In 2024 verleende 39 procent van de Nederlanders mantelzorg, tegenover 33 procent in 2014. Dat komt neer op ruim 5,5 miljoen mensen. De stijging hangt samen met vergrijzing, personeelstekorten in de zorg en beleid dat inzet op langer zelfstandig wonen. Niet alleen het aantal mantelzorgers groeit, ook de druk neemt toe. Het aantal mensen dat zich ernstig belast voelt, steeg in tien jaar van circa 400.000 naar 600.000. Vooral jongeren en mensen die langdurig en intensief zorgen, lopen risico op overbelasting. Opvallend is dat mantelzorg steeds vaker wordt gecombineerd met betaald werk. Onder mantelzorgers onder de pensioengerechtigde leeftijd heeft inmiddels ongeveer 80 procent een baan, een duidelijke stijging ten opzichte van tien jaar geleden. Het aandeel werkenden groeit vooral onder mensen met een voltijdbaan. Die combinatie van werk en zorg legt extra druk op werknemers. Werkende mantelzorgers besteden gemiddeld meerdere uren per week aan zorgtaken, en bij intensieve zorg kan de totale belasting oplopen tot ruim vijftig uur per week aan werk en zorg samen. Volgens het SCP vergroot dit het risico op overbelasting en uitval.
Inzetbaarheid onder druk
De cijfers onderstrepen dat mantelzorg niet alleen een zorgvraagstuk is, maar ook een arbeidsmarktvraagstuk. Naarmate meer werknemers zorgtaken op zich nemen, komt hun inzetbaarheid onder druk te staan. Dat kan leiden tot minder uren werken, meer verzuim of zelfs uitval uit het arbeidsproces. Het SCP benadrukt daarom dat ondersteuning cruciaal is om mantelzorg vol te houden. Zonder aanvullende maatregelen zal de druk op mantelzorgers en op werkenden de komende jaren verder toenemen. Download hier het SCO-rapport Mantelzorg in beweging.


