bejegening is belangrijk, hoe start je het gesprek? Daar kun je de spanning deels al wegnemen. Het is belangrijk om de juiste balans te vinden tussen luisteren naar wat iemand te zeggen heeft en uiteindelijk wel een grens stellen. In het begin van het gesprek moet iemand zich gehoord voelen, anders zit je gelijk in het conflict en is iemand niet meer in staat om te luisteren. Ik denk dat het ook heel belangrijk om dit wel te proberen, omdat dit ook mensen zijn die in werksituaties van heel veel waarde kunnen zijn. Dat is de andere kant van de persoonlijkheidsstijl, ze kunnen heel loyaal en hardwerkend zijn en voor een werkgever door het vuur gaan. In 2020 hebben we een praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek uitgebracht, daarin hebben we uitgelegd hoe je zo’n gesprek voert.’

Hoe pakken jij en je collega’s het probleem van agressie aan?

‘Met agressie krijgt iemand op de korte termijn wat hij wil, maar op de lange termijn raakt hij er dingen mee kwijt. Relaties, vriendschappen, maar we zien ook vaak het verlies van werk. Daarom willen mensen er zelf ook graag iets aan doen. Bij de eerste groep, bijvoorbeeld, is het belangrijk te kijken waar het wantrouwen vandaan komt. Daarna kun je iemand aanleren dat dit wantrouwen weliswaar vroeger terecht was, maar nu niet meer. Ze moeten inzicht krijgen in hun eigen patroon, want vaak zien ze het zelf niet eens scherp. Dan zegt iemand “overal waar ik kom, krijg ik ruzie”. Het is belangrijk om feedback te geven op hun eigen rol in het ontstaan van dit soort conflicten.’

Komt agressie meer voor dan vroeger?

‘Ik zou voorzichtig zijn met dat te stellen, naar mijn weten is dit niet iets dat structureel wordt bijgehouden. Dit is een probleem van alle tijden, het is er altijd geweest en het is belangrijk om er rekening mee te houden. Zowel om mensen met dit soort problematiek niet te kort te doen als voor de hulpverlener zelf, dat je hier goed mee leert omgaan en niet onnodig belast wordt en risico loopt. Wat ik zie gebeuren, is dat het soms doorslaat en dat instellingen of teams een harde grens stellen: als dit gebeurt, kunnen we iemand niet meer helpen. Dan stopt de behandeling of begeleiding. Dat vind ik kwalijk, mensen komen met agressieklachten en daarvoor zoeken ze hulp, dan horen terugvallen erbij. Het is wel goed om in beeld te krijgen hoe vaak het gebeurt en het te bespreken, het niet stilzwijgend te laten gebeuren. Dat moet onderdeel zijn van de behandeling.’

Uw werk gaat specifiek over mannen, hoe zit het met agressie bij vrouwen?

‘Ook vrouwen vertonen agressief gedrag, ongeveer in dezelfde mate. Bij mannen is het vaak fysiek heftiger, bij vrouwen is het vaker sociale agressie, zoals buitensluiten, vernederen… Wat wel zo is, is dat veel hulpverleners daar met een andere bril naar kijken. Bij mannen is het een agressie-regulatieprobleem, bij vrouwen emotieregulatie. De man is antisociaal, een vrouw heeft borderline.’

Welk verder onderzoek naar dit onderwerp loopt er nu?

‘Een ervan gaat over de onderliggende dynamieken die er zijn bij agressieproblematiek, het mentaliserend vermogen. In welke mate zijn mensen in staat om emoties te herkennen? Hiervoor gebruiken we virtual reality. Sommige mensen hebben een hyperfocus op boosheid, anderen herkennen bijvoorbeeld verdriet of somberheid niet. Een tweede onderzoek doen we naar de therapeutische alliantie met mensen met antisociale persoonlijkheidsproblematiek. Wat maakt dat therapeut en cliënt kunnen samenwerken? We kijken naar beide kanten, hebben ook cliënten geïnterviewd over wat ze van hun therapeut vinden. Daar leren we heel veel van. Het werkt bij deze mensen weer net anders dan bij mensen met depressieve klachten. Voor een derde onderzoek kijken we hoe we het sociale netwerk kunnen inzetten om antisociaal gedrag te verminderen. Familieleden, buren, wijkagenten, de woningstichting, als mensen meer als een team rond iemand heen gaan staan, helpt dat dan om anders met het probleem om te gaan? Het onderzoek ziet er op dit moment heel veelbelovend uit, als steun goed georganiseerd wordt, is er kans van slagen om langdurig te veranderen.’

Op 13 maart 2024 vindt het 20e TBV congres plaats dat over ditzelfde thema gaat. Onder de titel ‘Is agressie de baas’ laten tal van sprekers hun licht schijnen over dit onderwerp. Kijk hier voor meer informatie. 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.