Casuïstiek
|
Casus 1: een vrouw van rond de 60 jaar wordt geopereerd aan haar schildklier. Na de operatie is er sprake van heesheid en benauwdheidsklachten. De benauwdheid wordt in de loop van de tijd zo ernstig dat er een tracheacanule geplaatst wordt. Enkele maanden later wordt duidelijk dat mevrouw permanent afhankelijk blijft van de tracheacanule. Er is een eenzijdige stembandverlamming, waarbij de stemband een obstructie vormt in de luchtweg.
Casus 2: een man van midden 50 bezoekt de huisarts met plasklachten. Na een positieve dipstick wordt een kweek afgenomen en gestart met nitrofurantoïne voor 7 dagen. Na ontvangst van de kweekuitslag blijkt de aangetroffen bacterie gevoelig voor het gekozen antibioticum. Drie weken na het eerste bezoek komt meneer terug vanwege een recidief van vaker plassen en een branderig gevoel. Opnieuw is de dipstick positief. Meneer krijgt eenmalig fosfomycine. Weer twee weken later is meneer op het spreekuur vanwege pijn bij het plassen, verhoogde aandrang en pijn in de rug. Er wordt een bloed- en een urinekweek ingezet. Meneer krijgt nitrofurantoïne voor 7 dagen en een verwijzing voor de uroloog. Een dag later bezoekt meneer de huisartsenpost en blijkt er sprake van een sepsis bij een nierbekkenontsteking waarvoor een ziekenhuisopname volgt.
Casus 3: een vrouw van midden 50 krijgt na een laparoscopische galblaasverwijdering buikpijn en icterus. Op beeldvormend onderzoek is te zien dat er tijdens de operatie een clip geplaatst is op (waarschijnlijk) de ductus choledochus en niet de ductus cysticus. Hierdoor is er ernstig galwegletsel ontstaan. Mevrouw krijgt tijdelijk een drain en daarna een ingrijpende hersteloperatie.
|
Beoordelingskader
Praktische uitwerking
| Casus 1: Na bestudering van het dossier waren er geen aanwijzingen voor verwijtbaar medisch handelen. Stembandproblemen zijn een bekende complicatie van schildklieroperaties, waarbij volgens medische literatuur4 in tot 11 procent van de ingrepen een beschadiging van de n. recurrens optreedt. Bij informed consent was gesproken over mogelijke stemproblemen na de operatie. In het operatieverslag was aangegeven dat de betreffende zenuw was geïdentificeerd en gespaard. Het was terecht dat er bij informed consent niet gesproken was over een mogelijke blijvende tracheacanule, aangezien dit een zeer zeldzame complicatie is. Dat de gevolgen voor mevrouw en haar omgeving veel groter waren dan verwacht was erg vervelend, maar was het gevolg van een complicatie. |
Wanneer wij een dossier met een vermeende medische fout beoordelen, proberen we eerst de feiten helder te krijgen. Hiervoor bestuderen we het medisch dossier en het verhaal van de patiënt. De volgende stap is het bestuderen van relevante medische literatuur. Dit betreft zowel informatie over het gebruikelijke beloop en bekende complicaties van een bepaalde behandeling als relevante richtlijnen en protocollen. Hierbij kijken we in eerste instantie naar de Nederlandse protocollen in de richtlijnendatabase en de NHG-standaarden, maar daarnaast ook naar andere bronnen voor evidencebased medicine zoals UpToDate. Van belang is dat hierbij gekeken wordt naar de stand van de wetenschap van het moment waarop een en ander speelde. Wanneer wij als medisch adviseur het vermoeden hebben dat er mogelijk sprake is van verwijtbaarheid, dan laten wij een collega het dossier medebeoordelen conform het vierogenprincipe.
