Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vraagstukken binnen de sociaal-medische praktijk, symposium bij de NSPOH

Op 28 januari 2026 vond bij de NSPOH een symposium plaats. Zes aios verzekerings- en bedrijfsgeneeskunde presenteerden hun praktijkgerichte wetenschappelijk onderzoek. De voordrachten boden een breed en actueel overzicht van vraagstukken binnen de sociaal-medische praktijk, variërend van beoordelingskwaliteit en besluitvorming tot prognostiek en overdracht tussen disciplines.
AdobeStock

Naast de opleiders Pim Knuiman en Sadiye Demirbilek, waren ook twee referenten aanwezig. Deze twee gepromoveerde professionals uit het veld gingen na de presentaties met de aios in gesprek over de inhoudelijke bevindingen en de betekenis ervan voor de uitvoeringspraktijk en verdere ontwikkeling van het vakgebied.

Tegenoverdracht in de verzekeringsgeneeskunde

Cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis kunnen bij verzekeringsartsen sterke emotionele reacties oproepen. In een mixed-methods onderzoek werd verkend welke tegenoverdrachtsreacties hierbij optreden en hoe deze de ervaren objectiviteit beïnvloeden.

Vrijwel alle artsen rapporteerden tegenoverdracht, waarbij jongere artsen en aios een grotere invloed op hun oordeel ervoeren. Artsen beschreven gevoelens als spanning, irritatie en overmatige betrokkenheid, die konden leiden tot aanpassingen in gespreksvoering. Bewustwording van deze reacties bleek wisselend en werd zelden met collega’s besproken.

Het onderzoek onderstreept dat tegenoverdracht een structureel onderdeel is van sociaal-medische beoordelingen van medewerkers met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Reflectie, scholing en intervisie zijn nodig om de objectiviteit te bewaken en deze reacties professioneel te benutten.

Kwaliteit van Wajong-beoordelingen in Limburg

Binnen de Wajong 2015 is een uniforme en navolgbare beoordeling essentieel om gelijke kansen voor cliënten te waarborgen. Binnen district Limburg werd onderzocht in hoeverre verzekeringsartsen de standaarden uit het Compendium Participatiewet correct toepassen, met focus op de methode sociaal medische beoordeling van arbeidsvermogen (SMBA).

Van 143 geanalyseerde Wajong-beoordelingen bleek 63 procent kwalitatief juist uitgevoerd. In 37 procent van de dossiers werd het Compendium onjuist toegepast, vooral door onjuiste toepassing van de SMBA-criteria, een onvolledig oordeel over de verzekerde periode en onvoldoende onderbouwing bij het vaststellen van geen benutbare mogelijkheden.

Het onderzoek laat zien dat de kwaliteit van Wajong-beoordelingen verbeterd kan worden. Gerichte scholing en meer aandacht voor consistente, goed onderbouwde rapportages kunnen bijdragen aan grotere uniformiteit en transparantie binnen de verzekeringsgeneeskundige praktijk.

Ervaren risicofactoren bij een plausibiliteitsbeoordeling

Binnen de Ziektewet-vangnetsituatie vormt de plausibiliteitsbeoordeling een belangrijke eerste stap in de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Dit onderzoek bracht in kaart welke risicofactoren (verzekerings)artsen hierbij ervaren en hoe zij deze wegen. In een cross-sectioneel vragenlijstonderzoek onder 109 (verzekerings)artsen bleek een hoge mate van consensus over vijf risicofactoren die mogelijk wijzen op een niet-plausibele ziekmelding. Het gaat onder meer om ziekmelding rond het einde van de WW, inconsistenties in het klachtenverhaal, het ontbreken van behandeling of inadequaat herstelgedrag en beperkingen die de functiebelasting niet overschrijden.

