Eén op de zes mensen heeft een stoornis in middelengebruik en ruim 17 procent van de werkenden drinkt riskant. Zorgprofessionals zoals bedrijfsartsen, moeten hierop dan ook alert zijn in de spreekkamer. Maar wat als je zelf verslaafd bent? Of een collega? ABS-zorgprofessionals kan dan helpen.
Marlies de Rond is KNMG-beleidsadviseur bij het steunpunt ABS-zorgprofessionals (foto: Lilian van Rooij Portretfotografie)
ABS-zorgprofessionals vindt zijn oorsprong in 2011, toen de KNMG het steunpunt ABSartsen oprichtte. Het doel was helder: artsen met een middelen- of gedragsverslaving een veilige plek bieden voor steun en advies. In de jaren daarna groeide het initiatief uit tot ABS-zorgprofessionals, een landelijk steunpunt waar ook zorgverleners uit andere (para)medische beroepsgroepen kunnen aankloppen. Denk aan apothekers, fysiotherapeuten, psychologen, verpleegkundigen, verzorgenden en verloskundigen. Die verbreding kwam tot stand dankzij samenwerking met beroepsverenigingen, opleiders, UWV en gespecialiseerde verslavingszorginstellingen. Het expertteam van ABS-zorgprofessionals is ondergebracht bij Ready for Change, een erkende GGZ-instelling voor ambulante verslavingszorg.
Marlies de Rond is als KNMG-beleidsadviseur al vanaf het begin betrokken bij het steunpunt. Ze herinnert zich goed hoe het idee ontstond. ‘In de luchtvaart bestaat al sinds de jaren 70 een speciaal meldpunt voor piloten en cabinepersoneel. Wij werden destijds benaderd door een hoogleraar verslavingszorg die vond dat er ook zoiets moest komen voor onze eigen beroepsgroep.’
Risicofactoren
Volgens De Rond zijn er in de zorg risicofactoren die verslaving in de hand kunnen werken. ‘Neem bijvoorbeeld onregelmatige diensten en de slaapproblemen die daarbij horen. Vroeger werden er tijdens overdrachten soms zelfs ‘pammetjes’ uitgedeeld. Maar ook de grote verantwoordelijkheid en hoge werkdruk zijn risicofactoren.’ Een steunpunt als ABS-zorgprofessionals is volgens haar onmisbaar, ook al omdat je als zorgverlener anoniem contact kunt opnemen, wat drempelverlagend werkt. ‘Schaamte speelt een enorme rol, net als het ontbreken van ziekte-inzicht, angst voor negatieve consequenties zoals schorsing, ontslag en uiteindelijk doorhaling in het BIG-register.’
Bewustwording
Naast individuele ondersteuning richt ABS-zorgprofessionals zich daarom ook sterk op bewustwording. ‘De omgeving van de zorgverlener speelt een cruciale rol bij het signaleren van verslaving. Naasten en/of collega’s zien vaak als eersten dat er iets niet klopt, maar vinden het lastig om dat bespreekbaar te maken.’ Vanuit die behoefte is een uitgebreide bewustwordingscampagne opgezet, met materialen die helpen het gesprek aan te gaan. ‘We kregen vaak de vraag van dokters: hoe doe je dat, zo’n gesprek voeren? Daar proberen we handvatten voor te bieden.’
Signalen
Hoe groot het probleem precies is, laat zich lastig meten, maar de cijfers zijn duidelijk. Ongeveer 17 procent van de mensen krijgt in zijn of haar leven te maken met een verslaving aan middelen of gedrag zoals gamen, gokken of sociale media. ‘Bij dokters en andere zorgverleners is dat percentage niet hoger of lager dan in de algemene bevolking’, zegt De Rond. ‘Wat we wel weten uit Nederlands onderzoek, is dat artsen relatief vaker verslaafd zijn aan medicijnen, zoals kalmerende middelen.’ Dat feit heeft deels te maken met toegankelijkheid. Artsen en verpleegkundigen hebben immers vaak toegang tot medicatie, en artsen kunnen zichzelf iets voorschrijven. Dat verlaagt de drempel. ‘Daar krijgen we ook wel signalen over. Dan neemt bijvoorbeeld een apotheker contact met ons op met de vraag hoe om te gaan met recepten die de dokter voor zichzelf uitschrijft.’
