Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Signalen voor arboprofessionals

Lode Godderis
Lode Godderis
Nicole Palmen
Nicole Palmen
De internationale expertgroep New and Emerging Risks of Chemicals (NERCs) heeft weer vier interessante artikelen uitgezocht. Het betreft signalen rond nieuwe associaties tussen werkgerelateerde blootstelling en gezondheidsrisico's. Dit wordt gedaan om arboprofessionals op deze associaties te attenderen zodat preventieve maatregelen kunnen worden ingezet.
In dit artikel bespreken we: 1. astma door pyrethroïden; 2. metabole veranderingen door elektronisch afval; 3. longfunctieveranderingen en amorfe silica nanodeeltjes; en 4. contactallergie door benzisothiazolinone.
Aleksandarlittlewolf / freepik.com
Blootstelling pyrethroïden
Een associatie tussen blootstelling aan pyrethroïden en astma bij vrouwelijke landbouwers.
Pyrethroïden zijn insecticiden die zowel in de landbouw als privé worden gebruikt. Het zijn momenteel de meestgebruikte insecticiden nadat het gebruik van organochloorverbindingen en organofosfaten is verboden. Pyrethroïden zijn gekend om hun neurotoxische eigenschappen en worden daarnaast ook geassocieerd met een verminderde werking van het immuunsysteem.

Het patiënt-controle-onderzoek van Baldi et al.1 laat een verhoogd risico zien op astma door blootstelling aan pyrethroïden bij vrouwelijke landbouwers, maar niet bij mannen. De odds ratio (OR) was bij vrouwen 1,52 (1,26–1,83) en was statistisch significant bij allergische astma (OR = 1,69; 1,30–2,19) en niet (OR = 1,28; 0,98–1,66) voor niet-allergisch astma. Bij vrouwen die ooit waren blootgesteld, was de risicotoename 40 procent voor niet-allergische astma en 60–100 procent voor allergische astma. De hoogste OR werd waargenomen voor fenpropathrine (OR = 1,50; 1,00–2,24 voor niet-allergische astma en OR = 2,00; 1,38–2,90 voor allergische astma).

Het onderzoek werd uitgevoerd met data uit het Franse AGRICAN-cohort (n = ca. 150.000) dat vanaf 2005 de gezondheid van landbouwwerkers en hun gezinsleden opvolgt. Astma was door een arts gediagnosticeerd; de allergische component vastgesteld via de aanwezigheid van eczeem of hooikoorts. Deelnemers worden via vragenlijsten bevraagd of ze aan astma lijden waarna de leeftijd gevraagd wordt waarop de diagnose is gesteld door een arts. Mensen met astma die ook hooikoorts en/of eczeem hadden werden ingedeeld in de groep allergisch astma; andere astmatici bij niet-allergisch astma. Onder de AGRICAN-deelnemers meldden 11.816 (7,8%) een door een arts gediagnosticeerde astma, waaronder 4.458 (3,0%) met en 7.028 (4,7%) zonder allergie.
Beroepsmatige blootstelling aan 21 pyrethroïden (onder meer fenpropathrine, tralomethrine, fenvaleraat, permethrine en deltamethrine) werd gereconstrueerd via PESTIMAT (gewas–blootstellingsmatrix die de kans, frequentie, intensiteit per jaar per teelt inschat). Cumulatieve scores en ooit/nooit-blootstelling werden berekend.
Blootstelling aan pyrethroïden (ooit/nooit) kon worden vastgesteld bij 124.992 deelnemers (83,0%) van wie de astmastatus ook beschikbaar was. Van hen waren 24.082 (19,3%) landbouwers ooit blootgesteld aan ≥1 pyrethroïde.
Deze studie laat een verhoogd risico op astma zien bij vrouwen die zijn blootgesteld aan pyrethroïden, vermoedelijk door hormoon- en immuunmodulatie door pyrethroïden, taakverschillen, verschillen in bescherming en co-blootstellingen. Maatregelen om blootstelling aan deze insecticiden te voorkomen blijven daarom nodig.

