Deze signalen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door het ontdekken van onbekende gevaarlijke eigenschappen van bekende blootstellingen, bekende blootstellingen in een nieuwe context (bijvoorbeeld in een beroepsgroep waar deze nog niet eerder zijn gezien), of door een groeiende blootgestelde populatie. Deze signalen kunnen afkomstig zijn uit uiteenlopende bronnen, zoals werkplekonderzoek, toxicologische studies, (klinische) casusrapportages en epidemiologisch onderzoek. Voor vroegsignalering bestaan twee benaderingen. De risk-first benadering richt zich op het identificeren van potentieel gevaarlijke en relevante blootstellingen. De disease-first benadering redeneert vanuit waargenomen gezondheidseffecten (‘ziekte’) en onderzoekt mogelijke causale verbanden met de aanwezigheid van werkgerelateerde blootstellingen. Dat laatste gebeurt in Nederland aan de hand van het bijhouden van potentiële nieuwe beroepsziekten die via het online meldingssysteem Signaal [1] op de website van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) kunnen worden gemeld door bedrijfsartsen.

Verbeteren en evalueren
In dit artikel beschrijven we een project waarin we ons hebben gericht op het verbeteren en testen van het Signaal meldingssysteem. Signaal bestaat al sinds 2013, maar werd in de praktijk nog te beperkt ingezet: het aantal meldingen was schaars, het proces was omslachtig en de beoordeling kostte veel tijd. Ons project had als doel te begrijpen waarom Signaal niet optimaal functioneerde en het systeem te moderniseren en gebruiksvriendelijker te maken. In het project hebben we: 1) een inventarisatie gedaan in de literatuur van bestaande internationale systemen, 2) een analyse van belemmerende en bevorderende factoren gemaakt op basis van interviews met betrokkenen, 3) Signaal technisch en procesmatig doorontwikkeld en 4) in een pilotstudie het doorontwikkelde Signaal meldingssysteem geëvalueerd. Deze verschillende stappen worden kort besproken.
- Inventarisatie van bestaande systemen
Allereerst hebben we onderzocht hoe andere landen nieuwe werkgerelateerde gezondheidsrisico’s signaleren. Hiervoor hebben we gebruikgemaakt van een recent EU‑OSHA‑rapport [2] en aanvullend literatuuronderzoek. In totaal hebben we elf internationale systemen geanalyseerd, waaronder THOR (Verenigd Koninkrijk; VK), SENSOR (Verenigde Staten; VS), NODS (Nieuw‑Zeeland) en OccWatch (Frankrijk). Deze systemen verschillen in wie mag melden, hoe blootstelling wordt beoordeeld en hoe casussen worden opgevolgd. Een belangrijke observatie was dat succesvolle systemen vaak laagdrempelig zijn voor melders, een duidelijke terugkoppeling geven, een gestructureerd beoordelingsproces hebben, en sterk leunen op expertbeoordeling. Deze inzichten vormden een belangrijke basis voor de herontwikkeling van Signaal.
- Analyse van belemmerende en bevorderende factoren
Vervolgens hebben we gedurende interviews met zes beroepsziektespecialisten (die eerder betrokken waren bij beoordeling van signalen) onderzocht waarom het beoordelingsproces lang duurde en Signaal in Nederland onvoldoende werd gebruikt. Uit de interviews bleek dat de zichtbaarheid van Signaal beperkt was en dat veel bedrijfsartsen niet goed wisten wat het systeem precies toevoegt aan het reguliere beroepsziekte meldingssysteem. Daarnaast bleek het meldproces tijdrovend en complex. Melders moesten veel informatie aanleveren, terwijl niet altijd duidelijk was welke gegevens essentieel waren. Ook de beoordeling verliep moeizaam door onvolledige blootstellingsinformatie en onduidelijke processtappen. Verder was er geen vaste structuur voor terugkoppeling of internationale afstemming. Concrete aanbevelingen waren vereenvoudiging en verbetering van de zichtbaarheid van het meldformulier, duidelijkere processtappen en verantwoordelijkheden, en een gestandaardiseerd beoordelingskader.
- Doorontwikkeling van het Signaal meldingssysteem
Op basis van de bevindingen uit onderdeel 1 en 2 is het verbeterde Signaal meldingssysteem herzien. De belangrijkste verbeteringen die we hebben doorgevoerd zijn:
- Melders hoeven niet langer een account aan te maken. Ze kunnen direct via de NCvB‑Helpdesk een melding starten. Dit verlaagt de drempel tot melding aanzienlijk.
