Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Tien aios presenteren hun onderzoek

Op 18 mei 2026 vond bij de NSPOH weer een symposium plaats, waarbij tien aios verzekerings- en bedrijfsgeneeskunde hun wetenschappelijk onderzoek presenteerden. Er kwam het nodige aan bod: van preventieve consulten rond de zwangerschap, arbeidsongeschiktheid bij vrouwen in de overgang in de bouw, tot sociale onveiligheid van bedrijfsartsen werkzaam op externe locaties. De verschillende studies boden daarmee een boeiend inkijkje in de actuele uitdagingen binnen het vakgebied. Naast opleiders Evelien The en Pim Knuiman, waren ook twee externe referenten aanwezig. Deze twee professionals uit het veld gaan na de presentatie met de aios in gesprek over inhoudelijke en praktische vragen rondom het onderzoek.
Wikimedia commons

Beleidsadvies over zwangerschap en werk

Middels een kwantitatief, descriptief cross-sectioneel onderzoek met een zelfontwikkelde vragenlijst werd door een aios bedrijfsgeneeskunde onderzocht in welke mate en op welke wijze bedrijfsartsen beleidsadvies geven over zwangerschap en werk. Uit de resultaten blijkt dat het merendeel van de deelnemende artsen beleidsadvies geeft over zwangerschap en werk, waarbij de NVAB-richtlijn Zwangerschap, postpartumperiode en werk veelvuldig wordt gebruikt. Vooral het beoordelen van de risico-inventarisatie en evaluatie (RIE) en het adviseren van preventieve consulten voor zwangeren worden toegepast. Minder aandacht is er voor het zwangerschapsbeleid en het protocol informatievoorziening binnen organisaties. De meeste artsen geven aan vaker beleidsadvies te willen geven, maar ervaren hierbij vooral tijdgebrek als belemmering. Het proactief agenderen van zwangerschap en werk door bedrijfsartsen op beleidsniveau kan bijdragen aan veiligere en gezondere werkomstandigheden voor zwangere werknemers.

Bruikbaarheid van de Verdiepende Vragenlijst (VVL)

In een kwalitatief onderzoek met twee semigestructureerde focusgroepen werd onderzocht hoe (bedrijfs)artsen de inhoudelijke relevantie, bruikbaarheid en verbeterpunten van de VVL ervaren. In totaal namen tien artsen deel aan het onderzoek, waarbij de data via thematische analyse werd geanalyseerd. Uit de resultaten blijkt dat de artsen de VVL beschouwen als een potentieel waardevol instrument voor vroegtijdige signalering en structurering van verzuimbegeleiding. De daadwerkelijke toepassing in de praktijk blijft echter minimaal. De respondenten ervaren de vragenlijst als te omvangrijk, tijdrovend en onduidelijk qua interpretatie. Daarnaast is er sprake van overlap tussen vragen, inhoudelijke lacunes en een te eenzijdige focus op beperkingen. Geconcludeerd wordt dat de VVL in de huidige vorm onvoldoende aansluit bij de dagelijkse praktijk en de behoeften van de artsen. Voor een valide en duurzaam gebruik binnen de verzuimbegeleiding is een inhoudelijke herziening, betere gebruiksvriendelijkheid en verdere praktijktoetsing van een herziene versie noodzakelijk.

Informatie-uitwisseling tussen bedrijfsartsen en behandelaren

Middels een exploratief survey-onderzoek werd door een aios bedrijfsgeneeskunde onderzocht hoe de kwaliteit van medische informatie-uitwisseling tussen bedrijfsartsen en behandelaren wordt ervaren. In totaal vulden 65 aios bedrijfsgeneeskunde en bedrijfsartsen anoniem een digitale vragenlijst in die gebaseerd was op het kwaliteitsmodel van Wang en Strong. Uit de resultaten blijkt dat informatie doorgaans per brief wordt opgevraagd bij behandelaren, waarbij bedrijfsartsen vaak specifieke vragen formuleren. De meest genoemde reden voor het opvragen van informatie is ondersteuning van dossiervorming. Bijna de helft van de respondenten gaf aan dat specifieke vragen vaak onbeantwoord blijven. Daarnaast ervaart een groot deel van de artsen dat informatie-uitwisseling regelmatig geheel uitblijft, waarbij vooral psychologen genoemd worden als beroepsgroep die ondanks toestemming van de werknemer gevraagde informatie niet deelt. De ontvangen informatie blijkt bovendien niet altijd van invloed op het handelen van de bedrijfsarts. Geconcludeerd wordt dat er geen duidelijke werkwijze of factor kon worden aangewezen die de kwaliteit van de beantwoording verbetert.

