Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Gezondheidsschade door werk – wie ziet dat dan?

Bas Sorgdrager
Bas Sorgdrager
Multidisciplinaire teams onderzoeken in het Amsterdam UMC vermoede beroepsziekten. Hoogleraar Frederieke Schaafsma en klinisch arbeidsgeneeskundige Willem Pieter Piebenga zijn daar nauw bij betrokken. In dit interview vertellen ze over het belang van erkenning en de ontwikkelingen rond schadecompensatie.

 

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-026-2695-2/MediaObjects/12498_2026_2695_Fig1_HTML.jpg
Drs. Willem Pieter Piebenga startte in 1989 als bedrijfsarts. In 1994 ruilde hij een deel van zijn bedrijfsartsenwerk in voor het werken als klinisch arbeidsgeneeskundige bij Arbeidsdermatologie. Hiervoor deed hij in Europa diverse stages naast specifieke scholing op het vlak van arbeidsdermatologie. In 2004 is hij hiermee gestopt en sindsdien werkt hij weer fulltime bij de arbodienst voor diverse werkzaamheden naast zijn praktiserende bedrijfsartsenwerk. Willem Pieter Piebenga was daarnaast praktijkopleider en coördinator van zijn groep collega-opleiders. In 2018 is hij weer deels gaan werken als klinisch arbeidsgeneeskundige bij de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) voor neurotoxische vraagstukken. Sinds 2024 werkt hij fulltime bij de PMA voor diverse aandachtsgebieden op het vlak van arbeid en gezondheid. Ook werkt hij mee aan het opstellen van protocollen voor de TSB-regeling, is hij praktijkopleider en aspirant-lid van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage (NVMSR).
Drs. Willem Pieter Piebenga startte in 1989 als bedrijfsarts. In 1994 ruilde hij een deel van zijn bedrijfsartsenwerk in voor het werken als klinisch arbeidsgeneeskundige bij Arbeidsdermatologie. Hiervoor deed hij in Europa diverse stages naast specifieke scholing op het vlak van arbeidsdermatologie. In 2004 is hij hiermee gestopt en sindsdien werkt hij weer fulltime bij de arbodienst voor diverse werkzaamheden naast zijn praktiserende bedrijfsartsenwerk. Willem Pieter Piebenga was daarnaast praktijkopleider en coördinator van zijn groep collega-opleiders. In 2018 is hij weer deels gaan werken als klinisch arbeidsgeneeskundige bij de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) voor neurotoxische vraagstukken. Sinds 2024 werkt hij fulltime bij de PMA voor diverse aandachtsgebieden op het vlak van arbeid en gezondheid. Ook werkt hij mee aan het opstellen van protocollen voor de TSB-regeling, is hij praktijkopleider en aspirant-lid van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage (NVMSR).
Welke casuïstiek zien jullie langskomen op de Polikliniek Mens en Arbeid?

Willem Pieter Piebenga: ‘Dat is een heel breed scala aan gezondheidsklachten die een relatie hebben met werkomstandigheden: van het bewegingsapparaat tot neurologisch, audiologisch, pulmonaal, cardiovasculair, en huidaandoeningen. Denk bijvoorbeeld aan iemand met een ‘knaltrauma’ en die daarna een tinnitus ontwikkelt. Of: een alarm gaat af bij een laboratorium en later blijkt bij een medewerker sprake van een functioneel neurologische stoornis. Ook zien we nog het OPS (organopsychosyndroom, ofwel ‘schildersziekte’ – red.). De variatie is dus groot, van acuut optreden van schade tot het tot uiting komen van een aandoening na jaren van blootstelling of jaren na het staken van die blootstelling.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-026-2695-2/MediaObjects/12498_2026_2695_Fig2_HTML.jpg
Prof. dr. Frederieke Schaafsma is sinds 2020 bijzonder hoogleraar arbeids- en bedrijfsgeneeskunde namens de NVAB bij de UvA. Zij is daarnaast praktiserend bedrijfsarts en hoofd van de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA), onderdeel van de afdeling Public and Occupational Health van het Amsterdam UMC. De PMA is een gespecialiseerd centrum waar mensen na verwijzing terechtkunnen met complexe vragen over de wisselwerking tussen werk en gezondheid. Schaafsma’s onderzoek richt zich op het vroegtijdig herkennen en aanpakken van signalen van werkgerelateerde aandoeningen en langdurig verzuim onder werkenden. Bij de PMA richt zij zich op het uitvoeren van expertises bij mensen met neurologische of psychische problemen en op het adviseren over diagnostiek van beroepsziekten voor de politie en voor de regeling Tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB) van het Landelijk Expertisecentrum Stoffengerelateerde Beroepsziekten (Lexces).
