Nu bijna een jaar geleden bezocht een 35-jarige man mijn bedrijfsspreekuur. Hij werkt in de productie van een bedrijf dat ‘frontlinesystemen' van landbouwvoertuigen maakt. Eén van de eerste dingen waarmee hij kwam, was – naast de klacht van somberheid – dat hij niks kon doen. Hij vertelde verder dat hij een opleiding had gehad waarmee hij veel meer kon dan wat hij nu deed en dat het bedrijf dat niet zag.
Ik ben uiteraard eerst het gesprek met hem aangegaan over zijn somberheid. Als gevolg van een medische fout is zijn vader overleden, waarvoor hij smartengeld heeft gekregen. Het geld heeft het verdriet niet kunnen compenseren. Zelf had hij nog niks ondernomen aan begeleiding en hij zat al twee maanden thuis. Ik heb hem verwezen naar de huisarts voor begeleiding en met de werkgever de achtergronden van het verzuim besproken. Werkgever wilde wel een psychologische interventie ondersteunen.
Ik bemerkte geen verbetering van zijn klachten ondanks de begeleiding. Ik heb ingezet op werken als medicijn omdat het werk zin aan het leven geeft en ook structuur biedt. Hij was niet enthousiast, want hij voelt zich niet gewaardeerd. Hij gaf aan behoefte te hebben aan rust en was erg gevoelig voor prikkels, zoals geluiden en veel mensen om hem heen. Mijn advies was tweemaal twee uur per week met een hersteldag tussen de werkdagen. Daarmee heb ik rekening gehouden met de door mij vastgestelde beperkingen. Ik vond dat meneer beperkt was in het werken met deadlines, productiepieken, tijdsdruk en behoefte had aan een prikkelarme werkomgeving. De herstelbehoefte heb ik benoemd, maar niet vanwege het dagverhaal. Het bespreken van de dagelijkse activiteiten omzeilde hij; dat was privé volgens hem (ik heb het maar gelaten). Hij was het ermee eens dat er gedoseerd opgebouwd kon worden.
‘Smartengeld heeft het verdriet om zijn vader niet kunnen compenseren’
Dat hij ondanks de opleiding zelf op zijn baan gesolliciteerd heeft hoorde ik niet van hem, maar vernam ik via de werkgever. Overigens niet een opleiding waar hij nou echt wat anders mee kon, wat hij mij wel vertelde. Meneer was in al zijn antwoorden vaag. Hij deed ook geen moeite om bij het team te horen en klaagt alleen maar als hij op de werkplek is. Zowel werkgever geeft aan dat mijnheer niet in het team past als werknemers die over mijnheer tegen mij praten als ze bij me zijn. Uiteraard reageer ik hier niet op. Meneer geeft zelf aan eigenlijk helemaal niet meer daar te willen werken en werkgever ziet hem ook liever gaan. Maar uit zichzelf gaat hij echt niet.
De tweemaal twee uur heeft hij niet gedaan. Met moeite is er eenmaal twee uur gelukt en dat was in de ogen van meneer al te veel. Ik heb medische informatie opgevraagd bij de psychologische interventie, mede omdat ik het gevoel had dat hij meer kon en gewoon niet wilde. De omschrijving van de psycholoog was dat het vaag was wat meneer vertelde aan haar. Een soort beschrijving van rouw, maar dan zeer onduidelijk. Verder schreef de psycholoog over de klacht vermoeidheid met meerdere puntjes achter vermoeidheid.
Na deze informatie heb ik onlangs besloten dat er eigenlijk geen belemmeringen waren om gedoseerd op te bouwen en weer te starten met tweemaal twee uur, rekening houdend met de eerder aangegeven beperkingen. Op de eerste dag dat hij dat zou moeten doen kwam hij met het excuus dat zijn auto stuk was. Ook de dag erop kwam hij niet omdat hij koorts had. Werkgever wil sancties gaan opleggen als hij niet verschijnt.
‘Ik heb ingezet op werken als medicijn, omdat werk structuur biedt en ook zin geeft aan het leven’
Volgende week spreek ik hem weer en sluit de werkgever aan het einde van het consult aan. Hij gaat een gedoseerd opbouwschema krijgen, waarbij loonsanctie door werkgever aan werknemer volgt als dit niet wordt uitgevoerd. We wijzen op de mogelijkheid van een deskundigenoordeel bij UWV. Een vaststellingsovereenkomst gaat meneer nooit tekenen, want hij stelt niet te kunnen werken.
Mijn motiverende adviezen zijn niet aangeslagen. Ik heb vooral het gevoel gehad het afgelopen jaar met deze werknemer aan een dood paard te hebben getrokken.