Ziekteverzuim bij aios Maatschappij & Gezondheid

In een kwalitatieve studie met acht semigestructureerde interviews werd onderzocht welke factoren bijdragen aan het toenemende ziekteverzuim onder aios Maatschappij & Gezondheid sinds de centralisatie van het werkgeverschap. Als theoretisch kader werd hierbij gebruikgemaakt van het Job Demands-Resources model. Uit de resultaten blijkt dat de geïnterviewde artsen in opleiding een gebrek aan duidelijkheid ervaren rondom verzuimprocedures en aanspreekpunten. Dit leidt tot onzekerheid en een gevoel van tekortschietende ondersteuning. De combinatie van werk, opleiding en privéleven wordt vaak als overbelastend ervaren, mede door overwerk, reistijden en frequente wisselingen van werkplek. Daarnaast worden een beperkte autonomie, onvoldoende structuur in de begeleiding en een gebrek aan teambinding als belastende factoren genoemd. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een mismatch tussen taakeisen en beschikbare ondersteuning, versterkt door de gefragmenteerde opleidingsstructuur. Heldere kaders, eenduidige communicatie, betere begeleiding en een proactieve rol van instituutsopleiders kunnen bijdragen aan een vermindering van verzuim.

Preventief consult uit de richtlijn Zwangerschap, postpartumperiode en werk

Middels een cross-sectioneel vragenlijstonderzoek werd onderzocht in hoeverre het preventieve consult uit de NVAB-richtlijn ‘Zwangerschap, postpartumperiode en werk’ bekend is en wordt toegepast door bedrijfsartsen, aios en anios bedrijfsgeneeskunde. Het preventieve consult maakt al sinds 2007 deel uit van de richtlijn, maar lijkt in de praktijk beperkt ingezet te worden terwijl verzuim onder zwangere werknemers regelmatig voorkomt. De anonieme online vragenlijst bevatte vragen over bekendheid met de richtlijn, toepassing van het preventieve consult en ervaren belemmeringen hierbij. In totaal namen 87 respondenten deel aan het onderzoek. Uit de resultaten blijkt dat de meeste respondenten bekend zijn met de richtlijn en het preventieve consult, maar dat de daadwerkelijke toepassing beperkt blijft. Ruim een kwart van de respondenten geeft aan het consult nooit uit te voeren. De belangrijkste ervaren belemmeringen zijn gelegen buiten het handelen en kennis van de bedrijfsarts zelf, namelijk onbekendheid met het preventieve consult bij werkgevers en leidinggevenden en een beperkte bekendheid onder zwangere werknemers.

Arbeidsongeschiktheid bij particulier verzekerde huisartsen

Aan de hand van een retrospectieve, kwantitatieve, dynamische cohortstudie op basis van verzekeringsgegevens werd onderzocht hoe vaak, hoe lang en waardoor huisartsen uitvallen. In totaal werden 10.121 huisartsen met een beroepsarbeidsongeschiktheidsverzekering geïncludeerd over de periode 2015–2025, waarbij kortdurend verzuim buiten beschouwing bleef. Uit de resultaten blijkt dat bijna 30 procent van de huisartsen minimaal één arbeidsongeschiktheidsperiode doormaakte. Vanaf 2020 steeg het verzuimpercentage van 5,6 naar 8,1 procent in 2024, waarbij het verzuim toenam met de leeftijd. Daarnaast leek de duur van de uitval gedurende de onderzoeksperiode toe te nemen. Psychische aandoeningen en klachten aan het bewegingsapparaat bleken belangrijke oorzaken van arbeidsongeschiktheid. Geconcludeerd wordt dat het ziekteverzuim onder particulier verzekerde huisartsen sinds 2020 stijgt, vermoedelijk door een langere duur van arbeidsongeschiktheid. De gevonden verzuimpercentages liggen hoger dan de door het CBS gerapporteerde verzuimpercentages voor zorgprofessionals in loondienst.

Werkvermogen bij vrouwen in de overgang in de bouw

Middels een cross-sectionele analyse van bestaande PAGO-gegevens werd door een aios bedrijfsgeneeskunde onderzocht of vrouwen van 40 tot 60 jaar binnen de bouw- en infrasector verschillen laten zien in arbeidsongeschiktheidsindicator (AOI), werkvermogen en werkstress ten opzichte van mannen in dezelfde leeftijdsgroep en jongere en oudere vrouwen. In totaal werden 37.230 werknemers geïncludeerd. Leeftijd en geslacht werden gecombineerd in zes leeftijds- en geslachtsgroepen. Uit de resultaten blijkt dat vrouwen van 40 tot 60 jaar een hogere gemiddelde AOI hadden dan mannen van dezelfde leeftijd en dan vrouwen jonger dan 40 jaar. Voor werkvermogen werden kleinere verschillen gevonden: vrouwen van 40 tot 60 jaar scoorden iets lager dan mannen van dezelfde leeftijd, maar niet lager dan jongere vrouwen. Voor werkstress werd geen verhoogd niveau gevonden. Omdat overgangsklachten niet specifiek in het PAGO worden uitgevraagd, kunnen de resultaten niet rechtstreeks aan de overgang worden toegeschreven. Aanvulling van de PAGO-vragenlijst met overgang specifieke vragen kan bijdragen aan betere signalering van klachten en gerichtere preventieve interventies bij verminderd werkvermogen in deze levensfase.