‘Vroeger werden er tijdens de overdracht soms zelfs ‘pammetjes’ uitgedeeld’
Taboe
Het aangaan van het gesprek is en blijft een van de grootste obstakels. ‘Er rust nog altijd een taboe op problematisch middelengebruik en verslaving. Wij spreken daarom bewust niet over iemand ‘aanspreken’, maar over het bespreekbaar maken van het onderwerp. Niet om te oordelen, maar vanuit betrokkenheid. Omdat je je zorgen maakt over je collega.’ Daarbij is het volgens haar essentieel om het beeld van verslaving bij te stellen. Meerdere malen benadrukt ze tijdens het gesprek dat verslaafd zijn geen teken van zwakte is. ‘Het is een chronische hersenziekte die goed behandelbaar is.’
‘Dokters zijn relatief vaker verslaafd aan medicijnen’
De arts als patiënt
In de praktijk ziet ABS-zorgprofessionals vooral alcoholproblematiek in uiteenlopende gradaties. ‘Van mild tot zeer ernstig. Soms zien we zorgverleners die al echt heel ziek zijn en waarbij het scenario snel verslechtert.’ Zorgverleners zijn daarin niet anders dan anderen, maar eenmaal in behandeling ontstaat er een nieuwe uitdaging. ‘Dokters vinden het moeilijk om de patiëntenrol aan te nemen. Ik hoor regelmatig dat iemand in een groepsbehandeling vooral bezig is met anderen en voor iedereen een behandelplan kan bedenken, behalve voor zichzelf. Juist daarom werkt ABS-zorgprofessionals samen met gespecialiseerde verslavingszorginstellingen.’
De dokter zelf is vaak een slechte patiënt
Drie stappen
De begeleiding bestaat uit drie stappen. Na het eerste, vaak anonieme, telefonische contact wordt een adviesgesprek geïnitieerd met Ready for Change, de GGZ-instelling die de werkzaamheden voor het steunpunt uitvoert. ‘In dat gesprek proberen we inzicht te krijgen in de problematiek en de betrokkene te motiveren om de stap naar behandeling te maken.’ De zorgverleners krijgen de gegevens van de verslavingsbehandelaars in de eigen omgeving en zij nemen zelf contact op met deze behandelaar van hun keuze. Stap twee is hulp langs de zijlijn. De ABS-casemanager houdt contact tijdens de behandeling en zorgt er onder meer voor dat de zorgverlener zijn patiëntenrol aanneemt en bereidt de monitoring voor. Stap drie is een belangrijke en niet altijd eenvoudige stap: de terugkeer naar werk. Bij terugkeer naar het werk kunnen mensen kiezen voor een monitoringprogramma. Dit is een intensief programma waaraan de zorgverlener in herstel op een veilige manier wordt geholpen bij de terugkeer naar het werk. Belangrijkste voorwaarde is dat de zorgverlener abstinent is. Verder moet iemand een buddy op de werkvloer hebben en in contact staan met de huisarts, bedrijfsarts en behandelaar van de verslavingskliniek. Ook wordt een naaste, partner of familielid, bij het programma betrokken. Tijdens deze monitoring worden er regelmatig labcontroles gedaan om te checken of de zorgverlener nog steeds abstinent is. ‘Monitoring verhoogt de kans om veilig aan het werk te gaan. Je wilt immers niet dat iemand een risico vormt voor de patiëntveiligheid en/of zichzelf.’
Ontslag geen oplossing
Bedrijfsartsen spelen een sleutelrol. ‘Wij als ABS-zorgprofessionals kunnen niet beoordelen of een dokter of verpleegkundige inzetbaar is voor het werk. Daar hebben we bedrijfsartsen voor nodig. Die betrekken we dan ook graag in het monitoringprogramma.’
