Wieland Loeffen is 27 en woont sinds kort in Nijmegen Lent. Vanuit zijn raam kijkt hij uit op de treinen die voorbijkomen bij station Lent en over de stad aan de andere kant van de rivier. Eerst woonde hij elders, waar hij 24 uur per dag begeleiding kreeg en twee keer per dag een afspraak. Nu woont hij op een plek waar hij ambulante begeleiding krijgt, er komt nog steeds twee keer per dag iemand langs, maar slechts voor een half uurtje. ‘Ze komen vragen hoe het gaat, kijken of het hier een beetje opgeruimd is en of ik ergens tegenaan loop,’ vertelt hij. ‘Ik was wel toe aan een stap naar meer zelfstandigheid.’
Tot hij 12 jaar was, dachten artsen dat Loeffen niet-aangeboren hersenletsel had. ‘Uiteindelijk is er in 2015 een onderzoek geweest in het Radboud ziekenhuis en bleek dat ik een zeldzame genmutatie heb. Het is gewoon pech geweest dat ik dat ontwikkeld heb,’ vertelt hij.
Overschatting
Loeffen heeft een LVB, een licht verstandelijke beperking. Hij wil graag zijn verhaal vertellen aan mensen in begeleiding en zorg, omdat hij zich weliswaar goed weet te ontwikkelen, maar ook vaak met overschatting te maken krijgt. ‘Mensen zeggen: “ja, we zien niks aan jou, je bent gewoon normaal”. Ik kan goed praten en ben ook wel op zoek naar uitdagingen. Maar daardoor lijkt het alsof ik meer aankan dan ik kan.’
Hij werkt vier dagen in de week bij een basisschool, waar hij tijdens werktijd ook zijn rijbewijs heeft weten te halen. Dat komt vooral door een leidinggevende die geduld met hem heeft. ‘Ik kan niet zoveel dingen tegelijk doen, ik moet focussen op één taak. Tegelijk heb ik de neiging om heel veel dingen tegelijk aan te pakken.’ Op zichzelf wonen was een van die dingen, maar hij wil ook z’n vaarbewijs halen, een voorstelling maken en een boek schrijven. ‘Dat is voor mij ook een zoektocht.’
Zijn grootste boodschap is: ‘ik heb dan wel een LVB, maar ik ben ook uniek.’ Het werk dat hij nu heeft, geeft hem structuur en sociale contacten. ‘Ik leer daar ook veel en vooral hoe ik één ding tegelijk moet doen.’
Luisteren
Waar hij heel veel aan heeft bij artsen en andere begeleiders, is echt persoonlijk contact. Doordat hij voor zijn gevoel vaak overschat wordt, maar wel ambities heeft, is het belangrijk dat degene met wie hij praat echt de tijd voor hem neemt en zich in hem kan verplaatsen. ‘Ik moet steeds best wel persoonlijke dingen vertellen en dan voelt het soms alsof mensen denken “met jou is er niets aan de hand”.’
Als mensen naar hem luisteren, meedenken in zijn ambities en hem afremmen als hij te veel wil, is er veel mogelijk, zegt hij. ‘Mensen met een LVB tellen ook mee in de maatschappij. Ik wil graag meedoen en dat kan ook, als mensen me echt horen. Kijk soms niet alleen maar naar papiertjes, maar ook naar iemands kwaliteiten.’ Hij wil graag een stip op de horizon hebben om naartoe te werken. ‘Dat is mijn motto. Zo kan ik doelen stellen en meedraaien in de maatschappij.’