- Een overzichtelijker en logischer opgebouwd meldingsformulier, zonder overbodige vragen. Nieuw is dat meldingen ook op organisatieniveau kunnen worden gedaan, niet alleen op individueel casusniveau. Hierdoor kunnen meerdere casussen uit een organisatie in een keer gemeld worden.
- Een gestandaardiseerd beoordelingskader waarbij vier vaste categorieën worden gehanteerd:
- Bekende combinatie van ziekte en blootstelling,
- Nieuwe combinatie van ziekte en blootstelling,
- Interessante melding waarvoor nader onderzoek nodig is,
- Geen relatie of onvoldoende informatie.
Dit kader zou moeten leiden tot een kortere doorlooptijd. De beoordelaar krijgt drie uur de tijd voor het doen van een beoordeling in een doorlooptijd van vier weken. De beoordelaar kan binnen dit proces bijv. aanvullend onderzoek of collegiale toetsing uitvoeren. Na afronding van het proces (inclusief aanvullend onderzoek) wordt een terugkoppeling aan de melder gegeven.
- Alle meldingen worden opgeslagen in een database, inclusief trefwoorden en coderingen, zodat toekomstige analyses mogelijk zijn.
Evaluatie
Na de herziening van het Signaal meldingssysteem hebben we een pilot uitgevoerd waarbij negen casussen werden gemeld. Melders vonden het nieuwe proces duidelijker en werkbaarder. Het invullen kostte 15 tot 35 minuten. De terugkoppeling van de beroepsziektespecialist werd als waardevol ervaren. Wel waren er praktische verbeterpunten, zoals het aantal klikstappen, de wens om vooraf te weten welke informatie nodig is, en de behoefte aan meer ruimte voor toelichting. Internationale experts uit Frankrijk, het VK en Nederland beoordeelden het nieuwe Signaal meldingssysteem positief. Zij benadrukten het belang van internationale samenwerking en adviseerden om de groep melders uit te breiden naar andere professionals, zoals arbeidshygiënisten en andere medisch specialisten (bijvoorbeeld dermatologen en longartsen). Ook werd het belang van regelmatige terugkoppeling en publicatie van casussen onderstreept.
Conclusies
Het project heeft geleid tot een verbeterd Signaal meldingssysteem met een eenvoudiger meldingsproces, een gestandaardiseerd beoordelingskader en een kortere doorlooptijd om nieuwe en opkomende gezondheidsrisico’s van werkgerelateerde blootstellingen vroegtijdig te signaleren.
Toekomst
Signaal‑meldingen kunnen inmiddels direct en laagdrempelig worden ingediend via de NCvB‑Helpdesk (Signaal melding aanmaken | Helpdesk) – zie Figuur 1. We nodige bedrijfsartsen en andere (arbo-)professionals van harte uit dit te doen. Ons vervolgproject richt zich op de verdere ontwikkeling, implementatie en evaluatie van Signaal. We zullen het systeemtechnisch doorontwikkelen en mogelijk uitbreiden met nieuwe databronnen. Hiervoor willen we graag met gebruikers in gesprek gaan. Geïnteresseerden die willen meedenken of bijdragen aan het onderzoek worden van harte uitgenodigd zich te melden (zie contactgegevens bovenaan dit artikel).
Rapport
Het volledige rapport over het Signaal onderzoek is te lezen op de Lexces website.
Financiering
Dit onderzoek is gefinancierd door Lexces, het Landelijk Expertisecentrum voor Stoffengerelateerde Beroepsziekten, als onderdeel van een door de overheid gesubsidieerd onderzoeksproject gericht op de preventie van beroepsziekten. Lexces bundelt kennis over gevaarlijke stoffen, ondersteunt professionals bij preventie en diagnose van stoffengerelateerde aandoeningen, en ontwikkelt instrumenten voor vroegsignalering en risicobeoordeling. Hiermee draagt Lexces bij aan een systematische en toekomstbestendige aanpak van werkgerelateerde risico’s.
Literatuur
1. Lenderink, A., Keirsbilck, S., van der Molen, H., Godderis, L. Online reporting and assessing new
occupational health risks in SIGNAAL. Occupational Medicine. 2015: 65(8); 638–641.
https://doi.org/10.1093/occmed/kqv061
2. Bakusic J, Lenderink A, Lambreghts C, et al. Alert and sentinel approaches for the identification of work-
related diseases in the EU. EU-OSHA; European Risk Observatory Report. Luxembourg: Publications Office
of the European Union, 2018.
Alle auteurs werken bij het Amsterdam UMC, Afdeling Public and Occupational Health, Amsterdam. Contact: Pieter Coenen, p.coenen@amsterdamumc.nl


