Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

NVAB-voorzitter Vorselman: ‘We moeten onze plek in de samenleving opeisen’

Diederik Wieman
Diederik Wieman
Cindy Vorselman staat sinds kort aan het roer van de NVAB. De nieuwe voorzitter wil de beroepsgroep nadrukkelijker positioneren in het maatschappelijk debat en zet in op meer zichtbaarheid, preventie en ledenbetrokkenheid. In dit interview vertelt ze wat haar drijft, welke koers zij voor ogen heeft en welke uitdagingen de komende jaren op de vereniging afkomen.
Cindy Vorselman: ‘Een vereniging is zo sterk als de leden die daar onderdeel van uitmaken’

De nieuwe NVAB-voorzitter is al meer dan 25 jaar bedrijfsarts, een vak waar ze destijds bewust voor koos. ‘Van die beslissing heb ik nog geen dag spijt gehad. Ik vind dat we gewoon een mooi vak hebben. Een vak waarin je twee jaar mag meelopen in het leven van iemand die verzuimt. Het is dankbaar werk waarin je mensen in hun kracht zet en tegelijkertijd goede dingen kunt doen voor de werkgever. We hebben een belangrijke plek in de samenleving en die mogen we wel eens wat meer opeisen.’

Waarom heb je jezelf verkiesbaar gesteld voor het voorzitterschap?

‘Tot anderhalf jaar geleden was ik actief in de gemeentepolitiek. Daarna ontstond er opeens veel vrije tijd, die je dan invult met hobby’s en leuke dingen. Maar uiteindelijk begon het toch weer te kriebelen. Ik wilde weer wat breder aan de slag dan alleen met de vakinhoud en de functie van NVAB-voorzitter stond open. Na overleg met mijn werkgever – want de functie vraagt wel de nodige tijd – heb ik op de functie gesolliciteerd.’

Wat viel je als eerste op na je benoeming?

‘Als gewoon lid merk je vaak niet dat de NVAB met heel veel dingen bezig is. Als je ziet wat er allemaal gebeurt, bij wie we aan tafel zitten en waar we iets over vinden. Ik loop al wat langer mee in projecten en commissies, dus je krijgt er wel iets van mee, maar op bestuursniveau is het toch wel weer een stap verder.’

Je hebt een vrij unieke combinatie van ervaring: bedrijfsarts, en gemeentepoliticus. Dat maakt je zowel medisch, organisatorisch als politiek ervaren. Wat gaat de NVAB daarvan merken?

‘Het is in feite een heel consistent verhaal. Zowel de keuze voor dit vak als de keuze om destijds politiek actief te zijn en om voorzitter te worden, komt voort uit dezelfde gedachte: de wereld proberen een stukje mooier en beter te maken. Dat kun je doen via gesprekken met verzuimende medewerkers, met organisaties of in een gemeenteraad, waar je kijkt hoe je dingen voor de mensen in de stad beter kunt maken. Als voorzitter wil ik de NVAB nog sterker maken. Meer mensen betrekken bij de vereniging en onze plek in de samenleving nog duidelijker opeisen. In de politiek heb ik geleerd om de boodschap op verschillende manieren te brengen. Het is maar net wie je tegenover je hebt. Ook leer je daar omgaan met zaken die niet goed gaan of die je niet voor elkaar krijgt. Ik weet uit ervaring dat je soms een lange adem nodig hebt. Wat vandaag of morgen niet lukt, lukt misschien wel over een of twee jaar omdat er momentum is om dingen voor elkaar te krijgen.’

Hoe ga je je bestuurlijke en politieke ervaring inzetten voor de vereniging?

‘Daar heb ik nog geen concreet plan voor. Als NVAB zitten we al veel om tafel met de beleidsmakers van het ministerie. We hebben een vertegenwoordiging die de politiek volgt en de commissie Sociale Zaken voedt, zodat Kamerleden weten wat wij belangrijk vinden. Ik ga zelf natuurlijk ook kennismaken met die commissie. Het kan zeker helpen dat ik politieke ervaring heb. Maar het is ook behulpzaam dat ik als bedrijfsarts voor veel gemeentes heb gewerkt. Ik weet daarom ook wat het belang van sommige ambtenaren kan zijn. Daar heb ik misschien – meer dan de gemiddelde bedrijfsarts – gevoel bij.’