De bevindingen laten zien dat er binnen de beroepsgroep duidelijke gedeelde opvattingen bestaan. Deze resultaten bieden aanknopingspunten voor verdere uniformering en vormen een basis voor vervolgonderzoek naar de empirische onderbouwing van deze risicofactoren.

Het medisch re-integratieverslag

Een kwalitatief goede sociaal-medische overdracht (SMO) is essentieel voor een efficiënt verloop van re-integratieverslag (RIV) en WIA-beoordelingen, maar de kwaliteit ervan varieert sterk. Onderzocht werd waarom deze variatie bestaat en welke factoren volgens bedrijfsartsen bijdragen aan goede of problematische overdrachten, met het COM-B-model als analysekader. Uit semi-gestructureerde interviews met bedrijfsartsen kwamen drie hoofdthema’s naar voren; kenmerken van een goede overdracht, reden voor variatie en verbeteropties.

Goede overdrachten kenmerken zich door een helder, volledig en logisch opgebouwd verhaal met relevante medische informatie en een duidelijke samenvatting. Variatie in kwaliteit ontstaat door onder meer casuscomplexiteit, tijdsdruk, defensief handelen, onduidelijkheid over de ‘gouden standaard’ en beperkte feedback. Als verbeteropties noemen respondenten meer overleg tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen, gezamenlijke scholing, een meer sturend format en technologische ondersteuning.

Post-Covid syndroom: wel of geen IVA?

Bij cliënten met het Post-Covid syndroom (PCS) kan langdurige arbeidsongeschiktheid ontstaan, waarbij voor toekenning van een IVA-uitkering naast volledige arbeidsongeschiktheid, duurzaamheid van de beperkingen moet worden vastgesteld. In dit onderzoek werd er gekeken naar welke argumenten verzekeringsartsen hanteren bij het al dan niet aannemen van duurzaamheid bij PCS. In een kwalitatief, retrospectief dossieronderzoek van 40 WIA-dossiers werden zes hoofdthema’s in de argumentatie geïdentificeerd, waaronder het al dan niet uitputten van behandelmogelijkheden, het klinisch beloop en prognostische onzekerheid.

Duurzaamheid werd vooral aangenomen bij langdurige klachten zonder herstel ondanks behandeling. Omgekeerd leidde onzekerheid over herstel vaak tot het niet aannemen van duurzaamheid. Opvallend was dat in meerdere dossiers een expliciete onderbouwing ontbrak en niet werd verwezen naar stappenplannen of richtlijnen. De resultaten laten zien dat de argumentatie rond duurzaamheid bij PCS wisselend wordt toegepast en vormen aanleiding voor vervolgonderzoek.

Angstscore en langdurig verzuim door een aanpassingsstoornis

Aanpassingsstoornissen zijn een frequente oorzaak van psychisch verzuim, maar het beloop is doorgaans gunstig. Onderzocht werd of de angstscore op de Vierdimensionale Klachtenlijst (4-DKL), gemeten bij het eerste verzuimspreekuur, samenhangt met langdurig verzuim bij werknemers met een aanpassingsstoornis. In een retrospectief dossieronderzoek werden 176 dossiers geanalyseerd. Bij ruim de helft van de werknemers was er sprake van langdurig verzuim (langer dan 183 dagen). De angstscore op de 4-DKL bleek niet significant geassocieerd met langdurig verzuim. Mannen hadden een lagere kans op langdurig verzuim dan vrouwen; leeftijd en behandelend bedrijfsarts speelden hierbij geen rol. De resultaten laten zien dat de angstscore op de 4-DKL bij aanvang van verzuim geen sterke voorspeller is van langdurig verzuim bij aanpassingsstoornissen.

Kelly Overwater en Mona Afra zijn aios bedrijfsgeneeskunde bij de NSPOH.
Bij interesse in een van de onderzoeken kun je contact opnemen met dr. Pim Knuiman, coördinator en opleider onderzoeksscholing bij de NSPOH: p.knuiman@nspoh.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.