Casus: ontstaan van klachten en zoektocht naar oorzaakEen laborante werkzaam in de gewas- en zaadveredeling ontwikkelde acuut verschillende klachten, waaronder benauwdheid, hoesten en een afgenomen inspanningstolerantie. De werkneemster en de bedrijfsarts hielden rekening met gevolgen door blootstelling aan ethanol, isopropanol en chloroform.
De toenemende klachten traden op in een periode waarin het alarm van de zuurkast herhaaldelijk afging. Deze meldingen werden door de werkgever aanvankelijk als loos geclassificeerd. Nadat de klachten toenamen, werd met een rookbuisje vastgesteld dat dampen vanuit de zuurkast in de laboratoriumruimte terechtkwamen. Kort daarna meldde de werkneemster zich ziek. Longonderzoek en uitbreiding van klachtenVanwege de respiratoire klachten werd uitgebreid longfunctieonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake was van reactive airways dysfunction syndrome (RADS). Er werd weliswaar enige bronchiale hyperreactiviteit vastgesteld, maar het beeld voldeed niet aan de criteria voor RADS of astma.
Omdat in de voorliggende maanden van de uitval het klachtenbeeld zich aanzienlijk had uitgebreid, was verder onderzoek nodig. Betrokkene rapporteerde ernstige vermoeidheid, vergeetachtigheid, spierzwakte, tremoren, braken, oogklachten, slaapproblemen en zelfs veranderingen in de ontlasting. Tijdens een periode van thuisisolatie in verband met covid-19 namen de klachten tijdelijk af, maar na terugkeer op het werk kwamen zij terug en namen zij verder toe.
Bij lichamelijk en oriënterend neurologisch onderzoek werd een grove, laagfrequente tremor aan beide handen gezien en spierzwakte, vooral links. Er werden inconsistenties gevonden, waaronder variatie in patroon voor spierkrachten en het verdwijnen van de tremor bij afleiding.
Neuropsychologisch onderzoek werd voortijdig beëindigd wegens hoge emotionele belasting en onvoldoende prestatievaliditeit. Er werd een depressieve stoornis volgens DSM-5 vastgesteld, met sombere stemming, verminderde interesse, vermoeidheid, gevoelens van waardeloosheid en concentratieproblemen. Er waren tevens traumagerelateerde klachten, zonder dat voldaan werd aan de criteria voor PTSS. De depressieve symptomen werden geduid als secundair aan het incident en de ervaren onveiligheid op de werkvloer.
Werkplekonderzoek en blootstellingsanalyseHoewel de medische onderzoeken geen duidelijke somatische verklaring gaven voor de breedte en ernst van het klachtenbeeld, bleef bij de werkneemster de zorg en overtuiging bestaan dat blootstelling op de werkplek een rol speelde. De aanhoudende onzekerheid over de veiligheid op de werkplek leidde tot aanvullend werkplekonderzoek.
Uit het aanvullende blootstellingsonderzoek middels modelberekeningen bleek dat de gemiddelde concentratie chloroform in de laboratoriumruimte varieerde tussen 1,5 en 5,9 mg/m³, met gemeten piekwaarden tot 2,8 mg/m³. De Nederlandse grenswaarde voor chloroform bedraagt 5 mg/m³. Op basis van toxicologische literatuur geldt levertoxiciteit als het meest kritische effect bij chronische blootstelling, met een no-effect level tussen 13 en 25 mg/m³. Neurologische en gastro-intestinale symptomen worden pas bij aanzienlijk hogere concentraties beschreven, meestal boven 100 mg/m³. Zelfs bij aannames met een ruime veiligheidsmarge zouden de gemeten waarden onder de drempels blijven waarbij systemische toxiciteit wordt verwacht.
Acceptatie en vervolgtrajectNa afronding van de eerste medische onderzoeken werden de bevindingen met de werkneemster besproken. Daarbij werd toegelicht dat het klachtenbeeld niet passend was bij de gemeten niveaus van chemische blootstelling en dat vooralsnog geen somatische verklaring kon worden vastgesteld. Deze terugkoppeling was voor de werkneemster moeilijk te aanvaarden; zij bleef zorgen houden over de veiligheid van de werkplek en een mogelijke blootstellingsgerelateerde oorzaak van haar klachten. Het wantrouwen richting de werkomgeving speelde hierbij een rol. |

|
Ook vanuit de directe familie ontving de werkneemster steun in de overtuiging dat haar klachten door de blootstelling moesten zijn veroorzaakt. Deze steun was goedbedoeld, maar versterkte haar zorgen over de veiligheid van de werkplek en droeg bij aan het aanhouden van wantrouwen richting werkgever en zorgverleners.
Ondanks het aanvullende werkplekonderzoek en de objectivering van de blootstelling hield de werkneemster klachten en bleef het klachtenpatroon zich uitbreiden. Daarom werd zij via de huisarts naar de neuroloog verwezen. Bij neurologisch onderzoek werden inconsistenties gevonden, zoals een tremor die bij afleiding verdween en variatie in krachtmetingen. De eerder afgebroken neuropsychologische screening werd door de neuroloog betrokken in de beoordeling. Daarnaast verrichtte de neuroloog een MRIonderzoek.
Op basis van het geheel concludeerde de neuroloog dat sprake was van een FNS, met onder meer tremoren, spierzwakte en cognitieve klachten. Daarnaast werd een depressieve stoornis vastgesteld. Toxicologisch gezien zijn er geen aanwijzingen dat chloroform stemmingsstoornissen veroorzaakt, waardoor de depressieve symptomen niet als direct toxisch effect konden worden geduid. De fluctuerende aard van de klachten en het verdwijnen van bepaalde symptomen bij afleiding pasten binnen het klinische beeld van FNS.
|
Reflectie: FNS binnen arbeids- en letselschadecontext
FNS, nieuwe inzichten over ontstaan en behandeling
Conclusie
Referenties
1.British Psychological Society (2024). Functional neurological disorder: Neuropsychological and psychological management in children and adults. bps.org.uk/guideline/functional-neurological-disorder-neuropsychological-and-psychological-management-children
2.Gelauff J (2025, 4 april). Functionele neurologische stoornissen: Wat is FNS? Casus, diagnose, mechanisme, behandeling. Nederlands Instituut voor Psychologen. nip.nl/wp-content/uploads/pdfs/Jeanette-Gelauff_NIP_04042025_PDF.pdf
3.Stichting FNS. (z.j.). Stichting FNS – Voor mensen met functionele neurologische stoornis (FNS). stichtingfns.nl
4.Thuisarts. (z.j.). Functioneel-neurologische stoornis. thuisarts.nl/functioneel-neurologische-stoornis
▶ W.P. Piebenga (klinisch arbeidsgeneeskundige) en F.I.M. van Vliet (klinisch neuropsycholoog) zijn beide werkzaam op de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA), Amsterdam UMC, locatie AMC, Amsterdam. Contact: w.p.piebenga@amsterdamumc.nl