Met welke vragen wordt iemand verwezen?
Willem Pieter: ‘Soms is er geen gerichte vraag, maar wordt iemand doorverwezen met ‘graag uw expertise’. We bellen dan vaak na om te vragen welke vraag beantwoord moet worden. Ook zien we een grote variatie in gerichte vragen, bijvoorbeeld of blootstelling aan stoffen op het werk kan leiden tot een (beroeps)ziekte.’
‘Wat willen de mensen zelf die worden verwezen?’
Willem Pieter: ‘Die willen graag een oplossing en vinden het fijn dat we naar de werkcomponent kijken. We gaan met mensen daadwerkelijk de werkvloer op en dat vinden ze uniek. Ze zoeken naar een oplossing, maar soms is de onderliggende verwachting (h)erkenning van het ziektebeeld of soms compensatie in geld volgens de cao. Ook krijgen we vragen van bijvoorbeeld bedrijfsartsen, advocaten en letselschadebedrijven om de medische causaliteit te onderzoeken.’
Jullie zijn een expertisecentrum en doen met name onderzoek naar werkgebonden aandoeningen. Het is vrij uniek om dat te doen met een analyse van de werksituatie en een werkplekonderzoek. Waar komen jullie zoal?
Willem Pieter: ‘We werken samen met bijvoorbeeld arbeidshygiënisten, toxicologen, bewegingswetenschappers en psychologen. Onze aanpak is multidisciplinair. Ook werken we samen met orgaanspecialisten in het ziekenhuis zodat je een multidisciplinair team krijgt op het specifieke vraagstuk. In mijn rol als klinisch arbeidsgeneeskundige ben ik de afgelopen periode bijvoorbeeld in een kwekerij geweest, de onderzeedienst van de marine, een metaalbedrijf, en het ziekenhuis. Dat is dus heel variabel.’ Frederieke Schaafsma: ‘Mijn aandachtsgebied betreft vooral de neurologische problematiek, waaronder aandoeningen van het centraal zenuwstelsel, en ik kom ook in aanraking met de mentale en cognitieve problemen. Bij dergelijke aandoeningen zien we vooral vragen over de belastbaarheid, dus wat iemand nog kan op het werk. Bij enkele neurologische aandoeningen, zoals in het geval van parkinson komt ook wel de vraag of dit door het werk komt, maar deze vragen komen minder vaak voor. Vaker worden er vragen gesteld over de veiligheidsgeschiktheid, bijvoorbeeld door keuringsartsen voor de NS. Er is minder focus op letselschade.’ Bas Sorgdrager: ‘Parkinson is in Frankrijk een erkende beroepsziekte, hoe zit dat in Nederland? Frederieke: ‘Lexces heeft hier aandacht voor. Er zal nog worden gekeken naar het wetenschappelijk bewijs of en in welke mate een landbouwer of boer zelf door gebruik van bestrijdingsmiddelen een verhoogd risico loopt op de ziekte van Parkinson, zodat er eventueel een protocol voor tegemoetkoming kan worden opgesteld.’
‘Zorg éérst voor goede behandeling en ga niet eerst discussiëren over de oorzaak’
Kan je nader toelichten wat Lexces is en doet?
Frederieke: ‘Lexces is een netwerkorganisatie die zich profileert als expertisecentrum rondom de preventie en beoordeling van beroepsziekten door gevaarlijke stoffen. Het is een samenwerkingsverband tussen het RIVM, IRAS (Institute for Risk Assessment Sciences – red.), NKAL (Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen – red.), NCvB (Nederlands Centrum voor Beroepsziekten – red.) en de PMA (Polikliniek Mens en Arbeid – red.). Vooral het onderzoeksprogramma van Lexces is belangrijk, omdat er in Nederland een grote kennisachterstand is over ziek worden door blootstelling aan stoffen op het werk. Denk daarbij aan chemische stoffen, maar ook aan allergenen.’
Wat is die kennisachterstand? We zijn toch een land met veel kennis?