Blootstelling elektronisch afval (e-waste)

Een associatie tussen blootstelling aan e-waste en metabole ontregeling.
E-waste bevat veel potentieel schadelijke materialen (een mix van metalen (Pb, Cd, Hg), vlamvertragers (PBDEs, fosfaatesters), ftalaten, dioxine-achtige stoffen en deeltjes) die niet alleen het milieu vervuilen, maar ook een direct gezondheidsrisico kunnen vormen voor degenen die betrokken zijn bij het recyclen. Het betreft kleine consumentenelektronica (kabels, externe schijven, telefoons), maar ook laptops en wasmachines. E-waste is een van de snelstgroeiende bronnen van afval in de EU, en slechts ongeveer 40 procent van dit afval wordt gerecycled.

Deze Europese studie toont aan dat blootstelling aan e-waste tijdens recycling geassocieerd kan worden met veranderingen in het metabolisme van steroïde hormonen en neurotransmitters, energiemetabolisme, galzuurbiosynthese en ontstekingen. De grootste verandering werd waargenomen voor dopamine-o-chinon, dat in verband wordt gebracht met de ziekte van Parkinson.2

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12498-026-2722-3/MediaObjects/12498_2026_2722_Fig2_HTML.jpg
freepik.com
Vragenlijstgegevens en urinemonsters werden verzameld van een cohort mannelijke werknemers uit België, Finland, Letland, Luxemburg, Nederland, Polen en Portugal (n=128). De werknemers waren in dienst van bedrijven die e-waste verwerken, waaronder sorteren, demonteren, versnipperen en voorbewerken van zowel metalen als niet-metale componenten. De controlegroepen bestonden uit twee groepen: [A] personen die in dezelfde bedrijven werkten zonder direct contact met e-waste (n=23) en [B] personen die in andere bedrijven werkten (n=20). Urinemonsters van alle werkers en [A]-controles werden verzameld zowel voor de start van de werkweek (pre-shift) als op het eind van de werkweek (post-shift). Van de [B]-controles werd één urinemonster geanalyseerd.

Verbetering van de gezond- en veiligheid is broodnodig in de e-waste-sector

Een metabolomics analyse werd uitgevoerd in de urinemonsters met UPLC-MS (ultrahigh-performance liquid chromatography-mass spectrometry). Gemeten markers van metabole dysregulatie zijn: hogere nuchtere glucose/insuline, dyslipidemie (↑ triglyceriden, ↓ HDL; soms ↑ LDL/TC), subklinische ontsteking en oxidatieve stress (CRP, IL-6, 8-OHdG, MDA) en leverstressmarkers.
De mix aan e-waste-contaminanten is plausibel diabetogeen/atherogeen via endocriene disruptie, mitochondriale stress en inflammatie. Dit vormt een opkomend werkgerelateerd metabool risico, dat verder onderzocht moet worden. Daarnaast is een alomvattende aanpak nodig om de gezondheid en veiligheid op het werk in deze sector te verbeteren, inclusief bewustwording onder werkgevers en werknemers, gerichte richtlijnen voor risicomanagement en biomonitoringprogramma’s voor blootgestelde werknemers.

Blootstelling amorfe silica nanodeeltjes

Een associatie tussen blootstelling aan amorfe silica nanodeeltjes en longfunctieveranderingen.
Amorfe siliciumdioxide-nanodeeltjes (SiNP’s) worden breed gebruikt (voeding, cosmetica, coatings, farmaceutica, 3D-print, polijst). Hoewel amorf minder fibrogeen is dan kristallijn silica, kunnen nanodeeltjes specifieke longrisico’s hebben.
Met behulp van een clustersteekproefmethode bij een SiNP-productiefaciliteit waar SiNPs werden geproduceerd en verwerkt, werden 15 werkers geselecteerd als blootstellingsgroep aan SiNP; de controlegroep bestond uit 45 gezonde volwassenen die niet aan SiNP waren blootgesteld. De longfunctieparameters FVC, FEV1 en FEF25%-75% van blootgestelde werkers waren significant lager dan in de controlegroep. De gemiddelde blootstelling van werkers aan respirabel stof was 0,98 +/- 0,11 mg/m3.3 Om rekening te houden met individuele variaties werden voorspelde procentuele waarden voor de longfunctie berekend. Werkers hadden een significant lagere FVC (91.07 +/- 10.79%), FEV1 (91.73 +/- 9.5%) en FEF25-75% (78.21 +/- 22,93%) vergeleken met de controles (FVC 100.31 +/- 14.73%, FEV1 100.87 +/- 16.61, FEF25-75% 92.93 +/- 23.00%; p < 0,05). Röntgenfoto’s van de borstkas brachten afwijkingen aan het licht bij blootgestelde werknemers. Blootgestelde groepen tonen gemiddeld lagere FEV1 en/of FVC en een lagere FEV1/FVC, in lijn met vroege obstructieve patronen; met soms restrictieve component.
Daarnaast werden significante veranderingen gevonden in 15 serummetabolieten van voornamelijk lipiden en aminozuren bij de werkers. Analyse van de metabole routes suggereerde dat blootstelling aan SiNP’s het tryptofaanmetabolisme, fenylalaninemetabolisme en sfingolipidenmetabolisme kan verstoren. Zes metabolieten, met name de milieuverontreinigende stoffen TEMPO en PFOS, vertoonden significante associaties met longfunctieparameters, hetgeen aangeeft dat SiNP’s de absorptie en het metabolisme van andere milieuverontreinigende stoffen kan veranderen.
Op basis van deze studie kan geconcludeerd worden dat beroepsmatige blootstelling aan amorf nano-SiO2 subtiele maar betekenisvolle longfunctiedalingen kan veroorzaken, waarschijnlijk via oxidatieve stress en lage-graad-ontsteking. Dit onderstreept de nood aan strengere nanostofbeheersing.