| Casus 2: Aangezien dit dossier het handelen van een huisarts betrof, is het verloop hier vergeleken met de NHG-standaard Urineweginfecties.5 In deze richtlijn wordt duidelijk aangegeven dat mannen een patiëntengroep zijn met een verhoogd risico op een gecompliceerd beloop. Voor risicogroepen zijn er andere behandeladviezen. De huisarts was op diverse punten afgeweken van de NHG-Standaard zonder onderbouwing hiervan in het dossier. Bij het tweede spreekuurbezoek had volgens de NHG-Standaard een ander antibioticum voorgeschreven moeten worden, aangezien het gekozen middel alleen voor vrouwen wordt geadviseerd. Ook waren er tekenen voor weefselinvasie en is bij een man een eerste recidief al een reden voor verwijzing naar de uroloog. Bij het tweede recidief werd meneer wel verwezen, maar de hier gekozen antibiotica waren niet passend voor een urineweginfectie met weefselinvasie, waar het klinisch beeld op wees. Het was niet goed mogelijk om aan te geven wat het beloop zou zijn geweest wanneer de NHG-Standaard wel was gevolgd. Echter, met het gevoerde beleid werd de infectie onvoldoende bestreden; de gevolgen waren daarom mogelijk groter. |
Als er sprake is van verwijtbaar handelen moet ook gekeken worden of er schade is
| Casus 3: In deze casus is het handelen van de chirurg vergeleken met de Richtlijn Galsteenlijden6 van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde. Hierin staat onder meer beschreven dat er een zogeheten Critical View of Safety (CVS) bereikt moet worden bij een laparoscopische galblaasoperatie en dat dit ook in het operatieverslag moet worden vastgelegd. Pas als de hals van de galblaas voor ongeveer 1/3 van de galblaaslengte uit het galblaasbed is losgemaakt en de vermoede ductus cysticus en arteria cystica zijn vrijgelegd, is het mogelijk de verschillende relevante anatomische structuren correct te identificeren. In het dossier van mevrouw is het bereiken van de CVS vastgelegd. Er werden geen ongeregeldheden beschreven tijdens de operatie. Er bleken ook geen specifieke risicofactoren voor complicaties van deze ingreep. Het was daarmee niet duidelijk wat er nu precies gebeurd was. Besloten werd het dossier voor te leggen aan een deskundige op abdominaal chirurgisch vakgebied om te laten beoordelen of er sprake was geweest van medisch onzorgvuldig handelen. De deskundige gaf aan hiervoor de opnames van de operatie nodig te hebben. Het bleek dat deze in het betreffende ziekenhuis niet standaard werden bewaard. Het was daarom niet mogelijk om na te gaan wat er zich tijdens de operatie had afgespeeld en of er sprake was van een fout of complicatie. |
Het is telkens weer aan de medisch adviseur om de puzzel op te lossen
Beschouwing
De behandeling van medische aansprakelijkheidszaken is uitdagend. Omdat iedere casus anders is, moet de medisch adviseur telkens weer een puzzel oplossen op basis van medische kennis, richtlijnen en protocollen. Dit kan de gehele breedte van de geneeskunde betreffen. De rol van de medisch adviseur van de belangenbehartiger is vaak om aan de betrokken patiënt uit te leggen dat er wel een ongunstige uitkomst is ontstaan, maar dat dit niet verwijtbaar is. Het advies en het oordeel is altijd onpartijdig en degelijk onderbouwd, in begrijpelijke taal. Ook als het uiteindelijk niet tot een (financiële) compensatie komt, kan dit de betrokken patiënt toch verder helpen in de verwerking van het gebeurde. Uit juridisch onderzoek blijkt dat voor patiënten zorgen over de betrachte zorgvuldigheid en behoefte aan een verklaring/informatie sterkere motivaties zijn om juridische stappen te nemen na een vermeende medische fout dan de behoefte aan compensatie of het ter verantwoording stellen van de hulpverlener.7 Zoals elke lopende letselschadezaak kan ook een lopende medische aansprakelijkheidszaak invloed hebben op het welbevinden van de betrokkene. Dit naast de primaire gevolgen van de ongunstige medische uitkomst, die ook invloed hebben op het functioneren van de betrokkene. Ook voor bedrijfsartsen iets om rekening mee te houden.

1.Roscam Abbing HDC. Standaard van zorg en consensus; enkele juridische aspecten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:141-4.
2.Tweede Kamer. Voorstel van Wet geneeskundigebehandelingsovereenkomst. Vergaderjaar 1989-1990, 21 561, nr 2, artikel1653g. ‘s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1990.
3. igj.nl/publicaties/brochures/2020/01/07/ brochure-calamiteiten-melden-aan-igj
4.UpToDate: Thyroidectomy.
5.NHG-Standaard Urineweginfecties via richtlijnen.nhg.org.
6.Richtlijn Galsteenlijden via richtlijnendatabase.nl.
7.Smeehuijzen JL, Akkermans AJ. Medische aansprakelijkheid: over grote problemen, haalbare verbeteringen en overschatte revoluties. In Ontwikkelingen rond medische aansprakelijkheid (blz 13-88). SDU. 2013.
Aandachtspunten
|
▶ Anne van Overbeek en Marieke Schouwink zijn beiden verzekeringsarts RGA bij Lechnerconsult, Rotterdam. Contact: vanoverbeek@lechner-consult.nl


