Herman Spanjaard, zelden vies van een prikkelende stelling, doet in NVAB-nieuws van april 2026 twee uitspraken in één zin. ‘Internationaal zijn wij het enige land waar de bedrijfsarts geen klinische taken heeft, zou dat lang standhouden als AI ons huidige werk gewoon overneemt?’, aldus Spanjaard. De eerste uitspraak laat zich fact checken. De tweede is meer een filosofische: komt het klinische werk terug als AI ons huidige werk gedeeltelijk overneemt. Relevant in een tijd waarin de NVAB een nieuwe koers heeft uitgezet, die is gericht om meer adviseurschap in het beroep.
Een kwestie van definitie
Klinische taken worden gedefinieerd als alle werkzaamheden en handelingen die een zorgverlener direct uitvoert rondom de zorg, behandeling en observatie van een patiënt. Het verwijst in letterlijke zin naar zaken die een arts aan een patiënt kan vaststellen (fysisch diagnostisch) en is niet strikt gebonden aan de locatie van de kliniek. Ook laat ik de overdrachtelijke versie van het woord klinisch -afstandelijk, emotieloos, koel observerend- buiten beschouwing.
Europese vergelijking laat zien dat bedrijfsartsen zelden taken vanuit een kliniek uitvoeren, behalve in Nederland waar enkele tientallen bedrijfsartsen zich klinisch arbeidsgeneeskundige noemen en sommigen daarvan deel uitmaken van een behandelteam in een ziekenhuis. Daartegenover staan vele bedrijfsartsen die taken uitvoeren ten behoeve van zorginstellingen, gericht op de gezondheid van het personeel, dus niet klinisch.
Laat ik mij hier beperken tot de definitie van klinische taken, zijnde het uitvoeren van fysisch diagnostisch onderzoek, het opnemen van de bloeddruk, het beluisteren van longen of het hart, het onderzoeken van de functie van lichaamsdelen zoals rug of schouder en het opnemen van de anamnese bij mentale problematiek en bijbehorende biometrie, lab-onderzoek of diagnostische vragenlijsten. Het doel van deze (klinische) handelingen is het vaststellen of bevestigen van een diagnose, het registreren van beperkingen en het (h)erkennen van beroepsziekten. Spanjaard stelt dat deze taken geen deel uitmaken van de functie van bedrijfsarts.
Een internationale vergelijking
Internationale vergelijking laat echter het volgende zien. In België zijn de klinische taken van de preventieadviseur-arbeidsarts beperkt tot preventie (preventief medisch onderzoek) en beoordeling van geschiktheid voor het werk. In het kader van PMO worden klinische testen uitgevoerd. Duitse bedrijfsartsen voeren geen klinisch taken uit in de zin van diagnostiek en behandeling als zij zich richten op preventie (adviseren over verbetering van arbeidsomstandigheden), maar wel bij het uitvoeren van periodieke keuringen (PMO). Ook adviseren zij bij re-integratie. In Italië voert de bedrijfsarts klinische taken uit bij PMO, bij het identificeren en diagnosticeren van beroepsziekten en bij het beoordelen van arbeidsgeschiktheid (beperkingen). Engelse occupational physicians hebben klinische taken bij het uitvoeren van medische beoordelingen (fit for work, health surveillance) en bij het diagnosticeren van werkgerelateerde aandoeningen. In Polen hangen de klinische taken samen met de verplichte periodieke keuringen en preventieve gezondheidscontroles; Poolse arbeidsmigranten zijn verbaasd over het gemis aan dergelijke medische onderzoeken in Nederland. Japan wijkt in zoverre af van de Europese invulling dat de sangyoi (huisarts in het bedrijf) naast jaarlijkse medische gezondheidscontroles ook werkgerelateerde aandoeningen behandelt. De Braziliaanse bedrijfsarts voert klinische taken uit in het kader van verplichte onderzoeken (bij indiensttreding, periodiek, bij terugkeer na ziekte en bij uittreding); in Brazilië is sprake van geïntegreerde zorg zodat de bedrijfsarts in veel gevallen ook deel uitmaakt van een groter medisch team. Tot slot de Verenigde Staten. Occupational medicine physicians hebben daar naast curatieve taken (klinische behandeling van werkgerelateerde letsels en ziekten) ook preventieve taken met klinische aspecten: periodiek medisch onderzoek, fit for the job onderzoek, keuringen voor specifieke functies en blootstellingsonderzoek. Beoordeling van het werkvermogen wordt in de VS eerder door verpleegkundigen gedaan.