Blootstelling benzisothiazolinone (BIT) en contactallergie

Een toename van contactallergie door BIT.
Isothiazolinonen (MI, MCI/MI, BIT, OIT) worden gebruikt als conserveermiddel in verf, lijm, reinigers en proceswater. BIT is in opmars in industriële producten. Het wijdverbreide gebruik van conserveermiddelen in consumenten- en industriële producten leidde tot terugkerende epidemieën van contactallergie. Dit onderzoek bekeek de temporele trends van contactallergie door conserveermiddelen van 2014 tot 2023. Dit door patch-tests van 6435 patiënten te analyseren die waren uitgevoerd met conserveermiddelen uit de Europese basisserie en de aanvullende basisserie in het Gentofte-ziekenhuis.4
Contactallergie voor benzisothiazolinon (BIT) nam aanzienlijk toe van ≤ 0,3 procent in 2014 tot 5,0 procent in 2023. Schilders, machinebedieners en monteurs waren het vaakst gevoelig voor BIT, en detergenten en verf waren de meestvoorkomende bronnen van blootstelling aan BIT. Contactallergie voor methylchloorisothiazolinon/methylisothiazolinon (MCI/MI) daalde aanzienlijk van 3,3 procent in 2014 tot 2,2 procent in 2023. Ook contactallergie voor MI daalde aanzienlijk van 3,9 procent in 2014 tot 2,5 procent in 2023. Er werden stabiele trends vastgesteld voor de totale prevalentie van contactallergie voor conserveermiddelen, van 9,0 procent in 2014 tot 10,2 procent in 2023.
Geconcludeerd kan worden dat regelgeving op het verlagen van het gebruik van MI en MCI/MI in cosmetische producten heeft geleid tot een afname van contactallergie voor deze stoffen, maar de toename van contactallergie door BIT geeft aan dat preventieve maatregelen nodig blijven om blootstelling aan de groep isothiazolinonen te beperken vooral in sectoren met watergedragen verf en biocide-gebruik. Kruisreacties met andere isothiazolinonen kunnen voorkomen, maar BIT-specifieke patronen worden gezien, zeker bij verf/coatings.

prof. dr. Lode Godderis, arbeidsarts, IDEWE en KU Leuven, Leuven. Contact: lode.godderis@idewe.be dr. Nicole Palmen, arbeidshygiënist en toxicoloog, RIVM, Bilthoven Contact: nicole.palmen@rivm.nl

Referenties

1.Baldi I, Lebailly P, de Graaf L, et al. Associations between agricultural use of pyrethroid insecticides and asthma: AGRICAN cohort results. Environ Res. 2025; 277: 121583.

2.Kozlowskaa L, Viegas S, Scheepers P, et al. HBM4EU E-waste study – An untargeted metabolomics approach to characterize metabolic changes during E-waste recycling. Environ Int. 2025; 196; 109281.

3.Shi X, Liang C, Wang L, et al. Occupational exposure to amorphous silica nanoparticles alters lung function and metabolomic features. Toxicol Letters. 410 (2025) 139–146.

4.Sogaard R, Larsen CK, Johansen JD, et al. Trends in contact allergy to preservatives from 2014 to 2023: Benzisothiazolinone on the Rise. Contact Dermatitis. 2025; 93:214–223.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.