Frederieke: ‘Het gaat met name om het herkennen van aandoeningen die veroorzaakt worden door blootstelling aan stoffen op de werkvloer, soms langere tijd geleden. Medisch specialisten worden niet opgeleid met het idee dat je ziek kan worden door stoffen op het werk. In de curatieve sector wordt überhaupt nauwelijks gekeken naar de invloed van werkfactoren. Ook in de reguliere geneeskundeopleiding is hier te weinig aandacht voor. Het is door ons Nederlandse zorg- en arbosysteem geen ‘traditie’ om hierover kennis te ontwikkelen en uit te wisselen. Het wetenschappelijk onderzoek binnen de bedrijfsgeneeskunde is nog vooral gericht op interventies voor verzuimduurverkorting en terugkeer naar werk (in het kader van de Wet verbetering poortwachter et cetera – red.). Binnen onze afdeling is er wel toenemende aandacht voor preventie van ziekte, maar daar is men ook afhankelijk van waar subsidies voor beschikbaar zijn.
De laatste jaren zien we gelukkig een kentering, onder meer door de komst van Lexces, aandacht vanuit de overheid, ZonMw en de koers van de NVAB. Het Lexces-werkprogramma geeft daar een grote boost in, en het programma innovatieve arbeidsdienstverlening van ZonMw werkt daar ook aan mee. Er komt meer aandacht voor ziek worden door werk.’
Willem Pieter: ‘Ook in de opleiding tot bedrijfsarts wordt weinig tijd besteed aan werk en gezondheid, maar ligt de focus meer op het re-integreren. En dat terwijl aios het onderwerp preventie wel heel leuk vinden.’ Bas: ‘Er zijn dus eigenlijk twee problemen te benoemen: enerzijds te weinig aandacht binnen de opleidingen, en anderzijds de subsidies die niet naar dit onderwerp gaan, maar vooral naar re-integratie.’
Zijn er binnen het Lexcesnetwerk veel vragen c.q. aanmeldingen voor compensatie?
Frederieke: ‘Lexces heeft een aanloop gehad in de eerste twee jaar. Dat heeft deels te maken dat deze tegemoetkoming alleen beschikbaar was voor drie beroepsziekten: allergisch beroepsastma, longkanker door asbest en schildersziekte. Dat is nu uitgebreid met drie aandoeningen (longkanker door silica, silicose en neuskanker door houtstof), en zal de komende jaren verder uitbreiden. Er is inmiddels ook meer bekendheid dat deze compensatie er is. Langzaamaan beginnen ook artsen mensen erop te attenderen dat deze compensatie er is. Maar…, we zijn er nog niet en er mag nog veel meer aandacht voor zijn. Momenteel is compensatie voor beroepshuidziekten in de maak.’
‘Het toverwoord is (h)erkenning’
Wat houdt de compensatie voor mensen in?
Frederieke: ‘Het gaat om een financiële erkenning van €25.697 (met jaarlijkse indexering), dus geen compensatie. Het is ontstaan vanuit onder meer het rapport van de commissie Heerts’* om advies te geven wat te doen met mensen die ziek worden door stoffen op de werkvloer. Kunnen we mensen eerder financieel compenseren in plaats van hen laten procederen over aansprakelijkheid? Toen heeft men geadviseerd over een systeem van financiële erkenning. Dat maakt vervolgens zo nodig ook voor iemand de weg vrij om de kant op te gaan voor aansprakelijkheid als volgende stap.’ Willem Pieter: ‘Je moet het dus echt zien als een tegemoetkoming.’
‘Frederieke, jij hebt ook eens meegekeken met de Vlaamse collegae bij Fedris. Wat heb je daar geleerd?’
Frederieke: ‘Daar werkt men met een uitgebreide lijst die voor een deel bestaat uit ziekten die gelieerd zijn aan risicofactoren op het werk en deels bestaat uit (gevaarlijke) stoffen. Het gaat bij Fedris dus niet alleen om stoffengerelateerde beroepsziekten, maar om allerhande aandoeningen door het werk. Het werken met een dergelijke lijst maakt het makkelijker om te kijken of er mogelijk sprake is van een beroepsziekte en of iemand in aanmerking kan komen voor compensatie. Een tweede verschil met Nederland is niet alleen de tegemoetkoming, maar daar betreft het echt een verzekering. Een werknemer krijgt dus een andere uitkering als deze een aandoening heeft die op de lijst voorkomt. In België is het ook veel meer automatisme om te kijken of het door het werk komt. Voor werkgevers is het dan ook belangrijk om te voorkomen dat iemand ziek wordt door werk.
