Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Nuchter werken aan veilig en gezond consumptiebeleid

Verslaving wordt in de arbeidsgeneeskunde terecht gezien als een behandelbare aandoening die grote gevolgen kan hebben voor functioneren, veiligheid en inzetbaarheid. In veel organisaties lijkt het ADM-beleid (alcohol, drugs, medicatie) daarom sterk georganiseerd te worden rond het herkennen en begeleiden van verslavingsproblematiek. Dat is begrijpelijk, maar roept ook een praktische vraag op: waar begint beleid op de werkvloer eigenlijk? Bij de diagnose of bij het functioneren?
© anuskiserrano / stock.adobe.com
Op de werkvloer is elke dag dezelfde vraag relevant: functioneert iemand goed en heeft hij zijn kop erbij? Vanuit dat perspectief is het logisch om ook bij middelengebruik het functioneren als vertrekpunt te nemen.Voor vrijwel iedereen die werkt, geldt hetzelfde uitgangspunt: je moet alert zijn, scherp kunnen waarnemen en adequaat reageren. Of het nu gaat om werken met mensen, machines, systemen of informatie, een moment van verminderde aandacht kan grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van het werk, de veiligheid en het welzijn van jezelf en anderen.
Nuchter werken betekent dat iemand voldoende helder en alert is om zijn werk goed te kunnen doen. Het gaat om goed waarnemen, situaties juist inschatten en passend reageren. Dat is geen morele norm en geen oordeel over iemands levensstijl, maar een praktische randvoorwaarde voor veilig en verantwoord werken, zorgvuldige besluitvorming en samenwerking.
Alcohol, drugs en medicijnen kunnen deze vermogens aantasten. Niet alleen tijdens gebruik, maar ook in de uren of dagen daarna. Vermoeidheid, concentratieverlies, prikkelbaarheid of een sterke drang naar middelen kunnen het functioneren merkbaar beïnvloeden, ook wanneer iemand zichzelf niet als onder invloed ervaart of een test negatief is. Dat maakt nuchter werken een logisch uitgangspunt: niet om middelen te verbieden, maar om functioneren te beschermen.
In de praktijk is de invloed op functioneren vaak subtiel. Iemand verschijnt na een avond drinken op het werk en merkt dat de scherpte ontbreekt. Een werknemer gebruikt pijnstilling na een operatie en reageert trager dan normaal. Een ander gebruikt stimulerende middelen om deadlines te halen en wordt ongeremd in het contact met collega’s of klanten. En bij afhankelijkheid van medicatie kunnen ontwenningsverschijnselen of schaamte ervoor zorgen dat de effectieve werktijd lager ligt dan de aanwezigheid doet vermoeden. In al deze situaties staat niet het middel centraal, maar het effect op het functioneren.

Gedrag ontstaat in context

Gedrag op het werk ontstaat nooit los van de omstandigheden. Gebruik van alcohol, drugs of medicijnen kan samenhangen met privéproblemen, maar werkomstandigheden spelen vaak een minstens zo grote rol.1-3

Hoge werkdruk, onzekerheid over baanbehoud, sociale onveiligheid, pestgedrag, fysiek of mentaal zwaar werk en onvoorspelbare roosters vergroten de kans dat mensen gedrag ontwikkelen dat hen helpt vol te houden. Een verstoorde werk-privébalans is daarbij een belangrijke risicofactor.1-3 Langdurige overbelasting en onvoldoende herstelmomenten maken het moeilijker om te ontspannen of goed te slapen.

Traditionele versus functionele benadering:
Traditionele benadering van ADM-beleid
Functionele benadering van consumptiebeleid
Vertrekpunt: verslaving of problematisch gebruik
Vertrekpunt: functioneren op het werk
Diagnose stuurt beleid/interventies
Functioneren stuurt beleid/interventies
Focus op risicogroep met problematisch gebruik
Focus op alle werknemers
Middel staat centraal
Effect op alertheid en veiligheid centraal
Zorglogica dominant
Arbeidslogica dominant
In zulke situaties kan consumptie een functionele rol krijgen: om wakker te blijven, stress te dempen of tot rust te komen. Dat kan gaan om alcohol of medicatie, maar net zo goed om nicotine, cafeïne, andere stimulerende middelen, eindeloos scrollen of bingewatchen. Wat begint als een begrijpelijke strategie kan op de langere termijn het functioneren juist ondermijnen.
Wie gedrag alleen beoordeelt op basis van het middel of een verslavingsdiagnose, mist deze dynamiek. Dan blijft onzichtbaar wat het gedrag doet en waarom het ontstaat.
In veel organisaties is het ADM-beleid sterk beïnvloed door inzichten uit de verslavingszorg. Dat heeft belangrijke voordelen gehad. Verslaving wordt niet langer uitsluitend gezien als een disciplinair probleem, maar als een behandelbare aandoening. Begeleiding, vertrouwelijkheid en re-integratie hebben daardoor een duidelijke plaats gekregen. Tegelijkertijd heeft deze ontwikkeling ook een verschuiving in het denken veroorzaakt. In veel ADM-modellen is de logica van het beleid georganiseerd rond problematisch gebruik en verslaving als ziekte. Aandacht gaat uit naar signaleren, diagnosticeren, behandelen en begeleiden. Zo wordt de diagnose het impliciete vertrekpunt van het beleid.
Voor de dagelijkse praktijk van werk is dat geen vanzelfsprekend uitgangspunt. Werk draait immers niet om diagnoses, maar om functioneren. De meeste werknemers met psychoactief consumptiegedrag hebben geen verslavingsdiagnose, maar kunnen wel minder alert of belastbaar zijn. Andersom kunnen mensen met een verslavingsstoornis soms nog goed functioneren. Vanuit arbeidskundig perspectief is het daarom logischer om niet de diagnose, maar het functioneren centraal te stellen.
In de traditionele benadering komt het gesprek vaak pas op gang bij een vermoeden van verslavingsproblematiek. In de functionele benadering begint het gesprek zodra het functioneren onder druk komt te staan, ongeacht de oorzaak.

