Depressie hangt mogelijk samen met een verminderde aanmaak van nieuwe hersencellen in de hippocampus, het hersengebied dat betrokken is bij geheugen en emotieregulatie. Dat blijkt uit onderzoek van Columbia University. Volgens de onderzoekers is dit het eerste directe bewijs dat de vorming van nieuwe neuronen bij volwassenen met een depressieve stoornis verstoord raakt. Het onderzoek biedt mogelijk een biologische verklaring voor problemen die werknemers met een depressie vaak ervaren, zoals moeite met concentreren, geheugenproblemen, verhoogde gevoeligheid voor stress en het vasthouden aan negatieve denkpatronen.
De hippocampus is een van de weinige gebieden in het volwassen brein waar gedurende het leven nieuwe zenuwcellen ontstaan. Die zogenoemde neurogenese zou een belangrijke rol spelen bij het verwerken van ervaringen en het aanpassen aan veranderende omstandigheden. De onderzoekers vermoeden dat een afname van dit proces ertoe bijdraagt dat mensen met een depressie minder goed in staat zijn om nieuwe ervaringen los te zien van eerdere negatieve herinneringen.
Geheugen en emoties
Volgens de onderzoekers helpt de hippocampus normaal gesproken bij het onderscheiden van vergelijkbare situaties en herinneringen. Wanneer dat vermogen afneemt, kunnen negatieve emoties uit eerdere ervaringen gemakkelijker doorwerken in nieuwe situaties. Dit mechanisme zou mede kunnen verklaren waarom mensen met een depressie gebeurtenissen vaker negatief interpreteren. Naast de verminderde aanmaak van nieuwe neuronen identificeerden de onderzoekers ook veranderingen in moleculaire processen die deze neurogenese aansturen. Die bevindingen kunnen aanknopingspunten bieden voor nieuwe behandelingen die zich niet uitsluitend richten op neurotransmitters zoals serotonine, maar ook op het herstel van de aanpassings- en herstelcapaciteit van hersencellen.
Werk
Het onderzoek biedt mogelijk een biologische verklaring voor problemen die werknemers met een depressie vaak ervaren, zoals moeite met concentreren, geheugenproblemen, verhoogde gevoeligheid voor stress en het vasthouden aan negatieve denkpatronen. Hoewel het onderzoek geen directe relatie met arbeidsparticipatie onderzoekt, sluiten de bevindingen aan bij de praktijkervaring dat herstel van functioneren vaak meer omvat dan alleen vermindering van stemmingsklachten.
Lees hier meer, of download hier het volledige onderzoeksartikel uit Nature.