Wat ik interessant vond is dat de artsen bij Fedris expertise hebben op een bepaalde medische discipline. Dat is binnen Fedris goed verankerd: dus artsen met specifieke kennis over aandoeningen én de mogelijke werkoorzaken daarvan. Het kan ook ingezet worden als een soort tweede lijn. Soms wordt gekeken naar een beroepsziektedossier op papier, maar men zet ook onderzoek in. Het is mijn droom om ook in Nederland deze expertisemogelijkheid makkelijker te kunnen organiseren. Het liefst in combinatie met het ziekenhuis.’ Willem Pieter: ‘Een mooi voorbeeld is te zien in Duitsland bij huidaandoeningen. Eerst wordt onderzoek gedaan naar etiologie en daarop volgt de interventie. Specialistische centra voeren het daar uit, het blijkt dat 90 procent van de mensen met werkgebonden huidaandoeningen dan aan het werk kan blijven.’
Bas: ‘Wat zou er moeten gebeuren om zo’n procedure voor eerlijke erkenning en werkbehoud te faciliteren in Nederland?
Enerzijds kan vroegtijdige interventie leiden tot werkbehoud en anderzijds – als er toch iets aan de hand is – dan eerlijke erkenning met compensatie?’
Willem Pieter: ‘Het adagium dat de vervuiler betaalt is in Nederland verlaten. De werkgever betaalt dus niet voor de kenniscentra. Dat is heel vreemd in het licht van oplossingen voor de werknemer. Ergens moet geld vandaan komen, maar werkgevers doen niets. Daar zit iets raars in de koppeling. Het tweede is dat het aantal centra nog onvoldoende verspreid is over Nederland. Als artsen kunnen verwijzen kan dat geld voor de maatschappij opleveren. Minder medische consumptie en adequate re-integratie.’
Frederieke: ‘Het moet geen private zorg zijn, maar reguliere zorg zonder winstoogmerk. Maar wel een oplossing waar je als werkende in Nederland echt iets mee kan: een neutraal onafhankelijk centrum omdat ze de expertise daarin hebben.’
Bas: ‘Wat is de rol van verzekeraars? Verzekeren zij schade door beroepsziekten?’ Willem Pieter: ‘Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (aov) kunnen dat bieden. Daarnaast kan een slachtoffer de werkgever aansprakelijk stellen, bedrijven kunnen zich hiervoor verzekeren. Bij ons gaat het om goede etiologische diagnostiek en niet om het juridische gelijk.’
‘In een oud rapport van ‘Leerzame Schadeclaims’ uit 2009 zie je dat mensen een claim indienen omdat ze boos zijn op de werkgever die het werkgebonden probleem van tafel veegt. Erkenning ontbreekt. Wat merken jullie daarvan? Is dat nog steeds de praktijk?’
Willem Pieter: ‘Het probleem is dat we mensen krijgen waarbij de werkgever betaalt. Soms hoort het erbij en andere werkgevers vinden het juist fijn dat je langskomt. Daarin zit variatie. We zien ook dat werkgevers een offerte niet willen betalen, maar dat is gelukkig de minderheid.’
Frederieke en Willem Pieter: ‘Wij adviseren grotere organisaties in Nederland, zoals ministeries en overheidsinstanties. We delen onze ervaring dat bij het ontbreken van erkenning mensen zich gaan vastbijten in het aantonen van hun gelijk. Het helpt meer om iemand vroegtijdig serieus te nemen en de situatie te laten onderzoeken. Juridische kosten voor erkenning bij bijvoorbeeld de schildersziekte, kunnen wel oplopen tot €75.000.’
‘Ik hoop dat mensen wakkerder worden en meer kijken waardóór het komt’
Het toverwoord is dus erkenning. Gaan de sectoren die jullie noemen daar goed mee om?
Frederieke en Willem Pieter: ‘Bij grotere werkgevers is er steeds meer bewustzijn. Het is bijvoorbeeld opvallend dat men sinds de recent ingestelde regeling Beroepsgerelateerde gezondheidsklachten bij de Nationale Politie standaard laagdrempelige zorg inzet zodat mensen in hun eigen tijd zo goed mogelijk kunnen herstellen. Of het systeem ook goed uitpakt moet nog gaan blijken, maar het lijkt of de intentie er is. Dat is echt iets van de laatste jaren. We zien het gelukkig ook bij steeds meer kleinere werkgevers.’
