Voor mij ligt het stuk ‘Op Koers’. De nieuwe koers van de NVAB. Het roer moet om! De Nederlandse bedrijfsartsen doen te veel individuele verzuimbegeleiding en te weinig bedrijfsadvisering. Daar ben ik het hartgrondig mee eens! Het aantal bedrijfsartsen neemt bovendien af. Nu is er nog maar één bedrijfsarts voor 6.000 werkenden. Over tien jaar is dat één op 10.000. Inmiddels is de campagne van start gegaan. Ik ben benieuwd naar het doel en de weg erheen en begin te lezen. Het stuk is gelukkig niet zo dik: dertien pagina’s. Dat kan ik nog wel aan op m’n ouwe dag.
Aan het eind gekomen ben ik verbaasd. Is dit het nu? Het stuk eindigt in een soort vergezicht, gelardeerd met allerlei vragen aan de lezer. Een plan van aanpak ontbreekt. Het is eigenlijk niet meer dan een oproep aan de beroepsgroep om te gaan nadenken hoe het verder moet. De urgentie van de aanhef is volledig verdampt.

Ik moet nu zelf ook nadenken wat dit betekent. De conclusie ligt voor de hand. Een visie op ‘de bedrijfsarts anno 2036’ ontbreekt. Er is alleen een probleem gesignaleerd. Heeft de beroepsgroep dan geen visie op een mogelijke oplossing?
Het stuk hinkt op twee gedachten. Enerzijds, zo wordt betoogd, besteden bedrijfsartsen te veel tijd aan individuele verzuimbegeleiding. Dat gaat ten koste van preventie en arbeidsomstandighedenzorg. Anderzijds blijken veel bedrijfsartsen behoefte te hebben aan specifieke scholing inzake adviesvaardigheden en het verzamelen, verwerken en interpreteren van data. Bij die constateringen blijft het stuk steken. Het is een soort probleemanalyse zonder plan van aanpak.
Ik moet het hele Op Koers-initiatief rubriceren onder de lange reeks meerjarenplannen die de NVAB in haar bijna 65 jaar lange historie heeft opgehoest. Er komt een bestuur, een plan, er komt een werkgroep, er komen interviews met sleutelfiguren, misschien zelfs een ledenenquête, en dan wordt het stil. Na verloop van tijd komt er weer een nieuw bestuur met een nieuw meerjarenplan. Het oude is inmiddels volkomen vergeten.
Dat brengt mij bij een bij mij geliefd citaat van een door mij gewaardeerde Spaanse schrijver, dichter en filosoof, George Santayana (1863-1952). Tegenover de moderne wereld neemt hij een sceptische houding aan. Als tegenstander van het utilitarisme en pragmatisme bepleit hij een ‘redelijk leven’, gebaseerd op het Griekse ideaal van schoonheid en goedheid. Van hem is de volgende bekende uitspraak afkomstig:
‘Zij die uit de geschiedenis niets leren zijn gedoemd die opnieuw mee te maken’
Zoals ik al zo vaak heb gedaan, zal ik een geschiedenislesje moeten geven. Dat kan de vereniging natuurlijk naast zich neerleggen. Ik verwacht ook niet anders. Het hele Op Koers-initiatief zal worden vergeten, evenals het feit dat ik de teloorgang ervan anno 2026 in een column heb voorspeld.
Om niet in herhaling te vallen, geef ik mijn geschiedenislesje aan de hand van mijn eigen ervaringen. Ik begin in de vroege jaren tachtig, als bedrijfsarts in opleiding, werkzaam voor de papier- en kartonindustrie aan de oostelijke Veluwerand. Ik heb daar persoonlijk heel goede herinneringen aan. In die tijd had maar 35 procent van de Nederlandse werknemers een bedrijfsarts. Zo stond het in de wet: bedrijfsgezondheidszorg was verplicht voor bedrijven met 750 en meer werknemers, en voor loodverwerkende bedrijven. Stond de rest in de kou? Nee, de bedrijfsarts werd daar niet gemist. De bedrijfsarts was er gewoon onbekend.
Vrijwel alle bedrijfsgezondheidsdiensten (BGD’s) leverden ongeveer hetzelfde standaardpakket, voor een vast tarief per werknemer. Dat pakket omvatte aanstellingskeuringen, periodiek bedrijfsgezondheidkundig onderzoek (PBGO), consult voor langdurig verzuimende werknemers op verzoek van de werkgever, en werkplekonderzoek. Als bedrijfsarts had je veel vrijheid om je werktijd in te delen. Steevast één volle dag per week was ik te vinden op de werkvloer van ‘mijn’ bedrijven. Ik stond daar niet alleen te kijken of met de baas te kletsen. Nee, ik hielp ook mee aan de machines, met inleggen en stapelen. Om aan den lijve te voelen wat fysieke arbeid is. Om de warmte te voelen die bij de productie van papier vrijkwam. En ik schreef dat op. Bij onze BGD was het gebruikelijk om bedrijfssurveys te maken, samen met de bedrijfsverpleegkundige. Voor de bedrijfsartsopleiding was zo’n survey ook een verplicht werkstuk.
En dan de advisering op groepsniveau, waarover in Op Koers ook wordt gesproken alsof die nog moet worden uitgevonden. Tijdens het verwerken en rapporteren van al die periodieke onderzoeken in de jaren tachtig kreeg ik steeds meer het gevoel dat het veel beter zou kunnen. We gingen de resultaten ‘turven’ om groepsoverzichten van bedrijfsafdelingen te kunnen maken. Die bespraken we dan met de afdelingschef en de personeelsfunctionaris. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een promotieonderzoek, samen met Sjaak Broersen. Gezamenlijk promoveerden wij in 1992 aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift met als titel ‘Signalen van problemen in werk en gezondheid’. De daarin ontwikkelde methode is later gebruikt door de Stichting Kwaliteitsbevordering Bedrijfsgezondheidszorg (SKB) voor de concrete bedrijfsadvisering.
Het keerpunt kwam in 1994. Ik heb dat jaar vaker ‘het rampjaar’ genoemd. Vanwege het hoge ziekteverzuim (aanleiding voor uitspraak van Lubbers ‘Nederland is ziek!’) kwam er allerlei wetgeving om het verzuim terug te dringen en de uitkeringen te verlagen. Vrije marktwerking zou kunnen bijdragen tot een effectieve aanpak. Het neoliberale denken deed zijn intrede. De publiekrechtelijke BGD-en transformeerden tot commerciële arbodiensten die met elkaar gingen concurreren. En de werkgevers, zeg maar de klanten, bepalen voortaan de inhoud van het pakket. Verzuimbegeleiding staat daarbij bovenaan. En zo is het allemaal gekomen…
De NVAB gaat de geschiedenis opnieuw meemaken. De regel van Santayana! Zijn arboprofessionals wel bij machte om het vigerende politiek-economische klimaat te doorbreken? Of wordt Op Koers in 2036 (of al eerder) gevolgd door een nieuw initiatief, met een andere naam, van een volgend bestuur? Ik blijf in deze fase kritisch meedenken en meeschrijven.