Ervaring van aios met werken met taakdelegatie bij UWV

Via een kwalitatief onderzoek met een online vragenlijst en verdiepende interviews werd onderzocht hoe aios verzekeringsgeneeskunde het werken met taakdelegatie met sociaal medisch verpleegkundige (SMV) in de praktijk ervaren. In totaal werden zes aios geïnterviewd, waarna de data inductief werd gecodeerd. Uit de resultaten blijkt dat de onderlinge samenwerking en de behaalde tijdswinst als positief worden ervaren; dit geeft meer ruimte voor diepgang tijdens het cliëntcontact. Negatieve ervaringen zijn met name inhoudelijk van aard, zoals incomplete informatie. De invulling en voorbereiding of het werken met taakdelegatie bleken niet uniform. Hoewel de meeste respondenten (overwegend) vrijheid ervoeren in hun keuze te werken met taakdelegatie, werd brede steun uitgesproken voor het principe dat een aios eerst zelfstandig volledige beoordelingen moet leren uitvoeren. Geconcludeerd wordt dat de samenwerking met de SMV over het algemeen positief wordt ervaren, maar dat er een grote behoefte is aan praktische kennis en gerichte scholing. De meningen blijken verdeeld over de vraag of de verantwoordelijkheid hiervoor bij het UWV of bij het opleidingsinstituut ligt.

Cliëntinzichten over een betere WIA-beoordeling

Middels een prospectieve cohortstudie met vragenlijsten werd door een aios verzekeringsgeneeskunde onderzocht welke verbeteradviezen WIA-aanvragers formuleren over het verzekeringsgeneeskundig beoordelingsproces en hoe zij verschillende onderdelen van dit proces ervaren. Hierbij werd gebruikgemaakt van het SERVQUAL-model, waarin ervaren kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de dimensies Tangibles, Reliability, Responsiveness, Assurance en Empathy. Uit de resultaten blijkt dat cliënten vooral positief zijn over de bejegening, empathie en het respectvolle contact vanuit de verzekeringsarts. De hoogste scores werden gevonden binnen de dimensie Empathy, terwijl Reliability lager werd beoordeeld. Verbeteradviezen hadden voornamelijk betrekking op duidelijkere uitleg vooraf, realistischer verwachtingsmanagement rondom doorlooptijden en praktische aandachtspunten zoals de wachtruimte, parkeermogelijkheden en de leesbaarheid van UWV-brieven. Vanwege de lage respons zijn de resultaten van dit onderzoek beperkt generaliseerbaar zijn.

Ervaren sociale onveiligheid door bedrijfsartsen

Op basis van tien semigestructureerde interviews is kwalitatief onderzocht welke vormen van sociale onveiligheid bedrijfsartsen, aios en anios ervaren tijdens hun werkzaamheden op externe locaties, en in welke context dit plaatsvindt. De interviews werden getranscribeerd en thematisch geanalyseerd in MAXQDA, waarbij datasaturatie werd bereikt. Uit de resultaten blijkt dat sociale onveiligheid een breed fenomeen is dat varieert van subtiele druk en beïnvloeding van het professionele oordeel tot verbale agressie en incidentele dreiging. Beïnvloeding van het professioneel oordeel kwam voor in interacties met zowel werkgevers als werknemers. De specifieke context van externe werkplekken, zoals het werken in isolatie en een gebrek aan fysieke privacy, spelen hierbij een belangrijke rol. Hoewel ernstige incidenten minder vaak voorkwamen, was de impact ervan groot. Geconcludeerd wordt dat sociale onveiligheid op externe locaties een breed en gelaagd probleem is. De bevindingen onderstrepen het belang van structurele maatregelen om de professionele autonomie, privacy en organisatorische ondersteuning te waarborgen.

Roos Laboyrie en Zamir Zewari zijn aios verzekeringsgeneeskunde, respectievelijk aios bedrijfsgeneeskunde bij de NSPOH.
Bij interesse in een van de onderzoeken kun je contact opnemen met dr. Pim
Knuiman, coördinator en opleider Onderzoeksscholing NSPOH, p.knuiman@nspoh.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.