Van ADM-beleid naar veilig en gezond consumptiebeleid

Wanneer functioneren het vertrekpunt is, wordt het logisch om consumptie in bredere zin te bekijken. Alcohol, drugs en medicijnen vormen dan geen aparte categorie, maar maken deel uit van een breder patroon van gedrag dat het functioneren beïnvloedt. Roken en vapen, overmatig cafeïnegebruik en intensief privé-schermgebruik (tijdens vergaderingen of in het verkeer) passen in datzelfde kader.
Het uitgangspunt daarbij is eenvoudig: goed werken vraagt om nuchter werken. Dat betekent niet alleen vrij zijn van alcohol of drugs, maar ook dat je met je aandacht bij je werk bent. Wie tijdens een vergadering vooral met zijn mobiele telefoon bezig is, of voortdurend met zijn gedachten bij een sigaret of ander verlangen, is mentaal minder beschikbaar voor de taak. In die zin gaat nuchter werken ook over mentale aanwezigheid en professionele aandacht.
Het voordeel van deze benadering is dat de focus verschuift van het middel en de diagnose naar het effect op het functioneren. Niet de vraag wat iemand gebruikt staat centraal, maar wat het doet met alertheid, belastbaarheid, herstel en professioneel handelen. Dat maakt het gesprek eenvoudiger, consistenter en minder beladen.
Zo ontstaat ruimte voor een veilig en gezond consumptiebeleid: een samenhangende benadering waarin verschillende vormen van gedrag in relatie tot werk en functioneren worden bekeken.

Ziekte en functioneren

Soms is er sprake van een verslavingsziekte. Ook dan blijft functioneren het uitgangspunt. Als iemand werkt en goed functioneert, is er geen reden om anders te handelen dan bij andere chronische aandoeningen.
Als het functioneren vermindert, wordt gekeken naar aanpassingen, begeleiding en belastbaarheid. En als iemand zich ziek meldt, volgen behandeling en re-integratie volgens de gebruikelijke kaders.
Verslaving vraagt zorg, net als andere ziekten. Maar zij vraagt geen uitzonderlijk arbeidskundig denkkader. Door ook hier consequent te blijven kijken naar functioneren, ontstaat duidelijkheid en houvast voor werknemer, werkgever en arts.

Tot slot

Op het werk gaat het uiteindelijk om één simpele vraag: heeft iemand zijn kop erbij en kan hij of zij het werk veilig en verantwoord doen? Als dat het uitgangspunt wordt, verschuift de aandacht vanzelf van middel en diagnose naar functioneren.
Dan wordt ADM-beleid onderdeel van een breder, samenhangend consumptiebeleid. Niet harder of moralistischer, maar duidelijker, eerlijker en praktischer. Veilig en gezond werken begint niet bij de diagnose of het middel, maar bij het vermogen om het werk goed te doen. Nuchter werken dus.

Aandachtspunten

1. Werk draait primair om functioneren, niet om diagnoses.
2. Nuchter functioneren is een basisvoorwaarde voor veilig en verantwoord werken.
3. Veel ADM-beleid is georganiseerd rond verslaving als ziekte, terwijl functioneren een logischer vertrekpunt is.
4. Een functionele benadering maakt het mogelijk om ook roken, vapen en schermgebruik in beleid te integreren.
5. Verslaving vraagt zorg, maar geen uitzonderlijk arbeidskundig denkkader: functioneren blijft centraal.

 

Robert C. van de Graaf is verslavingsarts en arts-directeur Arbeidsgezond NL en Perform Health Clinic, Boornbergum. Contact: robertcvandegraaf@gmail.com

Referenties

1.Richardson L, Epp S. Substance use disorders, employment and the return to work. In: Schultz IZ, Gatchel RJ. Handbook of Return to Work. From Research to Practice. New York: Springer Science 2016: 667-692.

2.Frone MR, Bamberger PA. Alcohol and illicit drugs involvement in the workforce and workplace. In: Tetrick LE, Fisher GG, Ford MT, et al. Handbook of occupational health psychology. 3rd edition. Washington: American Psychological Association 2024:361-384.

3.Frone MR. Employee psychoactive substance involvement: historical context, key findings, and future directions. Ann Rev Organ Psych Organ Behav 2019;6:273-297.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.