De klacht richt zich op het oordeel van de bedrijfsarts, de wijze van totstandkoming daarvan en het handelen van de bedrijfsarts in het vervolgtraject.
Ziekmelding na ontslagaanzegging
De werknemer is van mening dat de bedrijfsarts zijn gezondheidsklachten onvoldoende heeft beoordeeld. De bedrijfsarts noteert in het dossier:
‘Anamnese: geeft aan vreselijk gespannen te zijn, slecht te slapen en vol hoofd te hebben. Bij huisarts geweest en die gaf aan dat hij burn-out / overspannen was en schreef rust voor. Oorzaak: plotselinge ontslagaanzegging door werkgever, weet helemaal niets van slecht functioneren of gesprekken die zouden hebben plaatsgevonden. Ontkent ook dat er gesprekken hebben plaatsgevonden. Werknemer geïnformeerd over datgene werkgever mij mee heeft gedeeld over functioneren, geeft aan dat ze geen bewijs hiervan zouden hebben.
O/ adequaat reagerend, beetje gejaagd en lichte spanning. Is nu 1 week thuis en doet alsof het gister is gebeurd. Aangegeven dat ik de klachten die hij aangeeft beschouw als veroorzaakt door de situatie en het als een conflict beschouw. Advies is om er met werkgever uit zien te komen. Ik heb geen oordeel gegeven over wie gelijk zou hebben, wel de discrepantie besproken tussen de informatie van werkgever en zijn onwetendheid van het verbetertraject. Twijfelt of hij in staat is tot zo’n gesprek, aangegeven dat hij dan iemand kan meenemen.
B/ 2 weken de tijd om een gesprek te regelen en tot een oplossing te komen’
De werknemer is weer met werken gestart na ongeveer twee weken, maar heeft de bedrijfsarts verzocht om een second opinion te regelen. Dat ging echter gepaard met dreigementen, een reden voor de bedrijfsarts om de behandeling van het dossier te stoppen.
De klacht en het verweer
De klacht omvat zeven onderdelen, vier worden hier besproken:
1. In het eerste contact is niet gestart met een anamnese;
2. De bedrijfsarts heeft geen contact opgenomen met de huisarts van klager;
3. Hij heeft zich niet gericht op de klachten van klager;
4. Hij heeft de vervelende situatie waarin klager zich bevond verlengd door te weigeren om te reageren op het verzoek om een second opinion.
De bedrijfsarts voert aan dat hij wel een anamnese heeft afgenomen en dat hij met klager heeft besproken dat hij de klachten beschouwde als veroorzaakt door de situatie met zijn werkgever. Verder wijst de bedrijfsarts erop dat hij niet is gehouden om te allen tijde informatie op te vragen bij de behandelend zorgverlener en dat klager hem niet heeft verzocht om contact op te nemen met zijn huisarts.
Overwegingen regionaal tuchtcollege
Het college ziet vanwege hun samenhang aanleiding de eerste drie klachtonderdelen gezamenlijk te behandelen. Hoewel uit het dossier blijkt dat de bedrijfsarts inderdaad een anamnese heeft afgenomen, is deze naar het oordeel van het college te summier. De informatie die de bedrijfsarts tot zijn beschikking had en de NVAB-richtlijn Conflicten in de werksituatie hadden voor de bedrijfsarts aanleiding moeten zijn de klachten zorgvuldiger uit te vragen. Daarnaast heeft de bedrijfsarts ten onrechte niet doorgevraagd op de discrepantie tussen hetgeen klager vertelde over het oordeel van zijn huisarts (‘burn-out/overspannen’, aldus het dossier) en zijn eigen bevindingen. De bedrijfsarts was echter niet verplicht om contact op te nemen met de huisarts. Daarom is dit klachtonderdeel ongegrond.
Het college constateert dat het consult waarin om een second opinion werd verzocht een dusdanige indruk op de bedrijfsarts heeft gemaakt, dat het college het verstandig acht dat hij daarna niet meer bij de zaak betrokken is geweest. Het is niet gebleken dat de bedrijfsarts een verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de manier waarop hij zijn werkzaamheden in het dossier van klager heeft beëindigd. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Het college is van oordeel dat de klachtonderdelen 1) en 3) wel gegrond zijn en legt als maatregel een waarschuwing aan de bedrijfsarts op.
Leerpunt voor de bedrijfsarts
Het eigen onderzoek van de bedrijfsarts is de basis om een oordeel en advies te geven over een medische situatie. Als de eigen indruk anders lijkt te zijn dan de inschatting van de huisarts is extra zorgvuldigheid geboden. Het kan dan verstandig zijn om contact op te nemen met de huisarts en/of de cliënt beter uit te leggen wat de afwegingen zijn van het eigen oordeel.
Bas Sorgdrager is bedrijfsarts en plaatsvervangend hoofdredacteur van TBV


