Lemlijn-Slenter onderzocht voor dit proefschrift of het concept Positieve Gezondheid geschikt was voor het verkrijgen van een integrale blik op de gezondheid van patiënten met een chronische gastro-intestinale (GI) aandoening.
Patiënten met een chronische ziekte, zoals bijvoorbeeld een chronische GI-aandoening, ervaren naast fysieke klachten ook vaak mentale klachten, een verminderde kwaliteit van leven en problemen met hun werkparticipatie.
Het concept Positieve Gezondheid van Machteld Huber met zijn zes dimensies (lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, participatie en dagelijks functioneren), geeft een bredere kijk op gezondheid. Echter, de hiervoor ontwikkelde instrumenten (het spinnenweb- en een dialooginstrument) zijn bedoeld als gesprekstool en niet bruikbaar om de uitkomsten te kwantificeren.
Verzekeringsarts Anja Lemlijn-Slenter verdedigde eind mei haar proefschrift aan de Universiteit van Maastricht. Zij werd gedurende haar promotieonderzoek begeleid door de promotores em. prof. dr. A.A.M. Masclee en prof. dr. A.E. de Rijk en copromotores dr. K.A.P. Wijnands en dr. L.P. van Iperen.
Meetbaarheid onderzocht
In het eerste deel van het proefschrift bediscussieerde Lemlijn-Slenter de toepasbaarheid van het concept Positieve Gezondheid binnen de curatieve sector. Met het gebruik van een combinatie van bestaande, gevalideerde vragenlijsten werd de meetbaarheid van de dimensies van Positieve Gezondheid onderzocht; de GSRS en SNAQ (lichaamsfuncties), PHQ-9 en GAD-7 (mentaal welbevinden), EQ-5D-5L (kwaliteit van leven), de SF-36 (dagelijks functioneren en sociale participatie) en de WPAI-GH (sociale participatie).
In deel twee van het proefschrift werden de gecombineerde vragenlijsten gebruikt om inzicht te krijgen in de algehele gezondheid van patiënten met een chronische GI-aandoening. Lemlijn-Slenter concludeerde dat patiënten met chronische GI- aandoeningen vaker last hadden van ondervoeding (46%), depressieve klachten (35% vs. 9% normpopulatie) en angstklachten (22% vs. 15%) in vergelijking met de gezonde populatie. De werkparticipatie van chronische GI-patiënten was lager dan die van de gezonde populatie, maar vergelijkbaar met patiënten met andere chronische aandoeningen.
Dagelijks functioneren sterkst gerelateerd
In het laatste deel werd de relatie tussen Positieve Gezondheid, werkparticipatie en het al dan niet ontvangen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering onderzocht. Slechts 49 procent van de patiënten in de arbeidzame leeftijd werkte en 20 procent ontving een uitkering. Het dagelijks functioneren was het sterkst gerelateerd aan werkparticipatie, terwijl gastro-intestinale en depressieve klachten positief gecorreleerd waren aan het ontvangen van een uitkering.
Lemlijn-Slenter concludeerde dan ook dat de dimensie dagelijks functioneren de overkoepelende dimensie is in relatie tot Positieve Gezondheid aan de ene kant en werkparticipatie of het ontvangen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de andere kant. Als laatste werd aangetoond dat het concept Positieve Gezondheid in de huidige vorm niet toepasbaar was voor de verzekeringsarts binnen de claimbeoordeling.
Patiënten hadden vaker last van ondervoeding, depressie en angst
Leerpunten uit dit proefschrift?
Een integrale benadering van patiënten met chronische aandoeningen is essentieel. Hierbij wordt geadviseerd om het dagelijks functioneren centraal te stellen in de beoordeling, aangezien dit sterk gerelateerd is aan werkparticipatie. Daarnaast verdient het aanbeveling om systematische screening op ondervoeding en mentale klachten in te voeren, en om zingeving en kwaliteit van leven mee te nemen in de beoordeling.
Hoewel het concept Positieve Gezondheid zelf in de formele claimbeoordeling beperkt toepasbaar lijkt te zijn, kan inzicht in de verschillende dimensies wel waardevol zijn binnen de arbo-rol of begeleidende trajecten (bijvoorbeeld Ziektewet of Werkeloosheidswet).
▶ dr. Karolina A.P. Wijnands is adviseur verzekeringsarts SMZ district Limburg, vakgroeplid van de Sociale Geneeskunde (CAPHRI) aan de Universiteit van Maastricht en senior onderzoeker en bestuurslid van het AKAG-ZON, Maastricht. Contact: nina.wijnands@uwv.nl