Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Coschap sociale geneeskunde is te kort voor zo’n breed vakgebied’

Diederik Wieman
Diederik Wieman
Het verplichte coschap sociale geneeskunde duurt, afhankelijk van welke universiteit, twee tot vier weken. En dat is kort voor zo’n enorm breed werkveld. ‘Als je niet bij arbeid en gezondheid wordt ingedeeld, kom je er ook niet mee in aanraking en dat is natuurlijk ontzettend jammer,' stelt bedrijfsarts Ivo van Dongen. Als coschapcoördinator is hij continu op zoek naar voldoende stageplekken, zodat zoveel mogelijk studenten met het vak kennis kunnen maken.
© megaflopp / stock.adobe.com

Van Dongen is sinds ruim een half jaar coördinator voor het coschap sociale geneeskunde van de VU vanuit het Amsterdam UMC. Hij doet dit een dag per week, naast zijn werk als zelfstandig bedrijfsarts. Het is een uitdagende functie. De sociale geneeskunde is immers een breed vakgebied, met naast bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde bijvoorbeeld ook maatschappij & gezondheid, infectiegeneeskunde, jeugdgezondheidszorg en verslavingszorg.

Aan Van Dongen de taak om coassistenten enthousiast te maken voor bedrijfs- of verzekeringsgeneeskunde én voldoende stageplekken te vinden en te behouden. Daarvoor moet hij continu in contact blijven met bijvoorbeeld arbodiensten en UWV. ‘Elke twee weken staat er weer een nieuwe coassistent klaar voor een coschap. Je moet dus contact hebben met organisaties en goed communiceren over wanneer een coassistent kan komen en hoe het coschap wordt ingericht. Want je streeft natuurlijk naar een waardevol, divers coschap waarin coassistenten op een goede manier leren hoe breed en leuk het arbeid & gezondheid-domein is.’

Passend

Van Dongen vindt de functie niet alleen uitdagend, maar vooral ook heel leuk. ‘Ik weet als bedrijfsarts wat het vak inhoudt en wat het zo aantrekkelijk maakt. Je bent in staat om inzichtelijk te maken hoe een gemiddelde dag van een verzekeringsarts of bedrijfsarts eruitziet. Belangrijk, want vaak hebben studenten een heel ander beeld van het vak. Ik vind het ook leuk om met coassistenten te praten over hun interesses en hoe ze hun leven willen inrichten. Dan kun je vrij snel inschatten of bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde bij iemand past.’

Coschapplekken: denk er eens over na!

Vanwege het huidige en toekomstige tekort aan bedrijfs- en verzekeringsartsen is het belangrijk om voldoende coschapplekken te creëren. Hoe meer geneeskundestudenten met het vak in aanraking komen, hoe groter de kans dat ze voor een carrière in een van de vakgebieden kiezen. Denk daarom eens na of het binnen jouw organisatie mogelijk is een coschapplaats te creëren. Er is goede begeleiding vanuit de universiteiten en vanuit de NVAB, die de toolbox Coschappen Bedrijfsgeneeskunde aanbiedt. Hiermee kunnen alle bedrijfsartsen en AIOS’en een coschap begeleiden. Je vindt er ter inspiratie algemene leerdoelen, voorbeeld-weekroosters en daarbij passende tools om de weken in te richten zoals bij jouw organisatie en duur van het coschap past. Kijk voor meer informatie hier. Of neem contact op met Ivo van Dongen.

Daarnaast wordt het ook zeer gewaardeerd als zoveel mogelijk mensen meedoen aan het wetenschappelijke onderzoek vanuit het Amsterdam UMC en de NVAB naar het begeleiden van coassistenten. Het maakt nier uit of je hier wel of geen ervaring mee hebt, alle input is welkom!

Wetenschappelijk onderzoek toolbox – NVAB

Voorbereiding

Omdat de periode maar zo kort is, probeert Van Dongen iedere coassistent zo goed mogelijk voor te bereiden. ‘Vooraf is er een startdag waarop we de diepte ingaan. We geven samen met mensen uit het veld onderwijs over de inhoud van sociale geneeskunde. Daarnaast zijn er e-learnings voor coassistenten zodat ze goed voorbereid naar hun coschapplekken gaan.’ Momenteel is hij druk met het aanpassen de e-learnings. ‘Deze krijgen een meer praktisch karakter, met veel casuïstiek.’ Ook is er aan het eind van het coschap een terugkomdag. ‘Op die dag groeperen we de studenten, zdat degenen die in andere takken van de sociale geneeskunde meelopen, in contact komen met coassistenten bedrijfs- of verzekeringsgeneeskunde. Op die manier krijgen ze hopelijk toch nog iets mee van het vak.’

Goed teken

Van Dongen ziet het als een goed teken dat het merendeel van de studenten het bedrijfs- of verzekeringsgeneeskundig coschap te kort vindt. ‘Je ziet dat mensen daarom ook hun keuze- of seniorcoschap in de bedrijfs- of verzekeringsgeneeskunde willen doen. Ze willen meer tijd om te zien of het iets voor ze is. Dat er een leuke wereld buiten het ziekenhuis bestaat, is voor velen een eyeopener. Dat is een positieve ontwikkeling.’ Het vinden van plekken gaat over het algemeen redelijk goed, maar, zo stelt Van Dongen: ‘Het is moeilijker dan ik zou willen.’ Een complicerende factor is de korte periode: het is voor organisaties best een uitdaging om telkens weer nieuwe mensen voor slechts een paar weken te begeleiden. ‘Daarom zie je vaak dat ze het beperken tot een aantal periodes per jaar.’ Het aantal plekken staat ook onder druk omdat – zoals Van Dongen eerder aangaf – ook studenten die hun keuze- of seniorcoschap in de bedrijfs- of verzekeringsgeneeskunde willen doen, instromen. ‘Het zou mooi zijn om meer plekken te hebben. Niet alleen om de druk beter te verdelen, maar ook om meer variatie te bieden in grote en kleine arbodiensten en bijvoorbeeld ZZP’ers binnen onze regio.’

Ivo van Dongen: ‘Het zou mooi zijn wanneer er meer coschapplekken komen’

Aanrader

Van Dongen kan het organisaties aanraden om coschapplekken aan te bieden. ‘Via een goede coschapplek kun je mensen enthousiasmeren voor het vak. De kans is dan groter dat ze ervoor kiezen en… wanneer ze het bij jou naar hun zin hebben, willen ze later misschien ook wel bij je werken. Het kan organisaties dus op langere termijn helpen om goede mensen te vinden.’ Mond-tot-mondreclame werkt daarbij ook, aldus Van Dongen. ‘Dan krijgen we verzoeken van mensen die graag bij een bepaalde arbodienst willen, omdat ze hebben gehoord dat die zo’n fijne coschapplek bood.’

Meer voordelen

Maar er zijn meer voordelen voor organisaties. Zo krijgt Van Dongen positieve feedback van stagebegeleiders. ‘Als stagebegeleider krijg je te maken met de nieuwe generatie artsen, die kun je enthousiast maken voor je vak. Tegelijkertijd word je door hun nieuwsgierigheid en vragen geprikkeld en uitgedaagd. Je gaat opnieuw nadenken waarom je dingen op jouw manier aanpakt en of het misschien anders of beter kan. Stagebegeleiding houdt je scherp en je wordt er misschien ook weer een nog betere arts van.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.