Adam Raine, hoofdpersoon uit de roman Niemandsland, groeit aan het begin van de vorige eeuw op in een Engels mijnwerkersdorp. Hij is een buitenbeentje omdat hij als slimpie nog naar school gaat terwijl zijn vriendjes al in de mijn werken. Veel dorpsgenoten zien hem als een verwend ventje dat probeert om aan zijn lot als arbeiderszoon te ontkomen. Die beeldvorming wordt versterkt wanneer Adam een keer met zijn vader meegaat om te zien hoe het in de mijn toegaat. In de lift die de mijnwerkers ondergronds brengt, lijkt iedereen ontspannen aan de werkdag te beginnen. Adam weet dat er regelmatig bedrijfsongevallen plaatsvinden, deels met dodelijke afloop. Maar niemand lijkt zich daar zorgen om te maken. De omstandigheden onder in de mijn worden zo levendig beschreven dat je begrijpt hoe blij Adam is dat hij daar niet hoeft te werken. Hij moet naar boven geholpen worden wanneer hij een paniekaanval krijgt als hij zich voorstelt wat er gebeurt als de mijngang instort.
Zou het echt zo zijn dat mijnwerkers blind waren voor de risico’s van hun werk? Dat valt uit een roman natuurlijk niet te leren, maar ik proefde iets vergelijkbaars tijdens werkplekbezoeken. Werknemers en leidinggevenden raken gewend aan hoe het gaat op hun werk en de meesten staan daar nauwelijks meer bij stil. Het is zoals het is. ‘Ja hier hangt heel wat stof, maar daar raak je aan gewend.’ ‘Die herrie hoor je niet meer zo wanneer je hier een tijdje werkt.’
Een paar jaar terug is ons dak geïsoleerd. Alle dakpannen eraf, grote isolatieplaten erop en vervolgens nieuwe pannen. Dat was nog een flink gedoe op een oud huis met een flinke kap. Al snel bleek dat de dakdekkers niet veel op hadden met veiligheidsvoorschriften. Ze werkten zonder helm en zonder zich te zekeren vanuit een onterecht vertrouwen dat er niks gebeurt zolang je maar oplet. ‘Niemand is toch zo gek om een dakpan op het hoofd van een collega te laten vallen?’ Daar waren ze niet op aan te spreken.
Ik moet hieraan denken nu het RIVM het aantal doden door de hittegolf tussen 22 juni en 5 juli op ruim 900 schat. Dat is meer dan het jaarlijkse aantal verkeersdoden in ons land! Voor heel Europa komt de schatting voor juni op 14.000 hittedoden. Dit zijn serieuze aantallen. Inmiddels is de natuur kurkdroog en zijn er op veel plaatsen grote bosbranden. Het Europees Milieuagentschap schat de economische schade door verlies van arbeidsproductiviteit, hogere zorgkosten en problemen in de landbouw en binnenvaart door droogte en een lage waterstand in rivieren op vele miljarden. Je zou verwachten dat deze gebeurtenissen met een duidelijke link naar klimaatverandering tot paniek leiden en dat de overheid reden ziet om het klimaatbeleid bij te stellen. Maar nee, politici en burgers gedragen zich zoals de mijnwerkers die Adam ontmoette en de dakdekkers die ons huis renoveerden: een risico vormt geen probleem zolang je er maar niet bij stilstaat. ‘Dit duurt niet lang meer, het koelt wel weer af’.
Vermoedelijk was een blinde vlek voor gevaar lang een noodzakelijk goed. Stel dat je in de oertijd niet meedeed aan de mammoetjacht omdat je een te scherp oog had voor de gevaren die dat meebracht. Waarschijnlijk verhongerde je dan. Je plaatste je in ieder geval buiten de groep, want wat moesten je stamgenoten met zo’n watje? Het vermogen om risico’s die niet te vermijden zijn maar liever te negeren, maakte het leven dragelijk. En dat doet het nog steeds. Tegelijkertijd staat een misplaatst optimisme verstandige keuzes in de weg. Het bemoeilijkt de implementatie van veiligheidsmaatregelen op het werk. Hetzelfde geldt voor adviezen om gezonder te leven. Het blokkeert ook noodzakelijke stappen om de opwarming van de aarde nog zoveel mogelijk af te remmen. Als ik te veel nadenk over dat laatste, voel ik net als Adam een paniekaanval opkomen. Maar liever dat, dan dat je er niet bij stil durft te staan en klimaatontkenner wordt.
Joost van der Gulden is redacteur van TBV
contact: joost.vandergulden@icloud.com