Bas: ‘Medisch adviseurs van sommige verzekeraars zoeken naar andere verklaringen, waarbij letselgevolg door andere factoren kan komen dan de werkfactor.’
Frederieke: ‘Het wel of niet (h)erkennen van een werkfactor kan je alleen als je daar zelf echt goed naar gekeken hebt óf als je heel goede rapporten tot je beschikking hebt die daarnaar hebben gekeken. Prof. Allard van der Beek deed lang geleden onderzoek naar de waarde van het goed inschatten van de belasting van de werkfactor, bijvoorbeeld het vergelijken met wat mensen zelf ervaren of door onderzoek op de werkplek zelf. Medisch adviseurs die op grote afstand zitten en puur op papier kijken naar de functie en het takenpakket hebben niet altijd goed zicht op wat er zich afgespeeld heeft op de werkvloer. Het wegwuiven van een werkfactor kan alleen als je zelf hebt gekeken, of een expert, zoals een arbeidshygiënist, dat heeft gedaan. Het duiden van de causaliteit van het gezondheidsprobleem is vervolgens een expertise van de bedrijfsarts.’

Willem Pieter: ‘Er wordt door medisch adviseurs ook verwezen voor expertises.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-026-2695-2/MediaObjects/12498_2026_2695_Fig3_HTML.jpg
© Insta_photos / Getty Images / iStock
De beroepsziekten lijken het domein van de bedrijfsarts. Hoe zien jullie de rol van medisch adviseurs en verzekeringsartsen?
Frederieke: ‘Het is ook voor medisch adviseurs goed om te realiseren dat men ziek kan worden door de werksituatie. In het algemeen is er een achterstand in kennis in Nederland over de etiologie van ziekte. Het gaat vaak over herstel en niet over de oorzaak waardoor het gekomen is.’
Willem Pieter: ‘Eigenlijk moet het verwijzen voor etiologische diagnostiek in de standaard gereedschapskist van de medisch adviseur zitten. Het is belangrijk dat niet alleen een arbeidsdeskundige naar de gevolgen kijkt. Die kijkt met de bril wat iemand nog kan. Belangrijk is de arbeidshygiënist of andere expert te betrekken voor beoordeling van oorzakelijke factoren.’
Frederieke: ‘Ik zou een pleidooi willen houden om beroepsziekten ook te laten melden door verzekeringsartsen. Om dat goed te kunnen doen moet de verzekeringsarts zich meer bewust zijn van mogelijk werkgebonden aandoeningen. Niet altijd zijn alle risicofactoren goed in kaart gebracht en het is dan ook erg lastig om dat goed te doen. Daar is nog veel winst te behalen. Denk bijvoorbeeld aan mensen met tijdelijke contracten zonder begeleiding van een arbodienst. Er is stiekem een grote groep waar we geen goed zicht op hebben. Documentatie als RI&E en meetrapporten zijn over het algemeen niet inzichtelijk voor de verzekeringsarts. Maar een beoordeling van de combinatie van werkfactoren en gezondheid kan niet alleen op basis van verhaal.’
Bas: ‘De risicogroepen zitten juist in de kwetsbare groep met tijdelijke contracten.
Frederieke: ‘Doordat er geen systeem is zoals in België (Fedris – red.) is het in Nederland nu een soort lappendeken met compensatiesystemen. Het maakt uit waar je werkt: bijvoorbeeld of je een pistool tegen je hoofd krijgt als je werkt bij de politie of als je kassamedewerker bent. De overheid schiet in het ‘risque sociale’ tekort, maar je moet wel over de hele linie kijken hoe je ermee omgaat. Het is niet solidair om dat af te laten hangen van de werkgever of puur de cao.’
Willem Pieter: ‘Ik hoop dat mensen wakkerder gaan worden en goed gaan kijken waardóór het komt. Dat geldt ook voor de hele curatieve sector.’
Frederieke: ‘Soms hoeven mensen niet per se een schadevergoeding, maar zoeken ze juist erkenning dat het door het werk is gekomen. Ze gaan vaak op zoek naar een verklaring. Dat lukt niet altijd en dan is (h)erkenning belangrijk.’
*De commissie Heerts bracht advies uit over betere organisatie van schadeafhandeling bij beroepsziekten als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.