Onderzoekers van het Norwegian Institute for Cultural Heritage Research (NIKU) en het Oslo University Hospital onderzochten twintig skeletten van walvisvaarders die zijn begraven bij Likneset, een historische walvisvaardersnederzetting in het noordwesten van Spitsbergen. Hun doel was tweeledig: nagaan hoe klimaatverandering archeologische vindplaatsen aantast én reconstrueren welke gevolgen het werk had voor de gezondheid van deze vroegmoderne arbeiders.
Olie-industrie
De Arctische walvisvaart was in de 17e eeuw een van de belangrijkste economische activiteiten van Europa. Walvisolie werd gebruikt voor verlichting, zeep en industriële toepassingen en vormde daarmee feitelijk de ‘olie-industrie’ van die tijd. Het werk was zwaar en gevaarlijk. De bemanningen werkten onder extreme weersomstandigheden, verrichtten langdurig zwaar lichamelijk werk en waren tijdens de maandenlange expedities afhankelijk van een beperkt dieet. En dat heeft zijn sporen duidelijk nagelaten op de skeletten.
Jonge mannen met oude lichamen
De onderzochte skeletten behoren vrijwel allemaal toe aan jonge volwassen mannen. Toch vonden de onderzoekers al op relatief jonge leeftijd uitgebreide slijtage aan gewrichten en botaanhechtingen, passend bij intensieve fysieke belasting. Daarnaast werden aanwijzingen gevonden voor ontwikkelingsstress in de jeugd, stofwisselingsstoornissen en tekorten in de voeding. Opvallend is dat veel botbreuken al waren genezen. Dat suggereert dat niet acute ongevallen, maar vooral langdurige fysieke belasting, ondervoeding en chronische fysiologische stress hebben bijgedragen aan ziekte en sterfte. Hoewel het onderzoek zich richt op archeologie, raakt het direct aan thema’s uit de moderne bedrijfsgezondheidszorg. Factoren als fysieke belasting, herstel, voeding en duurzame inzetbaarheid spelen immers al eeuwen een rol bij de gezondheid van werkenden.
Klimaatverandering
Het onderzoek heeft nog een tweede boodschap. Door de snelle opwarming van het Noordpoolgebied ontdooit de permafrost waarin de graven eeuwenlang bewaard zijn gebleven. Daardoor verdwijnen niet alleen archeologische resten, maar ook unieke gegevens over de gezondheid en leefomstandigheden van mensen uit het verleden. Volgens de onderzoekers zijn vooral de graven langs de kust kwetsbaar. Textiel, houten doodskisten en andere organische materialen blijken sneller te verdwijnen dan de skeletten zelf. Zij pleiten daarom voor systematische monitoring en documentatie voordat deze informatie onherroepelijk verloren gaat.
Historische spiegel
De studie laat zien dat arbeid en gezondheid al eeuwenlang onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De diagnose-instrumenten zijn veranderd, maar de centrale vraag is dezelfde gebleven: welke sporen laat werk achter in het menselijk lichaam? Misschien zijn de skeletten van de walvisvaarders daarmee wel de oudste ‘arbeidsgezondheidsdossiers’ die we nog kunnen bestuderen. Meer lezen? Het onderzoeksartikel vind je hier.