“Alleen verzuim aanpakken is dweilen met de kraan open”

In jouw voorzitterstermijn moet ook de nieuwe NVAB-koers zijn beslag krijgen

‘Ik sta volledig achter de koers. Ik ben altijd een bedrijfsarts geweest die gelooft in preventie. Mensen moeten niet uitvallen voor werk. De kern van ons vak is zorgen voor veilig en gezond werken. Daar zouden we veel meer mee moeten doen. We lopen echter steeds tegen dezelfde dingen aan: bedrijfsartsen die vooral voor verzuim worden ingezet en die onvoldoende tijd krijgen of nemen voor preventie. Bedrijfsartsen hebben ook niet altijd voldoende kennis op sommige gebieden, zoals beroepsziekten, werk gebonden aandoeningen en toxische stoffen. Het grootste struikelblok is misschien wel het systeem. Werkgevers kunnen ervoor kiezen om verzuim bij partij A onder te brengen, de RI&E bij partij B en het PAGO weer ergens anders. Je zou al die informatie op één plek moeten hebben, zodat de lijntjes kort zijn, je sneller verbanden kunt leggen en actie kunt ondernemen. Bedrijven moeten tijd en energie steken in preventieve acties in plaats van alleen verzuim aanpakken en dweilen met de kraan open.’

Je riep de leden op om met de vereniging ‘mee te doen’. Had dat een speciale reden?

‘Een vereniging is zo sterk als de leden die daar onderdeel van uitmaken. Als je ergens wat van vindt, een mening hebt, als je mee wilt denken: doe mee! Samen maken we de vereniging en hoe sterker de vereniging, hoe beter we ons geluid aan de buitenwereld kunnen laten horen. Er lopen voldoende kortdurende projecten waar mensen een rol in kunnen hebben.’

Wat zijn wat jou betreft de grootste uitdagingen voor de beroepsgroep?

‘Dat is toch wel de vraag hoe we meer bedrijfsartsen opgeleid krijgen. Werkgevers willen wel opleiden en er zijn genoeg mensen die een opleiding willen volgen. Maar er is een tekort aan instituutsopleiders, waardoor er minder groepen starten dan we willen. Verder vind ik, zoals ik net al zei, ledenparticipatie belangrijk. Ook loopt er een proces over hoe we als bestuur verantwoording kunnen afleggen over wat we allemaal doen. De governance gaan we opnieuw vormgeven, net als de professionalisering van het bestuur. We willen naar een kleiner bestuur dat vooral aansturend is en minder uitvoerend. Maar dat is een proces van een aantal jaren.’

Waar mogen we je over twee jaar op afrekenen?

‘Dat er goed contact is met de leden en dat zij zich gehoord en vertegenwoordigd voelen. Dat voor elkaar krijgen is ook een van je taken als voorzitter. Ook hebben we dan laten zien wat we doen om de politiek te beïnvloeden en zaken voor elkaar te krijgen. De nieuwe NVAB-koers is tegen die tijd ook een heel stuk verder. Het implementatieplan is dan afgerond en daarmee moet het business as usual worden. Over twee jaar bestaat het vak 100 jaar en de vereniging 75 jaar: dat is hét moment waarop we moeten laten zien waar we voor staan en wat je van ons kunt verwachten.’

Zijn er beslissingen waarvan u nu al weet: als voorzitter moet ik die nemen, maar die gaan mij waarschijnlijk niet populair maken?

‘Dat zou best kunnen, bijvoorbeeld rondom de vernieuwde governance. Er zijn keuzes gemaakt op de ledenvergaderingen waar we nu uitvoering aan geven. De precieze vorm kan nog wel eens discussie opleveren. Maar je hebt altijd de wrijving tussen het verenigingsbelang en het individuele ledenbelang. We blijven in gesprek met kritische leden. Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn, als je maar begrijpt waarom de ander bepaalde stappen zet en keuzes maakt.’

Je hebt er goede zin in?

‘Jazeker. Natuurlijk komen er uitdagingen, omdat ik nu ook aan tafels zit waar ik eerder niet zat. Maar met de inzet van de andere bestuursleden en de ondersteuning van het kwaliteitsbureau heb ik er alle vertrouwen in. Ik hoef het niet in mijn eentje te doen.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.