Als je om het even welke zoekmachine vraagt naar de taken van de bedrijfsarts staan die rond ziekteverzuim en re-integratie bovenaan, zoals het beoordelen van de medische situatie van een zieke werknemer, diens arbeids(on)geschiktheid en het opstellen van de probleemanalyse. Zoals ik klinische taken omschreef zijn deze handelingen noodzakelijk voor het uitvoeren van de genoemde taken. Daarin verschilt de Nederlandse bedrijfsarts niet van zijn Europese collega’s. Dus de opmerking van Spanjaard snijdt geen hout. In vergelijking met landen om ons heen maakt vooral het op zeer kleine schaal uitvoeren van PMO het verschil.
Wat beoogt Spanjaard met zijn stelling?
Wat bedoelt hij met zijn opmerkingen over het niet hebben van klinische taken en de terugkeer daarnaar als AI ons huidige werk overneemt? Stelt de bedrijfsarts geen diagnoses meer? Ontbreekt in de spreekkamer een onderzoeksbank of een bloeddrukmeter? Of bedoelt Spanjaard dat nog maar weinig bedrijfsartsen zijn betrokken bij de uitvoering van PMO’s? De praktijk van de bedrijfsarts richt zich de afgelopen twee decennia meer en meer op de administratieve aspecten van de Wet Verbetering Poortwachter. Kennis van het werk en de werkomstandigheden zijn geen voorwaarden meer om op basis van de ziektediagnose beperkingen volgens het BAR-stramien in te vullen. De kans dat dit in hoge mate ook door lerende AI kan, acht ik reëel. Tegelijk is het belang van deze beperkingenlijst (in de probleemanalyse) bovenmatig groot geworden. Niet zozeer in AI of Chatbots zie ik een bedreiging voor de taakinvulling van de bedrijfsarts, maar heroverweging van de roltoedeling bij de Wet verbetering Poortwachter (WvP). Of, zoals de bestuursvoorzitter van UWV Maarten Camps het onlangs bij Nieuwsuur verwoordde: ‘ik denk dat verpleegkundigen heel wel in staat zijn om het werk van de verzekeringsarts uit te voeren’, lees: over te nemen, zoals in de VS, vul ik dan aan.
Laat ik het scherper stellen: als het WvP-proces de bedrijfsarts reduceert tot specialist in mensen klaarstomen voor administratieve verwerking en ondertussen de WIA-instroom meer dan verwacht blijft stijgen, zal de rol van de bedrijfsarts als poortwachter politiek heroverwogen worden. Wat resteert er dan nog van het beroep bedrijfsarts? In die zin heeft Spanjaard gelijk als hij stelt dat wij internationaal gezien het enige land zijn waar de bedrijfsarts geen klinische taken heeft, mits hij doelt op diens geringe betrokkenheid bij PMO. Anderzijds denk ik niet dat AI het huidige werk van de bedrijfsarts gewoon overneemt. De dreiging komt uit een andere hoek, namelijk de vraag of een afgedwongen probleemanalyse voorwaarde is voor een effectieve re-integratie. Het serieuzer nemen van het PMO zou dan de eerste stap zijn naar invulling van de preventieve adviestaak van de bedrijfsarts en is internationaal gezien ook een voor de hand liggende.
Hans Dam, bedrijfsarts n.p.
In het najaar zal TBV in een special uitbrengen over AI en hoe dat de bedrijfs- en geneeskunde beïnvloedt.