De Rond benadrukt dat ontslag zelden een oplossing is. ‘Wat je regelmatig ziet is dat iemand vertrekt met een vaststellingsovereenkomst en elders weer aan de slag gaat. Je zadelt dan je collega-instelling met hetzelfde probleem op.’ Haar boodschap is duidelijk: haal de bedrijfsarts erbij, meld iemand ziek en zorg voor behandeling. ‘Het uitgangspunt van ABS-zorgprofessionals is om zorgverleners, wanneer dat mogelijk en verantwoord is, voor de zorg te behouden.’
Bedrijfsartsen gezocht!
ABS-zorgprofessionals is op zoek naar bedrijfsartsen die willen deelnemen aan het netwerk dat zorgverleners ondersteunt die in herstel zijn en terugkeren naar werk.
Het gaat dan met name om begeleiding van zzp’ers en andere zorgverleners die geen toegang hebben tot reguliere bedrijfsgezondheidszorg. Interesse? Mail dan naar info@abs-zorgprofessionals.nl.
Rode vlaggen
De vraag is natuurlijk hoe herken je verslaving bij een collega? En hoe kun je zorgverleners zover krijgen dat ze hulp zoeken? Problematisch middelengebruik of -gedrag zijn niet altijd even gemakkelijk te signaleren. Maar er zijn volgens De Rond wel degelijk rode vlaggen. ‘Als het om alcoholproblematiek gaat, zie je in de eerste fase vaak dat men iedere gelegenheid aangrijpt om alcohol te drinken. Ook vertonen mensen vaak uitbundig gedrag op sociale gelegenheden zoals bedrijfsfeestjes of congressen.’
‘Verslaving is geen teken vanzwakte, maar een chronische, goed behandelbare hersenziekte’
Bij alcohol, maar ook bij ander middelen- of gedragsverslavingen zie je in fase twee dat mensen zich minder goed kleden en verzorgen, te laat op afspraken komen of helemaal wegblijven. ‘In fase drie – en dat is al best ernstig – komen er ook klachten van patiënten of collega’s, zie je huwelijken stranden of andere privéproblemen ontstaan. Ook is er dan vaak sprake van professionele desinteresse. Fase vier gaat echt over dronken op het werk komen, medische fouten maken en soms zelfs suïcidaal gedrag.’ Volgens De Rond wordt fase één vaak in de privéomgeving geconstateerd. Fase twee is iets waar je op de werkvloer aandacht voor kunt hebben. Scan de QR voor een overzicht van de signalen van problematisch middelengebruik en gedragsverslaving.
ABS-zorgprofessionals
De stap zetten
En dan de tweede vraag: hoe krijg je zorgverleners zover dat zij hulp zoeken voor hun verslaving? Dat is een lastige, want verslaving heeft ontkenning als belangrijk kenmerk. ‘Mensen zeggen dat ze ermee om kunnen gaan, of dat ze kunnen stoppen als ze dat zouden willen. Het is lastig, maar uit onderzoek blijkt dat druk uit de omgeving een van de belangrijkste facilitators is om hulp te gaan zoeken. Een scheiding, kinderen die hun ouder niet meer willen zien, collega’s of werkgever die er iets van zeggen. Heel vaak zijn het vragen en druk vanuit de omgeving die zorgverleners ertoe aanzetten om te stoppen. Het herstel hoeft niet per se via ABS-zorgprofessionals te lopen, het belangrijkste is dat zorgverleners de stap naar hulp zetten, dat ze onderkennen dat ze ziek zijn en behandeling goed mogelijk is.’
Bedrijfsarts speelt sleutelrol bij verslaving op het werk
Verslaving raakt niet alleen de medewerker zelf, maar ook de veiligheid, teamdynamiek en kwaliteit van werk. Bedrijfsartsen kunnen als vroegtijdig betrokken professional signalen herkennen, het gesprek openen en duurzame interventies mogelijk maken. Ook wanneer het een collegazorgverlener betreft. Een helder ADM-beleid (Alcohol, Drugs en Medicatie) vormt daarbij de basis. Het biedt duidelijkheid over normen en verantwoordelijkheden, verlaagt de drempel om problemen bespreekbaar te maken en ondersteunt zowel preventie als begeleiding bij herstel. Marlies de Rond: ‘Zet ADM-beleid daarom op de agenda, werk samen met werkgevers en zorg voor een veilige route naar hulp.’